@dbellingradt zugleich wird das #bka ausgebaut. #cdu arbeitet vor. #afd #kultur #Barbaren #deutschland #Weimer

Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Sarcofaag van Herennius Etruscus, broer van Claudius II Gothicus (Museum Altemps, Rome)

Maar hoe erg was het feitelijk? Een gesneuvelde keizer is natuurlijk een aanwijzing dat het menens was, maar beschrijvingen van “barbaren” zijn sowieso stereotiep en mensen kunnen hun angst voor onoverzichtelijke problemen makkelijk omzetten in vijandsdenken. Deze of gene minderheid geldt dan als de boeman die de schuld krijgt voor een anders slecht benoembaar probleem. Zoals joden, christenen en astrologen nogal eens de schuld kregen, zo ook buitenlandse vijanden.

Dat er wel degelijk iets aan de hand was, blijkt uit muntschatten. In tijden van crisis begraven mensen hun geld, en de ruim 700 schatten uit Bulgarije zijn ongelijkmatig verdeeld: ruimtelijk bezien zijn er meer in het gebied langs de Donau dan in het zuiden, temporeel bezien is de helft te dateren tussen 235 en 270. Het laatste jaar correspondeert met een overwinning van keizer Claudius II Gothicus. (Zijn bijnaam hoef ik niet uit te leggen.) Er is meer bewijs dat de crisis serieus was: keizer Aurelianus (r.270-275) ontruimde de gebieden benoorden de Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie.

Herstel

De vierde eeuw zag herstel, dat meestal wordt geassocieerd met de regering van keizer Diocletianus (r.284-305), die inzag dat er meer dan één keizer moest zijn om op alle plaatsen tegelijk gezag te kunnen uitoefenen. De door hem ingezette hervormingen werden door zijn opvolgers voortgezet, waarvan Constantijn de Grote (r.306-337) de belangrijkste is. Zo werden de provincies opnieuw ingedeeld, waarbij de Thracische gebieden samenkwamen in één zogeheten diocees, dat ook Thracië heette.

Laatantieke keizer (Archeologisch museum, Veliko Tarnovo)

Het muntstelsel werd vernieuwd – in musea zie je dat goudstukken de zilverstukken overvleugelden – en het leger kreeg betere forten, die we kunnen typeren als kastelen. Waren dat aanvankelijk vooral grensforten, in de loop der tijden werden ook de (inmiddels kleinere) steden voorzien van indrukwekkende stadsmuren. Versterkte politieposten bewaakten de wegen, bruggen, mijnen, ateliers en andere strategisch belangrijke plekken.

Voor Thracië was speciaal belangrijk dat Diocletianus zijn residentie plaatste in de stad Nikomedeia aan de Zee van Marmara. Het graan dat nodig was om de stad te voeden, kwam uit de vallei van de Maritsa. Zijn opvolger Galerius nam Thessaloniki als residentie, en ook die stad leefde van Thracisch graan.

De baden van Sofia

Het christendom

Diocletianus beschouwde manicheeërs en christenen als on-Romeins en vervolgde hen jarenlang, maar Galerius maakte daaraan in 311 een einde. Hij deed dit toen hij een bezoek bracht aan de geneeskrachtige baden van Serdica, het huidige Sofia, waar het badhuis in kwestie is geïdentificeerd. Galerius’ opvolger Licinius besloot te gaan samenwerken met de christenen en de dynastie van Constantijn zette dat beleid na 324 voort.

En ook hij koos een residentie: Byzantion, dat later Constantinopel zou heten. Thracisch graan was opnieuw belangrijk. De Via Diagonalis die ik eerder noemde, werd belangrijker dan ooit: het was de weg naar de keizerlijke residentie. Ze heet tot op de dag van vandaag Тsarigradski pieti, de weg naar Tsarigrad, “keizerstad”. Het is geen toeval dat toen in 343 de christenen over hun christologische geschillen discussieerden, ze dat deden in een stad aan deze weg: de Synode van Serdica. Makkelijk bereikbaar over de weg vanuit Constantinopel en via de Donau vanuit het westen. Een van de aanwezigen was Sint-Servaas, de bisschop van Tongeren die in Maastricht zou worden begraven.

Het herstel van Thracië en Moesia Inferior, ingezet rond 270, kwam na een eeuw echter abrupt ten einde.

[Wordt later vandaag afgerond]

#Aurelianus #barbaren #Carpi #ClaudiusIIGothicus #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #diocees #Diocletianus #Galerius #Goten #graan #Licinius #MaximinusThrax #Moesia #muntschat #Nikomedeia #Sarmaten #Serdica #SintServaas #Sofia #SynodeVanSerdica #Thracië #ViaDiagonalis

De Thraciërs (2)

De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)

[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Sociale stratificatie

De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.

Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.

Een opvallend detail is dat als het koningschap eenmaal is ontstaan, de vorst afstand neemt tot zijn onderdanen: hij leefde apart, in een citadel. De adel woonde er in de buurt, in het dorp woonden boeren die druiven, gerst, rogge en tarwe verbouwden; en de herders zwierven daarbuiten. Deze ruimtelijke indeling was in de oude wereld uiteraard heel gangbaar.

Koningsmasker van goud uit Svetitsa (Archeologisch museum, Sofia)

Godsdienst

De Thraciërs waren grotendeels ongeletterd, maar zoals ik al schreef hebben Griekse auteurs over hen geschreven. Omdat ze een Indo-Europese taal spraken, mogen we ook de historische taalkunde in stelling brengen, en de conclusies daarvan zijn bevestigd door de archeologie.

Het lijkt erop dat bij de Thraciërs de koning een soort middelaar is geweest tussen de goden en de mensen. Daarom had hij allerlei priesterlijke taken. Hij stamde ook af van de goden – Herodotos identificeert de koninklijke stamvader als Hermesnoot Herodotos, Historiën 5.8. – en was daarom onverslaanbaar in oorlogstijd. Dat was althans de ideologie, die we denken te herkennen in de decoratie van het edelsmeedwerk.

Dezelfde Herodotos meldt dat de Thraciërs alleen de goden Artemis, Dionysos en Ares vereren.noot Herodotos, Historiën 5.8. Dit zijn Griekse namen. Van de twee eerste is bekend dat ze corresponderen met de natuurgodin Bendis en een (inderdaad Dionysos-achtige) zoon van de oppergod genaamd Zagreus. Ik heb niet kunnen achterhalen welke oorlogsgod schuil gaat achter Herodotos’ Ares, maar het ontbreekt niet aan Thracische reliëfs van ruiters. Daarover zo meteen meer.

Romeinse afbeelding van de Thracische Orfeus (Archeologisch museum, Stara Zagora)

Orfiek

Een van Zagreus’ leerlingen was Orfeus, die – net als de koning – bemiddelde tussen mensen en goden. Aan hem schreven de Thraciërs al hun wijsheid toe, die de vorm had van allerlei bezweringen, wapendansen en rituelen, waarmee de deelnemers zouden kunnen delen in de onsterfelijkheid van de goden. Een mooi voorbeeld is de man die begraven is met de cocon van een rups. Bij die rituelen zou het draaien om een cyclisch proces van leven, sterven en herleven, wat in de kunst tot uiting zou worden gebracht door herhaalde motieven (meanders, spiralen…) en ook een steeds herhaalde afwisseling van kleuren: rood voor het sterven, zwart voor het graf en wit voor de hernieuwing.

En goud! Goud representeerde al sinds de Bronstijd de zon, de bron van alle leven. Archeologen maken – volgens mij terecht – heel veel van de associatie tussen zonneschijn en goudglans, maar ik noteer wel dat Herodotos geen zonnegod vermeldt dat alleen de hellenistische – dus: vrij late – auteur Alexandros Polyhistor beweert dat de Thraciërs Dionysos/Zagreus gelijkstelden aan de zonnegod.

Thracische Ruiter (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

De Thracische Ruiter

Een van de opvallendste afbeeldingen uit de Thracische kunst staat bekend als de Thracische Ruiter. Er moeten er honderden zijn, misschien wel duizenden. Steeds zien we een bewapende ruiter, die nu eens op jacht is en bijvoorbeeld een everzwijn achtervolgt, dan weer een slang bij een boom aanvalt, of terugkeert van het front met het hoofd van een verslagen tegenstander in z’n bagage. Zo nu en dan draagt hij een hoorn des overvloeds, wat dan wellicht het symbool is van de onderwereld. Reliëfs als deze zijn ook bekend uit Roemenië, en daaruit kennen we de naam van de Thracische Ruiter: Ἥρως, “Heros”. Dat is overigens ook het Griekse woord voor held, dus het kan ook een titel zijn, of een als eigennaam gebruikte titel.

In de diverse gebieden lijkt de Thracische Ruiter met diverse goden of mythologische figuren te zijn geassocieerd: de Griekse genezende godheid Asklepios, de orakelgod Apollo, Dionysos/Zagreus, en wellicht ook Ares. Die is immers (volgens Herodotos althans) belangrijk geweest, past goed bij de bewapende ruiter en is niet ergens te plaatsen. Afbeeldingen zijn er tot ver in de derde eeuw na Chr. en wellicht is er een verband met de dubbele “ruiters van de Donau” waarover ik eerder blogde.

En misschien is de Thracische Ruiter ook wel een weergave van de oppergod. Herodotos noemt Zalmoxis, waarvan hij zegt dat die ook wel Gebeleïzis heet. Die laatste naam wordt ook anders gespeld, maar het gaat zeker om dezelfde Indo-Europese naam als die waarvan Zeus en Jupiter zijn afgeleid: de donderende hemelgod die aan het hoofd van het pantheon stond. Dat Zalmoxis in de hemel verbleef, blijkt uit (alweer) Herodotos, die vertelt dat de Geten

om de vier jaar een man uitloten die aan Zalmoxis al hun wensen en verlangens van dat tijdstip kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Zalmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is.noot Herodotos, Historiën 4.94; vert. Hein van Dolen.

Of dit werkelijk zo is gegaan, waag ik te betwijfelen. Het past me net iets te goed bij Herodotos’ tendens om de Thracische barbarij wat aan te dikken. Maar het bevestigt wel dat Zalmoxis in de hemel was.

[Wordt morgen vervolgd]

#AlexandrosPolyhistor #Ares #Artemis #barbaren #Bendis #Dionysos #goud #grafheuvel #Hermes #HerodotosVanHalikarnassos #IndoEuropeseTalen #koningschap #LetnitsaSchat #Odrysen #Orfiek #RogozenSchat #ruitersVanDeDonau #Thracië #ThracischeRuiter #Triballiërs #Zagreus #Zalmoxis #zon

De Thraciërs (1)

Thracisch alssnoer uit de IJzertijd (Historisch Museum, Sofia)

De Thraciërs wisten zelf niet dat ze bestonden. “Thraciërs” was oorspronkelijk de naam die de Grieken gaven aan de bewoners van het gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Toen er later Griekse steden ontstonden aan de westkust van de Zwarte Zee, duidden de bewoners hun buren in het achterland eveneens aan als Thraciërs. Uiteindelijk ging het om een regio die iets groter was dan het huidige Bulgarije. Zelf hebben de mensen die daar woonden, zich nauwelijks herkend als één volk. De Griekse onderzoeker Herodotos kent de namen van een stuk of tien groepen die hij beschouwt als Thracisch, latere auteurs kennen nog meer namen.

Of die werkelijk corresponderen met de zelfaanduidingen, is maar de vraag. Het is niet plausibel dat er in historische tijden een groep bestond met de legendarische, aan Homeros ontleende naam Kikonen, terwijl ook Melinofagoi, “giersteters”, niet klinkt als een authentieke Thracische naam. Sinds de thracologie een echte wetenschap is – laten we zeggen sinds de jaren zeventig – worden meestal vier groepen aangewezen: twee ten noorden van het Balkangebergte, dat als een horizontale lijn van oost naar west door Bulgarije loopt, en twee in het zuiden. Het zijn:

  • in het noordoosten de Geten, op beide oevers van de Donau, dus ook in Roemenië;
  • in het noordwesten de Triballiërs, vanaf de Geten bezien stroomopwaarts aan de Donau, deels in Servië;
  • de Bessers in het zuidwesten, in het Rhodopegebergte, in de richting van Griekenland;
  • de Odrysen op de vlakte van de Maritsa (de antieke Hebros) in het zuidoosten, ook in Turkije.

De Thracische cultuur

Hoewel de Thraciërs dus verdeeld waren, is het nou ook weer niet zo dat er helemaal niets was dat ze verbond. Om te beginnen spraken ze dezelfde Indo-Europese taal. Of Indo-Europese talen, meervoud. Het taalkundig bewijs is erg mager. Maar toch: dankzij enkele korte inscripties, een grote hoeveelheid persoons- en plaatsnamen en zo’n tachtig notities in antieke woordenboeken is voldoende bekend om er zeker van te zijn dat het Thracisch behoorde tot de Indo-Europese familie. Zo kennen we woorden als bria, “versterking”, broutos, “bier”, midne, “huis”, en para, “voorde”. Het is te weinig om de plek van het Thracisch in de grote Indo-Europese stamboom te bepalen, maar voldoende om te bepalen dat de taal daarin hoort.

De Thraciërs deelden ook dezelfde mythen en godsdienst (de “Orfiek”) en hadden een overeenkomstige levenswijze. Ze zouden nogal krijgszuchtig zijn geweest – althans volgens de Griekse auteurs, voor wie de Thraciërs niet zelden golden als “de” barbaar par excellence. Die vooringenomenheid leidde tot vertekening. Herodotos vertelt bijvoorbeeld dat de Thracische groep die hij Trausers noemt, huilden bij de geboorte van een baby, omdat ze wisten hoeveel verdriet er is in een mensenleven, en dat ze lachten bij de dood, omdat de ellende eindelijk voorbij was. noot Herodotos, Historiën 5.4. Dit is evident omkering van de Griekse norm en dus het “scheppen” van de barbaar. De nadruk die de Griekse auteurs leggen op tatoeages en kleding van dierenhuiden (bijv. leren broeken en mutsen van vossenbont) documenteert dezelfde attitude: de Thraciër was een woesteling.

Tegelijk zijn er voldoende archeologische aanwijzingen voor meer vreedzame betrekkingen. Veel Thraciërs leefden als herders. Akkerbouwers leefden in dorpen die lange tijd geen muren of palissades hadden. In de loop der eeuwen groeide de handel met de Griekse havensteden in het zuiden en oosten: als exportproducten worden allerlei soorten metaal, pelzen en slaven genoemd. Natuurlijk was er ook handel met andere buurvolken: met de Macedoniërs en de Illyriërs in het westen, met de Skythen in het noordoosten en met het Perzische Rijk. Dat Perzische teksten de Thraciërs aanduiden als één volk, suggereert overigens dat niet alleen de Grieken overeenkomsten zagen tussen de diverse bevolkingsgroepen.

Perzische afbeelding van een Thraciër (Persepolis)

Volk zonder geschiedenis?

Kenden we hun eigen verhalen maar! De Thraciërs zijn echter “people without history”, wat wil zeggen dat er onvoldoende eigen geschreven bronnen zijn. Uiteraard hebben ze mondeling wel verhalen doorgegeven, maar die zijn voorgoed verloren. We moeten het doen met archeologische vondsten, die voor de Bronstijd en IJzertijd zelfs het enige bewijsmateriaal vormen. En hoewel archeologische vondsten nogal wat interpretatie vergen, vertellen ze wel een verhaal.

Daarnaast zijn er, zoals gezegd, de Griekse teksten. Die zijn er vanaf het moment waarop de Grieken zich op de kusten vestigden: eerst in het zuiden, aan de Egeïsche Zee, in de zevende en zesde eeuw v.Chr. ook in het oosten, aan de Zwarte Zee. Afgezien van enkele opmerkingen bij Homeros, die bijvoorbeeld de Thracische koning Rhesos in de Ilias noemt als bondgenoot van Troje, vormen vermeldingen bij vroege dichters het eerste tekstuele bewijs, en pas halverwege de vijfde eeuw v.Chr. krijgen we met twee redelijk lange passages in Herodotos’ Historiën enig bewijsmateriaal.noot Herodotos, Historiën 4.93-94 en 5.3-8.

[Wordt zo meteen vervolgd]

#Balkangebergte #barbaren #Bessers #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #Homeros #IndoEuropeseTalen #Odrysen #Orfiek #peopleWithoutHistory #tatoeage #Thracië #Triballiërs

Die #Taten der #Russen zeigen nichts anderes, als dass sie in Bezug auf ihre #Diplomatie dreiste #Lügner sind. Sie haben sich von jeglicher #Ethik und #Moral verabschiedet. Man könnte sie auch als das bezeichnen, was sie mittlerweile geworden sind: #Barbaren der #Gegenwart.

https://www.tagesschau.de/ausland/europa/selenskyj-trump-ukraine-102.html

Verbündete stärken Selenskyj vor Trump-Treffen den Rücken

Der ukrainische Präsident hat sich vor seinem Treffen mit Trump mit Verbündeten aus Europa und Kanada abgestimmt. Die sagten ihm erneut Unterstützung zu. Aggressor Russland behauptet unterdessen, weitere Gebiete erobert zu haben.

tagesschau.de

Daar komen de barbaren

Amsterdam, 23-4-2013 – Over zeven dagen wordt Willem-Alexander tot koning van Nederland gekroond. Het speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde Koningslied van John Ewbank riep veel negatieve reacties op – niet alleen vanwege het popie-jopiegehalte van de muziek, maar vooral ook vanwege het belabberde taalgebruik in de tekst.

Dit sluit naadloos aan bij mijn column in ZingMagazine van deze maand. Wij wanen ons weliswaar ver verheven boven ‘achterlijke culturen’, maar beheersen onze eigen taal niet eens, heffen en masse orkesten, toneelgezelschappen en ensembles op en zetten ons in decennia met engelengeduld  verzamelde culturele erfgoed bij het grof vuil.

Binnenkort valt zelfs het doek voor het immense archief van de bibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep. Ons rest enkel de massacultuur van de ooit zo gevreesde ‘Barbaren’….

#achterlijkeCulturen #afbraakbeleid #Barbaren #Boeddhabeelden #Egypte #Islam #JohnEwbank #Kavafis #Koningslied #Madariaga #Mali #MCO #MuziekbibliotheekVanDeOmroep #MuziekcentrumNederland #NederlandsMuziekInstituut #Rutte #Taliban #TheaDerks #TheaterInstituutNederland #vrouwenemancipatie

Wieviel Metal steckt in der Vergangenheit? Oder: Über Opfer, Horror und Geschichte

Die Druiden, die gebildete #Philosophen​klasse der alten #Kelten, haben nichts aufgeschrieben. Sie hätten es tun können – einige Kelten waren gebildet und schrieben in gallischer Sprache entweder mit dem griechischen oder dem römischen Alphabet –, aber sie taten es aus Prinzip und Gewohnheit nicht.

Nun, eigentlich wissen wir nicht genau, warum sie es nicht taten, weil sie es uns nicht gesagt haben, weil kein einziger Druide jemals etwas aufgeschrieben hat. Julius #Caesar, der damit beschäftigt war, #Gallien (das heutige #Frankreich) zu unterwerfen und zu überfallen, meinte, dass die #Druiden nichts aufschrieben, weil sie dachten, dass das Aufschreiben von Dingen das Gedächtnis schwächt.

Es dauerte 19 oder 20 Jahre #Ausbildung, um Druide zu werden, wodurch sie über umfassende Kenntnisse in #Recht, #Zeremonie​n, #Konfliktlösung und der Bewegung der #Himmelskörper verfügten.

Wahrscheinlich lernten sie auch, wie man Menschen opfert, aber darüber sind sich #Historiker weniger sicher. Wahrscheinlich opferten sie Menschen, indem sie sie unter anderem in riesigen Statuen aus Stroh oder Weidengeflecht lebendig verbrannten, aber das wissen wir nicht mit Sicherheit.

Die meisten zeitgenössischen Schriften über Druiden wurden von ihren Feinden verfasst, die nach einer moralischen #Rechtfertigung für die Eroberung Galliens suchten. Ich habe allerdings meine eigene Theorie, warum sie nie etwas aufgeschrieben haben. Eine Theorie, mit der ich mich vielleicht irre. Ich glaube, sie haben nichts aufgeschrieben, weil das Festhalten von Gesetzen und bewährten Praktiken auf Papier diese unveränderlich macht.

Ich bin mir sicher, dass sich die Lehren der Druiden in den Jahrhunderten oder Jahrtausenden, in denen sie lebten, verändert haben. Obwohl sie wahrscheinlich über ein Gedächtnis verfügten, das uns, die wir uns auf das Schreiben verlassen, in Erstaunen versetzen würde, kann ich mir nicht vorstellen, dass es zwischen den Generationen keine subtilen oder radikalen Veränderungen gab – und ich vermute, dass dies beabsichtigt war. Ich vermute, dass die Druiden keine Angst hatten, hier und da Veränderungen zuzulassen und sich den Umständen anzupassen.

Einige Historiker vermuten zum Beispiel, dass die Kelten schon vor der Erklärung Roms, sie seien böse #Barbaren, die einer ordentlichen Eroberung bedürften, von #Menschenopfer​n abrückten.

Es ist möglich, dass die #Kelten, als überwältigende Legionen aus dem Süden in Gallien und #Britannien einfielen, aus Verzweiflung begannen, sich wieder ihren alten Bräuchen zuzuwenden. Wir werden es wahrscheinlich nie erfahren. Wir wissen nicht viel darüber, was sie dachten, weil sie nichts aufgeschrieben haben.

Wir wissen nicht, ob sie Menschen lebendig in Weidenmännern verbrannten. Wir wissen nicht, ob die Iren ihrem #König die Brustwarzen abschnitten und ihm dann an #Samhain die Kehle durchschnitten, wenn er seine Arbeit schlecht machte. Wir wissen nicht, ob heilige #Frauen in einen ekstatischen Zustand verfielen, eine von ihnen zerfleischten und mit dem zerteilten Körper ihrer Freundin in den Händen herummarschierten. Wir wissen nicht, ob die Kelten dreißig Meter tiefe Löcher gruben, nur um Menschen zu fesseln und hineinzuwerfen. Wir wissen nicht, ob „Woodhenge” (man stelle sich Stonehenge vor, nur aus Holz) durch die Opferung eines dreijährigen Jungen geheiligt wurde.

Die vielleicht wichtigste Frage, die mir beim Studium der Geschichte für meinen #Podcast bleibt, ist: „Wieviel Metal war die Vergangenheit?” Hat Lady #Bathory zur Hautpflege in Jungfrauenblut gebadet? Haben #Astrologen in europäischen Städten des Spätmittelalters #Kinder geopfert, wurden bei schwarzen Messen Unschuldige getötet? Haben irische Könige bei ihrer Krönung wirklich mit Pferden gevögelt? Gab es im mittelalterlichen #Irland #Nudistenkulte, die in Höhlen lebten?

Wenn man über #Europa hinausblickt, werden diese Fragen noch fragwürdiger. Was haben die Menschen getrieben? Wo liegen die Grenzen menschlichen Verhaltens?

Denn wenn wir diese Fragen stellen, wirken zwei konkurrierende gesellschaftliche Kräfte. Zunächst einmal sollte man sich bewusst machen, dass es meist diejenigen waren, die diese Anschuldigungen erhoben, die sie auch niederschrieben. Es sind Gerichtsakten, päpstliche Untersuchungen und #Kriegspropaganda, die alle Übel der antiken und mittelalterlichen Welt katalogisieren.

(...)

Weiterlesen in meiner Übersetzung des Textes "How Metal Is the Past? or: on sacrifice and horror and history" von @margaret / Margaret Killjoy vom 29. Okktober 2025

#Geschichte #History #Geschichtsschreibung #Anarchismus #Wickerman @anarchism

Das Kabinett billigt, dass durch Rechtsverordnung massivst in die Grundrechte von Millionen Bürgern eingegriffen werden darf. In einem Umfang, der irgendwo zwischen Haftstrafe und Sklaverei liegt.

Das in einem Land, in dem selbst simpelster Infektionsschutz damals Zuviel des Grundrechtseingriffs war.

Frage nicht, was du für „dein“ Land tun kannst. Frage einfach, was es sich einfach nimmt.

#Wehrpflicht #Barbaren

Bitte wenden: Wolfram Weimer und der Kulturkreis vom Tegernsee

Georg Seeßlen: Der neue Kulturstaatsminister soll vollenden, was Helmut Kohl nur vorschwebte

jungle.world