Museum Dorestad heropend (1)

Maquette van Dorestad (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

Het probleem met het verleden is het heden. Onze belangstelling verschuift. Momenteel staan klimaat en onvrije arbeid in de belangstelling, hiervóór was vrouwengeschiedenis populair en in de jaren zeventig stonden wereldgeschiedenis en globalisering centraal. Elke generatie heeft nieuwe zorgen, elke generatie stelt nieuwe vragen, elke generatie herschrijft geschiedenisboeken. De aangepaste canons zijn een voorbeeld. Dit is de dagdagelijkse geschiedvorsing.

Presentisme

Tegelijk – en dit is wezenlijker – verandert ons denken over de relaties tussen verleden, heden en toekomst. Hierover heeft de Franse historicus François Hartog behartenswaardige dingen geschreven. Ooit meenden we dat we in het heden lessen konden leren van het verleden, waardoor we beter voorbereid zouden zijn op de toekomst. Als het gaat om de tijd voor pakweg het jaar 1000, is dit echter kentheoretisch onmogelijk, aangezien we onvoldoende informatie hebben. Je kunt bezwaarlijk onrobuuste data gebruiken om een samenleving tjokvol robuuste data te adviseren.

In de negentiende eeuw ontstond een tweede visie op de verhouding tussen toen, nu en straks: utopisme. Het verleden en heden werden onderschikt gemaakt aan de toekomst. Ik hoef niet uit te leggen hoe het heden eruit ziet in een samenleving die zich richt op een communistisch of fascistisch ideaal. Evenmin hoef ik uit te leggen hoe de bestudering van het verleden daardoor wordt ingeperkt.

Onze eenentwintigste eeuw ziet naast deze twee soorten relatie tussen verleden, heden en toekomst een derde soort, die Hartog aanduidt als presentisme. Momenteel zijn verleden noch toekomst maatgevend; alles draait om toepasbaarheid in het heden. Het verleden is belangrijk als we er meteen iets mee kunnen. Denk aan de archeologie, die financieel is ingekaderd in de ruimtelijke ordening, denk aan herdenkingen, aan historische excuses en denk – opnieuw – aan aangepaste canons, historisch of literair of anders.

Beleefbaarheid

U heeft de kop van dit blogje gezien en vraagt zich inmiddels af wat deze lange inleiding te maken met het vorige week heropende Museum Dorestad, dat is gewijd aan een van de belangrijkste opgravingen in Europa. Voor ik daarover meer vertel, zult u me echter een tweede inleiding moeten toestaan.

Een van de uitingen van presentisme is de nadruk op de beleefbaarheid van de geschiedenis: de ervaring van het verleden op dit eigenste moment, zoals in een toegankelijk gemaakt kasteel, zoals door re-enactors die in uniform uitleg geven, zoals in workshops historisch koken. In beleidsnota’s lezen we over “erfgoedtoerisme” en “erfgoedparticipatie” als strategieën om te voldoen aan de behoefte aan contact met het verleden.

Er is niets mis met beleefbaarheid, al wil het nog weleens leiden tot nep-verleden, zoals het nagebouwde Romeinse fort in Leiden. Presentisme heeft hier voorrang gekregen boven de confrontatie met een verleden dat wezenlijk anders was, dat schuurt met het heden en dat, voor wie er de dialoog mee aan gaat, helpt om het plaats- en tijdgebondene te zien van eigentijdse ideeën.

Ik noemde het nagebouwde fort omdat het Romeinse verleden vrij eenvoudig beleefbaar valt te maken. De Romeinen bouwden stevig, monumentaal, groot. In Archeon is bijvoorbeeld een herberg nagebouwd die het uitstekend doet als moderne horecagelegenheid; in Xanten documenteren reconstructies zelfs een complete stad. Een ander voordeel van het Romeinse verleden is dat de bouwvormen sinds de Renaissance opnieuw zijn gebruikt en daardoor voor iedereen herkenbaar zijn. Het Romeinse verleden sluit tot slot goed aan bij de hedendaagse groei van een pan-Europese identiteit. Er zijn Romeinse resten in eenentwintig van de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie; de Romeinse rijksgrens (limes) slingert door tien EU-landen. De Commissie Van Oostrom heeft de Romeinse limes in 2007 gecanoniseerd en die keuze overleefde in 2020 de Herzieningscommissie Kennedy.

[Wordt vervolgd]

#Archeon #canon #CommissieKennedy #CommissieVanOostrom #Dorestad #FrançoisHartog #MuseumDorestad #presentisme #reEnactment #RomeinseLimes #WijkBijDuurstede #Xanten

Kwartetten

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ach, de canon. Tja. We zijn weer aan het kwartetten. “Mag ik van jou van de zestiende eeuw Karel de Vijfde? Dan krijg jij van mij de Grachtengordel.” Over het idee om in het onderwijs een canon te gebruiken valt een boom op te zetten. Ik breng in herinnering dat het tegelijk is voorgesteld met plannen voor een Nationaal Historisch Museum dat de Nederlandse nationale identiteit behoorde te versterken. Als dit het doel was, is het inderdaad zinvol kinderen dezelfde vijftig dingen te leren, zodat in elk geval dat vijftigtal verbindend is. Helaas is dat doel onzinnig, aangezien geschiedenis een wetenschap is, “de nationale identiteit versterken” politiek is en wetenschap los behoort te staan van de politiek.

De Canon die de Commissie Van Oostrom opstelde was, gegeven de idiotie van de opdracht, niet de slechtste. Er was bijvoorbeeld voor gekozen om de onvermijdelijke subjectiviteit te verkleinen door eerst enkele leidende thema’s vast te stellen, zoals verstedelijking. En daar was de oudhistoricus die ik ben nogal verbaasd, want waarom werd voor de Romeinse tijd dan in vredesnaam de limes een Canon-venster en niet – ik noem eens wat – de stad Nijmegen? Welke oudhistoricus was eigenlijk geraadpleegd? Er zaten immers geen oudheidkundigen in de Commissie Van Oostrom. Kortom, ik schreef Van Oostrom, die nodigde me bij hem thuis uit en we hadden een prettig gesprek.

Wat Van Oostrom me vertelde, was minder prettig. Kort en goed hadden de leden van zijn commissie zich helemaal niet verdiept in de Romeinse tijd. Ze hadden echter allemaal weleens gehoord van de limes, en dus waren ze het er al snel over eens dat dit het venster moest zijn voor de genoemde periode. Dit is een voorbeeld van het beruchte psychologische mechanisme dat bij een vergadering zelden wordt gesproken over de belangrijkste thema’s en wel over onderwerpen waar iedereen van heeft gehoord. Ellen de Bruin beschrijft het prachtig in haar boek Vergaderen? Niet doen!

We zijn dus tegen de limes aangelopen door een partijtje kwartetten. Hooggeleerd kwartetten, zeker, maar ook hooggeleerden kunnen redenatiefouten maken. Ik constateer dat de Commissie Kennedy niet heeft gekozen voor een zinvoller venster op de Romeinse tijd: Nijmegen, Heerlen, het meisje van Yde, Julius Civilis – er waren wel wat betere opties dan een venster dat is ingegeven door wat de Raad voor Cultuur onlangs typeerde als het “hobby en lobby” van de erfgoedsector.

Ik rakel dit op omdat het illustreert dat iedere discussie over de Canon neerkomt op kwartetten. Steeds weer is het een discussie over “is dit venster wel zo verstandig?” en “moet dat venster er niet ook bij?” Daarbij worden voortdurend ongelijksoortige zaken naast elkaar gezet, daarover praat iedereen mee en daardoor ontstaat vooral de indruk dat het verleden een kwestie is van losse feiten waarvan belangenorganisaties willen dat iedere Nederlander die kent. De prehistoricus wil dus meer aandacht voor de Prehistorie, de mediëvist wil Floris V behouden en voor recentere voorbeelden kunt u terecht bij de talkshows en op de opiniepagina’s van de landelijke dagbladen.

Ik ben oprecht blij dat iedereen mee wil praten want het toont dat mensen meer belangstelling hebben voor het verleden dan je denken zou. Ik ben echter minder blij met een discussie over dit venster versus dat venster. Die zet geschiedenisliefhebbers tegen elkaar op, doet de discussie verworden tot kwartetten, laat geschiedenis lijken op een arena van naijverige belangenclubjes terwijl op de achtergrond raakt waar de discussie over behoort te gaan: het geschiedenisonderwijs.

U weet wel, dat is die activiteit waarvan de coalitiepartijen vonden dat alle scholieren een keer naar het Rijksmuseum moesten en dat alle schoolverlaters een boekje cadeau zouden krijgen. Het is die activiteit waarover, bij de herziening van de onderwijscurricula, de allergrootste onzin is gedebiteerd. De echte vraag is waarom er zó weinig lesuren zijn dat we een lijstje van vijftig vensters hebben bedacht om althans het allerbelangrijkste te benoemen. Dit is lapwerk en er zijn zinvollere en urgentere discussies mogelijk. Wat het onderwijs feitelijk nodig heeft is meer aandacht voor geschiedenis als wetenschap, minder erfgoed-gehobby en erfgoed-gelobby en vooral meer lesuren.

#canon #canondiscussie #CommissieKennedy #CommissieVanOostrom