Karanovo

De trench van Karanovo

Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

Stratigrafie

De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

De stratigrafie van Karanovo

In de wand zijn, behalve de holen waarin vogels wonen, de diverse bewoningslagen herkenbaarbaar (de tinten zijn net even anders) en de opgravers hebben er een handig bord bij geplaatst waarop die strata zijn aangegeven. Er zijn natuurlijk andere manieren om de diverse bewoningslagen te herkennen: je kunt ook vanaf de top van de heuvel een kuil graven en kijken wat er in de wand zit (een sounding). Bij het onderzoek van de Friese terpen / de Groningse wierden haalde men een kwart weg, als een enorme taartpunt. Ik schreef er al eens over. Zo worden ook grafheuvels onderzocht, en vaak planten archeologen na gedane arbeid, als ze het opgegraven kwart weer dicht gooien, een boom op het kwart dat ze hebben onderzocht, zodat toekomstige opgravers weten waar ze niet hoeven kijken.

De Prehistorie van de Balkan

De tweede foto toont zes van de zeven bewoningslagen in de dertien meter hoge heuvel. Karanovo II begint ergens rond 6000 v.Chr. en documenteert met Karanovo III het vroege Neolithicum: de tijd waarin akkerbouw en veeteelt ontstonden en de mensen voor het eerst aardewerk vervaardigden. Die mensen woonden in fase II nog in simpele lemen huizen, maar in fase III waren ze aanzienlijk groter. Uit het vlakbij Karanovo gelegen Stara Zagora is een woonhuis bekend met twee verdiepingen.

Met Karanovo IV (pakweg 5500-4500) betreden we op het Balkanschiereiland het Midden-Neolithicum. Nu ontstaat sculptuur, met als mooiste voorbeeld het schitterende beeldje van de Denker van Cernavoda, dat u een paar jaar geleden in Luik hebt kunnen zien. De volgende twee fasen, Karanovo V en VI, markeren het Chalcolithicum, waarin de metaalbewerking begint door te breken. Dat betreft vooral koper en goud, en deze fase is vooral goed gedocumenteerd in Varna. De gouden voorwerpen zijn te zien geweest in Dordrecht.

Rond 4000 v.Chr. raakt de site verlaten, maar rond 3200 keren de bewoners terug op wat inmiddels een hoge, goed verdedigbare heuvel was. De nieuwe bewoners beheersen de metaaltechniek voldoende om te kunnen spreken van de Vroege Bronstijd. Ze kwamen uit het noordoosten, uit de regio van de Yamnaya-cultuur. Het zijn dus Indo-Europees-sprekenden, en in Bulgarije noemen ze hen ook wel Thraciërs. Die naam duikt overigens pas vele eeuwen later voor het eerst op in geschreven bronnen, maar degenen die door de oude Grieken “Thraciërs” werden genoemd, stamden vermoedelijk wel af van de Yamnaya-migranten. Rond 2000 v.Chr. is Karanovo voorgoed verlaten.

Het chronologisch kader

De opgraving, die begon in de jaren dertig, werd onderbroken door de oorlog en werd hernomen in 1947, leerde aan de archeologen wat de voor elk van deze tijdvakken representatieve voorwerpen waren. Dankzij de trench in Karanovo en enkele andere opgravingen konden de archeologen voor het eerst de relatieve chronologie van het prehistorische Balkanschiereiland vaststellen. Anders gezegd: het chronologisch kader werd in Karanovo duidelijk. Zo konden ook de vondsten in Stara Zagora, Cernavoda, Varna en talloze andere plaatsen worden gedateerd.

De jaartallen die ik hierboven al noemde, zijn gebaseerd op koolstofdateringen. Die zijn pas in de jaren vijftig gedaan en later nog eens gecorrigeerd, toen de opgraving van Karanovo al was beëindigd. In 1984 keerden de archeologen terug. Dat was een Bulgaars-Oostenrijks team, wat een mooi voorbeeld is van wetenschappelijke samenwerking over de Muur heen. De Oostenrijkse aanwezigheid verklaart ook waarom het opschrift op het bord in het Duits is.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#Chalcolithicum #chronologie #Karanovo #koolstofdatering #Neolithicum #relatieveChronologie #sounding #StaraZagora #tell #Thracië #trench #VroegeBronstijd #YamnayaCultuur
Bij #opgravingen afgelopen maanden in #Denderleeuw hebben #archeologen sporen gevonden van he #neolithicum tot de tijd van Napoleon, begin 19e eeuw. Het maakt de bewoningsgeschiedenis van het Vlaamse dorp ouder dan gedacht. Een opmerkelijke ontdekking is een erf met bewoning met eromheen een #gracht uit de 10e – 11e eeuw. De huidige perceelgrenzen volgen daar nog steeds deels de contouren van de #middeleeuwse gracht.
https://denderjournaal.be/van-het-neolithicum-tot-de-tijd-van-napoleon-archeologische-opgravingen-op-het-dorp-zijn-afgerond/
Van het neolithicum tot de tijd van Napoleon, archeologische opgravingen op het Dorp zijn afgerond. - Dender Journaal

De voorbije maanden voerde SOLVA archeologische opgravingen uit op het Dorp van Denderleeuw. De eerste resultaten schetsen een beeld van hoe het Dorp zich

Dender Journaal
De #boomstamkano die archeologen bij proefsleuvenonderzoek in 2024 in #Esch in Noord-Brabant ontdekten, blijkt veel ouder dan gedacht. Hij komt niet uit de ijzertijd wat de eerste inschatting was, maar zo’n 5300 jaar terug uit het #neolithicum. Het is hiermee de oudste ooit in Brabant gevonden boot en een van de oudste van Nederland.
https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/6004337/toevalsvondst-in-esch-blijkt-oudste-boot-van-brabant-en-hij-drijft-nog
'Toevalsvondst' in Esch blijkt oudste boot van Brabant en hij drijft nog

De boomstamkano die in Esch is ontdekt, is veel ouder dan gedacht. Hij dateert uit het laatste deel van de steentijd, zo’n 5300 jaar geleden. Daarmee is h

Omroep Brabant
Bij #opgravingen bij #Dornberg in Saksen-Anhalt, Duitsland van een #grafveld uit het #neolithicum stuitten #archeologen op een mysterieuze '#aardtunnel' die iemand in de #middeleeuwen dwars door het grafveld had gegraven. Dergelijke tunnels zijn eerder gevonden in Beieren. Archeologen weten niet zeker waarvoor dergelijke tunnels werden gebruikt. De theorieën lopen uiteen van schuilplaatsen tot ruimtes voor rituele activiteiten.
https://www.livescience.com/archaeology/subterranean-tunnel-possibly-used-for-medieval-cult-rituals-discovered-in-stone-age-tomb-in-germany
Subterranean tunnel, possibly used for medieval cult rituals, discovered in Stone Age tomb in Germany

A tunnel system discovered in a Stone Age tomb in Germany suggests medieval people created hiding places for their cultic rituals.

Live Science
Voor de kust van #Bretagne bij Ile-de-Sein zijn met hulp van #Lidar-technologie en #onderwaterarcheologie elf grote stenen #constructies van ongeveer 7000 jaar oud uit het #neolithicum gevonden. Een geoloog ontdekte op de plek in 2017 vreemde vormen op de zeebodem, waarna onderzoek volgde. De grootste van de constructies is 120 meter lang en 21 meter breed aan de basis. Ze komen uit een tijd toen de zeespiegel een stuk lager lag. De functie ervan is nog onduidelijk.
https://www.nieuwsblad.be/buitenland/prehistorische-granieten-muur-van-7.000-jaar-oud-ontdekt-onder-water-bij-bretagne/112669229.html
Op de toekomstige nieuwbouwlocatie #Valkenweide in #Montfoort start op 8 december #archeologisch #veldonderzoek. Dit richt zich op restgeulen uit de perioden 2500-1450 v.Chr. (Laat-Neolithicum – #Bronstijd) en 2200-2000 v.Chr. ( Laat-#Neolithicum). De oevers van de geulen waren al bewoonbaar vanaf het Laat-Neolithicum.
https://www.ad.nl/montfoort/archeologisch-onderzoek-valkenweide-in-montfoort-gestart~acf292db/
Archeologisch onderzoek Valkenweide in Montfoort gestart

Op de locatie van de Valkenweide in Montfoort start op 8 december een archeologisch veldonderzoek. Het onderzoek richt zich op restgeulen uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd.

AD.nl

Waarom oorlog?

Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, Yazilikaya

Waarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.

Archeologisch bewijs?

We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.

Een eerste, heel ambigue aanwijzing daarvoor is er in het twaalfde millennium v.Chr. in Jebel Sahaba, in het uiterste noorden van Soedan. Daar zijn de geraamtes ontdekt van negenenvijftig mensen die gewelddadig aan hun einde zijn gekomen. Dat er vervolgens werk is gemaakt van een nette uitvaart, suggereert echter een rituele dood; deze mensen zijn niet gesneuveld in een oorlog, maar lijken meer op mensenoffers.

Sociale ongelijkheid

We krijgen pas onloochenbaar bewijs voor oorlogvoering als we al een flink eind in het Neolithicum zijn gevorderd. Ergens rond 5300 v.Chr. ontstaan er verschillen in huizenbouw en grafrituelen, en die weerspiegelen groeiende ongelijkheid. Anders gezegd, er ontstaan groepen die meer en minder profiteren van wat de samenleving zoals produceert, en daardoor ontstonden er, zoals Adam Smith rond 1776 al wist, diverse klassen, die niet dezelfde belangen hadden. Zo bezien is de geschiedenis van alle sinds 5300 v.Chr. bestaande maatschappijen een geschiedenis van klassenstrijd. Burgeroorlog is ouder dan oorlog.

De vraag is natuurlijk wat daarvan de inzet kan zijn geweest. Waarom streed men? In zijn recente boek Dageraad laat Johan Hendriks diverse theorieën de revue passeren. Ging het om bezit, zoals Karl Marx opperde? Of om gezag, zoals Max Weber schreef? Of moeten we Herbert Marcuse volgen, die de vraag omkeerde en niet het conflict centraal stelde, maar erop wees dat de machtigere klassen de machteloze klassen apaiseerden door ze zicht te laten houden op een betere toekomst? Dat zou voor bijvoorbeeld de Bandkeramiekcultuur

kunnen betekenen dat de bewoners van de grote huizen ook de (mogelijk aan hen ondergeschikte) inwoners van de kleinere huizen voorzagen in hun voedselbehoefte, waardoor ze én afhankelijk én weinig opstandig waren.

Hendriks noemt diverse voorbeelden van archeologisch bewijs voor neolithisch collectief geweld, m.a.w. voor iets dat we als “oorlog” kunnen typeren. Vanaf het moment dat de ongelijkheid toeneemt, heeft er collectieve agressie bestaan, zoveel is duidelijk, maar Hendriks blijft voorzichtig als het gaat om de duiding daarvan. De precieze inzet blijft in het ongewisse en denkelijk was die ook niet altijd dezelfde. Maar toen oorlog eenmaal deel uitmaakte van het menselijk repertoire, werden we er beter in. In de Bronstijd werden de bijlen en messen die we al hadden, aangepast tot strijdbijlen en zwaarden.

Onrobuuste informatie

Terwijl ik dit deel van Hendriks’ boek las, voelde ik het meest voor Marcuses omkering: de wortels van de (burger)oorlog zijn het probleem niet, veel interessanter zijn de mechanismen om conflicten te bedwingen. Bied je tegenstanders perspectief, verdeel ze door de aandacht af te leiden met een (schijn)tegenstander, presenteer de bestaande situatie als de natuurlijke, als de onvermijdbare, als de door de goden gesanctioneerde. De stem van god klinkt nogal eens als die van de heersende klasse.

Dat klinkt allemaal heel logisch, en wie weet was het in het diepe verleden ook wel zo, maar feitelijk projecteren we zo onze eigen ideeën over geweld en heerschappij op de schaarse en ambigue gegevens over de Oudheid. I.D.O.H.Z.O. oorlog – ja, zeker, maar we moeten ons er bewust van zijn dat oudheidkundige data zelden werkelijk robuust zijn. We zullen de vraag naar de herkomst van oorlog op een andere manier moeten beantwoorden dan met het oudheidkundig instrumentarium, en helaas is er voldoende bewijs dat wel voldoende robuust is.

#2001ASpaceOdyssey #adamSmith #bandkeramiek #herbertMarcuse #iDOHZO #jebelSahaba #johanHendriks #kannibalisme #karlMarx #klassenstrijd #maxWeber #mensenoffer #neolithicum #oorlog #paleolithicum #soedan

Sie bauten die ersten Tempel

Göbekli Tepe

Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.

Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.

Het tweede hoofdstuk behandelt de ontdekking van de Steentijd, vanaf het moment waarop archeologen zich voor het eerst realiseerden dat er een tijd was geweest waarin mensen voorwerpen van steen hadden, tot op de huidige dag. Dit is een zeldzaam boeiend en nuttig hoofdstuk, want Schmidt kan allerlei jargontermen en onderzoeksvragen uitleggen.

Het derde en langste hoofdstuk bestaat uit een gedetailleerde beschrijving van de vondsten. De vijf ovale ruimtes worden beschreven en elk van de stenen pijlers krijgt uitvoerige aandacht. Deze pijlers representeren menselijke figuren, misschien voorouders, en waren gedecoreerd met allerlei dierenfiguren. Wellicht is dit hoofdstukj iets té gedetailleerd, maar Schmidt doet er goed aan beschrijving en interpretatie gescheiden te houden.

Het vierde hoofdstuk gaat over de interpretatie. Schmidt vergelijkt Göbekli Tepe met enkele andere plaatsen, zonder zich werkelijk aan een bepaalde uitleg te committeren. Toch was ik onder de indruk van het bewijs dat hij biedt dat een bepaalde afbeelding geen struisvogels voorstelt, maar mensen die dansen als struisvogels. Ik vond het ook aardig te lezen dat de dierenafbeeldingen in feite een soort symbolische taal waren, hoewel Schmidt veel te voorzichtig is om zich daarop werkelijk vast te leggen. Zijn conclusie is vooral negatief: hij is er zeker van dat deze dieren geen jachtbuit voorstellen. Niemand wil immers spinnen of slangen vangen.

Roofdier uit Enclosure C; Museum Sanli Urfa

In het vijfde hoofdstuk reconstrueert Schmidt de bouw van het monument. Een groot aantal jagers en verzamelaars moet hierbij betrokken zijn geweest, wa bewijst dat men heel, heel goed georganiseerd moet zijn geweest. De druk van 2007, twee jaar na de eerste editie, besluit met een extra hoofdstuk, waarin Schmidt enkele nieuwe vondsten en verdere gedachten presenteert.

Wat ik leuk vond aan Sie bauten die ersten Tempel is dat het wetenschappelijk onderzoek presenteert als de puzzel die het feitelijk is, en de lezer een beeld biedt van de wijze waarop kennis tot stand komt. Er is alle ruimte voor twijfel en doodlopende wegen worden niet genegeerd. Zo geeft Schmidt aan dat veel dieren op het punt lijken te staan om iets of iemand aan te vallen, maar het is totaal onduidelijk wat er te verdedigen valt. Hij noemt het gebouw een tempel, maar erkent meteen dat hij in feite wat twijfels heeft over de juistheid van die naam. Dit is de manier waarop een echte onderzoeker denkt, vol zelfkritiek. Een boek, kortom, dat u als de bliksem moet gaan lezen.

#GöbekliTepe #KlausSchmidt #Neolithicum #PrekeramischNeolithicum #Steentijd #Turkije

Het oudste brood

Brood bakken, met een methode die millennia oud is

Een van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.

Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.

Een andere verbetering was dat men zich eerst aanleerde dat je graan kon pletten en vermengen met melk. Warme pap maakten de bewoners al, en ze brachten die op smaak met kruiden en zaden, maar ergens rond 6600 v.Chr. zijn ze het mengsel gaan bakken. Dat weten archeologen sinds een half jaar: toen maakten ze bekend dat de mensen van Çatalhöyük iets bakten van tarwe en/of gerst, waar ze blijkbaar erwtenzaad doorheen deden als smaakmaker. Aanwijzingen voor het gebruik van gist zijn er niet, maar ook ongedesemd brood is brood. En de opgravers van Çatalhöyük waren maar wat trots dat ze het oudste brood ter wereld in handen hadden – ouder dan het oudste gerstebrood uit Egypte.

Dat Çatalhöyükse brood leek nog niet op het onze. Het had meer van een pannenkoek, vervaardigd door het deeg te leggen op een hete steen (zie de foto hierboven). Zo ontstond iets dat leek op het brood dat in het Arabisch markouk wordt genoemd. Er zijn ook andere namen. In Libanon heb ik het weleens horen aanduiden als pain phénicien, want Libanezen zijn helemaal niet nationalistisch.

Later ontstonden echte broodovens en begon men ook gist toe te voegen. (Ik heb geen zin om uit te zoeken wanneer dit precies is gebeurd.) De hoge broodvormen die we kennen uit Pompeii, tonen dat er gist moet zijn gebruikt. Bij het gisten komt alcohol vrij, dat echter door de hitte verdampt, en dat is maar goed ook, want anders zou je tipsy worden van overmatige broodconsumptie. De islamitische geleerde Abu Roham heeft verklaard dat als brood halal is, ook kaasfondue halal moet zijn.

Enfin. Als dit blogje online gaat is het ochtend en zit u te ontbijten met een boterhammetje. Geniet ervan. Brood is een van de voedzaamste levensmiddelen die we hebben. En als u zelf aan de gang wil, is er het Historisch Bakboek Brood van Eet!Verleden.

#AbuRoham #alcohol #Çatalhöyük #bakker #brood #EetVerleden #gist #landbouw #Neolithicum #talisman