Der Untergang der blühenden Tang-Dynastie war von Klimaextremen begleitet – China im Mittelalter

Die fast 300 Jahre währende Tang-Ära gilt als kultureller Höhepunkt in Chinas Geschichte. Zum Kollaps im neunten Jahrhundert trugen klimatische Veränderungen bei. – Von Thomas Bergmayr

Extreme Umweltbedingungen können ganze Reiche ins Wanken bringen – da hilft auch kein ausgefeiltes Verwaltungssystem und keine prosperierende Gesellschaft. Wenn das Klima die Landwirtschaft erschüttert, gerät die politische Ordnung unter Druck. Diesem Zusammenhang ist letztlich auch die florierende Tang-Dynastie des chinesischen Frühmittelalters zum Opfer gefallen, wie eine internationale Studie nun zeigt. Das Tang-Reich gilt als ein kultureller und administrativer Höhepunkt der chinesischen Geschichte. Gerade deshalb eigne sich sein Niedergang als Fallstudie dafür, wie klimatische Belastungen Strukturen destabilisieren können, 

https://www.derstandard.de/story/3000000304798/der-untergang-der-bluehenden-tang-dynastie-war-von-klimaextremen-begleitet

#ArtikelUndDonnerwetter #China #DerStandardAt #Mittelalter #TangDynastie #ThomasBergmayr
Der Untergang der blühenden Tang-Dynastie war von Klimaextremen begleitet

Die fast 300 Jahre währende Tang-Ära gilt als kultureller Höhepunkt in Chinas Geschichte. Zum Kollaps im neunten Jahrhundert trugen klimatische Veränderungen bei

DER STANDARD
Der Untergang der blühenden #TangDynastie in #China war von #Klimaextremen begleitet #Klimawandel - Zeit - derStandard.de › Wissen und Gesellschaft https://share.google/VKpUAYnvvmSk2raZX
Der Untergang der blühenden Tang-Dynastie war von Klimaextremen begleitet

Die fast 300 Jahre währende Tang-Ära gilt als kultureller Höhepunkt in Chinas Geschichte. Zum Kollaps im neunten Jahrhundert trugen klimatische Veränderungen bei

DER STANDARD

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Dat veranderde echter toen in 273 koning Bahram I aan de macht kwam. Deze stond onder invloed van een zoroastrische hogepriester, Kartir, die meende dat áls er dan zo nodig eenheid moest zijn, die moest uitgaan vanuit het zoroastrisme. De manicheeërs kregen daarna te maken met vervolging en Mani overleed in de gevangenis. Daar zou hij, als een soort Sokrates, in de cel gesprekken hebben gevoerd met zijn leerlingen, waarin hij hun uitlegde dat de dood voor de ware wijze iets nastrevenswaardigs is omdat de ziel dan terugkeert naar het Licht.

Mani zou twaalf apostelen hebben gehad, die het nieuwe geloof verspreidden over de rest van de wereld. Naar het Romeinse Rijk, maar ook naar het oosten. Het hielp natuurlijk dat een religie die zich baseert op eerdere godsdiensten, overal wel iets herkenbaars heeft. Een zekere Mar Ammo (d.w.z., de Aramese vorm van de christelijke naam Immanuel) bereikte al tijdens Mani’s leven het huidige Oezbekistan, dat destijds Sogdië heette. Daarvandaan verspreidde het manicheïsme zich langs de Zijderoute naar het oosten, over de Pamirbergen, naar Xinjiang en richting China. Met name tijdens de Tang-dynastie, die in 618 de macht verwierf, kregen de manicheeërs alle ruimte.

Manichese motieven

De bovenstaande metalen schijf, te zien in het Wereldmuseum in Leiden, toont vooral heel veel druiventrossen: het heilige voedsel van de manicheeërs. In de buitenring zijn deze trossen en ranken aangevuld met vogels, die golden als de brengers van vreugde en huwelijksgeluk. In de binnenring zijn leeuwen te herkennen, die de zon symboliseerden, en fabeldieren die stonden voor het Licht.

Invloed elders

Het manicheïsme heeft twee eeuwen kunnen bestaan, maar werd toen door de Chinese autoriteiten verboden. Iets dergelijks gebeurde in het westen, waar keizer Diocletianus al rond 300 na Chr. maatregelen had genomen tegen wat hij beschouwde als een on-Romeinse cultus. Evengoed waren er eind vierde eeuw nog aanhangers; geen stuk over het manicheïsme is compleet zonder de vermelding dat de christelijke kerkvader Augustinus in Karthago een tijd lang manicheeër is geweest.

Ook is een stukje over manicheïsme incompleet zolang niet is opgemerkt dat het in de zevende eeuw, dus toen het voet aan de grond kreeg in Tang-China, eveneens doorbrak in Armenië, waar de aanhangers van dit geloof bekendstaan als paulicianen, en dat de Byzantijnen hen overplaatsten naar de Balkan, waar ze bogomielen heetten, en dat zij vervolgens weer de Zuid-Franse katharen beïnvloedden. Ik noteer dit maar even, opdat u niet denkt dat ik de genreconventies niet zou kennen, maar ik voeg toe dat we over de paulicianen feitelijk helemaal niets weten en dat de overeenkomsten tussen katharen en manicheeërs weliswaar kunnen hebben bestaan, maar evengoed kunnen zijn geconstrueerd door inquisiteurs die de gelovigen het verhoor afnamen en gericht vroegen naar dualistische ideeën.

Kortom, laten we de nawerking van het manicheïsme maar negeren. Ze is veel te speculatief. Laten we ons liever beperken tot de Late Oudheid. Het toenmalige manicheïsme, dat zich uitstrekte van Karthago tot China, is immers interessant genoeg.

[Dit was het 523e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Augustinus #BahramI #Kartir #Mani #manicheïsme #MarAmmo #Sassaniden #Sogdië #TangDynastie #Zijderoute #zoroastrisme

De reis van Xuan Zang (2)

Een stupa bij Taxila

[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]

Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.

Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.

Decoratie uit Mathura (Humboldtforum, Berlijn)

Het land van Boeddha

Verder reizend bereikte Xuan Zang Mathura, waarna hij, met de Ganges rechts en de Punjab links, weer op zijn schreden terugkeerde, naar het noorden. Daarna reisde hij oostwaarts, de vallei van de Ganges binnen. Sommige bewoners, schrijft hij, waren weliswaar ketters (= hindoes) maar ze waren eerlijk en ze zochten oprecht naar wijsheid. In deze regio bezocht hij Shravasti, waar Boeddha ooit had gewoond, en Kapilavastu, de landstreek waar hij had gepredikt. De plek waar Boeddha was gecremeerd, sloeg hij natuurlijk niet over.

Na Varanasi te hebben bezocht, reisde hij naar Nepal, om terug te keren naar het zuiden en in Nalanda neer te strijken, niet ver van Patna. Het was een plek met “azuurblauwe vijvers rondom de kloosters, versierd met blauwe lotusbloemen”. Hier was de grote boeddhistische universiteit, waar Xuan Zang in gezelschappen van duizenden monniken Sanskriet, logica en grammatica studeerde. Hij kon zich hier laven aan de bronnen van het Mahayana-boeddhisme.

De crematie van Boeddha (Humboldtforum, Berlijn)

De reis terug

De terugreis voerde hem langs de Indische oostkust, richting Chennai (ook bekend als Madras), en vervolgens dwars door Centraal India naar het noordwesten, naar Mumbai (Bombay) en Karachi. Daarvandaan reisde hij via de Indus noordwaarts, langs steden als Aror en Multan. Hij heeft deze regio, waar Alexander de Grote een van zijn genocidale campagnes uitvoerde, gezien voordat de komst van de islam alles veranderde. Uiteindelijk keerde hij via Afghanistan, het Pamirgebergte en de zuidrand van de Taklamakanwoestijn in het jaar 645 terug naar China.

De Tang-keizer bood de geleerde pelgrim een hoge positie aan, maar hij trok zich terug in een klooster, waar hij zich toelegde op het maken van Chinese vertalingen uit de Indische grondteksten. Met 657 boeddhistische teksten in zijn bagage, kon hij nog jaren vooruit – en dat deed hij. Hij stichtte een heus vertaalbureau in de Chinese hoofdstad Chang’an. Hij schreef ook enkele originele teksten, zoals deze en een reisverslag, Rapporten over de regio’s in het westen. In zijn klooster leefde hij nog ruim achttien jaar tot zijn dood in 664.

Een monnik uit de tijd van de Tang-dynastie (Musée Guimet, Parijs)

Het is iemand van buiten de westerse traditie, maar als rondreizende boekenzoeker zou Xuan Zang in één adem genoemd kunnen worden met Francesco Petrarca en Poggio Bracciolini, die eveneens de halve hun bekende wereld afzochten naar oude teksten. Het verlangen naar kennis, zou je weleens denken, is universeel.

#Aror #Ashoka #Beas #Boeddha #boeddhisme #ChangAn #ChineseFilosofie #FrancescoPetrarca #Ganges #Hyfasis #IndischeFilosofie #Indus #Kapilavastu #Kashmir #Mahayana #Mathura #Maurya #Multan #Nalanda #Patna #PoggioBracciolini #Punjab #Shravasti #Sogdië #Taklamakan #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

De reis van Xuan Zang (1)

Xuan Zang

Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

Pelgrim en boekenzoeker

Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Sogdië

Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

Gandara

De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

[Wordt morgen vervolgd]

#Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

Ik bezocht zojuist een vrouw aan de macht in het oude China. Wu Zetian trotseerde alle conventies, stichtte haar eigen dynastie en liet een tijdperk bloeien. Geen voetnoot in de geschiedenis, maar een mooi gekanteld hoofdstuk.

#WuZetian #VrouwelijkeKeizer #Tangdynastie #Zijderoute https://kanteldenker.wordpress.com/2025/05/06/wu-zetian-de-keizerin-die-het-onmogelijke-deed/

Wu Zetian, de keizerin die het onmogelijke deed

Samen met mijn kinderen bezocht ik de expositie van Wu Zetian in het Prinsessehof in Leeuwarden. Keizerin in een wereld waarin vrouwen nauwelijks een voet tussen de deur kregen, liet Wu Zetian die …

Kanteldenker

Verdeeld en herenigd China

Hofdame (Tang-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Brussel)

[Dit is laatste van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier. In de tussentijd zijn we alweer een stap verder met de tijdcategorieën: als het goed is, zitten ze nu netjes achter een uitklapraampje. Bedankt Kees!]

Verdeeldheid

In de vroege derde eeuw na Chr. kwam een einde aan de Han-dynastie. Al sinds de jaren 180 was er onrust en streden war lords om de macht; in 220 trad de laatste Han-keizer af. Het is aantrekkelijk een verband te leggen met het einde van het klimaatoptimum. En zoals het Romeinse Rijk in de derde eeuw een crisis doormaakte, zo geraakte ook China in de problemen. De tijd tussen 220 en 280 staat bekend als de Periode van de Drie Koninkrijken.

Een nieuwe hereniging volgde onder de Jin-dynastie, die echter niet kon verhinderen dat de hoofdsteden Chang’an en Luoyang werden geplunderd door mensen die in de bronnen Xiongnu worden genoemd. Uit deze tijd dateert de beschrijving die de Romeinse geschiedschrijver Ammianus Marcellinus gaf van het land van de Seres, de Zijdemensen. Ik citeerde die al eens.

Een Chinese ruiter (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

Opnieuw fragmenteerde China, vooral het noorden, waar allerlei kleine staten ontstonden met Turkse en Mongoolse invloeden (Periode van de Zestien Koninkrijken), die allerlei aspecten van de Chinese cultuur overnamen. Ze gingen uiteindelijk op in het rijk van de Noordelijke Wei-dynastie. Meer naar het zuiden waren minder Turkse en Mongoolse invloeden; verschillende dynastieën regeerden vanuit Jiankang.

Het was in deze periode dat nestoriaanse monniken de zijderups meenamen naar het Verre Westen. Daarmee werd het Chinese monopolie op de productie van dit kostbare textiel doorbroken. Misschien een teken van afnemende staatscontrole.

Boeddhistische schildering (Humboldtforum, Berlijn)

Late Oudheid

Na deze periode van verdeeldheid wist de Sui-dynastie (581-618) China te herenigen. Ze werd al snel opgevolgd door de Tang-dynastie, die de macht zou uitoefenen tot 907. Dit was de gouden eeuw van de Chinese beschaving, waarin de technologie, de literatuur en de beeldende kunsten bloeiden – bezoek een museum om de sculptuur te bewonderen. Hoofdstad Chang’an was de grootste stad ter wereld. Het traditioneel grote ambtelijke apparaat kreeg nu het beroemde  examensysteem, dat de aloude aanbevelingscultuur verving.

Het boeddhisme werd in deze tijd de belangrijkste religie. Ik blogde al eens over de wandschilderingen die ik zag in het Humboldtforum in Berlijn, maar ik zou ook de voorwerpen uit het Musée Guimet in Parijs kunnen noemen, het Wereldmuseum in Leiden, het museum Mariemont in Morlanwelz, het Metropolitan Museum in New York, het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en talloze andere musea.

Een kameel uit China (Tang-dynastie; Metropolitan Museum, New York)

Besluit

Ik schreef deze blogs omdat ik vat wilde krijgen op deze materie. En ik heb natuurlijk een kritiekloos standaardverhaal verteld. Je moet ergens beginnen. Maar er zitten serieus problematische kanten aan. Om te beginnen suggereert de presentatie van een reeks opeenvolgende dynastieën en tussentijden van verdeeldheid dat China altijd een eenheid is, of behoort te zijn. Dat is welbeschouwd vreemd, want zoals ik aan het begin al aangaf is de Chinese wereld groter dan dat. Mijn samenvatting is even absurd als een geschiedenis van de Mediterrane wereld met alleen aandacht voor Griekenland en Rome.

Maar het probleem zit dieper. Het focus op dynastieën is zo negentiende-eeuws. Europese oudhistorici leefden toen in een wereld vol Bourbons, Hohenzollern en Romanovs, en structureerden de Oudheid toen ook naar dynastieën: het Romeinse Julisch-Claudische huis, de Flavische dynastie, de Severi; de Derde Dynastie van Ur; de dertig Egyptische dynastieën. Aanzetten voor deze indeling zijn natuurlijk aanwezig in de bronnen, ook voor China, maar dat maakt het nog niet tot de enig mogelijk periodisering. Het zou interessant zijn te weten hoe Communistisch China naar zijn verleden keek, ongetwijfeld eveneens alsof China was voorbestemd een eenheid te zijn, maar dan vanuit het perspectief van de afwisselende productiewijzen. Misschien leuk voor een ander blogje.

#AmmianusMarcellinus #ChangAn #communistischeArcheologie #Jiankang #JinDynastie #Luoyang #NoordelijkeWeiDynastie #PeriodeVanDeDrieKoninkrijken #PeriodeVanDeZestienKoninkrijken #RomeinsKlimaatoptimum #SuiDynastie #TangDynastie #warLord #Xiongnu #zijde #zijderups

Prehistorisch China - Mainzer Beobachter

De geschiedenis van China is net zo lang als die van de Levant en vertoont daarmee ook parallellen. Een overzicht in drie delen.

Mainzer Beobachter

Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

De eeuwigheid

Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

Mani

Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

Expansie

Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Tekstvondsten

Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

#Ahriman #Ahuramazda #ascese #Augustinus #BahramI #boeddhisme #bogomielen #CorpusHermeticum #Diocletianus #dualisme #EfremDeSyriër #EpifaneiosVanSalamis #Kartir #katharen #LaatsteOordeel #lichtmetafoor #Mani #manicheïsme #paulicianen #seks #seksualiteit #ShapurI #TangDynastie #vegetarisme #Xinjiang #ziel #zoroastrisme