Rituals are to faith
as status symbols are to happiness.

#VanitasVanitatum
#VanityOfVanities

PowerPoint-problemen

Ik ben niet de enige die wat moeite ondervindt met de techniek.

Even een blogje dat eigenlijk alleen zinvol is voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.

Af en toe verzorg ik cursussen en daarbij gebruik ik PowerPoint. Na afloop stuur ik die, samen met links naar aanvullende literatuur, naar de mensen toe. Dat was ooit zo eenvoudig als ik schrijf: een mailtje met links, met daarbij een attach. En dat was dat.

Er was geen groter probleem dan dat er soms een cursist was die niet begreep dat PowerPoint een projectieprogramma is en niet dient om te lezen, of een cursist die er moeite mee had omdat ’ie een Apple-computer gebruikte. Dat viel te ondervangen door de PowerPoint zo te maken dat ’ie als PDF viel weg te schrijven – wat veel meer werk is, maar soit.

Inmiddels is het zo simpel niet meer. Erg veel mail komt simpelweg nooit aan.

De mij gegeven verklaring is dat de Russen ons internetverkeer met grote hoeveelheden spam verstoren en dat daarom alle spamfilters scherp zijn afgesteld. Mailtjes met veel links en attaches worden dus weggefilterd. Ik weet niet of dit de verklaring is, maar het past bij het feit dat ik sowieso eindeloos veel evidente spam ontvang.

De oplossing die tot een paar maanden geleden werkte, was dat ik mensen een apart mailtje stuurde met de links, dat ik dan via Wetransfer en vanaf een ander mailadres de PDF van de PowerPoint verstuurde, en dat ik een derde mailtje, zo kaal mogelijk, verstuurde waarin ik aangaf dat de twee mailtjes waren verstuurd. Als die niet aankwamen, konden mensen kijken in de spambox. Dit werkte, al was het niet optimaal, want Wetransfer is inmiddels berucht om een privacy-schending.

Maar zelfs dit werkt nu niet meer. Ik blijf mail krijgen van cursisten die dingen simpelweg niet ontvangen. En inmiddels komen mijn eigen grenzen in zicht.

Het is momenteel vrijwel te veel werk. De voorbereiding is tijdrovender doordat ik de PowerPoint niet meer als projectieprogramma kan gebruiken en zo moet vervaardigen dat ’ie als PDF valt weg te schrijven; ik moet driemaal zo veel mails maken; en ik moet nazorg doen voor mensen die desondanks niets ontvangen.noot Dat ik tegenwoordig ook extra reistijd moet inboeken omdat geen trein op tijd rijdt, laat ik dan nog maar even buiten beschouwing, net als het feit dat ik extra cursisten moet winnen om te compenseren dat mijn kortingkaart in de spits niet langer geldig is.

Het is ondenkbaar dat ik de enige docent ben die hier tegenaan loopt. Ik weet dat sommige docenten hebben besloten überhaupt niet meer te mailen, maar dan dupeer je je cursisten. Dat wil ik niet. Maar welke oplossing is er wel? Ik heb geen rijke universiteit achter me staan die digitale leeromgevingen creëert waar studenten kunnen inloggen. Adviezen zijn welkom.

#eMail #onderwijs #PowerPoint #vanitasVanitatum #Wetransfer

Tweeënzeventig uur Spanje (3)

San Clemente, Segovia

In mijn voorvorige blogje vertelde ik dat ik naar Spanje was gegaan voor het Hay Festival in Segovia, en in het vorige blogje beschreef ik het vraaggesprek. De dag erna, afgelopen zaterdag, ben ik naar Madrid gegaan, omdat ik dolgraag het Museo de América wilde bezoeken, dat vlakbij het busstation Moncloa is. Mijn bus ging niet al te vroeg, dus ik had tijd om langs enkele romaanse kerkjes in Segovia te lopen, die allemaal de narthex bleken te hebben aan de zijkant in de plaats van de voorkant.

De bus naar Madrid zat behoorlijk vol met Duitse pelgrims die op weg waren naar Santiago de Compostela, wat me nogal verbaasde, omdat het heiligdom de andere kant op was. Even verbazingwekkend was de jonge vrouw naast me in de bus, die tekeningen zat te maken op een tablet en bij aankomst een compleet stripverhaal had vervaardigd.

De Madrid-stèle

Museo de América

Over het Museo de América, dat meer heeft te bieden dan alleen de collectie precolumbiaanse kunst waarvoor ik kwam, zal ik nog eens bloggen. Er is veel over te vertellen en bijna allemaal positief. Het enige nadeel is dat alle uitleg en het volledige aanbod in de museumboekhandel Spaanstalig is; ik had graag een Engelse catalogus aangeschaft. Ik ben er vrij lang gebleven. Het topstuk is de Madrid-codex: net als de Dresden-codex (waarover ik twee weken geleden schreef) een echt Maya-boek. Ik kan nu claimen dat ik in tien dagen de helft van alle overgebleven Maya-literatuur heb bekeken.

Ik wandelde door naar de Tempel van Debod, een Egyptisch gebouwtje dat, net als “onze” Tempel van Taffeh, door de Egyptische overheid cadeau is gedaan als dank voor archeologische hulp bij de aanleg van de Aswan-dam. Het was vrij druk en de bewaker zei dat ik later moest terugkomen, wat ik niet meer heb gedaan.

Madrid

Een vriendelijke mevrouw van de ambassade had me gezegd dat ik zeker langs het Koninklijk Paleis moest wandelen, maar ze zal niet hebben geweten hoe goed dat advies was. Een paar maanden geleden blogde ik over Spanje in de Late Oudheid, en toen noemde ik ook vorsten als Eurik, Leovigild en Pelagius. Er bleken standbeelden van deze heren voor het paleis te staan, die mooi demonstreren hoe Spanje een geschiedbeeld had (of heeft) waarin er culturele continuïteit is van Visigotisch Iberië via de Asturische leider Pelagius naar de middeleeuwse koninkrijken.

Pelagius van Asturië

Via de Plaza de la Villa en de Plaza Mayor en door de Barrio de las lettras bereikte ik de laatste bestemming van de dag: het Prado. Ik hoopte de buste van Xenofon te zien, maar de sculptuurafdeling bleek gesloten. Ik was al wat moe, maar ik denk dat ik het ook anders geen fijn museum zou hebben gevonden. Je koopt kaartjes in het noorden, moet naar een ingang in het oosten en kan je bagage in bewaring geven op de eerste verdieping in het zuiden. Zo schept het museum zogeheten B-bewegingen: verplaatsingen die nodig zijn om de eigenlijke verplaatsingen te maken, zoals auto’s die, na de eigenlijke rit, rondrijden op zoek naar een parkeerplaats. Teveel B-bewegingen in een museum dragen bij aan onaangename drukte. Ik heb het bezoek aan het Prado dus beperkt tot drie schilderijen van Francisco Goya. (Meer dan drie doeken bekijken in een museum is sowieso een belediging van de schilderkunst.)

Een rumoerige bus bracht me terug naar Segovia. Ik moet nu aan “name dropping” doen en schrijven dat ik die avond dineerde met iemand uit de familie De’ Medici, en dat we spraken over literatuur, de eenzijdige aandacht voor Engelse publicaties en over onze uitgevers. En die opmerking doet me denken aan de autobiografie van Casanova, die eindeloos schrijft over zijn conversaties met de Europese aristocraten met wie hij placht te souperen.

Geestelijk welbevinden

Ik wilde het zaterdag niet te laat maken, want mijn hoofd zat nog vol Madrileense indrukken, en wandelde terug naar het hotel. Een boekhandel had als opschrift op de gesloten rolluiken dat wie veel leest en veel reist, veel ziet en veel weet: een citaat van Don Quichot, en we weten allemaal wat het vele lezen bij die weergaloze ridder heeft aangericht. Ik hou van de zelfspot dat een boekhandel de klanten wijst op de gevaren voor het geestelijk welbevinden.

Zondagmorgen nam ik afscheid van Jan-Willem, reisde ik terug naar Madrid en vloog ik naar Nederland. Alles bij elkaar ben ik iets meer dan tweeënzeventig uur in Spanje geweest. Elk buitenland heeft weer andere buitenlanden: in Dresden merk je dat je bij Tsjechië en Oostenrijk bent, in Spanje realiseer je je dat voor Spanjaarden Zuid-Amerika heel nabij is. Het helpt je om je eigen wereldje wat te relativeren. Dit bezoek was even kort als waardevol.

#debod #franciscoGoya #madrid #museoDeAmerica #prado #santiagoDeCompostela #segovia #spanje #taffeh #vanitasVanitatum #xenofon

Tweeënzeventig uur Spanje (2)

De IE-Universiteit te Segovia

In mijn vorige blogje vertelde ik dat ik was aangekomen op het Hay Festival in Segovia, waar ik zou worden geïnterviewd over de bestrijding van misinformatie. Het gesprek zou plaatsvinden in een zaal in de IE Universiteit en worden ingeleid door de Nederlandse ambassadeur in Spanje. Na een kop koffie bij een prachtig uitzicht over het dal van de rivier de Eresma, gingen we naar de zaal waar het vraaggesprek zou zijn. Ik vertel hieronder weinig dat de vaste lezers van deze blog niet al kennen, maar als u daarnaast mijn steenkolen-Engels eens wil beluisteren en er abonnementsgeld voor over hebt, dan kunt u het via deze pagina vinden.

Desinformatie

De ambassadeur leidde het in en daarna passeerden diverse onderwerpen de revue. Zo gingen we in op het ontstaan van slechte informatie doordat academici niet voldoende weten van het werk van hun collega’s, wat ik illustreerde aan de onbezonnenheid waarmee de Sapfo-fragmenten zijn gepubliceerd, becommentarieerd en geretraheerd. Er zijn volop mensen die onwetenschappelijk geblunder herkennen, en dat is een voorname oorzaak van wetenschapsscepsis. Minder vaak, maar opvallender, komt desinformatie voort uit politieke of religieuze agenda’s.

De efficiëntste manier om desinformatie te bestrijden is verhinderen dat ze überhaupt aandacht krijgt. Tegen kwaadwillendheid is natuurlijk geen kruid gewassen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mensen zich niet laten meeslepen, en daarbij is cruciaal dat ze al weten (of in een vroeg stadium kunnen ontdekken) wat wetenschappers weten en waarom. Als je bijvoorbeeld pas gaat uitleggen waarom vaccinaties werken nadat mensen hebben besloten dat ze gevaarlijk zijn, is het te laat om sceptici nog te overtuigen. Sterker nog, ze gaan dan ook de wetenschappelijke methode wantrouwen: het beruchte backfire-effect.

Proactief informeren

Kortom, je moet misinformatie en desinformatie vóór zijn en gelukkig zijn sommige zaken voorspelbaar, zoals de claims over Jezus vlak voor Kerstmis. Een ander mechanisme dat in het vraaggesprek aan de orde kwam is dat bad information drives out good: terwijl dankzij digitaliseringsprojecten verouderde inzichten voor iedereen bereikbaar zijn, verbergen de universiteiten hun inzichten achter betaalmuren. Als voorbeeld noemde ik het Jezusmythicisme; Jan-Willem lichtte voor het publiek nog even toe dat dit ging over de historische Jezus, een nuance die in Nederland vanzelf spreekt, maar waarvan ik niet had bedacht dat die bij een breder publiek weleens minder bekend kon zijn. En een laatste mechanisme: de journalistieke onderschatting van het publiek. Wetenschapsjournalisten geven perfect informatie over pakweg de zwaartekrachttheorie van Verlinde, maar lopen met een boog om de hermeneutische implicaties van de DNA-revolutie, terwijl dat echt geen ingewikkelder thema is. Doordat journalisten liever over oudheidkundige trivia schrijven, laten ze het vak triviaal lijken.

Journalistieke luiheid was, als ik me goed herinner, een van de take-aways waarmee we afrondden. Het belang van kennis van andere vakterreinen en de urgentie te komen tot open access kwamen in de eindsamenvatting eveneens aan de orde, en die onderwerpen keerden terug in de vragen uit het publiek, die na afloop weer naadloos overgingen in het gesprek in de wandelgangen. Ik sprak er onder andere een Ierse economisch historicus die ik kon wijzen op het werk van mijn oud-docent Bert van der Spek.

Niet veel archeologen zullen college hebben in een zaal met een twaalfde-eeuwse fresco. (Een fresco met hetzelfde model is te zien in het Metropolitan Museum in New York.)

Een middag in Segovia

De ambassadeur trakteerde ons op koffie op de Plaza Mayor en daarna lunchten we in de tuin van het stadspaleis van de markies. Aan tafel belandde ik tegenover Giles Tremlett, zodat ik vervloekte dat ik Ghosts of Spain niet had kunnen lezen. Anderen werden aan me voorgesteld met typeringen als “hij heeft samengewerkt met David Bowie” of “directeur van het belangrijkste literaire festival in Noorwegen”, maar ondanks dit tot nederigheid stemmende gezelschap heb ik fijne herinneringen aan de lunch.

Iets later was er nog een journalist die schreef over het Hay Festival en mij wilde interviewen – en daarmee zaten mijn verplichtingen er eigenlijk op. Vlakbij het postkantoor, waar ik mijn ansichtkaarten wegbracht, ontmoette ik een paar mensen die ik tijdens het vraaggesprek in de zaal had zien zitten, en samen wandelden we door naar de kathedraal, die me weinig deed, en dronken we nog een glaasje op het plein.

De kathedraal van Segovia

’s Avonds zijn we uit eten geweest. Op het plein bij het aquaduct, waar we zouden dineren, werd gedemonstreerd tegen femicide en een van de ambassademedewerkers zou me later die avond uitleggen dat men daartegen in Spanje zeer expliciet stelling betrekt. De ambassademensen waarschuwden me ook dat we in het restaurant biggetjes te eten zouden krijgen, en dat eerdere bezoekers daar wat moeite mee hadden gehad. Ineens begreep ik waarom me die dag al drie of vier keer was gevraagd of ik misschien vegetariër was.

Het bleek nogal rumoerig in het restaurant, en naast ons Nederlandse hoekje schoven wat Engelstaligen aan, waaronder iemand met belangstelling voor Xenofon. Het was echter gezellig, het afscheid was laat en het was pas half een eer ik op bed lag.

[wordt morgenochtend vervolgd]

#backfireEffect #badInformationDrivesOutGood #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #openAccess #papyrologie #Sapfo #Segovia #Spanje #vanitasVanitatum #wetenschapsscepsis #Xenofon

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Het archeologisch museum

Ik zou hem donderdag om 16:15 in Madrid ontmoeten bij het standbeeld van Cervantes, maar ik landde veel eerder en had dus tijd om naar het archeologisch museum te gaan. Ik wilde vooral de Iberische stukken zien. De Dame van Elche is wereldberoemd, maar er is ook edelsmeedwerk uit de Bronstijd, er zijn gegrafeerde stenen uit de Tartessos-cultuur en er zijn krijgersreliëfs uit Osuna, waarvan ik alleen voorbeelden kende uit Parijs en Córdoba. Ik was verbaasd een maquette te zien van wat een bazina leek, een soort Maghrebijns graf dat de museale uitleg echter in verband bracht met de Europese Urnenveldcultuur.

De Dame van Elche

De Romeinse afdeling is niet speciaal, afgezien van de in brons gegrafeerde gemeentewetten, die in deze omvang eigenlijk zonder parallel zijn. De enige nog omvangrijkere versie is de Lex Irnitana, bij mijn weten in het museum in Sevilla. Een van de suppoosten sprak bewonderend over de Romeinse mozaïeken, die ik heb geprezen zonder te zeggen dat elk Tunesisch museum beter heeft. Ik vermoed dat de beste Romeinse stukken van Spanje in lokale musea zijn.

Wellicht was het goed dat het museum niet meer laatantieke en Arabische stukken toonde, want anders zou ik wel erg lang in het museum zijn gebleven. En ik had om 16:15 een afspraak bij Cervantes. Wat een Maghrebijnse bazina met de Europese Urnenveldcultuur van doen heeft, heb ik dus niet kunnen ontdekken, en het boekhandeltje hielp me niet veel verder. Al met al verliet ik het museum met een handvol antwoorden, veel nieuwe indrukken en een stuk of wat nieuwe vragen.

Mozaïek met de Twaalf Werken van Herakles uit Edeta/Llíria

Segovia

Jan-Willem, die ik even later ontmoette, bleek een geboren verteller, die er plezier in had Spanje uit te leggen, zodat ik me tijdens de busreis naar Segovia geen moment verveelde. Terwijl we het vraaggesprek van de volgende dag doornamen, zagen we van een afstand het 150 meter hoge kruis uit de Franco-tijd bij de Vallei der Gevallenen.

Segovia maakt zijn reputatie als mooie stad helemaal waar. Ik had een hotel aan de Plaza Mayor, wat als nadeel had dat ik nogal eens wakker werd van de klokken van het raadhuis, maar het uitzicht op de kathedraal maakte dat dubbel goed. Nadat ik me op mijn hotelkamer had ingericht en opgeknapt, gingen we naar de IE-universiteit, waar Josep Borrell sprak. Het was een goed, met cijfers onderbouwd verhaal. Een simultaanvertaling zorgde ervoor dat alle aanwezigen het begrepen. Indrukwekkend waren de studenten die de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU vragen stelden, vooral omdat de jongeman die informeerde naar de uitbreiding van het Europese project afkomstig bleek te zijn uit Oekraïne.

Josep Borrell

Het avondeten werd geserveerd bij de markies van Castellarnau, die op een steenworp van de kathedraal bleek te wonen in een huis bovenop de stadsmuur. En als ik nu aan “name dropping” doe, dan wordt dit in de volgende blogjes nog erger. De voorname aanwezigen op het festival waren, om eerlijk te zijn, het enige wat bij mijn wonderbaarlijk mooie reis moeilijk was. Ik heb het idee dat ik in mijn werk een soort eerste-divisie-voetballer ben die wel zou willen spelen in de eredivisie, maar nu onverwacht uitkwam in de Champions League. Ineens zat ik tussen mensen die dankzij (medewerkers met) toegang achter de academische betaalmuren in staat zijn veel zinnigere dingen te doen dan ik. Kortom, mijn impostor syndrome speelde behoorlijk op te midden van de diplomaten, de politici, de hoogleraren en de halve Almanach de Gotha.

[wordt morgenmiddag vervolgd]

#DameVanElche #Edeta #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #JosepBorrell #LexIrnitana #LLíria #Madrid #openAccess #Segovia #vanitasVanitatum

De persoonlijke faits divers (39)

Opgraving in Turuñuelo (©IAM-CSIC)

Deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, de negenendertigste alweer, bevat vooral nieuws dat eigenlijk totaal onbelangrijk is en vermoedelijk alleen mijzelf boeit (Apeldoorn), inspireert (vissaus), irriteert (Egypte), fascineert (Tartessos) en vleit (doorlezen tot het einde).

***

Apeldoorn

Wie van Barneveld naar Apeldoorn fietst, komt over de Asselse Heide. Daar zijn nog de kuilen te zien waar mensen ooit de klapperstenen vonden waaruit ze ijzeroer wonnen. De Veluwse beekjes en de later aangelegde sprengen zijn eveneens ijzerhoudend.noot Ik hoorde nog vorige week iemand vertellen dat haar broer ergens in de jaren zeventig in het ijzerhoudende water was gevallen en dat diens kleren niet meer schoon te wassen waren. Aan de andere kant van Apeldoorn, in de richting van de IJssel, lagen drassige gebieden, waar moeraserts werd gewonnen. Omdat de plek dus quasi-letterlijk drijft op ijzer, speculeerden de medewerkers van het toenmalige archeologisch museum Moerman een halve eeuw geleden dat het erts via Apeldoorn verhandeld moest zijn geweest met het Romeinse leger, dat gestationeerd was aan de Rijn bij Arnhem. Het was immers slechts een dag lopen van producent naar consument.

Nu konden de museummedewerkers dat wel bedenken, maar destijds ontbrak in Apeldoorn ieder bewoningsspoor uit de Romeinse tijd. Een jaar of wat geleden vond men in het westen van de huidige stad echter bewijs voor een voor Germaanse begrippen vrij grote nederzetting. Als ik me goed herinner, werd dat toen ook meteen met de ertshandel in verband gebracht. Inmiddels is er ook bewijs dat er boeren hebben gewoond in Apeldoorn.

Groot nieuws is dit vanzelfsprekend niet. Het is slechts dataverwerving en dataverwerving is een voorwaarde voor wetenschap en geen wetenschap. Maar als oud-Apeldoorner vind ik dit dus wel leuk.

Vissaus

Nog een trivialiteit, al is het een serieuze: onderzoekers hebben de samenstelling van antieke vissaus (garum) ontdekt, waarbij de crux is dat ze niet alleen graten vonden in de kuipen waarin de vis wekenlang lag te rotten, maar dat ze die graten ook nog geschikt konden maken voor DNA-onderzoek. Met dit onderzoek worden geen grote sociaalwetenschappelijke vragen opgelost of zelfs maar gesteld, maar het is een nieuw soort inzicht, mogelijk door nieuwe methoden. En dat is wetenschappelijke vernieuwing.

Voor wie nu zelf vissaus wil maken: sommige producenten gebruikten ansjovis, andere sardine, en daarnaast maakte men gebruik van sprot en okselzeebrasem. Die smurrie stinkt behoorlijk, dus mijn advies is: haal een fles Vietnamese vissaus bij uw toko.

Geen vissaus. wel vis (Archeologisch museum, Sousse)

Egypte

Een claim die veel media haalde: een Brits onderzoeksteam slaagde erin het vrijwel complete DNA van een oude Egyptenaar uit te lezen en deed isotopenonderzoek, zodat ze veel over de overledene te weten konden komen. Inclusief het feit dat die onder zijn voorouders ook Mesopotamiërs had. Alle bombarie kan echter niet verhullen dat er weinig nieuws was. Het enige nieuwe is dat voor het eerst antiek Egyptisch genoom vrijwel compleet is uitgelezen. Men is dus verder dan ooit gelopen langs een al bekende weg, zeg maar een soort afstandsrecord. Zoiets is eigenlijk alleen relevant voor de laboratoriummensen, zoals het behalen van het hoogste punt van een nieuw huis alleen interessant is voor bouwvakkers.

Daniel Soliman van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geeft in De Volkskrant bovendien als commentaar dat we aan één Egyptenaar niet zo veel hebben. Wat we nodig hebben, is een representatieve steekproef van de gehele bevolking. Wat we zeker niet nodig hebben, is berichtgeving waarin het enige nieuwsfeit bestaat uit een laboratorium-record. Terwijl je van wetenschap blij kunt worden, trokken de onderzoekers nu de aandacht tot geen enkel nieuw inzicht, boden ze antwoord op geen enkele vraag en riepen ze enkel een gevoel op van verveling.

Spanje

In Spanje tonen ze hoe het beter kan. Archeologen herkennen daar in het zuiden een IJzertijdcultuur die ze Tartessos noemen, naar een uit Griekse bronnen bekende halflegendarische stad voorbij de Zuilen van Herakles. Rond 500 v.Chr. verplaatste het Tartessische kerngebied zich van de vallei van de Guadalquivir naar het noorden, naar de Guadiana. Een van de belangrijkste opgravingen daar in het binnenland is Turuñuelo, waar onlangs een zuil is opgegraven van marmer, en dat bleek helemaal van het eiland Marmara afkomstig.

Die pilaar is natuurlijk slechts dataverwerving en het dagdagelijkse proces van normale wetenschap vormt geen nieuws. Je kunt het echter gebruiken om de aandacht te trekken naar iets wezenlijkers, en kijk: de Spaanse media plaatsen de vondst wél in een bredere context, namelijk het groeiende bewijs voor de uitgestrektheid van de antieke handelsnetwerken. Door Griekse kooplieden vervoerde producten bereikten niet alleen de Andalusische kust, maar ook het binnenland.

Ik ga nog een stap verder. Aangezien je dezelfde route in twee richtingen kunt afleggen, benadrukt deze conclusie de noodzaak dat we bij het analyseren van de Griekse cultuur meer dan ooit rekening moeten houden met invloeden uit Iberië.

Vanitas vanitatum

Tot slot: ik ben onlangs geïnterviewd in het wetenschapsprogramma van de Amsterdamse stadsomroep Salto. U kunt het hier beluisteren. Wat ik niet zag aankomen maar superleuk vind, is dat Science Guide, zeg maar de online-krant van de Nederlandse universiteiten, het oppikte. En ik zou een slechte leugenaar zijn als ik ontkende te hebben gebloosd toen ik las dat deze blog een snoepwinkel is voor Oudheidliefhebbers en misschien wel een van de mooiste in ons taalgebied. U leest het verhaal hier en als de betaalmuur te hoog blijkt, leest u het daar.

#apeldoorn #dnaOnderzoek #faitsDivers #garum #ijzer #isotopenonderzoek #spanje #tartessos #turunuelo #vanitasVanitatum

Oudheidkunde is een wetenschap

Dat was grappig. Ik was zondag naar de intocht van Sint-Nikolaas geweest en toen ik thuis kwam lag er voor mijn deur zomaar een doos met daarin vijftien exemplaren van mijn nieuwe boek. Ik verwachtte de auteursexemplaren pas later, dus dit Sinterklaascadeau was een aangename verrassing.

Oudheidkunde is een wetenschap

Oudheidkunde is een wetenschap gaat over dat wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Ik sprak erover met een stuk of veertig onderzoekers uit Nederland, België en Duitsland. In het boek leg ik eerst uit dat het tijdperk tussen 3000 v.Chr. en 650 na Chr. een eigen karakter heeft waar het centrale kentheoretische probleem, dataschaarste, als automatisch uit voortvloeit. Ik vertel verder dat de dagelijkse wetenschappelijke praktijk reageert op het heden en dus steeds nieuwe vragen stelt en nieuwe inzichten biedt. In diezelfde dagelijkse praktijk groeit het databestand. Soms spectaculair, al hebben we zelfs dan te weinig data.

De dynamiek zit echter niet in de dagelijkse wetenschap. Ze zit in nieuwe technieken die nieuwe soorten inzicht opleveren. Naast archeologische prospectie en oudheidkundig klimaatonderzoek zijn dat digitale paleografie en de manier waarop de DNA-revolutie de uitleg van de antieke cultuur, met name teksten, verandert. Of zou moeten veranderen. Tot slot ga ik in op de vraag hoe het publiek hierover meer kan vernemen.

Afgaand op mijn onverwachte Sinterklaascadeau is het boek nu dus gedrukt. Het zal deze week dus wel aankomen in de winkels. Anders volgende week, maar in elk geval voor Sinterklaas.

Bijeenkomsten

Er zijn twee bijeenkomsten. Geen boekpresentaties waarbij de auteur iets voorleest, wat vragen beantwoordt en dan gaat zitten signeren. Met een dergelijke presentatie plaatsen we, als ik zo onbescheiden over mijn boek mag spreken, het licht onder de korenmaat. We willen iets bieden dat boeiender is. En neem van mij aan: de inhoud van elk boek is interessanter dan dat signerende auteurtje. We plaatsen dus de inhoud centraal.

Op donderdagmiddag 30 november spreken Rens Bod en ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden over de schadelijke versplintering van de geesteswetenschappen in het algemeen en over de oudheidkundige bloedgroepen in het bijzonder. We denken dat we ook oplossingen hebben, waardoor én het onderzoek kwalitatief kan verbeteren én de voorlichting beter kan. Bod en ik overhandigen het eerste exemplaar dat ik uit mijn Sinterklaasdoos haalde aan wetenschapsjournalist Marcel Hulspas. Meer informatie hier, ook over de livestream voor wie niet in Leiden woont. Er is in het museum trouwens ook een leuke expositie over het Jaar 1000.

De avond ervoor, dus woensdag 29 november, hebben Robert Nouwen en ik het in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman over het politiek misbruik dat mogelijk wordt als het oudheidkundig onderzoek niet goed wordt uitgelegd. U mag denken aan Ambiorix als nationale held, aan Bart De Wevers fantasieën, aan Mark Ruttes verzinsels over migratie als oorzaak van de ondergang van het Romeinse Rijk en aan (anti)zionistische claims. U kunt u hier aanmelden.

#antiekeCultuur #dataschaarste #MarcelHulspas #OudheidkundeIsEenWetenschap #RensBod #RobertNouwen #vanitasVanitatum

Boekpresentatie

Even een blogje in de categorie “ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid en het najagen van wind”. De wind die ik najaag is concreet aards slijk, maar daarover zo meteen meer.

Gisteren mocht ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden mijn boek over de geschiedenis van Libanon ten doop houden. Meestal bestaan dat soort ceremonies uit een toespraakje of een stukje voorlezen door de auteur, uit een vragenrondje, en uit de overhandiging van een “eerste exemplaar” aan iemand die dan eveneens een toespraakje houdt. Daarna gaat de auteur ergens zitten om verkochte exemplaren te signeren. Eerlijk gezegd houd ik er niet van. Die vorm had ooit zin, toen mensen nog goede feestredes wisten te houden, toen degene die het eerste exemplaar kreeg een Voornaam Persoon Die Het Beleid Kon Verbeteren was. Maar zo iemand ken ik niet. En het is wat raar om als auteur te vertellen wat mensen beter in je boek kunnen lezen. Wat mij betreft heeft de vorm zichzelf overleefd.

Ik probeer daarom meestal om er iets te maken dat meer tot de verbeelding spreekt, en dit keer had ik twee sprekers uitgenodigd die over Libanon inhoudelijk iets anders konden vertellen dan ik. Dat waren Carolien Roelants, die u misschien kent van haar boeken of van de column in het NRC Handelsblad, en Roel Meijer van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Zij zouden de avond zeker op een hoger plan brengen.

Alle begin is moeilijk

Ik wilde ontspannen aankomen en besloot naar Leiden te fietsen. Ik maak het tochtje langs de Westeinderplas regelmatig en kom dan prettig vrij van muizenissen aan. Maar gisteren moest het echt komen uit het eelt van m’n tenen. Ik was uitgeput.

Enfin. Er was een livestream voorzien en het leek me leuk vooraf een Powerpoint-carrousel te draaien waarin ik foto’s toonde van de Libanezen die me hebben geholpen, met een bordje “thanks” erbij: mensen als de Françoise die hier onlangs blogde, journalist Michael Young, mijn vriendinnen Maya en Miriam, een bevriend echtpaar… Die carrousel leek me voor hen een fijn begin, omdat het niet aannemelijk was dat ze de hele Nederlandstalige bijeenkomst zouden uitzitten. Om een of andere reden lukte het echter niet de carrousel te laten draaien, maar de goede mensen van het museum wisten gelukkig wel de presentaties van de gastsprekers te laden.

Ondertussen kwamen de gasten binnen. Ik stond ze, voor 45% uitgeput en voor 45% bezig met de projectie, voor 10% te woord en was dus niet helemaal bij de les. Het werd echter gezellig druk en ik zag mijn boek voor het eerst liggen.

Carolien Roelants

De sprekers

Mijn redactrice, Janna Willems, heette iedereen welkom, en daarna sprak Carolien Roelants. Die vertelde hoe een klein land als Libanon nogal eens problemen importeert die eigenlijk in het buitenland zijn ontstaan, zoals het Sykes-Picot-verdrag, waarmee Frankrijk en Groot-Brittannië het Ottomaanse Rijk opdeelden, waarna Frankrijk begon zijn mandaatgebied te verdelen om het makkelijker te kunnen beheersen. De hele twintigste eeuw hadden buitenlandse mogendheden grote invloed op dat kleine Libanon. Veel is er sindsdien niet veranderd: nog niet zo lang geleden zegde de EU geld toe voor het herstel van Libanon, onder voorwaarde dat er geen vluchtelingen naar Cyprus zouden varen.

De tweede spreker, Roel Meijer, had het over de recente Libanese export: Hezbollah. De organisatie, die je kunt typeren als een militie en als een politieke partij, kon alleen ontstaan in een land met een zwakke regering: Hezbollah kon in 1990 haar wapens behouden omdat ze de zuidgrens beschermde, wat na de Burgeroorlogen geen enkele andere partij kon doen. De laatste jaren had Hezbollah mede daardoor grote invloed op het land, en inmiddels zijn er allerlei van dit soort organisaties actief: in Syrië, in Irak, in Libië, in Soedan, in Jemen.

Interessant detail: hoe Iran, dat in de oorlog met Irak leerde dat je geen oorlog in eigen land wil hebben, die milities gebruikt als voorwaartse verdediging van het thuisland. Dat van Hezbollah en Hamas weinig dreiging meer uitgaat, en dat een Israëlische aanval op het Iraanse thuisland niet meer uit te sluiten viel, las u vanmorgen in uw ochtendblad.

Roel Meijer

Welgemanierdheid

Kortom, ik had twee goede sprekers, die ik hier graag nog even bedank. Er waren nog wat vragen; en ik kon zelf afronden met de opmerking dat weliswaar nogal wat politiek en misère de revue waren gepasseerd, maar dat Libanon desondanks een mooi land is en dat althans ik er iets heb geleerd over voorkomendheid en welgemanierdheid. Niet dat ik altijd voorkomend en welgemanierd ben; ik ben nou eenmaal opgegroeid als botte Hollander.

Sprekend over Libanese welgemanierdheid: tijdens de signeersessie ging mijn telefoon – een berichtje uit Libanon waaruit bleek dat een van mijn vrienden daar tot het einde naar de livestream was blijven kijken. Ik weet niet of ik zo lang zou hebben gekeken naar een lezing in het Arabisch.

Het slijk der aarde

Tot zover mijn ijdelheid. Nu het najagen van wind. Nog even iets over het slijk der aarde.

Het boek kost 22 euro en daarvan gaat het auteursaandeel, dat is 10%, via Cordaid naar Catholic Relief Services in Libanon. Ik ga hier niet opsommen waarom het geld daar zo hard nodig is (u leest het slothoofdstuk van mijn boek maar), maar ik hoop dat u het boek wil kopen. De kiesheid gebiedt dat ik niet zelf zeg dat het een goed boek is, en ik erken dat ik geen Arabisch spreek, maar verschillende meelezers hebben eveneens gezegd dat het een goed boek is, en ik kreeg gisteren diverse keren te horen dat het mooi was geïllustreerd.

Dus, lieve mensen, koop dat boek nou effe.

#boek #boekpresentatie #CarolienRoelants #Hezbollah #Libanon #LibanonEenKorteGeschiedenis #RoelMeijer #SykesPicot #vanitasVanitatum

Bestel “Libanon. Een korte geschiedenis”

Twee blogjes per dag is voldoende, maar ik gooi er vanavond nog even een derde tegenaan. U kunt namelijk het boek bestellen dat ik deze winter heb geschreven over de geschiedenis van Libanon. Er zijn, tussen de afronding van het manuscript en het moment waarop het boek in de winkel ligt, altijd een paar stappen te zetten, en dit vind ik zelf altijd een belangrijke.

Libanon verdient uw aandacht, want er is méér dan de verzameling clichés die u ook wel kent. Dat het kleine land het Zwitserland van het Midden-Oosten is, dat de hoofdstad Beiroet het Parijs is van het Midden-Oosten, dat het de ontmoetingsplaats is van Oost en West, dat het alfabet er vandaan komt, dat het land altijd met ellende in het nieuws komt, dat je er in de ochtend kunt skiën in de bergen en in de middag kunt baden in zee.

Zoals het met clichés gaat, zit er een kern van waarheid in. Maar er is dus meer. Ik stel u voor aan een diplomate aan het hof van de farao, aan een Romein die zich in de Griekse taal bezint op zijn Fenicische identiteit, aan een beroemde Romeinse jurist, aan sober levende christelijke kluizenaars, aan islamitische rechtsgeleerden, aan een tragische kruisvaarder, aan een druzische emir in Florence, aan onderwijshervormers en opmerkelijke feministes, aan westerse bezoekers, aan een beroemde zangeres die werkte als geheim agent en vooral aan de veerkrachtige, vriendelijke Libanezen.

De titel van het boek, Libanon. Een korte geschiedenis, is bij nader inzien een tikje onnauwkeurig, want het boek telt bijna 300 bladzijden. Ik hoop dat het desondanks zijn weg vindt naar mensen die wat achtergrondinformatie willen hebben bij het nieuws, naar toeristen, naar mensen met Libanese collega’s en naar eenieder met belangstelling voor het Midden-Oosten. Ik behandel de geschiedenis vanaf de Oudheid tot en met februari 2025.

U bestelt het boek hier. Het is leverbaar vanaf juni. En wie niet zo lang kan wachten, kan bij Home Academy een reeks colleges bestellen die ik deze winter maakte over de geschiedenis van Libanon. De opbrengst gaat naar Libanon.

#boek #Libanon #LibanonEenKorteGeschiedenis #vanitasVanitatum

Week van de Klassieken

Even een blogje met een hoog How Can I Make This About Me-gehalte, waarvoor alvast mijn excuus. Maar morgen begint de Week van de Klassieken, het jaarlijkse evenement waarin allerlei mensen en allerlei organisaties allerlei activiteiten ontwikkelen om allerlei aspecten van de Oudheid in het zonnetje te zetten. Het thema is “recht en rechtvaardigheid” en u vindt het programma hier. Aanbevolen.

En nu even het How Can I Make This About Me-deel. Tijdens de Week van de Klassieken bereikt deze blog zijn zesduizendste aflevering. Dat is een mijlpaal en ik ben overeenkomstig trots. We hadden in februari ruim 4300 bezoekers per dag, en ook dat is natuurlijk fijn. De commentaren zijn inmiddels prettig zakelijk; we hebben al een tijdje geen last meer van wappies en bedreigingen. Nog meer reden tot vreugde dus.

Maar toch.

Als ik kijk naar de mensen die als gastblogger materiaal aanleveren (dank jullie wel!) en als ik kijk naar degenen die het vaakst reageren, dan moet ik constateren dat het hier wel een beetje een blog is voor blanke/witte mannen met een zekere leeftijd. Nu is het helemaal niet erg om een man van een zekere leeftijd te zijn (enkele van mijn beste vrienden zijn mannen van een zekere leeftijd) maar ik heb het idee dat het aanbod interessanter zou zijn met jongere stemmen, met meer vrouwen, met mensen met een migratieachtergrond.

De klassieke wereld, de Oudheid, verdient een discussie, even rijk als het tijdperk zelf. Beschouw dit blogje dus als uitnodiging. Het contactformulier vindt u bovenaan deze pagina, onder “over deze blog”. Voor het overige: geniet van de Week van de Klassieken.

#MainzerBeobachter #vanitasVanitatum #WeekVanDeKlassieken

Week van de Klassieken

A Quasar Project