De reis van Xuan Zang (2)

Een stupa bij Taxila

[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]

Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.

Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.

Decoratie uit Mathura (Humboldtforum, Berlijn)

Het land van Boeddha

Verder reizend bereikte Xuan Zang Mathura, waarna hij, met de Ganges rechts en de Punjab links, weer op zijn schreden terugkeerde, naar het noorden. Daarna reisde hij oostwaarts, de vallei van de Ganges binnen. Sommige bewoners, schrijft hij, waren weliswaar ketters (= hindoes) maar ze waren eerlijk en ze zochten oprecht naar wijsheid. In deze regio bezocht hij Shravasti, waar Boeddha ooit had gewoond, en Kapilavastu, de landstreek waar hij had gepredikt. De plek waar Boeddha was gecremeerd, sloeg hij natuurlijk niet over.

Na Varanasi te hebben bezocht, reisde hij naar Nepal, om terug te keren naar het zuiden en in Nalanda neer te strijken, niet ver van Patna. Het was een plek met “azuurblauwe vijvers rondom de kloosters, versierd met blauwe lotusbloemen”. Hier was de grote boeddhistische universiteit, waar Xuan Zang in gezelschappen van duizenden monniken Sanskriet, logica en grammatica studeerde. Hij kon zich hier laven aan de bronnen van het Mahayana-boeddhisme.

De crematie van Boeddha (Humboldtforum, Berlijn)

De reis terug

De terugreis voerde hem langs de Indische oostkust, richting Chennai (ook bekend als Madras), en vervolgens dwars door Centraal India naar het noordwesten, naar Mumbai (Bombay) en Karachi. Daarvandaan reisde hij via de Indus noordwaarts, langs steden als Aror en Multan. Hij heeft deze regio, waar Alexander de Grote een van zijn genocidale campagnes uitvoerde, gezien voordat de komst van de islam alles veranderde. Uiteindelijk keerde hij via Afghanistan, het Pamirgebergte en de zuidrand van de Taklamakanwoestijn in het jaar 645 terug naar China.

De Tang-keizer bood de geleerde pelgrim een hoge positie aan, maar hij trok zich terug in een klooster, waar hij zich toelegde op het maken van Chinese vertalingen uit de Indische grondteksten. Met 657 boeddhistische teksten in zijn bagage, kon hij nog jaren vooruit – en dat deed hij. Hij stichtte een heus vertaalbureau in de Chinese hoofdstad Chang’an. Hij schreef ook enkele originele teksten, zoals deze en een reisverslag, Rapporten over de regio’s in het westen. In zijn klooster leefde hij nog ruim achttien jaar tot zijn dood in 664.

Een monnik uit de tijd van de Tang-dynastie (Musée Guimet, Parijs)

Het is iemand van buiten de westerse traditie, maar als rondreizende boekenzoeker zou Xuan Zang in één adem genoemd kunnen worden met Francesco Petrarca en Poggio Bracciolini, die eveneens de halve hun bekende wereld afzochten naar oude teksten. Het verlangen naar kennis, zou je weleens denken, is universeel.

#Aror #Ashoka #Beas #Boeddha #boeddhisme #ChangAn #ChineseFilosofie #FrancescoPetrarca #Ganges #Hyfasis #IndischeFilosofie #Indus #Kapilavastu #Kashmir #Mahayana #Mathura #Maurya #Multan #Nalanda #Patna #PoggioBracciolini #Punjab #Shravasti #Sogdië #Taklamakan #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

Han-China

Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

Hereniging

Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

De Zhou-dynastie kwam ten einde en er waren diverse bestuurlijke hervormingen, waarvan de opvallendste was dat er maar één vorst was, die ook werkelijk regeerde: de keizer Qin Shi Huang (r.221-210 v.Chr.), die u vermoedelijk kent van het enorme “terracotta-leger” waarmee hij is bijgezet. De krijgers moesten het kolossale grafmonument bewaken, maar het werd nooit voltooid; in plaats daarvan sloegen de dwangarbeiders alles kort en klein. Buiten de hoofdstad waren opstanden en al snel trad een nieuwe dynastie aan: de Han-dynastie.

Fluitiste (Han-dynastie; Mariemont, Morlanwelz)

Han-China

Het Romeinse klimaatoptimum zou ook het Han-klimaatoptimum kunnen heten, want deze Chinese dynastie profiteerde evengoed van de gunstige klimatologische omstandigheden tussen pakweg 200 v.Chr. en 200 na Chr. De Han-keizers, die resideerden in Chang’an, namen de macht over van de keizers uit Qin. Het Hemels Mandaat werd uitgelegd in termen, ontleend aan de filosofie van Confucius.

Waar hun voorganger Qin Shi Huang vooral bezig was geweest een eenheidsstaat te scheppen, konden de Han-keizers hun rijk in alle richtingen uitbreiden. In het zuiden, ver voorbij de Blauwe Rivier, annexeerde China diverse kleine staten en in het noordoosten werden delen van Korea veroverd. Tegelijkertijd was er een expansie naar het westen, door de Hexi-corridor, een duizend kilometer lange en honderd kilometer brede strook land, gelegen tussen de Tibetaanse hoogvlakte in het zuidwesten en de Gobiwoestijn in noordoosten. Hiermee bereikten de Chinese legers het Tarimbekken.

Een Chinese beeldengroep van een joert en zijn nomadische bewoners (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De Zijderoute

Ik vertelde al eens dat keizer Wu Di (r.141-87) zijn generaal Zhang Qian uitstuurde om nog verder naar het westen, in Perzië, Nisaïsche paarden te gaan kopen. Deze diplomatieke missie leidde tot de opening van de Zijderoute. Een ruime eeuw later arriveerde de westelijke reiziger Maës Titianos – de naam is Aramees – over dezelfde route op de plaats die Stenen Toren heet. Daarvandaan reisden zijn medereizigers verder naar de Chinese hoofdstad.

De Chinese belangstelling voor de Zijderoute hing samen met de moeizame relatie tussen Han-China en de noordelijke nomadenvolken. Daar, in wat nu Mongolië heet, leefden de machtige Xiongnu. Zij hadden al eerder een andere nomadenstam, de Yuehzi, naar het westen verdreven, richting Oezbekistan. Door een begin te maken met de bouw van de Grote Chinese Muur, door diplomatieke geschenken en door grootschalige aanvallen bedwongen de Han-Chinezen ook de Xiongnu. De eeuwige oost-west-migratie door Eurazië was er echter ook toen en diverse Xiongnu-groepen trokken westwaarts. Nog niet zo lang geleden is bevestigd dat deze migratie de eerste etappe was van de beweging die aankwam in het westen onder de naam Hunnen. Andere groepen bleven in Mongolië.

Grafprocessie (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

De Han-maatschappij

Inmiddels waren de feodale deelrijken die een nagel aan de doodskist van de Zhou-koningen waren geweest, vervangen door zesendertig (en later veertig) prefecturen, die beter controleerbaar waren door de centrale overheid. Militaire gouverneurs controleerden de keizerlijke domeinen. Het hof stimuleerde de verspreiding van het confucianisme, dat benadrukte hoe een samenleving goed geordend kon zijn. stabiliteit en orde in een goed gestructureerde samenleving benadrukt.

Tegelijk verspreidde de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich langs de Zijderoute. Het is goed gedocumenteerd rond het Tarimbekken, waar later ook manicheeërs en nestoriaanse christenen zouden wonen. Er waren meer westelijke contacten: Chinese kronieken vermelden dat keizer Marcus Aurelius een ambassade stuurde naar zijn collega Huan. En de Chinezen dachten dat ze iets over de Romeinen wisten – ik mocht al eens de beschrijving van de staat Dà Qín citeren uit het geschiedwerk Hou Hanshu.

Hovelingen (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

Over de vergelijking tussen Rome en China blogde Otto Cox vijf jaar geleden al eens. Anders dan het Romeinse Rijk, dat een beperkte bureaucratie had, kende China juist een zeer uitgebreid ambtelijk apparaat. Evengoed was de belastingdruk ruwweg even hoog, want wat Han-China betaalde aan bestuurders en beambten, betaalde Rome aan zijn legioenen.

De geschiedenis van de Han-dynastie valt uiteen in twee perioden. De eerste staat bekend als de Westelijke Han en had aanvankelijk als hoofdstad Chang’an (een van de Zhou-hoofdsteden). Kort na het begin van onze jaartelling was er een periode van maatschappelijke onrust, en werd het gezag van de dynastie enkele jaren onderbroken. Daarna was er de periode van de Oostelijke Han, met als hoofdstad het aloude Luoyang, eveneens een Zhou-hoofdstad.

[wordt vervolgd]

#BlauweRivier #boeddhisme #ChangAn #ChineseFilosofie #ChineseMuur #HanDynastie #Hexicorridor #HouHanshu #KushanaS #Luoyang #MaësTitianos #Mahayana #MarcusAurelius #PeriodeVanDeStrijdendeStaten #QinShiHuangdi #QinDynastie #RomeinsKlimaatoptimum #Tarimbekken #terracottaLeger #WuDi #Xiongnu #Yuezhi #ZhangQian #ZhouDynastie