Hoe dateer je een rotstekening of graffito?

Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)

Een van de beroemdste blunders van de ooit onvermijdelijke egyptoloog Zahi Hawass was dat hij eens zei dat hij een koolstofdatering had gedaan van een inscriptie op een steen. Elke student weet dat zoiets niet mogelijk is. Alleen organisch materiaal ademt, alleen organisch materiaal neemt radioactieve koolstof op, alleen organisch materiaal sterft en stopt dan met koolstof opnemen, en daarom kan de mate van radioactiviteit alleen bij organisch materiaal dienen voor een datering. Hoe minder hoe ouder.

Maar als het niet met koolstof kan, hoe bepalen wetenschappers de ouderdom van inscripties, graffiti en rotstekeningen dan wel? Dit is een heel belangrijke vraag, aangezien het oudheidkundig databestand de afgelopen kwart eeuw is uitgebreid met tienduizenden Arabische graffiti. Ik overdrijf niet; u kunt ze bekijken op de website OCIANA. Die teksten kunnen kort en lang zijn, en ze vertegenwoordigen alle talen en dialecten van de Arabische taalfamilie, maar om deze schat aan informatie te kunnen benutten, moet je het materiaal kunnen dateren. Gelukkig zijn er verschillende methoden.

Relatieve datering

Om te beginnen kunnen archeologen, als er diverse tekeningen en letters zijn gekrast in een rots, kijken naar de kleur van de verwering. Het oppervlak van een rots in de woestijn is vaak wat donkerbruin, wat duidt op mangaan en ijzer – of eigenlijk: roest. Als je een kras maakt, krijg je een groef die lichter van kleur is. De verwering begint na het maken van de groef echter opnieuw, en in de loop der eeuwen wordt zo’n groef steeds donkerder, tot uiteindelijk de kleur niet meer van de omgeving is te onderscheiden. Hieruit volgt dat de inscripties die licht van kleur zijn, jonger zijn dan donkere. Anders gezegd: de mate van verwering helpt de relatieve chronologie vaststellen – we weten (min of meer) in welke volgorde de inscripties zijn vervaardigd.

Drie niveaus van verwering: het jongst is de beschadiging rechts, het oudst zijn de giraffen, en het mannetje links zit daar tussenin.

De relatieve chronologie kan vanzelfsprekend ook worden vastgesteld wanneer iemand een nieuwe graffito, rotstekening of inscriptie heeft geplaatst over een oudere. Met deze twee methoden kan de ontwikkeling van de rotskunst en de ontwikkeling van het schrift worden bepaald, en wordt een stilistische datering mogelijk. We weten bijvoorbeeld dat de oudste rotstekeningen in Libië bestonden uit afbeeldingen van heel grote wilde dieren, waar jagers opvallend klein bij stonden. Dit heet de “Periode van de Wilde Fauna”.

Een heel klein mannetje en een heel grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)

In Saoedi-Arabië gaat daaraan nog de tijd van de zogeheten “curvy women” vooraf. In beide regio’s verschijnen later afbeeldingen van vee en worden de mensen afgebeeld met afmetingen die realistischer zijn in verhouding tot de dieren. Schrift komt nog later.

Absolute datering

Uiteraard willen we niet alleen weten wat vroeger en later was. We willen de dingen koppelen aan onze eigen jaartelling: een absolute datering. Ik heb al eens verteld dat de Libische rotstekeningen zijn gedateerd aan de hand van wat is afgebeeld: het eerste vee werd in Libië gedomesticeerd rond 4000 v.Chr., het paard maakte rond 400 v.Chr. zijn opwachting en de dromedaris pas rond 200 v.Chr. Zien we dus een paard, dan is de afbeelding vervaardigd ná 400 v.Chr. In Saoedi-Arabië bestaat een soortgelijk lijstje uit de dadelpalm (3000 v.Chr.), de dromedaris rond 1100 v.Chr. en het paard omstreeks 500 v.Chr.

Op dat moment zijn er al diverse schriftsoorten, zoals het Zuid- en Noord-Arabisch en het Aramees. Het Nabatees en het klassieke Arabische schrift volgen later. In het westen zijn er de Berber-alfabetten. Ze hebben allemaal hun eigen ontwikkeling, en paleografen kunnen een tekst aan de hand daarvan enigszins dateren. De inhoud zelf helpt natuurlijk ook. Er kunnen bijvoorbeeld koningen worden genoemd die we ook van elders kennen. Nog een meevaller: al vóór de islamitische kalender begon, waren er kalenders op het Arabische Schiereiland.

Dedanitische inscripties

Tot slot zijn er laboratoriumtechnieken. De Saoedische archeologische dienst onderzoekt momenteel of de dikte van een verweringslaag iets zegt over de ouderdom, maar dat is nog experimenteel. Experimenteel is ook een methode om de micro-erosie van kwartskorreltjes in de groeven te meten en die te ijken aan de hand van gedateerde inscripties.

Kortom: in Saoedi-Arabië wordt niet alleen het databestand snel uitgebreid, maar worden ook nieuwe methoden ontwikkeld. We mogen nieuwe soorten inzicht verwachten – en gewone inzichten zijn er al volop. Een recente synthese over de geschiedenis van het Romeinse Rijk, geschreven door Greg Fisher, heette The Roman World from Romulus to Muhammad, want het is steeds duidelijker dat het ontstaan van het Kalifaat en de opkomst van de islam niet zozeer middeleeuwse geschiedenis zijn, als wel la grande finale van de Oudheid.

#absoluteDatering #ArabischSchrift #ArabischeTalen #chronologie #dromedaris #GregFisher #inscriptie #koolstofdatering #Libië #OCIANA #paard #palmboom #PeriodeVanDeWildeFauna #relatieveDatering #SaoediArabië #WadiMathendous #ZahiHawass

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

Nubië - Mainzer Beobachter

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek hun handboek anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië.

Mainzer Beobachter