De moord op Julius Caesar (3): het wachten

Maquette van theater en porticus van Pompeius, met middenin de zuilengang tegenover het theater de vergaderzaal waar Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één complot, maar zullen er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte, en dat deze er slapeloze nachten van had.

Porcia en Brutus

Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

Brutus’ echtgenote was niet de eerste de beste. Porcia was een dochter van Cato de Jongere en was de weduwe van Marcus Calpurnius Bibulus, Caesars mede-consul en tegenstander in 59 v.Chr. Het was alleen maar logisch dat Brutus zijn echtgenote in vertrouwen nam. Ploutarchos vertelt nog dat Porcia een onverschrokken vrouw was, die met zelfverminking zou hebben bewezen bestand te zijn tegen marteling. We mogen bij die informatie wel wat vraagtekens plaatsen. Zelfverwonding is in elk geval een raar bewijs van moed.

De groep rond Cassius

In elk geval weten we dat Brutus die ochtend, met medeweten van zijn echtgenote, op pad ging.

De anderen verzamelden zich bij Cassius en begeleidden diens zoon, die de zogeheten mannentoga zou aannemen, naar het Forum. Daarvandaan begaven allen zich naar de zuilengang van het theater van Pompeius en wachtten daar op Caesar, die elk ogenblik naar de Senaat kon komen.noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

De samenzweerders wachtten in een complex dat bestond uit het theater van Pompeius, met daarvoor een tuin die was omgeven door zuilengangen. Zie het plaatje hierboven. Aan het einde daarvan waren diverse zalen, waaronder een vergaderzaal die Pompeius had ingericht. Het eigenlijke Senaatsgebouw was een paar jaar eerder afgebrand en het nieuwe gebouw, dat u nog steeds kunt zien op het Forum Romanum, was in 44 nog in aanbouw. Dus vergaderde de Senaat in Pompeius’ vergaderzaal. Die lag bovendien buiten de gewijde stadsgrens, waar militaire aangelegenheden, die niet binnen de stad besproken mochten worden, aan de orde konden worden gesteld. En zoals bekend was Caesar bezig met de planning van een veldtocht tegen de Parthen.

In deze tuin wachtten de senatoren dus op de dictator. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die lang na de gebeurtenissen schrijft maar goede bronnen heeft geraadpleegd, weet te noemen dat de samenzweerders een Plan-B hadden. Terwijl zij wachtten in de zuilengangen rond de tuin, verzamelde een groep gladiatoren zich in het theater. Mocht de moord op één man leiden tot grootschaliger bloedvergieten, dan was er gewapende steun.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.16.. Ook de Romeinse auteur Velleius Paterculus weet van deze gladiatoren.

De tijd verstreek en omdat Caesar almaar niet verscheen, begonnen de bedienden alvast met opruimen. De vergulde troon waarop de voorzitter van een Senaatsvergadering zitting nam, werd dus alvast weggebracht naar de opslagruimte. Het voorval is onthouden omdat het later kwam te gelden als voorteken.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.17. Ondertussen wachtten de senatoren.

Iemand die wist wat er stond te gebeuren zou het meest verbaasd zijn geweest over de onverstoorbaarheid en kalmte van de mannen tegenover het gevaar. Als praetoren waren ze genoodzaakt met veel personen zaken te behandelen, en ze luisterden niet alleen vriendelijk naar degenen die met een verzoek kwamen of een geschil hadden, alsof ze alle tijd hadden, maar deden ook in alle gevallen zorgvuldig en weloverwogen uitspraak. En toen iemand die zich niet aan een uitspraak wilde onderwerpen luidkeels een beroep deed op Caesar en hem tot getuige riep, zei Brutus met een blik naar de aanwezigen: “Caesar belet mij niet volgens de wetten te handelen, en hij zal dat ook niet doen.”noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

Porcia

Brutus bleef onverschrokken toen iemand aan kwam rennen met een persoonlijk bericht: zijn echtgenote was er slecht aan toe.

Porcia was namelijk buiten zichzelf om wat te gebeuren stond en niet in staat de druk van haar bezorgdheid te verdragen. Ze had de grootste moeite om binnen te blijven en rende bij elk rumoer en geschreeuw als een extatische bacchante naar buiten. Aan iedereen die van het Forum kwam vroeg ze hoe het met Brutus was en ze stuurde de een na de ander daarheen. Ten slotte, toen het steeds langer duurde, kon ze de situatie fysiek niet meer aan en begaven haar krachten het door alle opwinding en radeloosheid.

Voordat ze naar haar kamer kon gaan beving haar ter plaatse, terwijl ze tussen haar dienaressen zat, een flauwte en een zware verdoving, ze werd doodsbleek en kon geen woord meer uitbrengen. Haar dienaressen jammerden bij de aanblik, de buren snelden toe en al snel ontstond en verspreidde zich het gerucht dat ze dood was. Na korte tijd kwam ze echter bij en werd ze door de vrouwen verzorgd.

Brutus was door het overrompelende nieuws natuurlijk hevig ontdaan, maar hij bleef het algemeen belang vooropstellen en liet zijn aandacht door het ongeluk niet afdwalen naar eigen aangelegenheden.noot Ploutarchos, Brutus 15; vert. Hetty van Rooijen.

En zo bleef men wachten. We mogen aannemen dat ieder zijn eigen gedachten had.

Wordt om 11:00 vervolgd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #CatoDeJongere #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #Ploutarchos #Porcia #praetor #Suetonius

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Zo waren vele senatoren: eigenlijk tegen Caesar, maar vooral vóór de eigen loopbaan. Cicero was ook zo iemand. Deze mannen waren die tijdens de Tweede Burgeroorlog tegen Caesar geweest, hadden begrepen dat ze die oorlog hadden verloren en hadden zich geschikt in de nieuwe situatie. Omdat Caesar het imperium wilde besturen en senatoren wilden profiteren van bestuursfuncties, vielen de belangen samen. Deze senatoren zullen ontevreden zijn geweest, maar zullen ook hebben gedacht dat Caesar, net als Sulla voor hem, niet eeuwig dictator zou zijn. In de eerste weken van 44 v.Chr. bleek dat dat een misrekening was geweest: Caesar koos immers wél voor de permanente dictatuur.

Samenzwering twee: Trebonius

We weten ook dat in de zomer van 45 v.Chr. een trouwe aanhanger van Caesar, Gaius Trebonius, de tijdelijk in ongenade gevallen Marcus Antonius had gepolst. Deze had geweigerd mee te doen maar had ook geweigerd het aan Caesar te rapporteren. Wie Trebonius nog meer wist te werven, is onbekend, maar Decimus Junius Brutus is een plausibele gok: hij en Trebonius hadden samen Marseille belegerd en waren in de zomer van 45 v.Chr. allebei in Gallië. In elk geval: er was onder Caesars eigen partijgangers een netwerk waar men sprak over een aanslag.

Vermoedelijk waren deze senatoren ontevreden met de situatie, maar ze kwamen niet in actie. Ze zouden immers niet gelden als bevrijders of tirannenmoordenaars, maar als verraders van de leider van hun eigen factie. Ik stel me voor dat ook zij zichzelf voorhielden dat de weinig ideale situatie niet eeuwig zou duren en dat het een kwestie was van afwachten tot Caesar zijn ambt zou neerleggen. Ook deze groep zal geschokt hebben gereageerd toen Caesar liet merken dat de permanente dictatuur zijn oplossing was voor het constitutionele probleem en dat hij naar het Parthische front zou vertrekken.

Brutus

Wie ik tot nu toe niet noemde, was de misschien wel bekendste samenzweerder: Marcus Junius Brutus. Zijn vader was in opdracht van Pompeius uit de weg geruimd, maar dat had hem niet belet in de Tweede Burgeroorlog partij te kiezen tegen Caesar.

Brutus achtte het zijn plicht het algemeen belang boven zijn persoonlijke gevoelens te stellen, en omdat hij geloofde dat Pompeius een beter motief voor de oorlog had dan Caesar sloot hij zich bij hem aan. Toch had hij voor die tijd zelfs niet tegen Pompeius gesproken wanneer hij hem tegenkwam, omdat het hem een gruwelijke misdaad leek te spreken met de moordenaar van zijn vader.noot Ploutarchos, Brutus 6; vert. Hetty van Rooijen.

De bronnen

Over de rol van Brutus is heel erg veel bekend omdat Ploutarchos een biografie aan hem heeft gewijd. Daarin is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de wijze waarop Brutus betrokken raakte bij het complot. En die beschrijving is vrijwel zeker heel betrouwbaar.

Ze gaat namelijk terug op twee eerdere bronnen. De eerste is geschreven door een huisgenoot van Brutus, een zekere Empylos, die een tekst had geschreven over de moord op Caesar. Ploutarchos typeert deze bron als kort maar voortreffelijk. De tweede bron van Ploutarchos’ Brutus is een biografie, geschreven door Brutus’ stiefzoon Lucius Calpurnius Bibulus. Dit was de zoon van de Bibulus die in 59 v.Chr. met Julius Caesar consul was geweest en die in de Tweede Burgeroorlog de vloot van de Senaat had gecommandeerd. Na de dood van Bibulus Senior – ik blogde er over – was zijn echtgenote Porcia getrouwd met Brutus.

Bibulus Junior schreef dus Ploutarchos’ tweede bron. Hij en Empylos hadden redenen de gebiografeerde in een gunstig daglicht te plaatsen, wat misschien niet pleit voor hun objectiviteit. Ze hadden echter ook gewoond in zijn huis en wisten wat hem bewoog toen Brutus inging op Cassius’ uitnodiging. De twee auteurs waren bevooroordeeld, zeker, maar kenden de feiten zoals weinig anderen.

Voor ik dit stukje afrond nog even een woord over Porcia: ze was de dochter van Cato de Jongere, de man die in Utica zelfmoord had gepleegd. Ook Porcia was betrokken bij de samenzwering. Ze zou het hard voor haar kiezen krijgen op de beruchte vijftiende maart 44 v.Chr.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CatoDeJongere #DecimusJuniusBrutus #dictator #Empylos #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusBibulus #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia

Gaius Julius Caesar (1): consul

Vroeg portret van Julius Caesar (Museum van Korinthe)

In de donderdagse reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stukje dat ik vreesde: Julius Caesar. Over hem – of beter: over de door hem ontketende Tweede Burgeroorlog – heb ik het immers al zo vaak in mijn reeks #RealTimeCaesar. En over zijn Gallische Oorlog heb ik het ook al vaker gehad, zoals hier en hier en hier en hier en daar. Maar vandaag dan toch: wat ging vooraf aan de Gallische Oorlog en de Tweede Burgeroorlog?

De opkomst van Julius Caesar

Caesar werd een bekende Romein in het jaar 69 v.Chr., toen zijn tante Julia overleed, de weduwe van Gaius Marius. Het jaar daarvoor hadden Pompeius en Crassus de rechten van de door Sulla gekortwiekte Volksvergadering hersteld. Daarover blogde ik al eens. In zijn grafrede bracht Caesar de aanwezigen Marius’ verdiensten in herinnering. Zo verwierf Caesar, die al een reputatie had als oorlogsheld, vrij eenvoudig een eigen achterban. Het betekende ook dat hij voor zijn verdere politieke loopbaan veroordeeld was tot een bestaan als popularis.

En hij werd almaar populairder. In 65 organiseerde indrukwekkende spelen, werd gekozen in 63 tot opperpriester, bepleitte steeds opnieuw de zaken van het stedelijke proletariaat, en kreeg daardoor in de Volksvergadering alles gedaan. Zijn schulden waren echter astronomisch en brachten hem in de sfeer van de schatrijke maar weinig geliefde Marcus Licinius Crassus, die instond voor Caesars financiën, maar politieke steun eiste.

In 61 was Caesar gouverneur in Andalusië. Daar heerste onrust en onder het mom van het herstel van de orde bezette Caesar verschillende steden, plunderde die en leidde vervolgens een bliksemcampagne langs de westkust van het Iberische Schiereiland naar de zilvermijnen van Galicië. Wanneer een belegerde stad – of het nu in Portugal was of in Romeins Andalusië – zich overgaf, liet Caesar die toch plunderen en verwoesten. Dit maakte hem tot een oorlogsmisdadiger, ook naar antieke begrippen, en vanaf nu moest Caesar permanent een ambt bekleden om onschendbaar te zijn.

Consul

De oorlog op het Iberische Schiereiland maakte Caesar gevaarlijk rijk. Behoudende senatoren als Marcus Porcius Cato probeerden hem te isoleren. Caesar kon weliswaar lobby’s financieren voor zowel het consulaat als een triomftocht, maar moest nu kiezen. De triomf zou hem de meeste populariteit opleveren, maar kon alleen plaatsvinden als hij nog aan het hoofd stond van een leger. Maar dan kon hij geen kandidaat zijn voor het consulaat, dat hij nodig had om een rechtszaak te vermijden. Caesar koos er dus voor om voor het consulaat te lobbyen. Zijn tegenstanders wisten te bereiken dat de populaire politicus in elk geval een tegenstander als collega kreeg: Marcus Calpurnius Bibulus.

Het jaar 59 verliep dramatisch. De twee consuls spraken niet met elkaar en op een gegeven moment zou Caesar zijn partner zelfs van het Forum hebben laten wegsturen. De volgende dag zou deze zijn beklag hebben gedaan in de Senaat, maar Caesars gewapende lijfwacht zorgde ervoor dat niemand de arme consul durfde te steunen. De berichten over dit incident kunnen wat overdreven zijn, maar het is zeker dat Caesar meer invloed had dan zijn collega. Mensen grapten dat dit het jaar was waarin Julius en Caesar consuls waren. Desondanks kwamen Caesar en Bibulus ook tot positieve resultaten, zoals een reorganisatie van sommige belastingen, een wet tegen afpersing en de regel dat de handelingen van de Senaat openbaar moesten zijn.

[Wordt vervolgd; een overzicht van deze reeks over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Leuke migranten: flora en fauna

april 5, 2019
Maës, de antieke Marco Polo (3)

september 7, 2022
B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

juni 9, 2024 Deel dit: #RealTimeCaesar #CatoDeJongere #DeBloisEnVanDerSpek #GaiusMarius #handboek #JuliaI #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusLiciniusCrassus #populares #RomeinseRevolutie #volksvergadering