Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Mede door de canonisering van de limes is Nederland zijn Germaanse verleden kwijt aan het raken. De Commissie Van Oostrom had ook de Bataafse Opstand kunnen kiezen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben lid van een pro-Europese partij en waardeer geschiedschrijving vanuit een bovennationaal perspectief. Dat maakt me echter niet blind voor het feit dat Nederland een pan-Europees verleden prioriteit heeft gegeven boven een vaderlands verleden, zonder dat er sprake was van excess empirical content. Deze jargonterm wil zeggen dat een nieuw geschiedbeeld een betere verklaring biedt omdat het relevante data beter met elkaar verbindt. Ik heb daarom wat aarzelingen bij de canonisering van de limes.

Die aarzelingen hoeft u niet met me te delen, maar het feit blijft dat de Germanen uit ons verleden zijn verdwenen. Een tikje verontrustend is dat wel. Historische feiten kunnen mensen van alle generaties en alle windstreken verbinden: ongeacht of u een gepensioneerde bent uit Venlo of een Generatie Z-er uit Alkmaar, Bonifatius is in 754 om het leven gebracht bij de Boorne. Door iets dat we traditioneel centraal stelden, te vervangen door iets dat momenteel in de mode is, delen generaties niet meer hetzelfde verleden.

Daarom is de heropening van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede mijns inziens belangrijk. Nederland krijgt een deel van zijn aloude verleden terug.

Dorestad

Dorestad is al bekend sinds de negentiende eeuw, toen mensen die op zoek waren naar botten (om beenderlijm van te maken), de grafvelden doorzochten. Ze vonden ook aardewerk en mantelspelden, die belandden in de collecties van plaatselijke verzamelaars. Er kwamen professionele opgravingen, men concludeerde dat hier een Frankisch fort was geweest en in 1926 werd het museum opgericht.

In de naoorlogse jaren wilde Wijk bij Duurstede uitbreiden, maar onderzoekers uit Wageningen attendeerden op grote concentraties fosfaat, die duidden op menselijke aanwezigheid, zodat er eerst oudheidkundig bodemonderzoek moest worden gedaan. Onder leiding van archeoloog Wim van Es werd ruim tachtig hectare onderzocht, wat Dorestad maakte tot een van de grotere opgravingen in Europa. Het hele Kromme Rijn-gebied werd in de analyse meegenomen.

Het stroomgebied van die rivier was vruchtbaar en is altijd bewoond geweest, maar eeuwenlang ging dat om gehuchten van twee of drie boerderijen. Daar tussenin, aan de splitsing van de Rijn en Lek, bleek dus een complete stad te liggen, die bloeide van de zevende tot en met de negende eeuw. Via de Rijn was Dorestad verbonden met Centraal-Europa, via de Lek en Kromme Rijn met de Britse eilanden, via de Vecht met Scandinavië, via de Zoel en Maas met Gallië. Dorestad kon niet anders zijn dan een handelscentrum. En niet zomaar een handelscentrum: het was veel groter dan andere handelssteden als Birka, Haithabu, York, Londen, Dinant, Quentowic. Een beroemde zevende-eeuwse mantelspeld, momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, illustreert de rijkdom.

Een geschiedenis van Dorestad

Het museum is acht jaar geleden gesloten maar vorige week heropend op een nieuwe locatie, in het oude raadhuis, boven het VVV-kantoor. Het is niet groot. In drie kwartier kun je alles hebben gezien. Maar het documenteert een weggemoffeld maar belangrijk deel van het Nederlandse verleden.

Dorestad lag tussen twee taalgebieden in: in het noorden sprak men Fries en heersten Friese vorsten met namen als Aldgisl en Radbod, in het zuiden heersten de Franken, wier taal sterk lijkt op de onze. In 689 veroverde de Frankische oorlogsleider Pippijn van Herstal het handelscentrum. Radbod week uit maar huwelijkte later zijn dochter uit aan de zoon van Pippijn, en zou de grootvader van een Frankische heerser zijn geweest als die laatste een burgeroorlog zou hebben gewonnen. Radbod intervenieerde zelfs: hij rukte op naar Keulen, maar werd uiteindelijk verslagen en de nieuwe Frankische leider, Karel Martel, onderwierp de Friese koning.

Dorestad was nu definitief Frankisch en werd een verplichte tolhaven. De stad werd rijker en rijker, en kreeg dankzij bisschop Bonifatius zelfs enkele privileges, zoals een vrijstelling van belasting en koninklijke rechtspraak. Het staat vast dat via Dorestad veel zilver binnenkwam. Dat was een destijds in Europa zeldzaam metaal, en uit chemische analyses weten we dat het afkomstig is geweest uit het verre Khorasan (in het noordoosten van Iran), en door Noormannen over de Wolga en Oostzee is aangevoerd. Vanaf de regering van Karel de Grote circuleerde weer enig muntgeld in West-Europa – het begin van een nieuw type, gemonetariseerde economie.

Rond het midden van de negende eeuw ontstonden conflicten tussen de kleinzonen van Karel de Grote, waarbij de diverse strijdende partijen er niet voor terugdeinsden om Noormannen te verzoeken hun tegenstanders aan te vallen. Dorestad doorstond enkele plunderingen maar werd als belangrijkste haven in het Rijnland vervangen door Tiel, Dordrecht en uiteindelijk Rotterdam. Kortom: een interessante geschiedenis!

[Wordt over een half uur afgerond, maar als u zo lang niet wil wachten, kunt u het stuk hier al helemaal lezen, want ik publiceerde het afgelopen zaterdag al op VersTwee.]

#Bonifatius #CommissieVanOostrom #Dorestad #ErveEme #excessEmpiricalContent #Franken #Friezen #Haithabu #KarelDeGrote #KarelMartel #monetarisering #MuseumDorestad #Noormannen #PippijnVanHerstal #Radboud #RomeinseLimes #WijkBijDuurstede #WimVanEs #zilver

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Dorestad

Maar eerst: wat was Dorestad? Het betreft een nederzetting op de splitsing van Rijn en Lek. Deze is vooral in de achtste en negende eeuw na Chr. heel belangrijk geweest. De naam bewijst echter dat de nederzetting minstens een millennium ouder is, want het eerste element, duron, is goed Gallisch, en verwijst naar een door een poort afgesloten constructie: een burcht of kraal of marktplaats. We kennen dit element vooral in combinaties als Divodurum, “burcht van de goden” (Metz) of Durocortorum, “ronde markt” (Reims), dus misschien heeft de duron aan de Rijn en Lek ook ooit een langere naam gehad. Later hebben de Germanen er het element statha aan toegevoegd, “aanlegplaats”. “Markthaven” is niet de slechtste vertaling. Er zijn andere etymologieën voorgesteld, maar ze gaan allemaal uit van een Keltische naam – en dus voor-Romeinse bewoning.

In de Romeinse tijd lag hier (of eigenlijk: iets oostelijker) een fort, dat echter door de meanderende rivier is verspoeld. De helm hierboven is gevonden in het water en verder contextloos. In de Vroege Middeleeuwen was Dorestad echter een heel belangrijke handelsnederzetting, waar kooplieden heen kwamen uit alle richtingen: over de Rijn en zijrivieren als de Moezel vanuit het Frankische Rijk, over de Vecht en de Kromme Rijn uit Scandinavië, over de Oude Rijn of de Lek vanaf de Britse Eilanden. In de negende eeuw hebben Noormannen Dorestad enkele keren geplunderd. De plek werd verlaten, er kwam daarna weer een kasteel (Duurstede) en in de tweede helft van de vorige eeuw is Dorestad herontdekt met de grootste opgraving die ooit in Nederland heeft plaatsgevonden.

Mantelspelden (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

Feitelijk was Dorestad de eerste van de reeks havenplaatsen waar de Nederlandse economie zo van heeft geprofiteerd: Tiel, Dordrecht, Rotterdam. En juist omdat dit zo’n belangrijk deel van het Nederlandse verleden is, is het bizar dat het museum jarenlang gesloten is geweest en dat Dorestad geen deel uitmaakt van de Nederlandse geschiedeniscanon. Let wel: verstedelijking, in welke vorm dan ook, is een van de “rode draden”, de principes waarmee de vijftig vensters zijn gekozen.

Museale keuzes

Het goede nieuws is dat het museum eind dit jaar zal worden heropend in het voormalige raadhuis op de Markt in Wijk bij Duurstede. En een museum maakt keuzes. Ook de plek die cultuuruitingen toont, is een cultuuruiting.

Eerste keuze: het tonen van Dorestad. Dus niet: de geschiedenis van Wijk bij Duurstede, of de manier waarop de site is opgegraven, of de wijze waarop Dorestad de afgelopen halve eeuw eerst uitgroeide tot lieu de mémoire en vervolgens is weggemoffeld. Met dat laatste bedoel ik dat de Germaanssprekenden – of dat nu de bewoners waren van de zwervende erven bij Ede of de Franken – in de afgelopen dertig jaar uit Nederlands verleden zijn verwijderd. Kijk eventueel hier.

Draak (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een tweede keuze: waar begin je? Het museum kiest ervoor de Keltische oorsprong te tonen met fragmenten van glazen armbanden, en ook het Romeinse verleden zal worden getoond. Een Romeins beeldje van de koopliedengod Mercurius is een voorafschaduwing van de handelmetropool die Dorestad zou zijn. Na deze voorgeschiedenis kan de bezoeker doorlopen naar een nagebouwd schip, dat een indruk geeft van de afmetingen van een vroegmiddeleeuws koopvaardijschip. Hier is een animatie te zien over Katla, een vrouw die in de negende eeuw vanuit Zweden op reis ging naar Dorestad. Haar reis en leven zijn te reconstrueren.

Ook deze keuze vertelt iets over musea in de eenentwintigste eeuw. Vaak gebruikt men deze of gene historische persoon als begin van een ander verhaal. Voor de Byblos-expositie waren dat bijvoorbeeld Ummahnu en Wen-Amun; voor Dorestad is het dus een Scandinavische bezoekster. Deze aanpak, modieus als ze is, vloeit voort uit het uitgangspunt Dorestad te tonen. Het museum had deze aanpak bijvoorbeeld niet kunnen gebruiken als het had willen focussen op de wijze waarop de nederzetting is opgegraven.

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

Ook op de eigenlijke expositie is aandacht voor individuen die iets met Dorestad te maken hadden: denk aan de muntmeester Madelinus, denk aan de missionaris Bonifatius, denk aan de Noorman Rorik, die vanaf 850 regeerde over Dorestad.

Deze individuen vormen een van de gekozen thema’s. Andere thema’s zijn vanzelfsprekend handel, de relatie tussen Franken en Friezen (die allebei woonden in Dorestad), de ambachtslieden en de Noormannen. Het museum kiest voor een leuke presentatie waarbij je vanuit de ene hoek zo’n woeste Viking ziet (het negentiende-eeuwse clichébeeld) en vanuit een andere hoek een accurate reconstructie.

De expositie zal beginnen met een maquette die momenteel nog wordt gemaakt. Ik ben er blij mee, want een maquette veroudert niet en je kunt haar bekijken vanuit de hoek die jij wil. Maquettes zijn superieur aan de modieuze filmpjes, die door de snelle verbetering van de technologie al zijn verouderd voor ze zijn afgeleverd, en die je bovendien één perspectief opdringen.

Zomaar wat aardwerk in het depot

Een wonder

Zoals u merkt komen modieuze thema’s als religie en identiteit alleen indirect aan de orde. Dat zegt iets over de wijze waarop het museum dit erfgoed wil gaan tonen. Soms doet Museum Dorestad wat andere musea eveneens doen, soms doet het dat niet. Ook al is het museum niet heel groot, het waait niet met elke wind mee. Het heeft karakter.

Museum Dorestad moet het vooralsnog doen met een budget dat klein is in vergelijking tot het enorme belang van Dorestad. Als je dat in overweging neemt, is zich een wonder aan het voltrekken. Al sinds de Renaissance staat in Nederland het Germaanse verleden centraal en dat verleden is de afgelopen dertig jaar uitgegumd. Museum Dorestad geeft opnieuw aandacht aan die belangrijke traditie. Dat maakt het museum tot een cultuuruiting, een belangrijke cultuuruiting zelfs, en een waardige 500e aflevering in onze reeks museumstukken. Ik hoop er in de komende, vijftiende jaargang van deze blog nog eens over te kunnen schrijven.

#canon #Dorestad #Franken #Friezen #GallischeTaal #kasteel #Lek #lieuDeMémoire #LuitVanDerTuuk #MuseumDorestad #Noormannen #Rijn #vikingen #WijkBijDuurstede