Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Waarom discussie?

Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.

De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.

De complicaties

Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.

Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.

Criteria

Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.

Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.

Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.

Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.

Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.

Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Was het Woord “een” god?

Het probleem met de Eindtijd is dat geen mens die al heeft meegemaakt. Het is daarom wat lastig te voorspellen wat ons staat te wachten. Er zijn echter logische redeneringen mogelijk en in de Oudheid heeft het daaraan niet ontbroken. De basis daarvan was de aanname dat God almachtig en volmaakt was. Aristoteles wees er al op dat God dan ook onveranderlijk moest zijn, want als hij zou zijn veranderd, was hij óf voor óf na die gebeurtenis minder volmaakt. Uit de aldus bewezen onveranderlijkheid volgde dat de hoogste, almachtige en volmaakste god nooit de schepper kon zijn, want ook de scheppingsdaad is een verandering.

Gods vizier

Je kon vervolgens redeneren dat er dus geen Schepping was geweest en dat er ook geen Eindtijd zou zijn. Even logisch was een andere gedachte: dat er naast de allerhoogste God een ander bovennatuurlijk wezen moest zijn dat verantwoordelijk was voor de Schepping en dat in de Eindtijd een rol zou spelen. De joodse literatuur heeft nogal wat van die middelaarfiguren, die niet per se zijn geïnspireerd door Aristoteles. Elke antieke vorst had voor het dagelijks bestuur een rechterhand: een chiliarch, een vizier of een praetoriaanse prefect. Het was alleen maar logisch dat ook God iemand had die de wereld namens hem bestuurde. De profeet Daniël is er expliciet over: bij het Laatste Oordeel worden er tronen, meervoud, neergezet voor God en de Mensenzoon, en het is die laatste die het oordeel uitspreekt.noot Daniël 7.9-14.

De joodse middelaarfiguren zijn vergeten geraakt – ik zal zo uitleggen waarom – maar er is heel wat over gespeculeerd. In de Oorlogsrol treden de aartsengel Michaël en een “Lichtvorst” op. In de henochitische literatuur is er sprake van een Uitverkorene die het Laatste Oordeel velt en die al bestond vóór de Schepping. We lezen ook weleens over een Melchisedek, wat misschien het personage uit Genesis is,noot Genesis 14.18. en bovendien “koning van rechtvaardigheid” betekent. Op soortgelijke wijze was bij de filosoof Filon van Alexandrië Gods Woord de middelaar tussen de transcendente God en de Schepping, noch ongeschapen, noch geschapen.noot Filon van Alexandrië, Wie is de erfgenaam van de goddelijke zaken? 206. Dit is het beeld dat we ook kennen uit het Nieuwe Testament.

Jezus, het Woord en de Kleine Jahweh

Ik noem nog de henochitische tekst die bekendstaat als Sefer Hechalot (“Het boek van de hemelse paleizen”). Hierin is er naast God een wereldbesturende engel Metatron, “troongenoot”, die in koninklijke gewaden wordt gestoken en de verheven naam Jahweh krijgt. Om hem te onderscheiden van de echte Jahweh, heet hij ook wel de Kleine Jahweh. Uit de joodse literatuur van de Late Oudheid blijkt dat de toenmalige geleerden zich ongemakkelijk voelden bij wat ze de “twee machten” noemden: er kon immers maar één God zijn. Dit ongemak betekent dat het beeld van een Kleine Jahweh die namens de ene, ware, hoogste God de wereld bestuurt, heel erg oud moet zijn.

Ik stelde Michaël, de Lichtvorst, de Mensenzoon, Melchisedek, de Uitverkorene, Metratron, het Woord van God en de Kleine Jahweh aan u voor omdat hun bestaan een voorbeeld is geweest voor de wijze waarop de volgelingen van Jezus hun messias interpreteerden. Paulus’ Brief aan de Filippenzen presenteert Jezus als iemand die weliswaar de gestalte van God had, maar slaaf werd en stierf, en daarna werd verheven en de naam kreeg die boven alle namen was verheven – Jahweh dus.noot Filippenzen 2.6-9. (Nog interessanter: Paulus citeert hier een hymne, die dus pre-Paulinisch is en stamt van de allereerste christenen.)

Het Woord in Johannes 1.1

Omdat Jezus dus te interpreteren was als de Kleine Jahweh, is het mogelijk de beroemde proloog van het Evangelie van Johannes anders te lezen dan we gewend zijn. De NBV21-vertaling, waar ik alleen maar lof voor heb, maakt ervan:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.noot Johannes 1.1.

maar omdat het Grieks geen onbepaald lidwoord heeft, kan het ook

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was een God.

zijn. Het Woord, Jezus Christus dus, wordt dan geïdentificeerd als de middelaar tussen God en de Schepping. Die vertaling is niet gangbaar en roept zelfs weerstand op. Het oogt immers nogal willekeurig als in één en dezelfde korte zin hetzelfde woord de ene keer “God” en de andere keer “een God” zou betekenen. Van de andere kant: juist dat spel maakt de tekst poëtisch en indrukwekkend. En taalkundig is het mogelijk. Alexander Smarius, die hier weleens een blogje schrijft, heeft een filmpje gemaakt waarin hij het uitlegt.

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=f_UOnub_t2c?feature=oembed&w=640&h=360]

Mocht u het in wat meer detail willen nalezen, dan kunt u terecht bij het artikel dat Smarius over de materie publiceerde: “Another God in the Gospel of John? A Linguistic Analysis of John 1:1 and 1:18”, in Horizons in Biblical Theology 44 (2022).

Tot slot

Nog een laatste punt. Hoewel de joodse literatuur veel middelaarsfiguren kent en hoewel die middelaarsfiguren opduiken in allerlei stromingen van het jodendom, zullen de meeste antieke joden hun wenkbrauwen er toch bij hebben opgetrokken. Tegelijk: het denkbeeld behoorde bij het grote conglomeraat van joodse ideeën, en dat het in moderne ogen geen zuiver monotheïsme is, wil alleen maar zeggen dat wij andere definities hebben van wat monotheïsme zou moeten zijn.

Die nieuwe definities zijn ontstaan vanaf de Late Oudheid. De rabbijnen wezen de “twee machten” af, ongeveer vanaf het moment dat duidelijk was dat er een monotheïstische stroming bestond die meende dat de vacature van middelaar was vervuld door Jezus. Anders gezegd, het rabbijnse jodendom beschouwde het idee van een tweede god als te christelijk om nog acceptabel te zijn. Metratron werd nooit helemaal vergeten, de andere middelaars wel.

Aan de andere zijde van het monotheïstische spectrum voegden de christenen een derde persoon toe aan de twee-eenheid: de Heilige Geest. Daarna hadden ook zij geen belangstelling meer voor Michaël, de Lichtvorst, Melchisedek, de Uitverkorene en wat dies meer zij. Pas in de twintigste eeuw werd de rijkdom van de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur herontdekt.

#3Henoch #AlexanderSmarius #BriefAanDeFilippenzen #Eindtijd #EvangelieVanJohannes #FilonVanAlexandrië #KleineJahweh #LaatsteOordeel #materie #Metatron #NieuweTestament #Oorlogsrol #Paulus #SeferHechalot #tweegodendom #Woord