Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)
Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.
Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?
Dilemma: ik wilde als spreker de organisatoren en de gastheer niet afvallen, maar de te bescheiden presentatie was inderdaad wat vreemd. Ik heb voor dit dilemma geen echt bevredigende oplossing gevonden en uiteindelijk mijn praatje maar ingeleid door te zeggen dat er menselijke en begrijpelijke factoren in het spel waren, dat het iets was om te bespreken bij een andere gelegenheid, en dat wij het er verder bij de borrel maar niet over moesten hebben. Het leidt immers tot niets, behalve een nare afdronk.
Synthese
Het boek van Robert Nouwen, Rome en de Lage Landen is, zoals gezegd, de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw: namelijk sinds De Romeinen in Nederland van Wim van Es. Dat beleefde drie drukken tussen 1972 en 1980. En nu is er een opvolger. Ik mag bij lezingen de luisteraars graag wat prikkelen met ironie of overdrijving, maar niet nu: dit boek is belangrijk.
Elke wetenschap heeft overzichtswerken nodig, de zogeheten syntheses. Het zijn de boeken waarin je de hoofdlijnen kunt naslaan. Waaruit bestond in de Romeinse Lage Landen het takenpakket van een procurator? Welk legioen lag in Nijmegen? Hoe mobiel waren kooplieden uit Tongeren? Syntheses zijn noodzakelijk omdat niemand het totale overzicht heeft.
Sterker nog: doordat het databestand almaar groeit, hebben we steeds minder overzicht. Tot 2010 viel de wetenschappelijke productie over Romeins Nederland uit te drukken in meters papier, namelijk vijfentwintig meter sinds 2000. In deze tijd van PDFs lukt zelfs zo’n vergelijking niet. We verdrinken in de data (en desondanks is dat te weinig). Het meest in het oog springend zijn de archeologische vondsten. Er zijn ook inscripties bij gekomen en historiografische teksten, zoals de Dexippus Vindobonensis. Niemand kan het nog overzien.
En dat was maar één aspect van het oudheidkundig bedrijf. Deze dataverwerving is immers geen wetenschap. Het is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Het eigenlijke werk is de interpretatie van die data, en interpretaties veranderen in de loop der jaren.
Om het nog onoverzichtelijker te maken, verschijnt een deel van de relevante wetenschappelijke literatuur niet in het Nederlands of Engels. Daarom is de door Italiaanse classici geïdentificeerde inscriptie over het bezoek van keizer Domitianus aan Nijmegen, waar archeologen al eerder een opvallende piek in het circulerende kleingeld vaststelden, in Nederland lang onbekend gebleven.
Institutioneel gescheiden oudheidkundes
En nu ik de classici noemde: dat zijn geen archeologen. En omgekeerd zijn archeologen geen classici. Sinds in de jaren ’80 de onderzoeksscholen Archon en Oikos zijn opgericht, zijn de twee oudheidkundige bloedgroepen verder uit elkaar gedreven. En zolang ik aan een hoogleraar archeologie moet uitleggen wat een klankwet is, is interdisciplinariteit een wassen neus.
Er bestaan momenteel twee institutioneel gescheiden oudheidkundes. Regelmatig baseren archeologen de interpretatie van mooie vondsten op inzichten die volgens oudhistorici verouderd zijn. Omgekeerd herhalen classici denkbeelden die door anderen zijn weerlegd. Ik heb ooit in een boze bui geschreven dat de meeste misinformatie wordt verspreid door wetenschappers die uitspraken doen buiten hun specialisme, en was verbaasd toen De Volkskrant me erop wees dat dit inmiddels Lendering’s Law heet.
Nouwen als syntheticus
De kiesheid schrijft nu bescheidenheid voor, maar het is belangrijk te benadrukken dat de diverse oudheidkundige bloedgroepen onvoldoende weten van elkaar. Vandaar het belang van syntheses. En met de verschijning van Rome en de Lage Landen hebben we die dus voor het eerst sinds van Van Es. U kunt tegenwerpen dat er in de tussentijd wel degelijk overzichtswerken zijn verschenen,noot Ik denk aan Romeins Nederland van Van Dockum & Van Ginkel (1993), aan mijn eigen boeken De randen van de aarde (1999) en Edge of Empire, en aan Wee de overwonnenen van Alexander van de Bunt (2020). maar dat waren slechts geactualiseerde samenvattingen van Van Es. Lapwerk.
Rome en de Lage Landen is dus een belangrijk boek omdat het volledig is en actueel. Het is bovendien een goed boek omdat Nouwen én het materiële én het geschreven bewijs overziet. Bovendien overziet hij het Franse taalgebied: in Nederland een verdwijnende vaardigheid.
Als dit alles was, hadden we voldoende reden voor een toost. Maar dit is niet alles.
#boek #Domitianus #GalliaBelgica #GermaniaInferior #Nijmegen #RobertNouwen #synthese #WimVanEs

