De moord op Julius Caesar (3): het wachten

Maquette van theater en porticus van Pompeius, met middenin de zuilengang tegenover het theater de vergaderzaal waar Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één complot, maar zullen er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte, en dat deze er slapeloze nachten van had.

Porcia en Brutus

Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

Brutus’ echtgenote was niet de eerste de beste. Porcia was een dochter van Cato de Jongere en was de weduwe van Marcus Calpurnius Bibulus, Caesars mede-consul en tegenstander in 59 v.Chr. Het was alleen maar logisch dat Brutus zijn echtgenote in vertrouwen nam. Ploutarchos vertelt nog dat Porcia een onverschrokken vrouw was, die met zelfverminking zou hebben bewezen bestand te zijn tegen marteling. We mogen bij die informatie wel wat vraagtekens plaatsen. Zelfverwonding is in elk geval een raar bewijs van moed.

De groep rond Cassius

In elk geval weten we dat Brutus die ochtend, met medeweten van zijn echtgenote, op pad ging.

De anderen verzamelden zich bij Cassius en begeleidden diens zoon, die de zogeheten mannentoga zou aannemen, naar het Forum. Daarvandaan begaven allen zich naar de zuilengang van het theater van Pompeius en wachtten daar op Caesar, die elk ogenblik naar de Senaat kon komen.noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

De samenzweerders wachtten in een complex dat bestond uit het theater van Pompeius, met daarvoor een tuin die was omgeven door zuilengangen. Zie het plaatje hierboven. Aan het einde daarvan waren diverse zalen, waaronder een vergaderzaal die Pompeius had ingericht. Het eigenlijke Senaatsgebouw was een paar jaar eerder afgebrand en het nieuwe gebouw, dat u nog steeds kunt zien op het Forum Romanum, was in 44 nog in aanbouw. Dus vergaderde de Senaat in Pompeius’ vergaderzaal. Die lag bovendien buiten de gewijde stadsgrens, waar militaire aangelegenheden, die niet binnen de stad besproken mochten worden, aan de orde konden worden gesteld. En zoals bekend was Caesar bezig met de planning van een veldtocht tegen de Parthen.

In deze tuin wachtten de senatoren dus op de dictator. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die lang na de gebeurtenissen schrijft maar goede bronnen heeft geraadpleegd, weet te noemen dat de samenzweerders een Plan-B hadden. Terwijl zij wachtten in de zuilengangen rond de tuin, verzamelde een groep gladiatoren zich in het theater. Mocht de moord op één man leiden tot grootschaliger bloedvergieten, dan was er gewapende steun.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.16.. Ook de Romeinse auteur Velleius Paterculus weet van deze gladiatoren.

De tijd verstreek en omdat Caesar almaar niet verscheen, begonnen de bedienden alvast met opruimen. De vergulde troon waarop de voorzitter van een Senaatsvergadering zitting nam, werd dus alvast weggebracht naar de opslagruimte. Het voorval is onthouden omdat het later kwam te gelden als voorteken.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.17. Ondertussen wachtten de senatoren.

Iemand die wist wat er stond te gebeuren zou het meest verbaasd zijn geweest over de onverstoorbaarheid en kalmte van de mannen tegenover het gevaar. Als praetoren waren ze genoodzaakt met veel personen zaken te behandelen, en ze luisterden niet alleen vriendelijk naar degenen die met een verzoek kwamen of een geschil hadden, alsof ze alle tijd hadden, maar deden ook in alle gevallen zorgvuldig en weloverwogen uitspraak. En toen iemand die zich niet aan een uitspraak wilde onderwerpen luidkeels een beroep deed op Caesar en hem tot getuige riep, zei Brutus met een blik naar de aanwezigen: “Caesar belet mij niet volgens de wetten te handelen, en hij zal dat ook niet doen.”noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

Porcia

Brutus bleef onverschrokken toen iemand aan kwam rennen met een persoonlijk bericht: zijn echtgenote was er slecht aan toe.

Porcia was namelijk buiten zichzelf om wat te gebeuren stond en niet in staat de druk van haar bezorgdheid te verdragen. Ze had de grootste moeite om binnen te blijven en rende bij elk rumoer en geschreeuw als een extatische bacchante naar buiten. Aan iedereen die van het Forum kwam vroeg ze hoe het met Brutus was en ze stuurde de een na de ander daarheen. Ten slotte, toen het steeds langer duurde, kon ze de situatie fysiek niet meer aan en begaven haar krachten het door alle opwinding en radeloosheid.

Voordat ze naar haar kamer kon gaan beving haar ter plaatse, terwijl ze tussen haar dienaressen zat, een flauwte en een zware verdoving, ze werd doodsbleek en kon geen woord meer uitbrengen. Haar dienaressen jammerden bij de aanblik, de buren snelden toe en al snel ontstond en verspreidde zich het gerucht dat ze dood was. Na korte tijd kwam ze echter bij en werd ze door de vrouwen verzorgd.

Brutus was door het overrompelende nieuws natuurlijk hevig ontdaan, maar hij bleef het algemeen belang vooropstellen en liet zijn aandacht door het ongeluk niet afdwalen naar eigen aangelegenheden.noot Ploutarchos, Brutus 15; vert. Hetty van Rooijen.

En zo bleef men wachten. We mogen aannemen dat ieder zijn eigen gedachten had.

Wordt om 11:00 vervolgd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #CatoDeJongere #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #Ploutarchos #Porcia #praetor #Suetonius

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Zo waren vele senatoren: eigenlijk tegen Caesar, maar vooral vóór de eigen loopbaan. Cicero was ook zo iemand. Deze mannen waren die tijdens de Tweede Burgeroorlog tegen Caesar geweest, hadden begrepen dat ze die oorlog hadden verloren en hadden zich geschikt in de nieuwe situatie. Omdat Caesar het imperium wilde besturen en senatoren wilden profiteren van bestuursfuncties, vielen de belangen samen. Deze senatoren zullen ontevreden zijn geweest, maar zullen ook hebben gedacht dat Caesar, net als Sulla voor hem, niet eeuwig dictator zou zijn. In de eerste weken van 44 v.Chr. bleek dat dat een misrekening was geweest: Caesar koos immers wél voor de permanente dictatuur.

Samenzwering twee: Trebonius

We weten ook dat in de zomer van 45 v.Chr. een trouwe aanhanger van Caesar, Gaius Trebonius, de tijdelijk in ongenade gevallen Marcus Antonius had gepolst. Deze had geweigerd mee te doen maar had ook geweigerd het aan Caesar te rapporteren. Wie Trebonius nog meer wist te werven, is onbekend, maar Decimus Junius Brutus is een plausibele gok: hij en Trebonius hadden samen Marseille belegerd en waren in de zomer van 45 v.Chr. allebei in Gallië. In elk geval: er was onder Caesars eigen partijgangers een netwerk waar men sprak over een aanslag.

Vermoedelijk waren deze senatoren ontevreden met de situatie, maar ze kwamen niet in actie. Ze zouden immers niet gelden als bevrijders of tirannenmoordenaars, maar als verraders van de leider van hun eigen factie. Ik stel me voor dat ook zij zichzelf voorhielden dat de weinig ideale situatie niet eeuwig zou duren en dat het een kwestie was van afwachten tot Caesar zijn ambt zou neerleggen. Ook deze groep zal geschokt hebben gereageerd toen Caesar liet merken dat de permanente dictatuur zijn oplossing was voor het constitutionele probleem en dat hij naar het Parthische front zou vertrekken.

Brutus

Wie ik tot nu toe niet noemde, was de misschien wel bekendste samenzweerder: Marcus Junius Brutus. Zijn vader was in opdracht van Pompeius uit de weg geruimd, maar dat had hem niet belet in de Tweede Burgeroorlog partij te kiezen tegen Caesar.

Brutus achtte het zijn plicht het algemeen belang boven zijn persoonlijke gevoelens te stellen, en omdat hij geloofde dat Pompeius een beter motief voor de oorlog had dan Caesar sloot hij zich bij hem aan. Toch had hij voor die tijd zelfs niet tegen Pompeius gesproken wanneer hij hem tegenkwam, omdat het hem een gruwelijke misdaad leek te spreken met de moordenaar van zijn vader.noot Ploutarchos, Brutus 6; vert. Hetty van Rooijen.

De bronnen

Over de rol van Brutus is heel erg veel bekend omdat Ploutarchos een biografie aan hem heeft gewijd. Daarin is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de wijze waarop Brutus betrokken raakte bij het complot. En die beschrijving is vrijwel zeker heel betrouwbaar.

Ze gaat namelijk terug op twee eerdere bronnen. De eerste is geschreven door een huisgenoot van Brutus, een zekere Empylos, die een tekst had geschreven over de moord op Caesar. Ploutarchos typeert deze bron als kort maar voortreffelijk. De tweede bron van Ploutarchos’ Brutus is een biografie, geschreven door Brutus’ stiefzoon Lucius Calpurnius Bibulus. Dit was de zoon van de Bibulus die in 59 v.Chr. met Julius Caesar consul was geweest en die in de Tweede Burgeroorlog de vloot van de Senaat had gecommandeerd. Na de dood van Bibulus Senior – ik blogde er over – was zijn echtgenote Porcia getrouwd met Brutus.

Bibulus Junior schreef dus Ploutarchos’ tweede bron. Hij en Empylos hadden redenen de gebiografeerde in een gunstig daglicht te plaatsen, wat misschien niet pleit voor hun objectiviteit. Ze hadden echter ook gewoond in zijn huis en wisten wat hem bewoog toen Brutus inging op Cassius’ uitnodiging. De twee auteurs waren bevooroordeeld, zeker, maar kenden de feiten zoals weinig anderen.

Voor ik dit stukje afrond nog even een woord over Porcia: ze was de dochter van Cato de Jongere, de man die in Utica zelfmoord had gepleegd. Ook Porcia was betrokken bij de samenzwering. Ze zou het hard voor haar kiezen krijgen op de beruchte vijftiende maart 44 v.Chr.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CatoDeJongere #DecimusJuniusBrutus #dictator #Empylos #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusBibulus #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia

De viervoudige triomf van Julius Caesar

Een triomf, niet die van Caesar (Vaticaanse musea, Rome)

Als ik u zeg dat het sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar juni 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag blog over de vraag wat Julius Caesar zo’n 2069 jaar geleden deed.

Triomferen. Vier keer. Het grote feest waarin een Romeinse aristocraat glorieerde en voor één dag als een koning van weleer was verheven boven de andere senatoren. Het grote feest ook waarbij men een onderworpen volk aan de Romeinen presenteerde, liefst zo exotisch mogelijk. De bekendste beschrijving is die van Caesars biograaf Suetonius, die ook de vijfde triomftocht vermeldt. De Spaanse triomf was echter pas een jaar later.

De eerste en schitterendste triomftocht die hij hield was de Gallische, dan kwam de Alexandrijnse, daarna de Pontische, vervolgens de Afrikaanse en ten slotte de Spaanse. Bij elke triomftocht was het gebruikte materiaal en de presentatie weer anders.noot Suetonius, Caesar 37; vert. Daan den Hengst.

De Gallische triomf van Caesar

Suetonius vervolgt:

Op de dag van de Gallische triomftocht werd hij bij het oversteken van het Velabrumplein bijna uit de wagen geslingerd, omdat er een as brak.noot Suetonius, Caesar 37; vert. Daan den Hengst.

Dit was een heel slecht voorteken. Op dit plein stond namelijk een tempel die een overwinning in een oorlog herdacht in Spanje – precies daar waar Caesar nog naartoe moest. Suetonius citeert ook een liedje dat de soldaten zongen tijdens de Gallische triomftocht:

Burgers, houdt uw vrouwen binnen:
hier komt een kale vrouwendief.
Met het goud dat u hem leende,
kocht hij in Gallië zijn gerief.noot Suetonius, Caesar 51; vert. Daan den Hengst.

Deze triomftocht eindigde met de executie van de Gallische leider Vercingetorix. En we mogen ons voorstellen dat de krijgsgevangenen die mee liepen in de optocht, zo exotisch mogelijk gekleed gingen. In broeken bijvoorbeeld.

Krijgsgevangenen in een triomftocht (Museum für Abgüsse Klassischer Bildwerke, München)

Caesars Egyptische triomf

Cassius Dio vertelt over de Egyptische triomftocht dat de bevolking van Rome geschokt was door de aanblik van Arsinoë in ketenen, een vrouw en een koningin. De jonge koning Ptolemaios XIII, die gesneuveld was in de slag aan de Nijl, viel uiteraard niet aan Caesars zegekar te binden. Dus moest zijn zus maar meelopen in de processie. Mogelijk gekleed zoals de Romeinen van een Egyptische verwachtten. Goed exotisch. Wat Kleopatra van de vernedering van haar zus heeft gedacht, is niet overgeleverd, maar ze zou Arsinoë later laten vermoorden.

Zo’n schouwspel was nog nooit gezien, althans in Rome, en wekte veel medelijden op. Met dit als excuus betreurden ze ook hun privé-ellende.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 43.19.

Elke Romein had immers de gevolgen van de Tweede Burgeroorlog aan den lijve ondervonden.

De Pontische triomf van Caesar

De triomf over Pontus betrof de overwinning bij Zela over Farnakes II. Bij die gelegenheid

liet hij tussen de praalwagens van de optocht een bord voor zich uitdragen met daarop drie woorden: veni, vidi, vici, waarmee hij niet, zoals bij de andere triomftochten, de oorlogshandelingen beschreef, maar meer de aandacht vestigde op de snelheid waarmee de oorlog was beëindigd.noot Suetonius, Caesar 37; vert. Daan den Hengst.

Ongetwijfeld haalde de choreograaf een hele reeks clichés uit de kast om het er allemaal exotisch uit te laten zien. Frygische mutsen, verwijfde dansers: dat werk.

Farnakes II (Staatliche Münzsammlung, München)

Caesars Afrikaanse triomf

Over de Afrikaanse triomftocht vertelt Ploutarchos dat Caesar de zoon van koning Juba I van Numidië meenam. Juba Junior was nog een kind maar hij zou, zo meent Ploutarchos, profijt hebben van zijn gevangenschap omdat hij, hoewel toch een barbaar, kennismaakte met de Griekse beschaving. Juba II, die nog tot 23 na Chr. zou regeren over Mauretanië, zou later diverse boeken schrijven.

Het was aan het einde van deze triomftocht dat Caesar het Capitool besteeg “bij het licht van flambouwen die door veertig olifanten links en rechts van hem in kandelaars werden gedragen”. Althans, dat schrijft Suetonius, die het exotische aspect oppikt. Suetonius weet verder te vertellen dat Caesar zijn achterneef Gaius Octavius militaire onderscheidingen verleende, hoewel de jongeman niet had deelgenomen aan de oorlog.

Tijdens de vier triomfantelijke processies liet Caesar 65.000 talent (130 ton) zilver meedragen en 2822 gouden kronen die samen 20.414 pond wogen (ruim zes ton). Het was fenomenaal. Niet alles viel echter goed. Appianus vertelt over de Afrikaanse triomftocht:

Hoewel hij voorzichtig was met het laten afbeelden van gevechten met Romeinen (want hij beschouwde conflicten tussen burgers als oneervol voor zichzelf en als een smet en onheilbrengend voor de Romeinen), kwamen in die processie toch al die rampen voorbij, en de hoofdrolspelers ook, in twintig veelkleurige schilderijen. … Maar al waren de mensen bang, ze jammerden bij de rampen die het eigen volk hadden getroffen, vooral toen ze opperbevelhebber Metellus Scipio zagen, hoe hij in zee sprong met een wond die hij zichzelf in zijn borst had toegebracht, en Marcus Petreius die op een feestmaal de hand aan zichzelf sloeg, en Cato die zichzelf verscheurde als een wild beest.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.101; vert. Simone Mooij.

Feest

Ploutarchos rondt af met nog wat grimmige informatie.

Na de triomftochten gaf Caesar zijn soldaten grote geschenken en vermaakte hij het volk met banketten en schouwspelen. Hij onthaalde ze allemaal tegelijk aan tweeëntwintigduizend tafels en gaf voorstellingen van gladiatorengevechten en zeeslagen ter ere van zijn reeds lang gestorven dochter Julia.

Na de voorstellingen werd er een volkstelling gehouden, waarbij in totaal slechts 150.000 burgers werden geteld in plaats van de 320.000 op de vorige lijsten. Zo groot was de ramp van de burgeroorlog geweest en zo’n groot deel van de bevolking had hij vernietigd, nog afgezien van de rampen die de rest van Italië en de provincies hadden getroffen.noot Ploutarchos, Caesar 55; vert. Hetty van Rooijen.

We weten niet met zekerheid wie als Romeinse burgers waren geregistreerd, maar de conclusie dat zich een catastrofe had voltrokken lijkt onverkort houdbaar. En nog iets: de soldaten hadden ook een ander liedje gezongen: “wie zoet is krijgt straf, wie stout is de macht”. Het was een speelse grap, maar het illustreert de onvrede over de autocratie van de man die zich had laten uitroepen tot dictator voor tien jaar.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AfrikaanseOorlog #Appianus #ArsinoëIV #Augustus #CassiusDio #CatoDeJongere #dictator #FarnakesII #GaiusOctavius #GallischeOorlog #Italië #JubaI #JubaII #JuliaII #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusPetreius #Mauretanië #Ploutarchos #PtolemaiosXIII #QuintusCaeciliusMetellusPiusScipio #slagAanDeNijl #slagBijZela #Suetonius #triomf #TweedeBurgeroorlog #Vercingetorix

Caesars Anti-Cato

Cato de Jongere (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik schreef dat het augustus was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr., dan weet de trouwe volger van deze blog dat dit weer een aflevering zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was nog steeds in de Provence en dicteerde een nieuw boek: de Anti-Cato. Zoals u al vermoedde, is het een schotschrift tegen Cato de Jongere, die, liever dan door Caesar in genade te worden opgenomen, zelfmoord had gepleegd in Utica. Caesars boek moet een flinke boekrol zijn geweest, want de dichter Martialis Juvenalis heeft het ergens over “een pik zo dik als de Anti-Cato”.

De Anti-Cato was een reactie op de teksten die in de weken na de dood van de filosofisch ingestelde republikeinse senator waren verschenen. We weten dat Cicero een Laus Catonis schreef, waarin hij betoogde dat de man nog groter was geweest dan zijn reputatie. Cicero voltooide deze tekst in de maand vóór Caesars terugkeer uit de Afrikaanse Oorlog. We weten ook dat de dictator een afschrift van die tekst bij zich had tijdens zijn Spaanse veldtocht. Volgens Suetonius zou hij ongeveer ten tijde van de slag bij Munda een begin hebben gemaakt met het schrijven van een weerlegging.

Scheldpartij

Die was, althans volgens Caesar, hard nodig. De auteur van de Afrikaanse Oorlog had Cato nog getypeerd als hoogstaand. Caesars protegé Marcus Junius Brutus had een vriendelijk geschrift aan Cato gewijd. Ook Aulus Hirtius, die voor Caesar het achtste boek van de Gallische Oorlog had geschreven, had zich in een antwoord op Cicero’s lofrede genuanceerd over Cato uitgelaten. Caesar vond het allemaal te vriendelijk voor de dode senator. Hij besloot hem volledig af te branden.

De tekst is verloren, maar het schijnt een ordinaire scheldpartij te zijn geweest, waarin Cato de Jongere onder meer werd getypeerd als dronkaard. Dit soort teksten kennen we wel meer uit de Oudheid: eindeloze verzamelingen invectieven, doorgaans nog niet eens voor een kwart waar. Scheldpartijen als die van Caesar dienden, zoals Cicero in een van zijn brieven observeert, echter vooral om Cato’s verheven karakter nog beter te laten uitkomen.

Caesars haat

De vraag is waarom Caesar zich bij het schijven van de Anti-Cato door zijn blinde, contraproductieve haat heeft laten leiden. Ik ga eens wat speculeren over wat Caesar zoal zal hebben gedacht.

Ik denk dan dat het antwoord is dat het feitelijk ging over de vraag wat een Romeinse man behoorde te zijn. De hele geschiedenis van de republiek was opgehangen aan traditionele helden, die onkreukbaar en dapper waren, die verantwoordelijkheid namen en geen duimbreed toegaven aan geweld of despotie. Cato was de belichaming van die aloude Romeinse virtus, een woord dat we niet goed kunnen vertalen maar waarvan de betekenis min of meer die is van deugd, ruggengraat, karakter, fatsoen. De man die in Utica de republiek had verdedigd, stond voor alles wat de republiek groot had gemaakt.

Het recht van de sterkste

Een Pompeius had naast verdiensten ook duidelijke fouten gehad. Een Caesar kon zo iemand minachten. Vrijwel alle senatoren in Rome waren óf Caesars eigen creaturen en dus opportunisten, óf zijn tegenstanders, die hij had verslagen. Ook daarvoor hoefde Caesar geen respect te voelen. Maar Cato was onverslagen ten onder gegaan, trouw aan zijn principes en aan de deugden van de republiek. Op hem viel niets aan te merken. Dat maakte hem mateloos irritant.

Misschien moet ik het anders formuleren. Caesar baseerde zijn macht op geweld, terwijl Cato natuurlijk gezag had bezeten. Wie Cato’s karakter prees, impliceerde tegelijk dat Caesar geen deugden bezat. In feite belichaamde Cato Caesars eigen gebrek aan legitimiteit. Daarom was er Caesar veel aan gelegen de reputatie van de man te vernietigen. Dus schreef hij een Anti-Cato. Feitelijk verdedigde Caesar een wereld zonder moreel gezag, waarin hij wilde regeren met het recht van de sterkste.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #CatoDeJongere #Cicero #JuliusCaesar #Juvenalis #MarcusJuniusBrutus #Suetonius #virtus

De slag bij Dyrrhachion

Cato de Jongere (Archeologisch Museum van Rabat)

Als ik u zeg dat het 17 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 6 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En als u deze reeks volgt, weet u dat we op weg zijn naar de climax in de stellingenoorlog bij Dyrrhachion.

Caesars aanval

Caesars legioenen blokkeerden bij Dyrrhachion de door Pompeius gecommandeerde troepen van de Senaat, maar Pompeius was uitgebroken. Met zijn vloot was hij achter zijn tegenstanders geland en hij had een kamp gebouwd. Caesar moest het initiatief zien te herwinnen. En er deed zich een mooie gelegenheid voor. Aanvankelijk had Caesars Negende Legioen gebivakkeerd tegenover Pompeius’ kamp, maar later had het dat kamp opgegeven om zich te voegen bij andere eenheden. Daarop had Pompeius de plek bezet en verder versterkt. Hij had er de veldtekens ondergebracht die zijn mannen enkele dagen eerder op Caesars legionairs hadden veroverd. Caesar besloot aan te vallen. Hij schrijft:

Zelf rukte Caesar langs een indirecte weg zo heimelijk mogelijk met de overige cohorten (het waren er drieëndertig, waaronder het Negende legioen, dat veel centurio’s verloren had en ook in aantal soldaten geslonken was) in een dubbele kolom op naar het legioen van Pompeius en het kleinere kamp. Aanvankelijk bleek zijn visie juist. Want hij kwam daar aan voordat Pompeius het kon bemerken en joeg ondanks de grote verdedigingswerken van het legerkamp door een snelle aanval met de linker kolom, waar hij zelf stond, de Pompeianen van de wal af. (Burgeroorlog 3.68; vert. Hetty van Rooijen)

Helaas ging het bij de andere kolom verkeerd: de mannen raakten de weg kwijt. Bovendien gaf Pompeius opdracht aan te vallen. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos vertelt dat de manschappen onverschillig en zwijgend toeluisterden.

Pas toen Cato vanuit een diepe overtuiging alle toepasselijke argumenten uit de filosofie behandelde over vrijheid, moed, dood en roem, en eindigde met een aanroeping van de goden als ooggetuigen van hun strijd voor hun vaderland, ging er een luid gejuich op en kwam het opgetogen leger zo krachtig in beweging dat alle aanvoerders het gevaar hoopvol tegemoet snelden. (Cato de Jongere 54; vert. Hetty van Rooijen)

Eerlijk gezegd geloof ik niet dat de filosofisch ingestelde senator Cato de mannen wist te overreden met een wijsgerige redenering. De anekdote verraadt echter wel iets over de demoralisering die zich inmiddels van Pompeius’ manschappen meester had gemaakt. Hun tegenstanders waren, zoals we zullen zien, de burgeroorlog inmiddels ook beu.

Caesars nederlaag bij Dyrrhachion

De manschappen waarmee Caesar het kamp had ingenomen, zagen niet alleen hun vijanden naderen. Ze lijken ook te hebben gezien dat de andere kolom op zijn schreden terugkeerde om te kunnen aanvallen op de juiste plek. Deze terugtrekking oogde echter als een vlucht en degenen die al in het kamp waren, zetten het nu ook op een lopen. Zelfs de mannen die de veldtekens droegen, sloegen op de vlucht. Ploutarchos noemt iets dat Caesar onvermeld laat:

Caesar snelde zijn vluchtende mannen tegemoet en probeerde ze tot omkeren te bewegen, maar zonder resultaat. Erger nog, wanneer hij een standaard wilde grijpen, gooide de drager die weg, zodat de vijanden er tweeëndertig in handen kregen. Ook zelf ontkwam hij op een haar na aan de dood. Toen hij een grote en sterke man die langs hem vluchtte beetpakte en hem beval te blijven staan en zich naar de vijanden om te keren, hief de man, een en al paniek tegenover het gevaar, zijn zwaard op om toe te stoten. Caesars schilddrager was hem echter voor en sloeg zijn arm bij de schouder af. (Caesar 39; vert. Hetty van Rooijen)

In de slag bij Dyrrhachion sneuvelden aan Caesars kant bijna duizend soldaten. Zevenendertig hoge officieren kwamen om het leven of raakten in krijgsgevangenschap.

Caesars beste vijand

Ook de Grieks-Romeinse historicus Appianus, die vermoedelijk Titus Livius als bron heeft, weet over de vlucht iets te dat Caesar zelf verzwijgt. Zijn mannen hadden het bijltje erbij neergegooid.

Toen de soldaten hun kamp binnengegaan waren, troffen ze geen veiligheidsmaatregelen: de omwalling bleef onbewaakt. Pompeius zou waarschijnlijk het kamp in zijn macht hebben kunnen krijgen en de hele oorlog alleen al daardoor zou hebben beëindigd. (Burgeroorlogen 2.62; vert. John Nagelkerken)

Aan het einde van de dag waren Caesars mannen even gedemoraliseerd als Pompeius’ mannen waren geweest aan het begin van de dag. Pompeius had de zege voor het oprapen maar aarzelde. Hij vermoedde een valstrik. Dat was Caesars redding. Bovendien liet Pompeius’ kolonel Titus Labienus, ooit Caesars wapenbroeder in Gallië, de krijgsgevangenen doden, zodat Caesar zijn mannen kon voorhouden dat ze niet aan capitulatie moesten denken en moesten doorvechten tot het bittere einde.

Zo eindigde de slag bij Dyrrhachion. Caesar erkende dat hij door het oog van de naald was gekropen: hij zou later zeggen dat hij alles zou hebben verloren als zijn tegenstander had geweten hoe hij moest winnen. Pompeius was de beste vijand die Caesar kon hebben.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Albanië #Appianus #CatoDeJongere #Durrës #Dyrrhachion #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #Ploutarchos #TitusLabienus #TweedeBurgeroorlog #VIIIIHispana

Gaius Julius Caesar (1): consul

Vroeg portret van Julius Caesar (Museum van Korinthe)

In de donderdagse reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stukje dat ik vreesde: Julius Caesar. Over hem – of beter: over de door hem ontketende Tweede Burgeroorlog – heb ik het immers al zo vaak in mijn reeks #RealTimeCaesar. En over zijn Gallische Oorlog heb ik het ook al vaker gehad, zoals hier en hier en hier en hier en daar. Maar vandaag dan toch: wat ging vooraf aan de Gallische Oorlog en de Tweede Burgeroorlog?

De opkomst van Julius Caesar

Caesar werd een bekende Romein in het jaar 69 v.Chr., toen zijn tante Julia overleed, de weduwe van Gaius Marius. Het jaar daarvoor hadden Pompeius en Crassus de rechten van de door Sulla gekortwiekte Volksvergadering hersteld. Daarover blogde ik al eens. In zijn grafrede bracht Caesar de aanwezigen Marius’ verdiensten in herinnering. Zo verwierf Caesar, die al een reputatie had als oorlogsheld, vrij eenvoudig een eigen achterban. Het betekende ook dat hij voor zijn verdere politieke loopbaan veroordeeld was tot een bestaan als popularis.

En hij werd almaar populairder. In 65 organiseerde indrukwekkende spelen, werd gekozen in 63 tot opperpriester, bepleitte steeds opnieuw de zaken van het stedelijke proletariaat, en kreeg daardoor in de Volksvergadering alles gedaan. Zijn schulden waren echter astronomisch en brachten hem in de sfeer van de schatrijke maar weinig geliefde Marcus Licinius Crassus, die instond voor Caesars financiën, maar politieke steun eiste.

In 61 was Caesar gouverneur in Andalusië. Daar heerste onrust en onder het mom van het herstel van de orde bezette Caesar verschillende steden, plunderde die en leidde vervolgens een bliksemcampagne langs de westkust van het Iberische Schiereiland naar de zilvermijnen van Galicië. Wanneer een belegerde stad – of het nu in Portugal was of in Romeins Andalusië – zich overgaf, liet Caesar die toch plunderen en verwoesten. Dit maakte hem tot een oorlogsmisdadiger, ook naar antieke begrippen, en vanaf nu moest Caesar permanent een ambt bekleden om onschendbaar te zijn.

Consul

De oorlog op het Iberische Schiereiland maakte Caesar gevaarlijk rijk. Behoudende senatoren als Marcus Porcius Cato probeerden hem te isoleren. Caesar kon weliswaar lobby’s financieren voor zowel het consulaat als een triomftocht, maar moest nu kiezen. De triomf zou hem de meeste populariteit opleveren, maar kon alleen plaatsvinden als hij nog aan het hoofd stond van een leger. Maar dan kon hij geen kandidaat zijn voor het consulaat, dat hij nodig had om een rechtszaak te vermijden. Caesar koos er dus voor om voor het consulaat te lobbyen. Zijn tegenstanders wisten te bereiken dat de populaire politicus in elk geval een tegenstander als collega kreeg: Marcus Calpurnius Bibulus.

Het jaar 59 verliep dramatisch. De twee consuls spraken niet met elkaar en op een gegeven moment zou Caesar zijn partner zelfs van het Forum hebben laten wegsturen. De volgende dag zou deze zijn beklag hebben gedaan in de Senaat, maar Caesars gewapende lijfwacht zorgde ervoor dat niemand de arme consul durfde te steunen. De berichten over dit incident kunnen wat overdreven zijn, maar het is zeker dat Caesar meer invloed had dan zijn collega. Mensen grapten dat dit het jaar was waarin Julius en Caesar consuls waren. Desondanks kwamen Caesar en Bibulus ook tot positieve resultaten, zoals een reorganisatie van sommige belastingen, een wet tegen afpersing en de regel dat de handelingen van de Senaat openbaar moesten zijn.

[Wordt vervolgd; een overzicht van deze reeks over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Leuke migranten: flora en fauna

april 5, 2019
Maës, de antieke Marco Polo (3)

september 7, 2022
B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

juni 9, 2024 Deel dit: #RealTimeCaesar #CatoDeJongere #DeBloisEnVanDerSpek #GaiusMarius #handboek #JuliaI #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusLiciniusCrassus #populares #RomeinseRevolutie #volksvergadering