De reis van Xuan Zang (1)

Xuan Zang

Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

Pelgrim en boekenzoeker

Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Sogdië

Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

Gandara

De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

[Wordt morgen vervolgd]

#Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Bodhisattva uit Gandara (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat te zeggen. Voor het goede begrip, ze heeft vermoedelijk groot gelijk als ze zegt dat de westerse mogendheden Afghanistan met rust moeten laten en dat ze, als ze steun willen geven, samenwerking moeten aanbieden op het gebied van medische zorg, landbouw en voedsel, en mogelijk onderwijs. Daarover blog ik dus niet.

Wat me stoorde was een voor haar betoog welbeschouwd irrelevant terzijde.

In de loop van de geschiedenis hebben buurrijken zoals van de Assyriërs, Grieken, Scythen, Perzen en Mongolen delen van Afghanistan ingelijfd. Het resultaat is een mozaïek van culturen.

Au.

Assyriërs in Afghanistan?!

De Assyriërs zijn nooit zelfs maar in de buurt van het huidige Afghanistan geweest. Dat ze ooit heel Azië hebben beheerst, is een verzinsel van de Griekse auteur Ktesias van Knidos, die we kennen uit citaten en parafrases van vooral Diodoros van Sicilië. Het is allemaal legendevorming, samenhangend met het verhaal van koningin Semiramis. Meer over die materie vindt u in het boek van de Nederlandse oudheidkundige Jan Stronk, Semiramis’ Legacy (2017), waarover ik al eens blogde.

Maar u hoeft er de vakliteratuur niet voor in te duiken. De tienduizenden bezoekers van de recente Nineveh-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden hebben Fresco’s vergissing al herkend.

Grieken Macedoniërs

Dan de Grieken. Fresco zal hebben gedacht aan Alexander de Grote, wiens veldtocht ruimte bood aan de verspreiding van de Griekse cultuur. Probleem: hij was geen Griek maar Macedoniër, en dat onderscheid is niet irrelevant. In zijn leger waren voortdurend spanningen tussen de twee etnische groepen. Nog in de tweede eeuw ná Christus was een Appianus er trots op Macedoniër te zijn en geen Griek.

Ondertussen was van een Macedonische inlijving van delen van Afghanistan geen sprake. Het staat zo wel op historische landkaarten, die in feite staan in een traditie uit de negentiende eeuw. Dat wil zeggen dat men aanneemt dat één volk één land heeft met afgebakende grenzen, zodat op een landkaart elk land dezelfde gelijkmatige kleur heeft. Maar dat is een veel te moderne visie op de uitoefening van heerschappij. Zoals Rachel Mairs documenteert in The Hellenistic Far East (filmpje; bespreking) waren zowel de Achaimenidisch-Perzische overheersing als de Macedonische heerschappij indirect.

“Griekse” nederzettingen als Ai Khanum, Kandahar en Bagram worden inmiddels ook heel anders geïnterpreteerd dan vroeger. Het waren geïsoleerde stadstaten in Baktrië, Arachosië en Gandara, waar de bestuurstaal en de bestuurscultuur op het westen waren geënt, maar waar alles verder gewoon zijn Afghaanse gang ging.

Skythen Saken

En dan de Skythen. Op de Centraal-Euraziatische steppe was het een voortdurend clusteren en ontclusteren van tijdelijke etnische groepen en federaties. Eén van die groepen noemen we, met een Griekse naam, de Skythen. Die plaatsen we in de Oekraïne, recht ten noorden van de Krim. Dat gebied is overigens vernoemd naar een eerdere federatie, de Kimmeriërs.

De steppenomaden van Turkmenistan en Oezbekistan worden in onze bronnen de Saken genoemd. We kennen de Sakâ haumavargâ (haoma-drinkende Saken), de Sakâ tigrakhaudâ (puntmuts-Saken), de Mâh-Sakâ of Massageten (maan-Saken), de Apâ Sakâ of Pausiken (water-Saken) en nog zo wat Indo-Iraans-sprekende groepen. Die zijn inderdaad Afghanistan weleens binnengevallen en daarna Pakistan, waar ze werden geassimileerd door de bevolking van de Indusvallei. (Het is dezelfde migratie als die van de Parthen en de Yuezhi-nomaden.) Eén Afghaanse herinnering aan de Sakische doortocht is dat het zuidwesten Sakastane heeft geheten en nu Sistan.

Het mozaïek Afghanistan

Afghanistan, schrijft Fresco, “is een mozaïek van culturen”. Maar dat komt niet doordat Assyriërs, Perzen, Macedoniërs en Saken gebieden inlijfden. De eersten zijn er niet geweest, de laatsten zijn er doorheen getrokken, terwijl de tweede en derde de betreffende satrapieën indirect bestuurden. Over de verwoestingen die de Mongolen aanrichtten, wil ik alleen zeggen dat het geen toeval is dat de Indo-Iraanse bevolking van Centraal-Eurazië alleen in Tajikistan heeft overleefd en in delen van Afghanistan. Literatuur: Het onbeloofde land van Bruno De Cordier.

Het is opvallend dat Fresco het volk niet noemt dat het meest in staat is geweest zijn stempel te drukken op de Afghaanse geschiedenis. Ik bedoel de Arabieren. Net als de Achaimenidische Perzen en de Macedoniërs oefenden zij hun invloed indirect uit. Het resultaat was de volkomen islamisering van een gebied dat tot dan toe zoroastrisch, boeddhistisch, joods en oostelijk-christelijk was geweest. Men leze The Great Arab Conquests van Hugh Kennedy.

Mijn punt is niet dat de strekking van Fresco’s column onjuist zou zijn. Maar een columnist wil overtuigen en dan helpt het niet als iedere bezoeker van de Nineveh-expositie, elke lezer van een boek over Alexander de Grote en iedereen met belangstelling voor de opkomst van de islam meteen herkent dat de argumentatie onvoldoende op orde is. En vooral (en dit is niet triviaal): geschiedenis is een wetenschap. Van de voorzitter van de Raad van Bestuur van een universiteit verwacht je dat die zich daarover niet lichtzinnig uitlaat.

#Afghanistan #ArabischeVeroveringen #Arachosië #Baktrië #BrunoDeCordier #Gandara #HughKennedy #LouiseFresco #RachelMairs #Saken #Sistan #Yuezhi

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

De muren van Ayaz Kala

De Kushana’s

Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

Een stupa bij Mohra Moradu

Late Oudheid

Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

De noordelijke gebieden vielen in handen van groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

Fayaz Tepe

De onvermijdelijke Kushana’s

De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

#Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute

Het Rijk van de Sassaniden (1)

Shapur I (Bishapur)

Ik kondigde het al aan: in mijn reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stuk over de Sassaniden. Deze dynastie, die vanuit Perzië regeerde over Irak, Iran, Afghanistan en omringende gebieden, speelde een belangrijke rol in wat voor het Romeinse Rijk “de Crisis van de Derde Eeuw” heet. De Sassaniden waren echter meer dan een Angstgegner voor de Romeinen. De periode tussen 224 en 651 is ook te beschouwen als onderdeel van de geschiedenis van Voor-Azië. Een recente studie heet Re-Orientalizing the Sasanians.

De vroege Sassaniden

De naam “Sassaniden” is afgeleid van die van een Anahita-priester genaamd Sassan, die gold als de voorouder van de dynastie. De familie behoorde tot wat De Blois en Van der Spek de “grootgrondbezittende aristocratie van krijgers” noemen. Haar grootgrondbezit was in de omgeving van Firuzabad en Istakhr, dat niet ver ligt van het aloude Persepolis. Deze streek heette Persis, het Perzische kernland. Een van Sassans zonen, Papak, kwam aan het begin van de derde eeuw na Chr. in opstand kwam tegen de wettige heerser van heel Iran, de Parthische koning Artabanos IV.

De overwinning van Ardašir (Salmas)

Tot dan toe was Persis een Parthische vazal geweest, maar Papak en zijn zoon Ardašir wisten rond 224 de onafhankelijkheid te bevechten. In 226 nam Ardašir Ktesifon in, de hoofdstad van het Parthische Rijk. Vervolgens werden de lokale heersers vervangen door leden van de Sassanidische dynastie of andere bondgenoten, en daarmee waren alle Parthische vazallen omgezet in Sassanidische vazallen. Het resultaat was een staat die centraler werd bestuurd.

Er waren ook continuïteiten. Ktesifon bleef de stad waar de koningen werden gekroond en Ardašir aanvaardde de titel van “koning der koningen”, die tot dan toe gebruikt was geweest door de Parthische heerser en – eeuwen daarvoor – door de Achaimenidische heersers.

Rotsreliëf met de investituur van Ardašir (links), die de macht krijgt van Ahuramazda (rechts).

De religie van de Sassaniden

In hun inscripties omschrijven de Sassanidische vorsten zichzelf als “Mazda-aanbiddende koningen”: ze vereerden dus de oppergod Ahuramazda. Koning Ardašir verleende privileges aan de magiërs, de religieuze specialisten van het zoroastrisme, die zo grote politieke macht verwierven. Ze speelden bijvoorbeeld een rol bij de inauguratieceremonie in Ktesifon, fungeerden als rechters en als belastinginners. In de Sassanidische rotsreliëfs zien we vaak “investituurscènes”, waarin Ahuramazda, gezeten op een paard, de macht overdraagt ​​aan een koning.

Deze religieuze ideologie liet aanvankelijk weinig ruimte voor andere ideeën. De profeet Mani (216-276), die had geprobeerd het christendom, het boeddhisme en het zoroastrisme te combineren, belandde in de cel. Toen het Romeinse Rijk, de aartsvijand van het Sassanidische Rijk, steeds christelijker werd, nam in Perzië de vervolging van de christenen toe. Zoals in het Romeinse Rijk het Perzische manicheïsme werd vervolgd, zo zag men in het Sassanidische Rijk christenen als sympathisanten van een buitenlands geloof.

Paleis, Firuzabad

Shapur I

Het conflict met Rome, dat in 231 begon met gevechten aan de Eufraat, escaleerde onder Ardaširs zoon en opvolger Shapur I (r.241-272). Volgens Romeinse bronnen stelden de Sassaniden territoriale eisen: ze zouden het Achaimenidische Rijk willen herstellen en eisten alle Romeinse gebieden in Azië op. Deze claim stemt ruwweg overeen met de titel “koning van Iran en niet-Iran” maar lijkt overdreven. In feite wilde Shapur vermoedelijk vooral de gebieden terugkrijgen die ooit door de Parthen geregeerd waren geweest, waaronder Hatra en Armenië. Toekomstige oorlogen zouden zich dan ook concentreren op de regio langs de bovenloop van de Tigris. Wie deze regio beheerste, beheerste de zuidelijke toegangswegen naar Armenië en kon Romeins Syrië binnenvallen.

Zulke oorlogen waren niet nieuw. Ook de Parthen hadden met Rome gestreden om dit gebied. Het verschil was enerzijds dat de Sassaniden ernaar streefden bufferstaten te annexeren en anderzijds dat de Sassaniden er, zo schrijven De Blois en Van der Spek,

beter dan hun voorgangers in staat waren belastingen te heffen en voorraden te verzamelen en (mede daardoor) grote, sterke legers konden mobiliseren.

Om de sleutelstad Nisibis te bemachtigen, viel Shapur ook delen van Romeins Syrië aan. Toen hij Antiochië had geplunderd, was een Romeinse tegenaanval onvermijdelijk. Keizer Gordianus III viel Mesopotamië binnen en was aanvankelijk succesvol, maar sneuvelde (244). Om zijn leger te behouden moest zijn opvolger, Philippus Arabs, een weinig eervol vredesverdrag sluiten. Met enige  rechtvaardiging beweerde Shapur Philippus op de Romeinse troon te hebben geplaatst. Romeinse krijgsgevangenen werden gedwongen de stad Bishapur te bouwen, waar een rotsreliëf Shapurs triomf herdacht. Soortgelijke reliëfs zijn ook elders te zien.

Mozaïek uit Bishapur (Nationaal Museum, Teheran)

Meer Perzische successen volgden. De Romeinse keizer Valerianus werd niet alleen verslagen, hij werd zelfs gevangengenomen (260). De vernedering, weergegeven op de rotsreliëfs in Bishapur en Naqš-e Rustam, kon niet completer zijn en de gebeurtenis markeert het dieptepunt van Romes Crisis van de Derde Eeuw. Onder de keizers Odaenathus (r.261-267), Carus (r.282-283), Diocletianus (r.284-305) en Galerius (r.293-311) herstelde Rome echter zijn posities. In 298 sloten de Romeinen en de Sassaniden een vredesverdrag waarin de Perzen gebieden in het noorden van Mesopotamië opgaven.

Het oosten

Rome was niet de enige vijand van Sassanidisch Perzië. Shapur viel ook de Kushana’s aan, die regeerden over Gandara (de vallei van de rivier de Kabul) en de Punjab. De Perzen bezetten Peshawar en namen als buit onder meer de bedelnap van Boeddha mee. Die zal nog wel ergens in Bishapur zijn.

Door een Sassanidisch leger opgeworpen belegeingsdam bij Doura Europos. De mijnen, waarin ze gifgassen inzetten, lagen uiteraard onderaards.

De inkomsten van de plundering van Peshawar en Antiochië werden benut om grote stukken voordien ongebruikt land in cultuur te brengen. Er kwamen nieuwe wegen en bruggen. De Sassaniden openden handelsroutes met India en Arabië en ontwikkelden nieuwe banksystemen. Leuk weetje: ons woord cheque gaat terug op een Perzisch woord.

Zo meteen meer.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#ahuramazda #antiochie #ardasirI #artabanosIv #bishapur #boeddha #carus #crisisVanDeDerdeEeuw #deBloisEnVanDerSpek #diocletianus #galerius #gandara #gordianusIii #handboek #hatra #istakhr #ktesifon #kushanas #mani #manicheisme #naqsERustam #nisibis #odaenathus #parthischeRijk #persis #peshawar #philippusArabs #punjab #sassaniden #sassanidischeRotsreliefs #shapurI #valerianus #zoroastrisme