Affaire Grégory : La grand-tante du petit garçon mise en examen 41 ans après le drame

Quarante et un ans après l’assassinat de Grégory Villemin, l’affaire qui bouleverse la France depuis 1984 connaît un nouveau rebondissement. Jacqueline Jacob, la grand-tante du garçonnet, a été mise en examen pour “association de malfaiteurs criminelle”. Soupçonnée d’être l’un des « corbeaux » qui ont harcelé la famille, elle clame toujours son innocence.

Un tournant judiciaire inattendu dans une affaire hors norme

Une mise en examen historique
Ce vendredi 24 octobre, Jacqueline Jacob, 81 ans, a été mise en examen à l’issue d’une audition d’une heure et demie devant la cour d’appel de Dijon. La grand-tante du petit Grégory est désormais poursuivie pour “association de malfaiteurs criminelle”. Elle est soupçonnée d’avoir été l’un des mystérieux “corbeaux” ayant adressé lettres et appels anonymes menaçants à la famille Villemin avant le meurtre du garçon de quatre ans, retrouvé noyé dans la Vologne le 16 octobre 1984.

Une enquête relancée grâce à de nouvelles expertises
Cette relance du dossier, considéré comme l’un des plus complexes de l’histoire judiciaire française, s’appuie sur des technologies récentes. De nouvelles expertises en graphologie et en stylométrie auraient permis d’établir des similitudes entre certains messages anonymes et l’écriture de Jacqueline Jacob. Ces avancées techniques nourrissent l’espoir de percer enfin le mystère du ou des corbeaux, auteurs de dizaines de missives vengeresses qui ont empoisonné la vie des Villemin.

Une défense qui dénonce un manque de preuves

Les avocats contestent fermement les accusations
À la sortie de l’audition, l’un de ses avocats, Me Stéphane Giuranna, a dénoncé une mise en examen reposant sur des éléments fragiles. “Nous allons contester les éléments pied à pied, car ils sont tous contestables”, a-t-il déclaré devant la presse. Pour la défense, l’absence de preuve matérielle solide et la confiance accordée à la graphologie constituent un grave précédent. “En 1993, la justice avait elle-même reconnu qu’il fallait se méfier de cette méthode. Manifestement, elle n’apprend pas de ses erreurs”, a insisté l’avocat.

Une femme âgée, laissée libre sans contrôle judiciaire
Malgré la gravité des accusations, la justice n’a pas prononcé de contrôle judiciaire. Jacqueline Jacob a été laissée libre, un signe que les juges eux-mêmes mesurent la fragilité du dossier. “Cela montre bien que cela ne pèse pas lourd”, a estimé son avocat. Pour la défense, cette décision illustre un manque de cohérence entre la médiatisation de la mise en examen et la faiblesse des éléments à charge.

Une figure déjà au cœur du dossier depuis 2017

Une première mise en examen annulée
Jacqueline Jacob n’en est pas à sa première confrontation avec la justice dans cette affaire. En 2017, elle avait déjà été mise en examen pour “enlèvement et séquestration suivie de mort”, avant d’être incarcérée pendant quatre jours. Cette procédure avait été annulée en mai 2018 pour un vice de forme, faute d’éléments probants. Depuis, elle n’a cessé de clamer son innocence, rejetant toute implication dans les menaces ou le meurtre de son petit-neveu.

Une famille divisée par un drame sans fin
Le meurtre de Grégory Villemin a profondément marqué la France et divisé durablement la famille. Selon les enquêteurs, les tensions internes et les jalousies liées à la réussite sociale du père, Jean-Marie Villemin, auraient nourri un climat de rancune et de vengeance. Des témoins affirment que Jacqueline Jacob, alors déléguée CGT, aurait exprimé son mépris envers son neveu, le qualifiant de “chef de mes couilles” dès 1982. Une phrase devenue tristement célèbre, symbole de la rancœur qui planait autour du jeune couple Villemin.

Un dossier emblématique de la justice française

L’affaire Grégory, 41 ans de mystères et d’échecs judiciaires
Depuis la découverte du corps du petit garçon, pieds et poings liés dans la Vologne, le 16 octobre 1984, l’affaire a connu de multiples rebondissements. Parents, oncles, cousins, témoins… de nombreux protagonistes ont été entendus, inculpés puis blanchis au fil des décennies. Les erreurs de procédure, les fuites médiatiques et les rivalités entre magistrats ont contribué à en faire l’un des plus grands fiascos judiciaires du pays.

Un symbole d’espoir pour les partisans de la vérité
Cette nouvelle mise en examen relance, pour certains, l’espoir de voir la lumière faite sur une affaire restée sans réponse depuis plus de quatre décennies. Pour d’autres, il s’agit d’un énième rebondissement sans issue, reposant sur des éléments trop fragiles. Quoi qu’il en soit, le nom de Grégory Villemin continue de hanter la mémoire collective, rappelant la complexité des enquêtes de longue haleine et les failles d’un système judiciaire parfois impuissant face au temps.

Plus de quarante ans après le drame de Lépanges-sur-Vologne, la mise en examen de Jacqueline Jacob ravive l’un des chapitres les plus sombres de l’histoire judiciaire française. À 81 ans, la grand-tante du petit Grégory reste déterminée à défendre son honneur face à une justice qui, une fois encore, rouvre un dossier chargé d’émotion et de controverses. Reste à savoir si la science et la persévérance des juges permettront enfin d’apporter une vérité que la France attend depuis 1984.

#AffaireGrégory #associationDeMalfaiteurs #coldCase #corbeaux #Dijon #enquête #graphologie #GrégoryVillemin #JacquelineJacob #justiceFrançaise #meurtre #miseEnExamen #stylométrie #Villemin #Vologne

Faits divers (38)

Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Spanje

Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.

Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.

De joodse Bijbel

De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.

Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.

We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.

Archeatrie

Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.

Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.

Tot slot

Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.

Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.

#artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza

Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Waarom discussie?

Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.

De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.

De complicaties

Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.

Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.

Criteria

Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.

Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.

Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.

Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.

Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.

Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Stylometrie

Ik vroeg StableDiffusion een illustratie te leveren bij een blogje over stylometrie.

Over stylometrie heb ik weleens eerder geblogd, maar ik heb het thema nooit systematisch behandeld. Het is, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het meten van de stijl van een auteur. Die kan allerlei eigenschappen verraden. Als iemand vaker “gedaan hebben” schrijft dan “hebben gedaan”, is er een redelijke kans dat hij komt uit het oosten van Nederland. De verhouding tussen woorden als ik/mij/me en jij/je/jouw schijnt bij mannen en vrouwen niet dezelfde te zijn.

Vingerafdruk

Veel van dit soort zaken zijn vrijwel onbewust. Ik heb voor mezelf eens vastgesteld hoe vaak ik in mijn boeken een puntkomma gebruikte, en dat leidde tot een geloofwaardige grafiek, waarop je meteen herkende wanneer ik een goede meelezer kreeg die me bewust maakte van dit aspect van mijn schrijfstijl.

Elke schrijver heeft een stijl die zo uniek is als een vingerafdruk. Als je maar genoeg voorbeelden hebt van een oeuvre, is het mogelijk ook andere teksten  te identificeren die zo iemand heeft geschreven. Het is hoe Marek van der Jagt werd ontmaskerd als Arnon Grunberg en Robert Galbraith als J.K. Rowling. Los van de literaire toepassingen heeft dit soort onderzoek een forensische kant, zoals de identificatie van de UNA-bomber. En er schijnt eens een vluchteling te zijn geweest die asiel kreeg omdat hij stylometrisch kon bewijzen de auteur te zijn van anonieme artikelen waar de autoriteiten in zijn vaderland niet blij mee waren.

Lutosławski

Een van de eersten die hebben geprobeerd de stijl van een auteur te “vatten”, was de Poolse filosoof Wincenty Lutosławski (1863-1954), die in 1896 aantoonde dat Thrasyllus’ traditionele indeling van de dialogen van Plato niet correspondeerde met de historische volgorde. Een jaar later publiceerde hij The Origin and Growth of Plato’s Logic, waarin hij de conclusies ontsloot voor het Engelstalige publiek.

Lutosławski’s methode was als volgt. Het Grieks kent de woorden ὥσπερ en καθάπερ, die je allebei als “zoals” zou kunnen vertalen, en hij stelde de onderlinge verhouding vast. Ook zijn er de twee werkwoordsvormen die je kunt weergeven als “ze zeiden”, εἶπον en ἔλεγον: opnieuw stelde hij de verhouding vast. Kijkend naar vijfhonderd van dit soort eigenschappen, kon Lutosławski bepalen hoe Plato’s stijl zich in de loop der jaren ontwikkelde en kon hij de volgorde van diens dialogen vaststellen. En dus de ontwikkeling van zijn denken over logica, waar het hem om te doen was.

Je kunt zulke scores natuurlijk ook gebruiken om vast te stellen of een tekst wel behoort tot het corpus van deze of gene auteur. Zo is van twee paragrafen Herodotos vastgesteld dat het inlassingen zijn. Ze wijken te veel af van andere paragrafen.

Woordfrequenties

Lutosławski’s werk was gebaseerd op de verhoudingen tussen taaluitingen. Een heel andere benadering gaat uit van de frequenties waarmee bepaalde woorden voorkomen. Zoiets kan beginnen met een zinslengte. Simon Vestdijk schreef langere zinnen dan Renate Dorrestein. Zelfs een auteur die houdt van variatie en korte zinnen afwisselt met lange, heeft bepaalde voorkeuren. Je kunt ook turven hoe vaak woordjes als δέ voorkomen als derde woord in een zin. Dat soort dingen.

In het verlengde hiervan ligt het gebruik van bepaalde woorden: vermoedelijk het meest herkenbare aspect van iemands taalgebruik. Ruud Lubbers gebruikte nogal eens de uitdrukking “werkende weg”, wat een aanwijzing zou kunnen zijn als nog eens een tekst opduikt van een ongeïdentificeerde Nederlandse premier. Omdat dit zo makkelijk herkenbaar is, is dit ook het eerste wat een vervalser zal doen, dus dit is op zich niet zo’n heel sterke manier – tenzij de stylometrist verschrikkelijk veel woorden onderzoekt en vooral let op halfbewust gebruikte woorden als “toch”, “wel”, “maar”, “nou” of “even”. Uiteraard is dit te combineren met Lutosławski’s aanpak: denk maar aan de verhouding tussen “even”, “effe” en “eventjes”, of de verhouding tussen “nu” en “nou”.

Mede dankzij dit type onderzoek is van een gereconstrueerde versie van het ooit omstreden Testimonium Flavianum vastgesteld dat die correct moet zijn. Veel woorden die heel typisch zijn voor de auteur, Flavius Josephus, kwamen voor in de juiste frequentie. De gereconstrueerde versie was overigens kort, dus het stylometrische argument was er één onder meer.

Naamvallen en verbuigingen

Hoe meer frequenties en verhoudingen je onderzoekt, hoe scherper het beeld wordt, en gelukkig hebben classici – om ons even tot de antieke literatuur te beperken – sinds ongeveer 1990 de beschikking over gedigitaliseerde bestanden. Helaas doet zich hierbij een probleem voor waarvan we bij het bovenstaande nog geen last hadden: in een computer gebruik je een zoekstring, maar woorden komen voor in allerlei vormen, die een mens maar een computer niet herkent. Een computer zal “ik zal” en “jij zult” niet meteen herleiden tot vormen van hetzelfde werkwoord “zullen”. Er is bij computergebruik dus een voorbewerking nodig, die niet makkelijk is.

Je kunt echter van de nood een deugd maken en bijvoorbeeld kijken welk percentage woorden begint met een bepaalde letter, of hoe vaak een woord eindigt op deze of gene letter, of hoe vaak een bepaalde klank voorkomt op de op één na laatste plaats. Dit zijn manieren om in algemene zin – dus zonder te kijken naar welke woorden je precies kijkt – het gebruik van naamvallen en verbuigingen “in een getal te vangen”. Ook dat is immers een aspect van iemands stilistisch handtekening.

Enfin. Ik brei hier een einde aan mijn blogje. Het is zondagavond, ik heb ook andere dingen te doen. Ik noem echter nog even dat dit type onderzoek voor de Historia Augusta belangrijk is geweest (geen zes auteurs maar één auteur) en dat het nog niet zo eenvoudig is gebleken uitspraken te doen over de brieven van de apostel Paulus. Van een deel weten we zeker dat ze authentiek zijn, van andere wordt het in uiteenlopende mate betwijfeld, met nog geen totale consensus. En dat is logisch, want een brief is maar een brief – kort. De verzameling data is niet voldoende groot.

PS

De universiteit van Antwerpen had jaren geleden een online-programma waar je teksten kon invoeren en kon zien wat de computer ervan maakte. Over die versie blogde ik eens. Inmiddels is er een betere versie.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#ArnonGrunberg #FlaviusJosephus #GriekseTaal #HistoriaAugusta #JKRowling #Plato #stylometrie #TestimoniumFlavianum #Thrasyllus #UNABomber #WincentyLutosławski

In unserem #StabiLab gibt es Digital Humanities zum Ausprobieren! Am Dienstag, den 21. Januar, lernt ihr bei uns, wie ihr mit dem Tool #Stylo Literatur erforschen könnt 👉 http://sbb.berlin/59m32

#StabiBerlin #Stylometry #Stylometrie #Digitalisierung #Forschung #Workshop

🧑‍💻 #Conférence | #Stylométrie

🔶 « Affaires de style », par @Jbcamps et @F_Cafiero @Ecoledeschartes : comment identifier l'auteur d'un texte par son style ? À partir de quelles données ? À l'aide de quels outils ?

👉 youtu.be/4acSVmN3XT4