MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Wie dit instrument wil toepassen, moet goed weten wat hij aan het doen is. Een tweede, veel lastiger voorbeeld is Tacitus’ verslag van de slag in het Teutoburgerwoud. Bij elke zin moet je bedenken: wat vond Tacitus in zijn bron en wat heeft hij ermee gedaan? Tacitus las bijvoorbeeld in zijn bron dat de Romeinse nederlaag had plaatsgevonden in een saltus Teutoburgiensis. Dat “saltus” kan van alles aanduiden dat een beetje onbewoonbaar is: woud, vlakte, moeras, engte. Tacitus meent dat het gaat om een woud en gebruikt dan ook weleens een synoniem, silva, dat uitsluitend kan slaan op bossen en ander geboomte. Alleen: van een andere antieke auteur, Florus, weten we dat de nederlaag plaatsvond op een drassige vlakte. Tacitus geeft dus, ten opzichte van een verloren bron, een interpretatie die elimineerbaar is (en misleidend).

Dit stripverhaal is geloofwaardiger dan Tacitus.

Iets specifieker: Tacitus’ silva is elimineerbaar ten opzichte van het saltus dat hij aantrof in zijn bron (de Geschiedenis van de Germaanse Oorlogen van Plinius de Oudere). Al in de negentiende eeuw werd dit probleem geconstateerd maar omdat Tacitus gold als een betere auteur dan Florus, is men toch op zoek gegaan naar een woud waar het Romeinse leger ten onder ging. Toen de archeologen het slagveld identificeerden – inderdaad: een engte langs een moeras – waren ze verbaasd dat uit pollenonderzoek bleek dat het in de Oudheid een open landschap was geweest.

Derde voorbeeld: de overgave Vercingetorix, de Gallische leider die met zijn leger bij Alesia was afgesneden van de buitenwereld, er niet in slaagde uit te breken en niet door de Galliërs kon worden ontzet. Het zijn spannende hoofdstukken uit Caesars Gallische Oorlog, maar het einde is vermoedelijk niet waar: dat de officieren van Vercingetorix’ leger hem aan de Romeinen uitleverden. We hebben namelijk een andere bron: Cassius Dio, die omstreeks 230 na Chr. een overzicht van de Romeinse geschiedenis publiceerde en beweert dat de Galliër tot het laatst zijn lot meester was: hij diende zich onaangekondigd bij het Romeinse kamp aan. Caesar wist niet van de komst van zijn tegenstander – boomlang en in een imposante wapenrusting, volgens Dio – en schonk hem geen genade: Vercingetorix werd in de boeien geslagen.

Omdat Dio in zijn beschrijving van het beleg van Alesia Caesars eigen verslag volgt, zou je concluderen dat deze informatie elimineerbaar is. Maar zo simpel is het niet. Dio kende namelijk meer bronnen over Caesars campagnes in Gallië en wijkt regelmatig af van wat de Romeinse generaal schrijft. Waar we kunnen controleren wie er gelijk heeft, Caesar of Dio, blijkt deze laatste vaak goed te hebben herkend waar Caesar overdrijft en dan terecht een andere bron te kiezen.

Wie heeft gelijk, Caesar of Dio? Er is een verschil: terwijl we niet kunnen bedenken waarom Dio’s bron een Vercingetorix zou presenteren die onverwacht opduikt terwijl hij in feite is overgeleverd, kunnen we wél bedenken waarom Caesar een uitlevering zou verzinnen terwijl zijn tegenstander in feite zelf het initiatief nam tot capitulatie. Caesar liet zich namelijk graag voorstaan op de clementie waarmee hij verslagen vijanden bejegende. Dat hij die niet had betoond aan de Gallische generaal, paste niet in dat beeld en diende dus te worden onderdrukt. De volkomenheid van de Gallische nederlaag werd beter geïllustreerd door de stamhoofden zelf Vercingetorix te laten uitleveren.

Dat je Dio’s informatie niet zomaar mag elimineren, ontdek je alleen als je weet dat hij meer bronnen gebruikte dan Caesars eigen verslag. De oudheidkundige die dit instrument toepast, moet de betreffende bronnen volledig kennen – en eerlijk is eerlijk: dit gaat weleens verkeerd.

#Alesia #antiekeGeschiedschrijving #Babylon #bloedOverDeKinderen #eliminatie #HangendeTuinenVanBabylon #JezusVanNazaret #JuliusCaesar #Matteüs #PubliusCorneliusTacitus #slagInHetTeutoburgerwoud #Vercingetorix

De beproeving in de woestijn (2)

De “high place of worship” in Petra

In het vorige stukje presenteerde ik de twee uitwerkingen die Matteüs en Lukas gaven van het simpele zinnetje in Marcus, die had geschreven dat Jezus door de Satan op de proef werd gesteld in de woestijn. De uitwerkingen tonen allebei een gesprek dat bijna lijkt op een spelletje: de duivel daagt Jezus drie keer uit, Jezus geeft lik op stuk met een citaat uit Deuteronomium.

Challenge and riposte

Dit soort gesprekken staat bekend als challenge and riposte. We kennen het goed uit de oude wereld, waarin iemands eer belangrijk was. Dat was iets heel concreets. Een mens had recht op een bepaalde hoeveelheid respect, dat hij in bepaalde situaties kon verliezen. (“Respect” is dus anders dan bij ons, waarin respect iets is dat je verwerft.) Een voorbeeld dat u morgen mooi kunt citeren is het gesprek tussen Julius Caesar en een ziener, die hem had gewaarschuwd op zijn hoede te zijn voor de vijftiende maart. Op die vijftiende maart sneerde Caesar “Nou, die vijftiende maart van je is mooi aangebroken.” Dit is de uitdaging (challenge) van de eer van de ziener. Die is niet uit het veld geslagen: de riposte is “Gekomen maar niet voorbij”. Eer hersteld. De rest is geschiedenis.

Twee volgordes

De twee evangelisten hebben dezelfde stof, afkomstig uit de Q-bron met uitspraken van Jezus. Dat de duivel Jezus drie keer uitdaagt, is normaal in een samenleving waarin vrijwel alle informatie in verhaalvorm werd overgedragen: alles gebeurt drie keer. De volgorde waarin de twee evangelisten de stof presenteren, is echter anders. Bij Matteüs is het woestijn-tempel-berg: toon dat je je kunt voeden, toon dat engelen je redden, accepteer de macht. Bij Lukas is de volgorde woestijn-berg-tempel.

Welke vorm de oorspronkelijke is, valt hier feitelijk niet uit te maken, al nemen onderzoekers aan dat Matteüs meestal letterlijk citeert en dat Lukas de structuur van Q beter volgt. Als Lukas’ volgorde inderdaad de juiste is, is er een opbouw: eerst het dagelijks brood, dan de aardse heerschappij en tot slot bovennatuurlijke macht, waarbij de tempel een ereplaats krijgt aan het einde van de climax. Matteüs kiest voor een andere opbouw: de plekken worden steeds hoger en de ultieme riposte is “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem”, een variant op het joodse gebed dat bekendstaat als Sjema.

En verder

Dan nog wat andere punten. Matteüs presenteert het alsof de geest van God Jezus naar de woestijn brengt, alsof het in feite God is die Jezus op de proef gaat stellen. Voor Lukas is dit maar moeilijk omdat het afbreuk doet aan Jezus’ eigen regie. Hij laat Jezus dus vervuld zijn door de geest, waarmee het allemaal wat minder scherp is.

Het verhaal is verder gebaseerd op dat van Abraham, die volgens Jubileeën 17.17 ook drie keer werd verleid: met honger, met heerschappij en met de onmogelijkheid kinderen te krijgen. Er zijn parallellen met messiaanse voorlopers als Mozes en Elia, die ook de woestijn introkken en vastten. Het aantal van veertig dagen verwijst naar de Zondvloed, waarin alles wat slecht was verdween en het goede uiteindelijk overleefde.

De verering van de duivel op de top van een berg is een nauwelijks te missen verwijzen naar de high places of worship die in de hele Levant bestonden. Zou ik eigenlijk ook eens over moeten bloggen.

De beproeving in de woestijn; tegeltje uit het Ottomaanse Bardo-paleis in Algiers

De heerser van deze wereld

En tot slot: de duivel – op zich een interessant figuur, maar daarover later nog eens – kan Jezus de macht geven over alle koninkrijken op aarde. Dit is een belangrijk thema, dat we ook elders vinden. In het Johannes-evangelie vat Jezus zijn taak op aarde samen: “nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden” (12.31). In feite betekent dit beeld dat mensen zich niet moeten richten op deze gevallen wereld, die al sinds het begin der tijden niet in orde is, en dat ze zich moeten richten op het eeuwige en onaantastbare. Plato zou het hebben begrepen. Maar of keizer Tiberius er evenveel begrip voor zou hebben gehad dat de aardse heerschappij gold als duivelsgeschenk, dat staat te bezien.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#beproeving #challengeAndRiposte #dagelijksBrood #duivel #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #highPlaceOfWorship #JezusVanNazaret #JohannesDeEvangelist #Jubileeën #Lukas #Matteüs #NieuweTestament #QBron

De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Eerst even het Bijbelcitaat waar het om te doen is: Matteüs 25, een toespraak waarin de evangelist het heeft over de wereld die zal komen. De scène is het Laatste Oordeel – hoe leg je dát uit aan kinderen? – en de Mensenzoon beloont de rechtvaardige mensen. Hij zegt:

Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. (Matteüs 25.34-36; Nieuwe Bijbelvertaling)

De rechtvaardige mensen blijken het zó vanzelfsprekend te hebben gevonden, dat ze zich niet eens herinneren dat ze dit hebben gedaan. Dat past goed bij de antieke opvatting dat de goden – of, in een joodse context: de engelen – weleens op aarde rondwandelden om te zien hoe de mensen zich gedroegen. “Sommigen hebben zonder het te weten engelen ontvangen”, zoals de auteur van de Brief aan de Hebreeën het formuleert. Uit de Grieks-Romeinse wereld kunt u het verhaal van Filemon en Baukis toevoegen: twee oude mensen die Hermes en Zeus verwelkomen.

Het idee van concrete zorg voor degenen die het minder hebben getroffen, kwam niet uit de lucht vallen. In de zesde eeuw v.Chr. definieerde Ezechiël rechtvaardigheid al als je houden aan de geboden van de Wet van Mozes, waaraan hij het delen van je brood en het verstrekken van kleding toevoegt (Ezechiël 18.7). Een eeuw later geeft de auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja hetzelfde advies en hij voegt toe dat je ook arme mensen in je huis kunt opnemen (Jesaja 58.7). Weer iets later vermeldt de auteur van de hellenistische tekst Tobit het uitdelen van voedsel en kleren (Tobit 4.16) terwijl zijn tijdgenoot Jezus Sirach vrijgevigheid, grafgiften en ziekenbezoek adviseert (Sirach 7.32-35). Hij voegt toe: klaag met degenen die klagen. Wij zouden het empathie noemen. Overigens zijn het bij Sirach nogal utilitaire deugden, want hij wijst erop dat je je zo populair maakt.

Weer een andere parallel vinden we in de al genoemde Brief aan de Hebreeën 13.3, die ook licht werpt op de martelingen in de Romeinse gevangenissen.

Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangenzat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.

Kortom, nieuw is het idee van de werken van barmhartigheid niet. Matteüs noemt er zes: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken. Voor die dorstigen zie ik zo snel geen parallel. De middeleeuwse kerk heeft een extra advies toegevoegd, namelijk het begraven van de doden. Daarmee kwam het aantal werken van barmhartigheid op zeven. En nogmaals: zoals het verhaal van Filemon en Baukis toont, is dit alles niet specifiek voor de joods-christelijke traditie.

Er is echter wel een stevig verschil tussen de adviezen uit Ezechiël, Jesaja, Tobit en Sirach enerzijds en Matteüs 25 anderzijds: de verwachting van de Eindtijd. Bij het eerste viertal is er geen sprake van een Laatste Oordeel, terwijl dat bij Matteüs de crux is. Daarmee is het, geloof ik, overigens niet heel erg anders dan diverse Dode-Zee-rollen en de Henochitische literatuur.

En een ander punt: als Filemon en Baukis twee vreemdelingen herbergen, laven en spijzen, doen ze dat om de doodeenvoudige reden dat het zo hoort. In de joodse wereld, waar ook de auteur van het Matteüs-evangelie bij hoort, ligt dat iets anders: een Jood behoort tot het uitverkoren volk en reageert op die genade door zich te houden aan de Wet. Je kunt het beschouwen als een vorm van noblesse oblige.

In elk geval: de Werken van Barmhartigheid behoren tot de joods-christelijke traditie en het staat de Sint-Baafs-kathedraal vrij het christendom hiermee te typeren. Maar ik hecht eraan op te merken dat het bepaald niet specifiek is voor het christendom.

[Een overzicht van deze reeks is hier.]

#EvangelieVanMatteüs #FilemonEnBaukis #LamGods #Matteüs #NieuweTestament #verzoeningTheologie_ #werkenVanBarmhartigheid

De Bergrede (12): De andere wang

Sint-Nikolaas in actie als ketterpletter: hij slaat op de linkerwang.

De Bergrede, dat is toch een verdraaid aardige tekst. Ik schreef er al elf keer over. Even samenvatten: de redevoering is door de auteur van het Matteüs-evangelie samengesteld uit uitspraken uit de bron Q. Verder is de tekst geschreven tegen een achtergrond van lokale vervolgingen, in de tijd waarin keizer Domitianus de verhouding tussen joden en christenen op scherp zette. De Bergrede begint met de Zaligsprekingen – overigens een prachtvoorbeeld van het attentum facere dat de klassieke redenaars adviseren – en gaat dan over op de behandeling van een reeks halachische kwesties die qua vorm doet denken aan 4QMMT.

De strekking is vaak een radicalisering: wees volmaakt zoals God volmaakt is, want jullie zijn het licht van de wereld en het zout der aarde. Voorbeelden van deze radicaliseringen zijn smaad en overspel. Dat dit niet het oordeel is van Matteüs maar van Jezus zelf, is alleszins goed denkbaar, want bijvoorbeeld het advies geen eden af te leggen is meervoudig geattesteerd.

De canon

Ook het gebruik van een canon die lijkt af te wijken van wat later gangbaar is geworden, suggereert dat althans sommige uitspraken zijn opgetekend vóór de standaardcanon van de joodse Bijbel ontstond. Dat zien we ook in Matteüs 5.43.

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.”

De NBV21 verwijst hier behulpzaam naar Leviticus 19.18:

Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf.

Daar staat dus niets over het haten van vijanden en voor zover ik weet staat dat ook nergens in de joodse Bijbel. Dat wil niet zeggen dat het advies in de joodse religieuze literatuur ontbreekt. Buiten de latere canon valt wel wat te vinden. De Gemeenschapsregel adviseert verstandige mensen in de Eindtijd (1QS ix.21-22)

de mannen van het verderf eeuwig te haten. Laat hun hun bezit en laat hun het profijt van hun handel, zoals een slaaf zijn mening over zijn meester en een onderdrukte zijn mening over de onderdrukker voor zich houdt.

Hierop volgen nog wat andere adviezen om onrecht te aanvaarden omdat de dag van de wraak toch wel komt. De vergeldingsgedachte dus.

Vergelding

Dit werpt een grimmig licht op een andere passage uit de Bergrede, die meteen aan het hierboven geciteerde voorafgaat.

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” Dit zeg ik daarover: verzet je niet tegen wie kwaad doet, maar keer degene die je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe.

De meeste mensen zijn rechtshandig en kunnen alleen met hun linkerhand of met omgekeerde hand iemand op de rechterwang slaan. Het is dus een vrij krachteloze pets. Degene die de andere wang toekeert, vraagt niet alleen om een tweede maar  ook om een hardere klap. Ook in de volgende regels laat iemand zichzelf extra schade toebrengen.

Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.

Dit laatste verwijst vermoedelijk naar de praktijk dat een Romeinse officier iemand bij wijze van corvée een lading konden laten dragen (zoals Simon van Kyrene Jezus’ kruis moest dragen).

Een bovenmenselijk moeilijk advies

De strekking van de drie voorbeelden lijkt te zijn dat degenen die zich laten slaan, zich geheel uitkleden en voor een soldaat een last torst, het onrecht explicieter toont. Als de parallel met de Gemeenschapsregel klopt, zal Gods vergelding in de Eindtijd des te harder zijn.

De Bergrede recyclet deze voorbeelden. Ze passen prima in een discours waarin de zelfbeschadiging dient om de onderdrukker een extra hak te zetten en zullen daar ook wel uit voortkomen. Jezus gebruikt ze om te tonen hoe je je vijanden lief kunt hebben. Dat is een bovenmenselijk moeilijk advies.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #EvangelieVanMatteüs #Gemeenschapsregel #Matteüs #NieuweTestament #QBron #ressentiment #vergelding

De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

De Bergrede, waarover ik al een enkele keren heb geblogd, bestaat uit pakweg vijf delen: de Zaligsprekingen, een reeks aanwijzingen, de oproep tot volmaaktheid, meer aanwijzingen (waaronder het Onze Vader), en een epiloog. De oproep tot volmaaktheid is dus ruwweg het midden van deze tekst. Matteüs 5.43-48 in de NBV21:

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Dit zeg ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen; alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Heb je vijanden lief

Dat “heb je vijanden lief” is nogal een lastig advies. Het staat haaks op het goed-antieke idee dat je je vrienden moet bevoordelen en je vijanden moet benadelen. Het staat ook haaks op de ressentimenten die bestonden bij de ontrechte onderste lagen in de oude wereld. Daar waren gedachten over vergelding nooit ver. Toch is het nu ook weer niet zo dat Jezus dit als eerste zei. Het boek Spreuken bevat bijvoorbeeld het advies je niet teveel te verheugen over de val van je vijand en niet te juichen over diens ondergang (24.17). Ook is er het advies je vijand te eten en drinken te geven (25.21). Dit laatste wordt ook in andere oosterse teksten geadviseerd en het is interessant dat sji’ieten het beschouwen als een van de heilige daden van imam Huseyn.

Desondanks is het niet het alles rozengeur en maneschijn. Juich niet zomaar om de ondergang van je vijanden, zeker. Maar: één regel verder lezen we de motivatie, namelijk dat je niet wil dat God zijn woede richt op jou. En geef je vijanden te drinken en te eten, want “dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd”. Dit is wat we ook vorige keer zagen: dat je je vijanden een extra hak kunt zetten op de dag van de vergelding.

Het liefdesgebod

Jezus’ motivatie voor hetzelfde advies is daarentegen anders: je moet het doen om even volmaakt te zijn als God, die de zon voor goede en slechte mensen laat opkomen. Hij gebruikt dus, net zoals we vorige week zagen, het bestaande joodse discours over vergelding om een ander punt te maken.

Het is een interessante vraag of het advies “heb je vijanden lief” teruggaat op de auteur die de redactie voerde over deze tekst – laten we hem maar Matteüs noemen – of op Jezus van Nazaret zelf. Er zijn wel wat passages in de andere evangeliën die dat suggereren, maar over dit liefdesgebod is discussie mogelijk. We zullen er in deze reeks over het Nieuwe Testament nog weleens op terugkomen. Punt is natuurlijk dat de erkenning dat je vijand ook een mens is, gewoon een elementaire vorm van beschaving is. Homo hominibus homo.

***

Dat was het voor vandaag. Volgende week een stukje over plaats in de herberg, want de kerst nadert. De zondag erna mijn traditionele stuk krijgsgeschiedenis-op-kerstmis. (Die rare gewoonte heeft overigens een logische verklaring.) In het nieuwe jaar meer Bergrede en Nieuw Testament.

Voor journalisten die dit lezen: probeer je eens te onthouden van de voorspelbare stukjes over dat kerstmis eigenlijk een Mithrasfeest was (nee) . Of dat de ster van Betlehem valt te identificeren met een hemelverschijnsel (ook niet). Ik ruim op deze pagina wat misverstanden op.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #EvangelieVanMatteüs #HebJeVijandenLief #liefdesgebod #Matteüs #NieuweTestament #ressentiment

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. (Marcus 1.12-13)

Voor Matteüs en Lukas was deze passage de aanleiding om een twistgesprek in te lassen. Ze citeren allebei uit de Q-bron.

Matteüs 4.1-11Lukas 4.1-13Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld.Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger.Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger.Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’De duivel zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ (Deut. 8.3)Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’Vervolgens nam de duivel hem mee naar de heilige stad en zette hem op het hoogste punt van de tempel.Hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ (Psalm 91.11-12)Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ (Deut. 6.16)De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun prachtToen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien.en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ (Deut. 6.13)Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden.’ Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om over u te waken.” En ook: “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Romeins Lyon

mei 12, 2025
Apollonios van Tyana (slot)

november 10, 2013
Herodianen

juni 25, 2023 Deel dit: #beproeving #duivel #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #JezusVanNazaret #Lukas #Marcus #Matteüs #NieuweTestament #QBron #synopsis