Maron, een laatantieke kluizenaar
Een moderne afbeelding van MaronEffe een stukje over de Late Oudheid, over de christelijke kluizenaar Maron. Hij is op afbeeldingen herkenbaar aan een zwarte habijt en een stola, en hij heeft meestal een staf in de hand, waardoor hij te identificeren is als abt. Hij zou zelf hebben opgekeken van die typering, want een abt staat aan het hoofd van een klooster, dus een gemeenschap van monniken. Maron was daarentegen een alleen levende kluizenaar.
Het was in zijn tijd, zo rond het jaar 400 na Chr., niet ongebruikelijk dat mensen in het lijden van Christus wilden delen door in eenzaamheid een sober leven te leiden, liefst in een ontoegankelijk gebied. Zo ook Maron, die leefde bij een verlaten heidense tempel in de buurt van de Syrische stad Kyrrhos. Dat zijn hele bezit bestond uit een leren tent, was voor die tijd opvallend sober: meestal leefden kluizenaars en monniken in grotten of simpele huisjes. Blijkbaar trok Marons nog radicalere versterving de aandacht, want hij had nogal wat volgelingen, die in de omgeving kwamen wonen. Die zullen Marons gezag hebben erkend en op zondag zijn samengekomen voor de eredienst, maar hadden verder weinig gemeenschappelijk. Helemaal alleen waren ze dus niet, een georganiseerd klooster waren ze evenmin; men noemt deze tussenvorm weleens een laura.
Het bovenstaande is eigenlijk alles wat we weten over Maron. Ik ontleen het aan de frustrerend korte biografische schets die een bisschop van datzelfde Kyrrhos, Theodoretos, een kwart eeuw na Marons dood opnam in een collectie monnikenlevens. Het zijn er in totaal dertig, en diverse gebiografeerden waren leerlingen van Maron.
Monnikenorde
Die leerlingen leefden niet altijd meer in tenten: een van hen, Jakobus de Eenzame, gaf zelfs dat comfort op en leefde in de open lucht. Domnica organiseerde een vrouwengemeenschap. Abraham trok naar het Libanongebergte en woonde in een grot bij Afqa, bij de bron van de rivier de Adonis. (Die heet sindsdien Nahr Ibrahim, “Abrahamrivier”.) Een andere volgeling van Maron die zich als kluizenaar vestigde in Libanon, was Simeon, die woonde in de Qadishavallei.
Kortom, Maron was de stichter van een religieuze beweging, en hoewel hij zelf een tent wel voldoende vond, schonk keizer Marcianus in 452 een groep vroege maronieten een oude vluchtburcht bij de bron van de rivier de Orontes. Het bouwsel was hoog in de rotsen uitgehouwen en het houdt het midden tussen een verzameling kunstmatige grotten en een klooster. De tiende-eeuwse Arabische auteur Al-Masudi (ik citeerde hem al eens) meende dat in dit aan Sint-Maron gewijde klooster wel driehonderd monniken woonden.
Het klooster bij de bron van de OrontesBronnen
Terug naar Maron zelf. Het is wonderlijk dat Theodoretos, die toch bisschop was in de stad waar Maron had geleefd, over zijn leerlingen vrij veel heeft te vertellen, maar over hun meester eigenlijk niets weet. De vier korte paragrafen waar het om draait, bieden allerlei stichtelijks, maar weinig inhoudelijks.
De gedachte komt dan al snel bij je op dat Maron misschien niet heeft bestaan. Dat is geen hyperscepsis. Anderhalve eeuw later leefde namelijk Johannes Maron, die voor de maronieten even belangrijk was. Daarover zo meteen meer. Het zou niet vreemd zijn als er een persoonsverwisseling is geweest – of beter, een persoonsverdubbeling. Maar zo is het toch niet. We beschikken namelijk over een in 407 geschreven briefje waarin de kerkleraar Johannes Chrysostomos hoffelijk informeert naar Marons gezondheid.
Gezagscrisis
In de vroege zevende eeuw veroverden de Sassanidische Perzen de Levant. De patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel. Hij had daarna feitelijk geen gezag meer in de oorlogszone. Dit maakte de maronitische kloosters belangrijker dan ze ooit eerder waren geweest, ook toen keizer Herakleios in 628 het Byzantijnse gezag herstelde. Zes jaar later arriveerden immers de Arabische veroveraars, die de door de eerdere oorlog uitgeputte regio in minder dan geen tijd onderwierpen.
Inmiddels hadden de maronieten – op dit moment dus feitelijk een kloosterorde met veel aanhang bij de bevolking – een ietwat ongebruikelijke geloofsopvatting: ze hingen het monotheletisme aan, een door Herakleios voorgesteld compromis om de diverse soorten christenen te herenigen. Het wilde zeggen dat Christus weliswaar twee naturen had gehad, maar slechts één wil. De theologen en bisschoppen van het Byzantijnse Rijk typeerden het op het Derde Concilie van Constantinopel (680/681) als onorthodox.
Het kerkje in YanouhMaar daar trokken de maronieten zich weinig van aan. Zij woonden al bijna een halve eeuw in het Kalifaat en hielden vast aan hun eigen opvattingen. Om dat te onderstrepen, wezen ze ook een eigen patriarch aan, de zojuist genoemde Johannes Maron. Hij resideerde in een klooster te Kfarhay bij het havenstadje Batroun. Later verplaatste de residentie zich naar een klooster bij Yanouh, hoog in de bergen.
Maronieten
De maronieten moesten zich eeuwenlang voortdurend te weer stellen tegen moslims én Byzantijnse christenen. En omdat de vijand van mijn vijand mijn vriend is, werden ze tijdens de Kruistochten de bondgenoot van de Kruisridders. Het verleden moest wel worden herschreven: de maronieten presenteerden zich voortaan als een buitenpost van het Latijnse christendom. En dat doen ze nog steeds.
Wat me brengt bij de dag van vandaag. Libanezen hebben op deze planeet de meeste vrije dagen, want de feestdagen van alle confessies zijn voor iedereen een vrije dag. En dat nemen ze serieus. Omdat Sint-Maron dit jaar valt op zondag (namelijk vandaag), zou er eigenlijk geen extra vrije dag zijn. Dus die is nu, zo begrijp ik, verplaatst naar aanstaande maandag.
#Afqa #AlMasudi #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesChrysostomos #JohannesMaron #Kyrrhos #Marcianus #maronieten #Qadishavallei #SintMaron

