Blog-experiment: #RealTimeCaesar

Julius Caesar (Musée des beaux arts, Lyon)

Morgen wordt Julius Caesar vermoord. Als u deze blog dan volgt, kunt u de gebeurtenissen zowat op het kwartier nauwkeurig volgen. Het is de climax van een reeks blogjes die ik ben begonnen in 2020 en die tot en met Caesars begrafenis door gaat, waarop dan een evaluatie van ’s mans optreden volgt. Met een coda, voorzien voor mei, is de reeks #RealTimeCaesar dan echt afgelopen. Als u vandaag voor het eerst inhaakt, kunt u hier een samenvatting lezen van Caesars loopbaan, vindt u daar een overzicht van alle 176 blogjes en kunt u morgenochtend beginnen te lezen over de concrete situatie waarin moord een optie begon te lijken.

#RealTimeCaesar

Ik heb de lezers van deze reeks ruim vijf jaar lang tot op de dag nauwkeurig – en soms zelfs preciezer – laten volgen hoe Caesar tegen de Senaat oprukte, tegenstanders versloeg in Italië, Catalonië, Griekenland, Egypte, Turkije, Tunesië en Andalusië. Zijn relaties tot andere senatoren, zijn literaire productie en zijn bouwwerkzaamheden kwamen ook aan de orde, net als enkele militaire operaties van zijn bondgenoten en tegenstanders. Mijn mening is dat ook iemand die met succes een staatsgreep uitvoert, de staat moet besturen, en dat dit het dominante thema is in het beleid van de dictator.

De real-time-geschiedenis-blog is een vorm van wetenschapscommunicatie die bij mijn weten nooit eerder is beproefd. De dichtstbijzijnde parallel lijkt mij de mogelijkheid die er ooit is geweest om op Twitter e.d. de twee wereldoorlogen in tweetvorm te volgen. Maar een reeks waarin Twitter e.d. werden gebruikt om door te leiden naar speciaal geschreven blogs waarin niet alleen verslag van gebeurtenissen werd gedaan maar ook werd gewezen op methodische problemen, is bij mijn weten iets nieuws.

Wat ik leerde

Het experiment is niet helemaal geslaagd. Ik had stille hoop dat blogjes over Caesar, zijnde een redelijk populair onderwerp, zouden leiden tot meer reacties en vragen. Dat is niet echt gebeurd. Dezelfde mensen die altijd op deze blog reageren, bleven reageren, maar ik heb maar weinig anderen overtuigd dat oude geschiedenis een interessant discussiethema is. Ik heb wel geconstateerd dat de Mainzer Beobachter op “Caesardagen” wat meer lezers had; niet superveel, maar wel merkbaar. Ik was blij met de lezeres die me schreef dat de reeks haar had getoond dat Romeinse geschiedenis minder platgeslagen was dan ze de laatste jaren was gaan denken. Omgekeerd was er de reactie van iemand die vertelde dat dit de blogjes waren die hij oversloeg. Dat is overigens alleen maar logisch: afgezien van de eerste lezer (ook wel bekend als auteur) is er rond deze blog niemand die álles leest.

Als het doel “meer Romeinen met meer informatie en meer verdieping voor meer mensen” was, is dat doel dus slechts gedeeltelijk behaald. Desondanks heb ik plezier gehad en trek ik een conclusie: dit soort grote projecten, die zich uitstrekken over een paar jaar, zijn gewoon mogelijk. De digitalisering van de bronnen is een belangrijke voorwaarde, waaraan inmiddels is voldaan. Historici kunnen gewoon een wetenschapsblog maken over (de kenbaarheid van) de gebeurtenissen in pakweg de Patriottentijd, gedurende de Risorgimento of tijdens het Apolloproject.

Dat was de conclusie waar ook niet-oudheidkundigen hun voordeel van kunnen doen. Ik heb nog wat meer specialistische conclusies.

Wat ik leerde over Caesar

Eén: ik heb geleerd hoe ontzettend belangrijk chronologie is. Sommige gebeurtenissen worden echt begrijpelijker als je de moeite neemt de Romeinse republikeinse kalender om te rekenen naar onze jaartelling. Er zijn twee omrekeningssystemen: dat van Paul Ernst Groebe leek me betrouwbaarder vóór Caesars verblijf in Alexandrië, en dat van Urbain Le Verrier (ja, die) leek me het beste voor de gebeurtenissen daarna. Het lijkt me een mooi scriptieonderwerp voor een student: welk van de twee systemen is, met de kennis van nu, het betere?

Twee: ik leerde ook hoe vreselijk belangrijk de slag bij Munda is geweest. De gevechten waren grootschaliger en bloediger dan die bij Farsalos, waarvan je steeds leest dat dat het beslissend gevecht is geweest. Ik heb een theorie: die inschatting, fout als ze is, is ingegeven doordat (a) Caesars tegenstander bij Farsalos, Pompeius, beter bekend is dan zijn tegenstanders bij Munda, en (b) doordat de slag bij Farsalos prominent figureert in het onvoltooide gedicht van de Romeinse auteur Marcus Annaeus Lucanus. Maar hoe zou ons geschiedbeeld eruit hebben gezien als dat verder was gegaan tot Munda? Dit is volgens mij geen eens losse speculatie, want Lucanus is afkomstig uit de streek van Munda. Opnieuw: een mooi onderwerp voor een scriptie.

Drie: onze bronnen vermelden vaak dat er geruchten waren dat Caesar koning wilde worden. Dat klinkt op het eerste gezicht aannemelijk, omdat later Augustus werkelijk de monarchie stichtte. Ik denk echter dat het simpelweg niet waar is. Caesar was te groot voor dat: hij was geen Ambiorix, geen Vercingetorix, geen Ptolemaios, geen Farnakes, geen Juba, geen Bogud. De Senaat van Rome liet bezoekende koningen antichambreren vóór ze werden toegelaten tot de Senaatszaal. Caesar loste zijn constitutionele probleem niet op door het koningschap maar door de eeuwige dictatuur. En toen duidelijk werd dat hij een oplossing had gevonden, werden de messen geslepen.

Vanavond om 19:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #bloggen #chronologie #dictator #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #koningschap #MainzerBeobachter #MarcusAnnaeusLucanus #monarchie #slagBijMunda #UrbainLeVerrier #wetenschapsblog

De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in het Serapeion van Alexandrië: anders dan Caesar is Pompeius nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Caesar in Alexandrië

Cassius Dio geeft de meest uitvoerige beschrijving van Caesars aankomst in de haven van Alexandrië. U moet zich voorstellen dat hij aan boord is van het vlaggenschip, gevolgd door een kleine vloot met aan boord niet meer dan 3200 man uit de legioenen VI Ferrata en XXVII.

Toen Caesar ontdekte dat de stadsbevolking in rep en roer was over de dood van Pompeius, wilde hij niet meteen aan land gaan. Hij bleef op zee en wachtte tot hij het hoofd en de vingerring van de vermoorde man zag, die Ptolemaios hem had toegezonden. Pas toen ging hij vol vertrouwen aan land. De menigte toonde zich echter geïrriteerd bij het zien van zijn lijfwachten en hij was blij dat hij zich in veiligheid kon brengen in het paleis. Van sommige van zijn manschappen waren wapens afgenomen en anderen bleven op zee totdat alle schepen de haven hadden bereikt.

Caesar heeft gehuild en geklaagd bij het zien van Pompeius’ hoofd. Hij noemde hem zijn landgenoot en zijn schoonzoon en hij somde alle weldaden op die ze elkaar hadden bewezen. Wat de moordenaars betreft, hij erkende niet dat hij hun een beloning was verschuldigd en maakte ze vooral verwijten. (Romeinse Geschiedenis 42.7)

Hypocrisie?

Tranen om je verslagen tegenstander: dit klinkt heel nobel. Maar Cassius Dio geeft (in een andere passage) al aan dat het niet helemaal vrij was van hypocrisie. De dichter Lucanus, die in zijn Pharsalia dezelfde bron volgt als Cassius Dio, vrijwel zeker Titus Livius, biedt een eigen interpretatie.

Toen Caesar het geschenk voor het eerst zag, veroordeelde hij het niet en ook wendde hij zich niet af. Zijn ogen bleven gericht op het gezicht tot hij echt zeker was. Toen hij het bewijs van de misdaad zo had bezien, wist hij dat het eindelijk veilig was om de liefhebbende bloedverwant te gaan spelen. Hij plengde krokodillentranen en weende – terwijl zijn hart zich verheugde. Alleen door te huilen kon hij zijn verrukking verbergen. (Pharsalia 11.1010-1043)

Het is inderdaad wat wonderlijk dat Caesar, die met droge ogen het slagveld van Farsalos had bezien en had opgemerkt dat de gevallenen het hadden gekregen zoals ze het hebben wilden, nu ineens huilde. Het kan opluchting zijn geweest nu een serieus gevaar voorbij was. Maar er is nog een verklaring denkbaar.

Een man met een plan

Wie was Caesar? Een oorlogsmisdadiger, zeker, ook naar antieke maatstaven. Iemand die zijn eigen eer hoger stelde dan de vrede van de gemeenschap, dat ook. Een dictator, in meer dan één betekenis. Maar ook een despoot wil zijn regime stabiliseren en Caesar had een visie. De laatste jaren van zijn leven zagen de ene hervormingsmaatregel na de andere, waarvan sommige zelfs goed uitpakten. Tijdens zijn tumultueuze eerste consulaat, vlak voor de Gallische Oorlog, had hij ook vernieuwingen nagestreefd en in deze reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” kwam de Lex Roscia al aan bod.

De Duitse oudhistoricus Mommsen meende dat Caesar van begin af aan hervormingen nastreefde. De Gallische Oorlog en de oorlog tegen de Senaat waren alleen voorwaarden geweest om te bereiken wat tijdens het eerste consulaat niet was gelukt. Je moet als oudheidkundige verdraaid sterk staan wil je het met Mommsen oneens zijn, maar ik verbeeld me dat ik het beter weet. Caesar wilde die hervormingen niet vanuit oprechte hervormingsgezindheid, maar omdat hij zijn regime wilden stabiliseren.

Hoe dat ook zij: hij had een visie. Daarin was hij anders dan bijvoorbeeld Alexander, die plezier beleefde aan harde gevechten, maar nauwelijks een visie had op de toekomst van het rijksbestuur. Om te kunnen vechten had hij Perzische soldaten nodig en dus Perzische bestuurders, maar verder is hij nooit gekomen.

De verloren vrede

Om zijn regime te stabiliseren moest Caesar de Tweede Burgeroorlog beëindigen. Het eenvoudigste middel was de capitulatie van Pompeius. Caesar, die clementie als beleid had, zou zijn voormalige schoonzoon begenadigen en voorname posities geven. Wellicht een gedeeld consulaat, misschien de censuur. Het leger waarmee Cato de Jongere op weg was naar Africa, het leger van Metellus Scipio, koning Juba van Numidië, de senatoriële vloot, en de opstandige legioenen in Andalusië zouden daarna een reden minder hebben om de strijd voort te zetten. De burgeroorlog zou ten einde zijn en de Mediterrane wereld kon tot rust komen.

Maar nu was Pompeius dood. De burgeroorlog zou eindeloos voortduren. Ik denk dat Caesar daar in de haven van Alexandrië moet hebben geweten dat de rust die zijn regime nodig had, nog niet in zicht was. Nog lang niet. Dat hij zich in Egypte in wespennest had gestoken, zou hij trouwens ook snel genoeg ervaren.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Alexandrië #CassiusDio #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #LegioXXVII #MarcusAnnaeusLucanus #TweedeBurgeroorlog #VIFerrata

De dood van Pompeius (1)

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender 28 september was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar 16 augustus 48 v.Chr. op onze kalender, en als ik u eraan herinner dat we afgelopen zaterdag zagen dat Pompeius was aangekomen in Egypte, dan weet u dat u vandaag zult lezen over zijn ondergang.

Een verslagen generaal en twee legers

Waarom hij na zijn nederlaag bij Farsalos vluchtte naar Egypte: dat is, zoals ik al vertelde, een onopgelost raadsel. Hij mocht er echter op vertrouwen dat hij door koning Ptolemaios XIII gesteund zou worden, aangezien die zijn troon had te danken aan de Romeinse generaal. Ook was het een geschikte plaats om een oorlog voort te zetten. Het land van de Nijl produceerde grote hoeveelheden graan en dreef handel op Oost-Afrika en India. Hoewel Egypte sinds de regering van Ptolemaios’ vader Ptolemaios XII de Fluitspeler een miljoenenschuld had opgebouwd, was het een in principe welvarend land. Bovendien lag er een Romeins garnizoen.

Wat Pompeius niet weten kon, was om te beginnen dat Egypte enkele misoogsten achter de rug had en dat de bevolking onrustig was. En verder: dat Kleopatra VII weliswaar was afgezet, maar dat ze werkte aan haar terugkeer. Haar leger lag bij de berg Kasios tegenover dat van haar broer, die zich liet bevoorraden vanuit Pelousion. Het is een van die curieuze toevalligheden uit de geschiedenis dat Pompeius precies aankwam op het moment dat de twee legers daar ook waren.

Of toch niet? Pompeius had een paar dagen doorgebracht in Pafos, de hoofdstad van Cyprus, en zal daar hebben vernomen van de Egyptische burgeroorlog. Vanuit Pafos waren Pelousion en Kasios simpel te bereiken: de schipper voer pal zuidwaarts, naar een opvallend punt op de kust, de berg Kasios. Misschien probeerde Pompeius, door zich aan te dienen als beschermer van de Egyptische dynastie, zijn positie te versterken.

Bronnen

Dat is overigens een hypothese. Het blijkt niet uit de bronnen – en we hebben er niet minder dan tien. Voor de liefhebbers:

  • Contemporain zijn Caesars Burgeroorlog en een toespraak van Cicero.
  • Verder hebben we de beschikking over een uittreksel uit het geschiedwerk van Titus Livius, de Geografie van Strabon, de Romeinse Geschiedenis van Velleius Paterculus en de Pharsalia van de dichter Lucanus.
  • Andere bronnen lijken terug te gaan op Livius (en andere vroege bronnen): de anekdotenbundel van Valerius Maximus en de serieuze geschiedwerken van Appianus van Alexandrië en Cassius Dio.
  • De biografie van Ploutarchos is het uitgebreidst en lijkt terug te gaan op ooggetuige Theofanes van Mytilene.

Lucanus is de enige die vermeldt dat een speculator eques, een verkenner te paard, over de kust aan kwam rijden met de mededeling dat Pompeius was aangekomen. Het uitzenden van een verkenner suggereert dat het hof van Ptolemaios XIII de aankomst van de Romein verwachtte. Dat komt overeen met wat Ploutarchos vermeldt, namelijk dat Pompeius een bode vooruit had gestuurd.

De bronnen maken verder duidelijk dat de hofhouding niet wist wat men met de situatie aan moest. Er zou zijn vergaderd. Dat is eigenlijk wat raar. Immers, de uitkomst van de slag bij Farsalos was ook in Egypte bekend en men zal hebben besproken wat te doen als de verslagen generaal naar Egypte zou komen. Dit toont hoeveel verdichting er is in onze bronnen.

[U raadt al wat er rond 11:00 uur 2069 jaar geleden is gebeurd.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #Kasios #KleopatraVIIFilopator #MarcusAnnaeusLucanus #Pelousion #Ploutarchos #PtolemaiosXIII #TheofanesVanMytilene #TweedeBurgeroorlog

Brand in Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek zoals die in Alexandrië (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Als ik u zeg dat het 11 november was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dit omreken naar 28 september 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Vechten.

Scheepsbrand

Zoals we eergisteren zagen, had de Ptolemaïsche generaal Achillas de aanval gelast op het koninklijk paleis in Alexandrië, waar Caesar zich had verschanst, samen met de koninklijke familie. De bestorming had weinig opgeleverd maar in de haven, naast het paleis, lagen twee eskaders van samen tweeënzeventig schepen waarmee Caesar volledig viel af te sluiten van de buitenwereld. Een logisch gevechtsdoel.

Caesar zelf schrijft:

Er werd zo hevig gevochten als te verwachten was. De ene partij zag daarin de weg naar een snelle overwinning, de andere naar redding. Caesar kreeg de overhand. Hij stak al die schepen én de schepen op de werven in brand, omdat hij met zijn kleine troep niet zo’n uitgestrekt terrein kon beschermen. (Burgeroorlog 3.112; vert. Hetty van Rooijen)

Ook Ploutarchos beschrijft de gevechten:

In deze oorlog liep hij eerst gevaar van water te worden afgesloten, doordat zijn vijanden de waterkanalen afgedamd hadden. Vervolgens dreigde de vijand hem van zijn vloot af te snijden en werd hij gedwongen het gevaar af te wenden met vuur, dat vanuit de scheepswerven om zich heen greep en de grote bibliotheek verwoestte. (Caesar 49; vert. Hetty van Rooijen)

We zullen over drie weken zien dat de waterleidingen pas later werden afgesneden.

Bibliotheekbrand

De opmerking over de bibliotheek is aanleiding geweest voor een van de bekendste misverstanden over de oude wereld: dat de bibliotheek van Alexandrië tijdens deze oorlog zou zijn vernietigd. Cassius Dio vertelt het ook:

Veel plaatsen werden in brand gestoken, met als gevolg dat onder andere de dokken en de graanopslagplaatsen in vlammen opgingen, alsmede de bibliotheek, waarvan men zegt dat de boeken in aantal enorm en van de beste kwaliteit waren. (42.38.2)

Behalve dat het verhaal niet waar is. In Boek 112 van zijn grote geschiedwerk beschreef Titus Livius de gebeurtenissen in meer detail. Veertigduizend boekrollen brandden in dit verheven monument van goede koninklijke smaak en visie. We zouden meer willen weten, maar Boek 112 is verloren gegaan, op een uittreksel én dit door Seneca overgeleverde citaat na. Het genoemde aantal is voldoende om te weten dat dit een bijgebouw moet zijn geweest van de bibliotheek, die ergens anders in de stad stond. Over de feitelijke verdwijning schreef ik hier.

Stadsbrand

De dichter Lucanus weet meer: de Romeinse soldaten schoten ook fakkels af naar de huizen van de burgers. De noordenwind wakkerden de vlammen aan en het vuur verspreidde zich, schrijft Lucanus, over de daken zoals wanneer een meteoor langs de hemel scheert. De ramp die zich zo voltrok, dwong de menigte om de stad te redden vóór ze de aanval op het gebarricadeerde paleis voortzette. Zo was Caesar, althans volgens Lucanus, belegerde en belegeraar tegelijk.

In de daarop volgende dagen versterkten Caesars manschappen het paleis. Op nog wat slotopmerkingen na vormt dit het einde van Caesars Commentaar op de Burgeroorlog. Het vervolg staat bekend als De Alexandrijnse Oorlog. De auteur is onbekend. Men heeft wel gedacht aan Aulus Hirtius, die ook het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, maar dit recente artikel suggereert anders. In elk geval constateert de anonieme auteur dat er weinig hout zat in de huizen van Alexandrië, waardoor ze niet lekker branden wilden. De tegenspraak met de andere bronnen is evident.

Het laatste woord is vandaag aan onze anonymus, die vertelt dat Caesar, nu hij de toegang tot de zee had behouden,

alle vlooteskaders opriep uit Rhodos, Syrië en Cilicië. Hij liet boogschutters komen uit Kreta en ruiters van Malchus, de koning van de Nabateeërs. Hij gaf orders om van alle kanten geschut te verzamelen, graan te laten sturen en hulptroepen te laten komen.

De admiraal die van Rhodos kwam, heette Eufranor. We zullen hem in november nog tegenkomen bij een zeeslag in de Alexandrijnse haven en in december tijdens een gevecht bij Kanopos. De man die Caesars versterkingen uit Syrië en Cilicië haalde, heette Mithridates van Pergamon, en ook over hem zullen we in januari te spreken komen. Voor het moment constateren we dat Caesar zich voorbereidde op wat een lange belegering dreigde te gaan worden.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Achillas #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #AulusHirtius #bibliotheekVanAlexandrië #CassiusDio #Egypte #EufranorVanRhodos #JuliusCaesar #LuciusAnnaeusSeneca #MarcusAnnaeusLucanus #MithridatesVanPergamon #Ploutarchos #PtolemaïscheRijk #TitusLivius

De slag bij Munda (5)

Een trofee (Altes Museum, Berlijn) (denk ik)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten zege boekte op zijn republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik hoe Caesars mannen na een urenlange strijd uiteindelijk de overhand kregen.

Een antieke veldslag, doorgaans gevochten met blanke wapens, kon ongelooflijk bloedig zijn. Als we lezen over rivieren die van het vergoten bloed rood kleurden, is dat niet altijd een hyperbool. De verslagen partij leed meestal enorme verliezen en dat was bij Munda niet anders.

De doden

De auteur van De Spaanse Oorlog schrijft:

Zo werden ze totaal verslagen en ze zouden de slag niet hebben overleefd, als ze hun toevlucht niet hadden gezocht in hun uitvalsbasis. In dit gevecht sneuvelden ongeveer dertigduizend man, zo niet meer, evenals Titus Labienus en Publius Attius Varus, die beiden meteen na hun dood begraven werden. Ook kwamen drieduizend Romeinse ridders om, zowel uit Rome als uit de provincie. Onze troepen verloren ongeveer duizend man, deels ruiters deels infanteristen; ongeveer vijfhonderd man werden gewond. Van de vijanden werden dertien adelaars buitgemaakt.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Hoe deze body count tot stand is gekomen, is onbekend, maar er is geen reden te betwijfelen dat de veldslag eindigde in een bloedbad. De auteur van De Spaanse Oorlog, Appianus en Cassius Dio weten alle drie te melden dat Caesars soldaten de lijken van hun vijanden gebruikten als bouwmateriaal toen ze die avond een wal moesten aanleggen om hun op het slagveld aangelegde kamp. Het was te laat op de dag om nog naar het eigen kamp terug te marcheren, acht kilometer verderop.

Executies

Na de opmerking over de dertien buitgemaakte adelaars bevat de tekst van De Spaanse Oorlog een paar losse woorden waar geen chocola van te maken valt. We herkennen woorden als “standaards”, “roedenbundels” en “behandelde hen”. De twee eerste laten zich nog wel duiden: Caesars mannen maakten standaards en roedenbundels buit, waarbij aantallen genoemd zullen zijn geweest. De vraag is wie er hoe werden behandeld. De frase “behandelde hen als vijanden” komt echter vaker voor en past bij het gegeven dat nogal wat mannen hun claim op de Clementia Caesaris hadden verspeeld. Hoeveel mensen er zo om het leven zijn gebracht, is niet duidelijk.

In elk geval zal een deel van de manschappen van Pompeius die nacht op de vlucht zijn gegaan, richting Carmona en Sevilla. Anderen vonden hun toevlucht in Munda.

De legende van Munda

En zo had Caesar het bloedigste gevecht uit de Tweede Burgeroorlog gewonnen. Het had erom gehangen. Appianus vertelt

Uiteindelijk behaalde Caesar tegen de avond met grote moeite de zege. Toen heeft hij, zegt men, opgemerkt dat hij vaak voor de overwinning had gevochten, maar nu ook voor zijn leven.noot Appianus van Alexandrië, Burgeroorlogen 2.104; vert. John Nagelkerken.

Het “zegt men” betekent dat Appianus zich er niet aan wil committeren dat Caesar dit werkelijk heeft gezegd. Er was in zijn tijd inderdaad nogal wat legendevorming over de slag bij Munda. Publius Annius Florus, de auteur van een overzicht van de Romeinse oorlogen, insinueert dat Caesar tijdens de veldslag zelfmoord zou hebben overwogen. Het lijkt literaire dramatisering, maar niemand betwijfelt dat de dag van Munda inderdaad een drama is geweest.

En ik vraag me af: wat als de dichter Lucanus zijn gedicht over de Tweede Burgeroorlog zou hebben voltooid? We noemen het nu Pharsalia, maar dat is niet de titel die hij eraan gaf. Het heette vermoedelijk gewoon De burgeroorlog. Maar Lucanus kwam uit Córdoba en de slag bij Munda was de grootste én beslissende veldslag van de Tweede Burgeroorlog. Het zou het logische einde van zijn gedicht zijn geweest en als het voltooid was geweest, hadden we veel meer geweten.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Appianus #Carmona #CassiusDio #clementiaCaesaris #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAnnaeusLucanus #Munda #PubliusAnniusFlorus #PubliusAttiusVarus #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TitusLabienus #TweedeBurgeroorlog

Gallio, Seneca en Mela

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het was 52 na Chr., het was in Korinthe en Paulus had het weer eens aan de stok met mensen die niet op nieuwlichterij zaten te wachten. Ik heb het incident al eens beschreven: joodse burgers sleepten de apostel voor het gerecht, waar de Romeinse gouverneur, Gallio, zei dat hij niet kon oordelen over joodse rechtsregels.noot Handelingen 18.

Lucius Junius Gallio Annaeanus

Die Gallio, die kennen we. Hij heette voluit Lucius Junius Gallio Annaeanus en was de broer van Seneca. Dat Paulus, om zo te zeggen, slechts één handdruk was verwijderd van de beroemde senator-filosoof, was voor vrome vervalsers een onweerstaanbaar aantrekkelijk gegeven, en zo komt het dat in de Late Oudheid een onechte briefwisseling tussen de twee auteurs circuleerde. Gallio zelf is echter ook een interessante man.

Zijn vader was Lucius Annaeus Seneca uit Córdoba, de auteur van een boek over welsprekendheid en een verloren geschiedwerk over de Romeinse burgeroorlogen. (Er is een exemplaar aanwezig geweest in de Villa van de Papyri – dus wie weet lezen we nog eens meer.) De schrijver had tenminste drie zonen

  • Lucius Annaeus Seneca Junior, de filosoof,
  • Annaeus Mela, over wie straks meer,
  • Annaeus Novatus, die met Paulus sprak.

Omdat de jongste op zeker moment werd geadopteerd door een hoogleraar in de welsprekendheid, Lucius Junius Gallio, nam hij ook diens naam over: Lucius Junius Gallio dus, waaraan wij “Annaeanus” toevoegen om aan te geven dat hij uit de familie Annaeus kwam.

Toen keizerin Agrippina Gallio’s oudere broer aanwees als mentor voor haar zoon Nero, was ook Gallio’s carrière gemaakt. We kennen niet alle stappen, maar als hij in 52 na Chr. gouverneur was in Griekenland, had hij al een reeks ambten bekleed. Een zwaar beschadigde inscriptie uit Delfi documenteert zijn aanwezigheid; keizer Claudius noemt de gouverneur zelfs “mijn vriend”. Omdat dit gouverneurschap precies te dateren valt, is ook zijn ontmoeting met Paulus precies te dateren, en deze gebeurtenis vormt een van de voornaamste ijkpunten van de nieuwtestamentische chronologie.

De inscriptie uit Delfi

Niet lang na zijn terugkeer volgde Nero zijn stief- en adoptiefvader Claudius op als keizer. Seneca was nu een van de invloedrijkste bestuurders in de Romeinse wereld en bezorgde zijn broer in 58 het consulaat, de hoogst denkbare functie. In die hoedanigheid was Gallio spreekstalmeester toen Nero een songfestival organiseerde, de Juvenalia, waaraan de vorst ook zelf deelnam.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 62.19-20.

Ondergang

De val van Seneca, die in 65 werd gedwongen tot zelfmoord, luidde echter ook de ondergang in van zijn broers. Tijdens een Senaatsvergadering viel Gallio voor Nero op de knieën, smekend om zijn leven. Senatoren, zo observeerde de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, hadden weleens de neiging “zich uit te putten in het kruiperigste gevlei, vooral degenen die vooral redenen hadden om te rouwen”.noot Tacitus, Annalen 15.73. Dat was niet alleen een verwijt aan Gallio, maar ook aan een senator die wist uit welke hoek de wind waaide en Gallio uitschold voor staatsvijand en moordenaar. En het was ook een verwijt aan de andere senatoren, die Gallio’s leven redden door hem en zijn criticus voor te houden dat Nero, clement als hij was, boven dit soort gedoe verheven was. Hielenlikkerij die mensenlevens redde, maar evengoed kruiperig was.

Gallio overleefde het incident niet lang. De middelste broer, Annaeus Mela behartigde Nero’s financiële belangen. Zijn zoon was de dichter Lucanus, die betrokken raakte bij een complot tegen Nero en uit de weg werd geruimd. (Om die reden bleef zijn gedicht over de Tweede Burgeroorlog onvoltooid.) Toen het onderzoek naar dit complot zich uitbreidde naar Mela, opende die zich de aderen, en daarna lijkt ook Gallio zich van het leven te hebben beroofd.noot Tacitus, Annalen 16.17.

Dat was in 66. We weten dat Paulus vóór dat jaar in Rome is geweest – de Handelingen van de apostelen eindigen met zijn aankomst – en je vraagt je af of de twee mannen elkaar nog een tweede keer hebben gesproken. Waarschijnlijk niet, maar het contact tussen de apostel en de hoge Romeinse bestuurskringen blijft fascinerend, en je begrijpt waarom het voor de vervalsers van de Paulus-Seneca-correspondentie onweerstaanbaar was.

#AgrippinaMinor #Claudius #HandelingenVanDeApostelen #LuciusAnnaeusSeneca #LuciusAnnaeusSenecaSenior #LuciusJuniusGallioAnnaeanus #MarcusAnnaeusLucanus #Nero #NieuweTestament

Corinth - Livius