Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren

Akkerbouw lijkt zo logisch maar was dat in de voor-westerse wereld allerminst. Ik wees er al op dat het landschap in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee weliswaar heel gevarieerd is maar zelden gastvrij. In een ander blogje vertelde ik dat de regens vallen op het verkeerde moment. Waar bergen zijn – en waar was dat eigenlijk niet? – is weinig ruimte voor akkerbouw. De rivier- en kustvlakten zijn doorgaans klein, als ze niet onleefbaar waren door de eeuwenlang alom aanwezige malaria. Het is logisch dat de akkerbouw doorbrak op de grote vlakte van Mesopotamië, al is dat, zoals we nog zullen zien, niet waar deze activiteit is ontstaan.

De rivieren waren namelijk bepaald niet behulpzaam voor de eerste boeren. De Eufraat en Tigris, gevoed door de in het voorjaar smeltende sneeuw van Armenië, traden namelijk buiten hun oevers op het moment waarop de gewassen ontkiemden. Dat dwong de akkerbouwers in deze regio om dammen, dijken en cisternen te bouwen. De extra inspanning gold blijkbaar als een acceptabele prijs om te betalen voor het jaarlijks afgezette laagje vruchtbare klei, de aanwezigheid van vis en de mogelijkheid van eenvoudig transport.

Maar rivieren waren wispelturig. Voor wie mocht denken dat overstromingen iets uit de diepe, diepe Oudheid zijn: tot het koninkrijk Italië in dijken en kanalen investeerde, kon de Tiber verwoestend huishouden in een stad als Rome. Onze eigen Waal kon ook levensgevaarlijk zijn. Uit mijn jeugd in Beneden-Leeuwen herinner ik me het monumentje dat de watersnood van 1855 gedacht.

Het ontstaan van de landbouw

Akkerbouw en veeteelt zijn ontstaan in het Nabije Oosten. Johan Hendriks typeert het proces elegant als hij in Dageraad (2025) schrijft dat “planten en daartoe geschikte dieren ondergeschikt werden gemaakt aan de wil van de mens”. Het omgekeerde is ook waar: het graan en het vee hebben de mens gedomesticeerd, want die moest zijn leven aanpassen aan de eisen van de landbouw.

En de boer, hij ploegde voort (Louvre, Parijs)

De beroemde archeoloog Gordon Childe meende dat de landbouw vrij snel was ontstaan en introduceerde daarvoor de term “Neolithische Revolutie”, maar het Iraq-Jarmo-project toonde aan dat akkerbouw, veeteelt, vaste woonplaatsen en keramiek zijn ontstaan in de loop van enkele millennia. Het ging bovendien niet overal op dezelfde manier. In het Nabije Oosten zijn vier fases te onderscheiden, die samen bekendstaan als PPN, het Pre-Pottery Neolithic, en zijn gedocumenteerd op diverse plekken.

  • Vanaf 12.500 v.Chr.: Zwervende groepen in de Zagros en Taurus beginnen graanhalmen te verzamelen en op wrijfstenen te bewerken (oudste voorbeeld: Ohala in Israël, 19.000 v.Chr.)
  • 9700-8500 v.Chr.: beginnende teelt van emmertarwe in de Levant, eenkoorn in de Taurus en gerst in de Zagros; opslag; tijdelijke hutten
  • 8500-6800 v.Chr.: feitelijke domesticatie van graan en vee; permanente hutten; ontstaan privébezit (?); grotere nederzettingen
  • 6800-6200 v.Chr.: beter aardewerk; verspreiding van de nieuwe levenswijze door middel van migratie

Anders gezegd: in het Nabije Oosten werden jagers/verzamelaars eerst sedentair en vervolgens boer. Elders verliep het anders. In Egypte werd men eerst akkerbouwer en pas daarna sedentair (“a-sedentaire landbouw” in jargon). In alle gevallen waren de gevolgen ingrijpend. Het privébezit ontstond, en vervolgens zijn er aanwijzingen voor exploitatie, strijd, machtsuitoefening en oorlog. Dat laatste blijkt niet alleen uit verminkte skeletten maar ook uit het ontstaan van (archeologisch goed herkenbare) nederzettingen met stadsmuren.

De verspreiding van de akkerbouw

Verspreiding

Toen de akkerbouw er eenmaal was, begon ze zich te verspreiden. Eerst naar Mesopotamië waar, zoals gezegd, de garantie van een jaarlijks laagje vruchtbare klei en de aanwezigheid van vis en transportmogelijkheden de extra werkzaamheden royaal compenseerden. In Griekenland, met zijn kleine vlaktes en dito bergbeekjes, was het zoet water een probleem. De mythe van de Danaïden, die eindeloos water sleepten, is illustratief. Egypte was een laatkomer, maar had het daarna goed getroffen met de Nijl, die de vruchtbare kleilaag tenminste afzette op het juiste moment.

Rond het midden van het zevende millennium v.Chr. had de nieuwe levenswijze de Balkan bereikt en rond 5000 v.Chr. stonden er al boerderijen aan de Oceaankust. In onze contreien namen de mensen van de Swifterbantcultuur, die leefden benoorden de grote rivieren, rond 4500 v.Chr. de landbouw over van de mensen van de Bandkeramiek, die leefden in Limburg. Rond 3500 v.Chr. waren er ook landbouwers op de Britse eilanden.

Maar zoals gezegd: de boeren pasten hun levenswijze aan aan de cyclus van de landbouw en de eisen van hun vee. Weliswaar konden landbouwers meer monden voeden, het leven was moeilijker. Het is geen toeval dat elke agrarische samenlevingen utopieën kent over een Land van Cocagne waar de gebraden duiven je in de mond vliegen. Daarover meer in een volgend blogje.

[Een overzicht van de blogjes in deze reeks groeit hier.]

#akkerbouw #Bandkeramiek #Danaïden #eersteLandbouwers #GordonChilde #graan #IraqJarmoProject #JohanHendriks #landbouw #MiddellandseZee #NabijeOosten #NeolithischeRevolutie #neolithisering #Ohala #PrekeramischNeolithicum #Swifterbantcultuur #Taurus #veeteelt #voorWesterseGeschiedenis #Zagros

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Achter deze jargonterm gaat een belangrijk inzicht schuil. Aanvankelijk dachten prehistorici dat het Neolithicum begon met drie samenhangende uitvindingen: landbouw, sedentair leven en aardewerk. Later bleek die samenhang niet zó noodzakelijk: zo waren in Egypte de eerste landbouwers niet sedentair – boeren zonder boerderijen. Elders in de Levant, zoals in Jericho, documenteerden allerlei opgravingen landbouw zonder aardewerk: een Prekeramisch Neolithicum dus. De tijd van neolithisering (om er nog eens een andere jargonterm tegenaan te gooien) duurde vanaf pakweg 9.700 v.Chr., het einde van de laatste ijstijd, tot een klimaatcrisis ongeveer 6300 v.Chr. Geologen noemen deze periode het Greenlandiaan – ik schreef er al eens over.

Ain Ghazal

Ain Ghazal

Dankzij betere dateringsmethoden kunnen archeologen inmiddels allerlei subfasen onderscheiden. Die hebben fantasierijke namen als Midden-Prekeramisch Neolithicum B. In die tijd, tussen 7200 en 6600 v.Chr., ontstond ook Ain Ghazal, waar men dus al deed aan akkerbouw. Ten tijde van de klimaatcrisis was de nederzetting uitgegroeid tot een stadje van ruim 2000 inwoners.

Door de klimaatomslag en uitputting van de bodem raakt Ain Ghazal echter in verval, zodat men, ongeveer tegelijk met de introductie van het aardewerk, overschakelde op veeteelt. De plek werd zo rond 5200 v.Chr. eigenlijk alleen nog bezocht door nomaden. Het stadje had twee millennia bestaan.

Oeroude sculptuur

In de jaren tachtig zijn in Ain Ghazal in twee putten een stuk of dertig standbeelden gevonden, waarvoor ik zo snel geen parallellen ken. Ze dateren uit het millennium tussen 7200 en 6200 v.Chr., zijn ongeveer half zo groot als echte mensen en zijn nogal plat – ik denk zo’n tien tot vijftien centimeter dik. Het zijn mannen en vrouwen, en eigenlijk zijn alleen de gezichten een beetje gedetailleerd weergegeven. Met bitumen zijn de ogen getekend; bovenop lijken deze beelden een pruik te hebben gedragen.

Een van de beelden uit Ain Ghazal (Louvre, Parijs)

De beelden zijn gevormd door eerst een skelet te maken van riet en dat vervolgens met gips te bestrijken. Deze methode is niet heel gangbaar, want het resultaat is een beeld dat weliswaar waterafstotend is maar erg kwetsbaar. Vermoedelijk zijn de beelden dan ook niet gemaakt om te worden opgericht, maar om meteen te worden begraven. Zoiets heet een depositie.

Waarom deed men zoiets? Wie een stuk of wat beelden vervaardigt en begraaft, zal daar redenen voor hebben die we – de Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie – gemakshalve maar religieus zullen noemen. Dat moet iets eenmaligs zijn geweest, want anders vonden archeologen wel meer putten waarin dit soort beelden waren bijgezet.

Vragen te over

Twee eeuwen later werd het ritueel herhaald. Wat ik niet snap, is hoe de bewoners van Ain Ghazal zich hebben herinnerd wat men zeven, acht generaties eerder had gedaan. Waren er depositie-specialisten die wisten hoe zo’n beeldenput moest worden gemaakt, en deden ze dat vaker? Waar zijn dan de andere putten? Of gaf men mondeling door hoe het moest en realiseerde men zich na twee eeuwen dat het moment was aangebroken om het oude ritueel te herhalen? Of kloppen de dateringen niet en zijn de twee putten ruwweg gelijktijdig, binnen één generatie?

Tweehoofdig beeld uit Ain Ghazal (Jordan Museum, Amman)

En dan is er nog iets. De meeste beelden tonen het hele lichaam, maar er zijn ook losse hoofden gevonden. Zoals gezegd: het deel van het lichaam dat het meest was uitgewerkt. Het is echter ook het deel van het lichaam dat de bewoners van Ain Ghazal bij een uitvaart nogal eens los sneden en apart begroeven. Dit gebruik kennen we ook uit andere plaatsen, zoals Jericho. Het hoofd had – en heel onbegrijpelijk is dat niet – blijkbaar een speciale status. Is er een verband met de beelden die twee hoofden hebben? Ook die heb ik elders gezien, overigens. Informed guess: dit kan te maken hebben met de verering van voorouders. Maar het blijft een gok.

Tot slot: de gipssculptuur uit Ain Ghazal golden als de oudst bekende standbeelden, tot in Sanli Urfa dat wonderlijke stenen beeld van een masturberende man opdook.

[Dit was het 489e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#aardewerk #AinGhazal #akkerbouw #Amman #depositie #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Jordanië #neolithisering #PrekeramischNeolithicum #sculptuur #veeteelt

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

Nubië - Mainzer Beobachter

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek hun handboek anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië.

Mainzer Beobachter