Vis in de woestijn

Decoratie van een mausoleum uit Ghirza.

Macht is, volgens een gangbare definitie, de mogelijkheid dat je een ander iets kunt laten doen, eventueel tegen zijn of haar zin. “Een compleet ecosysteem naar je hand zetten” past niet in die definitie, maar lijkt me toch ook een uiting van macht. De Romeinse keizer Septimius Severus deed het.

Rond het jaar 200 na Chr. bezocht hij noordwest-Libië, zijn geboortestreek, en als ervaren generaal zag hij dat de verdediging beter kon. De Garamanten in het zuiden troffen een open grens aan en hoewel deze nomaden nooit echt gevaarlijk konden worden, konden ze wel grote schade aanrichten. De oplossing was simpel: Severus bouwde drie forten (Gadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem) om drie oases te beheersen. Geen Garamant kon naar het Romeinse Rijk komen zonder water te putten op een door de Romeinen beheerst punt.

Alleen: de drie oases waren niet groot genoeg om 500 soldaten en hun dromedarissen te voeden. Maar ook hier had Severus een oplossing voor. Het gebied tussen de oases was weliswaar droog, maar er viel regen in de winter, die dan plotseling als een alverwoestende stortvloed door een wadi kon komen stromen. Door putten en dammen te bouwen, was het mogelijk dit water gedurende het hele jaar te gebruiken. Steeds meer boeren – wellicht veteranen uit de forten – vestigden zich hier. Op enkele plaatsen, zoals Suq al-Awty, zijn de dammen nog in gebruik.

Kortom, Severus veranderde een semi-aride stuk land in een vruchtbaar gebied. Zó vruchtbaar dat de hier geproduceerde olijfolie kon worden geëxporteerd. Zó welvarend dat, toen later het hier gestationeerde Derde Legioen Augusta werd ontbonden, de boeren hun boerderijen versterkten en zelf de verdediging ter hand namen. De Romeinse cultuur raakte hier diep geworteld en overleefde zowel de val van het Romeinse Rijk als de komst van de Arabieren. Pas in de elfde eeuw raakten de dammen in verval en kwam ook hier een einde aan de Romeinse tijd.

Eén van de dorpen langs deze zogenaamde Limes Tripolitanus is Ghirza. Diep in wat nu weer woestijn is, staan nog steeds de grote familiehuizen. De dammen liggen er nog en er staan wat olijfbomen in de wadi: afstammelingen van de bomen die er achttien eeuwen geleden stonden. En er zijn twee grafvelden, een noordelijke dodenstad uit de vierde en vijfde eeuw en een zuidelijke uit de derde eeuw. U ziet hier en daar foto’s.

Bovenstaande foto toont de decoratie van zo’n monumentje (overgebracht naar het Nationaal Museum van Libië in Tripoli). U ziet het goed: vissen. Die zie je op die graven wel vaker en vissen zijn nog altijd een motief in de borduurkunst van de Libische en Egyptische nomaden. Ergens een logisch motief: deze mensen begrepen als geen ander het belang van water.

En heel verrassend: je kunt vissen zien in de woestijn. Als je nu een put graaft, zullen er al vrij snel piepkleine visjes in opduiken. Ik denk dat ze uit eitjes komen die in de Middellandse Zee zijn opgenomen toen de winterwolken zich daar vormden en dat ze later zijn neer geregend in de woestijn. Het fascineerde me.

[Het is 2 april, Internationale Factcheckdag. Ik had vandaag eigenlijk daar over willen schrijven, maar ik doe dat later deze week nog. Voor het moment was dit de 200e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier. Morgen Methode op Maandag over het maken van historische vergelijkingen, overmorgen de Livius-nieuwsbrief en daarna zijn we weer verder.]

#Ghirza #IIIAugusta #Libië #LimesTripolitanus #vis #woestijnkunst

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

Nubië - Mainzer Beobachter

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek hun handboek anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië.

Mainzer Beobachter