Oudheidkunde is een wetenschap

Dat was grappig. Ik was zondag naar de intocht van Sint-Nikolaas geweest en toen ik thuis kwam lag er voor mijn deur zomaar een doos met daarin vijftien exemplaren van mijn nieuwe boek. Ik verwachtte de auteursexemplaren pas later, dus dit Sinterklaascadeau was een aangename verrassing.

Oudheidkunde is een wetenschap

Oudheidkunde is een wetenschap gaat over dat wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Ik sprak erover met een stuk of veertig onderzoekers uit Nederland, België en Duitsland. In het boek leg ik eerst uit dat het tijdperk tussen 3000 v.Chr. en 650 na Chr. een eigen karakter heeft waar het centrale kentheoretische probleem, dataschaarste, als automatisch uit voortvloeit. Ik vertel verder dat de dagelijkse wetenschappelijke praktijk reageert op het heden en dus steeds nieuwe vragen stelt en nieuwe inzichten biedt. In diezelfde dagelijkse praktijk groeit het databestand. Soms spectaculair, al hebben we zelfs dan te weinig data.

De dynamiek zit echter niet in de dagelijkse wetenschap. Ze zit in nieuwe technieken die nieuwe soorten inzicht opleveren. Naast archeologische prospectie en oudheidkundig klimaatonderzoek zijn dat digitale paleografie en de manier waarop de DNA-revolutie de uitleg van de antieke cultuur, met name teksten, verandert. Of zou moeten veranderen. Tot slot ga ik in op de vraag hoe het publiek hierover meer kan vernemen.

Afgaand op mijn onverwachte Sinterklaascadeau is het boek nu dus gedrukt. Het zal deze week dus wel aankomen in de winkels. Anders volgende week, maar in elk geval voor Sinterklaas.

Bijeenkomsten

Er zijn twee bijeenkomsten. Geen boekpresentaties waarbij de auteur iets voorleest, wat vragen beantwoordt en dan gaat zitten signeren. Met een dergelijke presentatie plaatsen we, als ik zo onbescheiden over mijn boek mag spreken, het licht onder de korenmaat. We willen iets bieden dat boeiender is. En neem van mij aan: de inhoud van elk boek is interessanter dan dat signerende auteurtje. We plaatsen dus de inhoud centraal.

Op donderdagmiddag 30 november spreken Rens Bod en ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden over de schadelijke versplintering van de geesteswetenschappen in het algemeen en over de oudheidkundige bloedgroepen in het bijzonder. We denken dat we ook oplossingen hebben, waardoor én het onderzoek kwalitatief kan verbeteren én de voorlichting beter kan. Bod en ik overhandigen het eerste exemplaar dat ik uit mijn Sinterklaasdoos haalde aan wetenschapsjournalist Marcel Hulspas. Meer informatie hier, ook over de livestream voor wie niet in Leiden woont. Er is in het museum trouwens ook een leuke expositie over het Jaar 1000.

De avond ervoor, dus woensdag 29 november, hebben Robert Nouwen en ik het in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman over het politiek misbruik dat mogelijk wordt als het oudheidkundig onderzoek niet goed wordt uitgelegd. U mag denken aan Ambiorix als nationale held, aan Bart De Wevers fantasieën, aan Mark Ruttes verzinsels over migratie als oorzaak van de ondergang van het Romeinse Rijk en aan (anti)zionistische claims. U kunt u hier aanmelden.

#antiekeCultuur #dataschaarste #MarcelHulspas #OudheidkundeIsEenWetenschap #RensBod #RobertNouwen #vanitasVanitatum

Wie is er bang voor Mohammed?

Ik moet Marcel Hulspas ruim twaalf jaar geleden hebben ontmoet. Hij vond me via het internet en vroeg me als meelezer van zijn boek En de zee spleet in tweeën, waarin hij de ontstaansgeschiedenis van de joodse Bijbel beschreef. Een mooi boek, ik kan het u aanraden. Niet dat Hulspas – ik ken niemand die hem Marcel noemt – altijd gelijk heeft, maar omdat hij verdraaid goede vragen stelde over het heilige boek.

Ik zie hem nog regelmatig, al belette het immer falende voormalige rijksspoorwegbedrijf onze laatste ontmoeting. (Iets met blaadjes die op de rails lagen en treinen die zó kort waren dat ik geen fiets kon meenemen.) Van zijn allerlaatste boek, Wie is er bang voor Mohammed?, was ik eveneens meelezer. Dat maakt het onmogelijk om het boek eerlijk te recenseren en dat zal ik dan ook niet doen.

Ik kan u echter wel vertellen wat van boek het is. In iets meer dan 200 pagina’s neemt Hulspas u mee langs een reeks aspecten van de islam: de Koran, de profeet Mohammed, de duivelsverzen, de sharia. En daarna een reeks thema’s waarmee de islam tegenwoordig het nieuws haalt. De status van vrouwen dus, en homoseksualiteit, slavernij, alcoholgebruik, het jodendom, vrouwenbesnijdenis, huwelijk en echtscheiding, het tijdelijke huwelijk. En ook: jihadisme en het beledigen van Mohammed.

Hulspas heeft mijn advies soms wel en soms niet overgenomen. Daaruit mag u afleiden dat ik zelf een ander boek zou hebben geschreven, maar dat wil niet zeggen dat ik Hulspas’ boek niet goed of niet integer zou vinden. Hij stelt belangrijke vragen en biedt onderbouwde antwoorden.

Zijn vragen zijn in feite gericht aan de islamitische minderheid in Nederland. De leden daarvan hebben het privilege in twee culturen te wonen: een privilege dat niet altijd makkelijk is maar hun wel de mogelijkheid geeft bewust keuzes voor zichzelf te maken. Hulspas legt de Nedermoslims voor waar de spanningen zitten tussen islam en Verlichting en zij zullen daarop vroeg of laat een antwoord moeten formuleren.

Ik hoop vroeg. Wie is er bang voor Mohammed? is in feite een discussiestuk in een debat dat vooralsnog te vaak wordt gegijzeld door religieuze kwezelarij aan de ene kant en botte onbeschoftheid aan de andere. Hopelijk kan Wie is er bang voor Mohammed? die patstelling doorbreken.

#islam #MarcelHulspas #Mohammed #sharia