Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart

De bark van koning Khufu

Begin vorig jaar publiceerde ik met classicus Hein van Dolen een vertaling van de fragmenten die we nog hebben van de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. Een van die passages, onderdeel van het lange Fragment 2, is een opsomming van uitvindingen waardoor de mens meer mans was geworden. Hier zijn enkele voorbeelden die betrekking hebben op de scheepvaart:

  • Ousoös pakte toen een boom, brak de takken ervan af en waagde zich als allereerste op zee.
  • Een van hen, Chousour, bekwaamde zich in het spreken, bezweren en profeteren. … Hij vond ook vishaak, lokaas, snoer en vlot uit, waarmee hij als eerste mens heeft gezeild.
  • De Tweelingen of Kabeiren, Korybanten of Samothrakiërs waren de uitvinders van het schip.

Hoewel Filon in de Romeinse tijd schreef in het Grieks, gaan zijn voorbeelden terug op veel ouder Kanaänitische verhalen. Zo is Filons Chousour ook bekend van kleitabletten uit de havenstad Ugarit, waar hij Kothar-wa-Khasis heet, “Vaardigheid-en-Wijsheid”. Hoewel het dus mythische informatie is, is het bepaald niet onwaarschijnlijk dat de eersten die zich op zee waagden, zich lieten meedrijven op een boomstam. Toen men de smaak te pakken had, zal men de stammen hebben uitgehold – zie de kano van Pesse uit het vroege achtste millennium v.Chr. Ik stel me voor dat Cyprus zo wel zal zijn gekoloniseerd. De uitvinding van het vlot en het volwaardige schip vormden het logische vervolg.

Een boot (?) op een Naqada-kruik (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Scheepsgeschiedenis

We zouden, zoals zo vaak, meer willen weten, maar er is veel onduidelijkheid. Van afbeeldingen op Naqada-aardewerk die traditioneel worden geïdentificeerd als de eerste schepen op de Nijl, zijn ook wel uitgelegd als abstracte vormen. Het is allemaal zo zeker niet. Gelukkig hebben we behalve afbeeldingen ook de bark die is gevonden bij de piramide van Khufu en vanzelfsprekend ook allerlei wrakken: het Bronstijdschip bij Uluburun, de Fenicische wrakken van Mazarrón, de hellenistische schepen bij Keryneia en Mahdia en in eigen land de rivierschepen bij Zwammerdam, Woerden en De Meern. Het conserveren van het antieke hout is overigens een vaardigheid die archeologen pas in de tweede helft van de twintigste eeuw onder de knie hebben gekregen.

Rolzegel met een boot met één helmstok (Louvre, Parijs)

De scheepvaart begon als kustvaart. Van papyrus vervaardigde boten, aangedreven door roeiers en door de wind in de zeilen, voeren vanuit Egypte naar Byblos om daar cederhout te halen. Later werden de schepen gemaakt van duurzamer materiaal, namelijk hout. Aan het achterschip werd eerst een, later een tweede grote helmstok vastgemaakt; die enorme roeispanen dienden als roer. Het belang van de kiel werd erkend en de tuigage werden verbeterd. In de derde eeuw v.Chr. werd aan het vierkante zeil een tweede, kleiner zeil aan de voorsteven toegevoegd.

Romeins schip met twee zeilen (Nationaal Museum, Beiroet)

De geroeide galei is een ander scheepstype, al vermeld door Homeros. De Feniciërs plaatsten op twee en later drie roeibanken boven elkaar (de triëre); later kwamen Griekse ingenieurs op het idee de roeibanken te voorzien van meer dan één roeier (de pentere). Met zulke schepen verplaatste Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, duizenden manschappen over de Indische Oceaan en Perzische Golf. Deze zeeschepen, bedoeld voor de oorlog, waren voorzien van een ram, hoewel die (anders dan men wel denkt) slechts zelden werd gebruikt. Omdat zeeschepen snel en dus licht moesten zijn, was het dek minimaal en daardoor voerden ze zelden geschut, hoewel de katapult en de polybolos al waren uitgevonden.

In de Romeinse tijd ontstond de tweemaster, maar die verdween in de vijfde eeuw, op het moment dat het schip met het driehoekige latijnzeil zijn opwachting maakt. Het werd pas later, in de Arabische tijd, werkelijk populair. Ik heb me laten vertellen dat deze schepen niet zo heel erg veel stabieler waren dan de aloude schepen met vierkante zeilen. De introductie van het in China uitgevonden stevenroer schijnt wel een verbetering te zijn geweest, al was het maar omdat het door één stuurman te bedienen was, in plaats van de twee mannen aan de helmstokken.

Schip met twee latijnzeilen (Archeologisch museum, Korinthe)

Risico’s

De schepen werden dus geleidelijk beter, maar dat wil niet zeggen dat een zeereis zonder risico was. Ik gaf al aan dat men in de winter liever niet voer. Maar ook in de zomer dreigde gevaar. De Griekse auteur Herodotos van Halikarnassos vermeldt bijvoorbeeld een Perzische vloten die vergingen voor de Athos, voor Magnesia en bij Euboia. In de Eerste Punische Oorlog zonken diverse vloten, waarbij tienduizenden mensen verdronken. De apostel Paulus strandde na een storm op Malta. De Romeinse gouverneur Plinius de Jongere, op weg naar zijn provincie, liet de keizer weten dat hij de gevaarlijke kaap ten zuiden van de Peloponnesos veilig was gepasseerd. De laatantieke auteur Synesios wijdt een brief aan een moeizame reis over de Libische Zee.

Diezelfde auteur weet te vertellen dat de eenvoudige lieden van de Cyrenaica nog altijd verhalen vertelden over Odysseus. Dit is vermoedelijk een literair verzinsel, want Synesios lijkt niet werkelijk geïnteresseerd te zijn geweest in de opvattingen van boeren en vissers, maar helemaal uit te sluiten is het niet. Als Filon van Byblos na vijftien eeuwen nog verhalen kende over Kothar-wa-Khasis, kunnen ook verhalen over avonturen op zee een lang leven beschoren zijn geweest.

Zomaar een mooi zesde-eeuws bootje (Qasr Libya)

Ontbossing

Een van de interessantste recente ontdekkingen is dat de Romeinen in de derde eeuw na Chr. steeds jongere bomen begonnen te kappen. Dat duidt op ontbossing en dat is in lijn met een vermoeden van de Franse historicus Fernand Braudel, die er in La Méditerrannée (1977) op wees dat de onmogelijkheid aan voldoende scheepshout te komen, een rol speelde bij de neergang van de Mediterrane economie. Het is zinvol hierbij te wijzen op een ander gegeven: landtransport is zeventien keer zo duur als zeetransport (en riviertransport is zeven keer zo duur als zeetransport). Ontbossing en dus vermindering van de zeehandel maakten het transport dus veel duurder.

Braudel meende dat het zwaartepunt in de zeehandel verschoof naar het Kalifaat, maar ik kan zo snel niet ontdekken waar de Arabieren wel geschikt scheepshout hebben kunnen kappen. Braudel opperde verder dat de geschiedenis zich herhaalde toen de Arabieren al hun bossen hadden gekapt; toen verschoof het zwaartepunt zich naar het noordwesten van Europa. Ik laat in het midden of dit werkelijk klopt of dat dit feitenvrij gespeculeer is.

Nehalennia met schip (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Wat ik wel zeker weet is dat zeevaart nooit zonder gevaar is geweest. Van de oosterse Baälmythologie via de Odyssee tot de Openbaring van Johannes zijn de zee en de dood identiek. En elke voor-westerse cultuur riep bovennatuurlijke beschermers aan voor de zeevaart: de Kabeiren, de godin Isis, de hemelse Tweelingen, de god Neptunus, Sint-Nikolaas, of Maria als Sterre der Zee. Wie het dichter bij huis zoekt, hoeft maar naar het Rijksmuseum van Oudheden te gaan, waar allerlei monumentjes staan die zijn gewijd aan de lokale godin Nehalennia (Keltisch: “zij die bij de zee verblijft”). De aanname dat het bedankjes zijn voor reddingen op zee, of toezeggingen voor een behouden vaart, is welbeschouwd precies dat: een aanname. Maar omdat het ook op de Noordzee geducht kan spoken, is het wel verrekte plausibel.

[Een overzicht van de blogjes in de reeks over de voor-westerse geschiedenis is hier.]

#Baäl #Byblos #DeMeern #FernandBraudel #FilonVanByblos #HerodotosVanHalikarnassos #Homeros #Kabeiren #KanoVanPesse #katapult #KeryneiaCyprus #Khufu #KotharWaKhasis #LibischeZee #Mazarrón #MiddellandseZee #NabijeOosten #Nearchos #Nehalennia #Odysseus #Paulus #pentere #PliniusDeJongere #polybolos #SintNikolaas #SterreDerZee #SynesiosVanKyrene #triëre #TweelingenHalfgoden #Uluburun #voorWesterseGeschiedenis #Woerden #zeevaart #Zwammerdam
RT: @laviedesidees Disparu il y a 40 ans, #FernandBraudel a profondément marqué les #sciencessociales en forgeant des concepts durables pour penser le #capitalisme. Son œuvre continue d’éclairer les mutations de l’#économie, ses rythmes, ses espaces et ses rapports de force
https://laviedesidees.fr/L-economie-d-apres-Braudel
L'économie d'après Braudel

Disparu il y a quarante ans, Fernand Braudel a profondément marqué les sciences sociales en forgeant des concepts durables pour penser le capitalisme. Son œuvre continue d'éclairer les mutations de l'économie, ses rythmes, ses espaces et ses rapports de force. Yves David Hugot est professeur certifié d'histoire-géographie et agrégé de philosophie. Il enseigne au lycée Gustave-Eiffel de Rueil-Malmaison. Il a dirigé avec Stéphane Dufoix le numéro thématique de la revue Socio paru en 2021 et (…)

Disparu il y a quarante ans, #FernandBraudel a profondément marqué les #sciencessociales en forgeant des concepts durables pour penser le #capitalisme. Son œuvre continue d’éclairer les mutations de l’#économie, ses rythmes, ses espaces et ses rapports de force
https://laviedesidees.fr/L-economie-d-apres-Braudel
L'économie d'après Braudel

Disparu il y a quarante ans, Fernand Braudel a profondément marqué les sciences sociales en forgeant des concepts durables pour penser le capitalisme. Son œuvre continue d'éclairer les mutations de l'économie, ses rythmes, ses espaces et ses rapports de force. Yves David Hugot est professeur certifié d'histoire-géographie et agrégé de philosophie. Il enseigne au lycée Gustave-Eiffel de Rueil-Malmaison. Il a dirigé avec Stéphane Dufoix le numéro thématique de la revue Socio paru en 2021 et (…)

Voor-westerse geschiedenis (6) herders

Herders in de Zagros

Wie door het Midden-Oosten reist, stuit vroeg of laat onvermijdelijk op herders die hun kuddes verplaatsen van de zomer- naar de winterweiden en terug. Ze trekken daar wat meer de aandacht dan in Griekenland of Italië, hoewel ook daar nog altijd herders zijn die met geiten en runderen heen en weer trekken. In Spanje zijn de cañadas, de wegen waarlangs herders hun kuddes verweidden, niet meer wat ze zijn geweest, en dat geldt ook voor de drailles uit het zuiden van Frankrijk, maar de aloude levenswijze is niet verdwenen. Ik zag vorige maand ergens bij Murcia nog een verkeersbord dat automobilisten attendeerde op grote kuddes.

Ook in onze eigen contreien benutten boeren nog altijd winter- en zomerweides. Ik herinner me uit mijn Veluwse jeugd dat de koeien met vrachtwagens naar Friesland gingen. De winter- en zomerweiden hoeven overigens niet zo ver uit elkaar te liggen: in Zwitserland bestaat Almwirtschaft, waarbij de kuddes van het dal naar – je raadt het nooit – de alm worden verplaatst. En weer terug natuurlijk. Het moge duidelijk zijn: veeteelt beperkt zich niet tot ’n grasveldje met wat prikkeldraad erom.

De marginale herder

Het verplaatsen van kuddes is iets van alle tijden, maar oudheidkundigen hebben er lange tijd onvoldoende aandacht aan besteed. De jargonterm is transhumance, maar u mag ook gewoon verweiding zeggen. De betrekkelijk geringe belangstelling hangt ermee samen dat de echte herder – in tegenstelling tot de geïdealiseerde herder van de poëzie – vrijwel afwezig is in de antieke literatuur en bovendien archeologisch vrijwel niet is te vinden. De seizoensmigratie tussen de Scheldevallei en Drenthe is bijvoorbeeld bekend uit één terloopse vermelding in een laatantieke bron plus wat eenvoudig, in België opgegraven aardewerk, vervaardigd van Hunzeklei. Maar het documenteert de permanente onderstroom van kuddes, mensen en ideeën die er altijd is geweest.

Xavier De Cock, “De Meersstraat in Gent” (1862) (Museum voor Schone Kunsten, Gent)

Herders waren marginaal. Niet alleen omdat ze voor oudheidkundigen slecht zichtbaar zijn, maar ook omdat ze leefden in de marge van de oude wereld. Zelfs als ze hun kudden niet verplaatsten tussen zomer- en winterweiden, leefden ze ver buiten het dorp, op de braakliggende gronden en verder, op de heide of in de bergen. Ze leefden met hun trouwe honden in een deel van de wereld waar beren, leeuwen, zwijnen en andere wilde dieren voorkwamen – dieren die ze overigens succesvol bestreden. Ter illustratie noem  ik verhalen als dat van Herakles en de Nemeïsche Leeuw of dat van de Kalydonische Jacht.

Levend op de marginale gronden buiten de steden en dorpen, waren de herders ook sociaal marginaal. In het antieke wereldbeeld golden de stedelingen en de akkerbouwers als beschaafd en golden de zwervende veetelers als barbaars. Erger dan dat: omdat herders – als ze dorpelingen waren – de nacht niet thuis doorbrachten, konden ze hun echtgenotes en dochters niet beschermen en waren ze eerloos (net als karavaandrijvers en zeelieden). Herders golden zelfs als dieven, omdat ze hun kuddes weleens leidden over andermans land. Vanuit dit perspectief bezien had Kaïn gelijk toen hij Abel de kop insloeg. Ook Kaïns straf is gepast: God veroordeelt hem tot het zwerversbestaan waar elke landbouwer van gruwde.

Op een cañada (Plaza de España, Sevilla)

Seizoensmigratie en nomadisme

De herder mocht dan wel bij zijn kudde leven aan de marge van de gemeenschap, dorpelingen en stedelingen hadden zijn producten nodig: zuivel, wol, vlees, huiden. Omgekeerd kon de herder niet zonder brood, linnen, keramiek, wijn of muntgeld. De met het seizoen migrerende herder en de sedentaire akkerbouwer hadden dus complementaire levenswijzen. Feitelijk is er arbeidsdeling.

Dat geldt overigens niet voor alle migraties. De zojuist beschreven levenswijze is vooral goed gedocumenteerd aan de west-, noord, en oostzijde van de voor-westerse wereld, waar, zoals gezegd, bergen het landschap domineren. Aan de zuidelijke kant, waar het land meer open en, zoals gezegd, door de dominante winden heel erg droog is, bestaat een andere vorm van seizoensmigratie, waarbij geen arbeidsdeling bestaat en de hele samenleving heen en weer beweegt. Dat is nomadisme: mannen, vrouwen, kinderen, dromedarissen en kuddes bewegen dan over veel grotere afstanden. Nomadisme bestond en bestaat verder in Centraal-Eurazië, waar mensen nog steeds leven in yurts.

Deur van een Afghaanse yurt (Antropologisch Museum, Madrid)

De Franse historicus Fernand Braudel, wiens boek La Méditerranée me op weg helpt bij deze reeks, benadrukte dat het nomadisme dat we aantreffen tussen het Egyptische Alexandrië en het Tunesische Sfax, en dus ook in Centraal-Eurazië, een heel andere leefwijze is dan de verweiding uit Europa en Voor-Azië. Evengoed is het een oeroude levenswijze, die belangrijk is omdat niet alleen kuddes en mensen zich verplaatsten, maar ook ideeën. Oudheidkundigen houden inmiddels veel serieuzer dan vroeger rekening met denkbeelden die zijn gedocumenteerd in andere regio’s dan de door hen bestudeerde regio – dat is wat op het spel staat in de DNA-revolutie.

[Een overzicht van de blogjes in deze reeks groeit hier.]

#Almwirtschaft #cañada #dromedaris #eer #FernandBraudel #geit #Herakles #herders #KalydonischeJacht #MiddellandseZee #NabijeOosten #nomadisme #rund #schaap #seizoensmigratie #transhumance #verweiding #voorWesterseGeschiedenis

(12/13) ... Christian Ranucci reconnu depuis innocent -> exécuté peine de mort (cf 1981) + Mediator, nom commercial du benfluorex = substance chimique proche de l’amphétamine -> mise sur le marché pour les diabétiques en surpoids (cf 2010) + naufrage du pétrolier est-allemand Boehlen avec environ 10 000 t. de brut #petrole -> coule par 107 mètres de fond ...

#livres La Dynamique du capitalisme de #FernandBraudel

#year1976 #anthropocene #climat #climate #climatechange #climatecrisis

Voor-westerse geschiedenis (1): inleiding

Borsippa

Deze blog groeit vooral door vragen die mensen stellen (zoals) en door reeksen die ik zelf leuk vind (zoals). Niet zelden merk ik echter dat ik achtergrondinformatie nodig heb, en daarom zijn er ook de wat encyclopedieachtige stukjes over deze of gene vorst, landstreek of gebeurtenis. Als ik bijvoorbeeld al een stukje over de Nijl heb, kan ik een blogje over Aristoteles’ theorie over de overstroming daarin verankeren. Maar ook zulke stukjes zou ik willen verankeren, namelijk in algemene informatie over de toenmalige wereld.

Braudel

Al sinds ik mijn reeks over het handboek oude geschiedenis schreef, zoek ik een vorm om ook die achtergrondinformatie te geven. En onlangs – ik stond op het vliegveld van Parijs – wist ik ineens hoe ik het moest aanpakken: ik zou me laten inspireren door Fernand Braudel.

Fernand Braudel (1902-1985) is een welhaast legendarische Franse historicus, die wel voor eeuwig zal worden herinnerd omdat hij de historische processen verdeelde in gebeurtenissen (“evenementen”), processen van de middellange duur en de voor de betrokkenen nauwelijks herkenbare longue durée. Die drieslag is echter niet waaraan ik moest denken. Het gaat me om zijn boek La Méditerranée (1977).

Algemene geschiedenis

De Mediterrane wereld, met ruim een dozijn zeeën (meervoud), een slordige 6000 eilanden en tal van bergketens, was Braudels grote liefde en in La Méditerranée bood hij een algemene geschiedenis in twaalf hoofdstukken. De helft daarvan schreef hij zelf, terwijl de andere zes hoofdstukken werden geschreven door specialisten. Het is een prettig en toegankelijk boek, dat alle gebieden met evenveel aandacht en liefde beschrijft. Er is geen gebied dat extra nadruk krijgt.

Dit betekent ook dat bij Braudel de Grieken, op wie in de negentiende eeuw nogal wat innovaties zijn geprojecteerd, wat minder op de voorgrond staan. De ingrijpendste innovaties (zoals het ontstaan van de akkerbouw, interregionale handel en de stedelijke levenswijze) stammen immers uit Mesopotamië. Met deze keuze nam het team-Braudel geen uitzonderlijke positie in: wereldgeschiedenis brak als genre door in de jaren zeventig en auteurs als Martin West en Walter Burkert presenteerden archaïsch Griekenland als een appendix van de oud-Oosterse beschaving.

De decentralisatie van Griekenland in La Méditerranée neemt niet weg dat de Grieken ook wat nieuwe dingen wél hebben bedacht, zoals het gevoel voor het tragische, de hoplietenoorlog en de filosofie. Rome verspreidde de klassieke cultuur over een groot deel van de wereld en de Arabieren formuleerden daarvoor een alternatief; West-Europa is in de Volle Middeleeuwen geboren uit een fusie van eerdere culturen. We zouden de Oudheid en Vroege Middeleeuwen daarom eigenlijk “voor-westerse geschiedenis” moeten noemen.

Voor-westerse geschiedenis

Zo doop ik dan ook deze reeks, bedoeld om achtergrondinformatie te verstrekken bij andere achtergrondinformatie. Ik heb voor het neologisme “voor-westerse geschiedenis” twee redenen.

  • Ik wil aangeven dat het gaat over de tijd vóór er een West-Europees zelfbeeld was. Dat verdient nadruk, want het idee blijft terugkeren dat West-Europa op de schouders van Griekenland en Rome zou staan. Maar zie het Arabische erfgoed.
  • Het gaat me om de factoren die causaal voorafgaan aan de historische gebeurtenissen. Zeg maar wat de Duitse historicus Johann Gustav Droysen de Bedingungen noemde die noodzakelijk waren om de pragmata (Droysens woord voor evenementen) te begrijpen.
  • Wat lette me, bedacht ik daar op het vliegveld, om de bundel van Braudel als leidraad te nemen bij een reeks blogjes over algemene thema’s? Ik laat de passages over het wat recentere verleden achterwege maar ik neem het Nabije Oosten en de Lage Landen erbij, want de oude wereld was groter dan Braudels Méditerranée. Ik heb bovendien nog wat andere boeken erbij genomen en ik heb, als ik op reis was, ook zelf weleens iets gezien.

    Voilà dus: een reeks over de voor-westerse geschiedenis. Later vandaag een blogje over het landschap. In januari blog ik dan nog over het klimaat en de vegetatie. Op nu nog onbekende momenten komen dan de ontginningen, de herders, de zeeën en andere zaken aan bod.

    Zo meteen meer. En een overzicht van stukjes die ik in deze reeks nog zal publiceren, staat hier. Dat lijstje zal nog groeien.

    #FernandBraudel #JohannGustavDroysen #MainzerBeobachter #MartinLWest #MiddellandseZee #voorWesterseGeschiedenis #WalterBurkert #wereldgeschiedenis

    Faits divers (45)

    Hammamet

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer één nieuwtje en wat trivia. Niets wereldschokkends, al had het eerste bericht wel wat meer aandacht in de Nederlandse media mogen hebben.

    Houthonger

    Eerst dus dit geweldige artikel over de “houthonger” van de Romeinen. Je kunt aan de hand van jaarringen van alles en nog wat vaststellen: de ouderdom natuurlijk, en de herkomst van het gekapte hout, maar ook de ouderdom van de boom op het moment dat die werd gekapt. Dat de gevelde bomen in de loop van de derde eeuw na Chr. steeds jonger werden, bewijst dat de oude, dikke en meest geschikte bomen al op waren. Dat past perfect bij wat we al wisten: dat er houtschaarste was. Er zijn bijvoorbeeld klachten bekend over badhuizen die niet voldoende warm werden gestookt – en dan lezen we dus dat de burgemeester in het koude water wordt gejonast.

    Velzeke

    Voor Nederlanders is het archeologisch museum van Velzeke vermoedelijk een van de best bewaarde geheimen van België. Er wordt al tijden vermoed dat Feliciacum, zoals de antieke nederzetting vermoedelijk heette, moet teruggaan op een vroeg-Romeins bouwprogramma. De aloude weg van Keulen naar de Noordzee liep immers, zo beschreef Robert Nouwen in De Romeinse heerbaan, van Tongeren westwaarts en passeerde Velzeke. Nu is definitief bevestigd wat archeologen altijd al vermoedden: dat er een Romeins kamp is geweest.

    Het is slechts dataverwerving: de dagelijkse gang van zaken in de wetenschap. Er is geen sociaalwetenschappelijke vraag beantwoord en er is ook geen nieuw type inzicht, dus het hoefde echt niet in de krant. Nieuws was er immers niet. Maar voor ons, oudheidliefhebbers, is dit toch wel aardig om te vernemen – een leuk item voor een blogje met oudheidkundige faits divers.

    Oosterse talen

    Safaïtisch was een oosterse taal die eigenlijk pas de laatste tijd, door de publicatie van duizenden en duizenden inscripties uit de Arabische woestijnen, goed wordt begrepen. Er is een schat aan informatie vrij gekomen; we begrijpen de ontwikkeling van diverse Zuid-Semitische alfabetten en talen beter; soms zijn er verrassend nieuwe inzichten, die ons beeld van voorislamitisch Arabië op de kop zetten; vaak zijn er interessante nieuwtjes die voor oudheidliefhebbers leuk zijn.

    Zoals deze inscriptie. Het Safaïtisch kende geen eigen alfabet waarin alle letters in een vaste volgorde staan opgesomd. Daarom is het opmerkelijk dat deze inscriptie de volgorde van het Griekse alfabet aanhoudt. (Zulke alfabetteksten hadden een kwaadafwerende functie.) Dat je je eigen letters ordent naar de principes van een ander schrift, suggereert dat iemand er een voordeel in herkende en niet alleen twee alfabetten kende maar ook twee talen beheerste, en niet eenkennig was.

    Tot slot

    Ik kwam een mooie passage tegen in La Méditerranée (1977) van Fernand Braudel:

    Wat is de Middellandse Zee? Duizend dingen tegelijk. Niet een landschap, maar een opeenvolging van zeeën. Niet een beschaving, maar een opeenstapeling van beschavingen, de een op de andere. Wie reist door het Middellandse Zee-gebied vindt het Romeinse Rijk in Libanon, de Prehistorie op Sardinië, de Griekse steden op Sicilië, Arabieren in Spanje, de Ottomaanse islam op de Balkan. De Middellandse Zee is duiken naar de diepste eeuwen, tot aan de megalithische bouwwerken van Malta of de piramides van Egypte. De Middellandse Zee is een ontmoeting met zeer oude maar nog springlevende zaken, pal naast ultramoderne: naast het schijnbaar onveranderlijke Venetië, is er de zware industrie van Mestre; om de vissersboot die niet anders is dan het schip van Odysseus, spoelt het verwoestende chloor van de zeebodem of de enorme olieraffinaderijen. De Middellandse Zee is alles tegelijk.

    #ChausséeBrunehaut #FaitsDivers #FernandBraudel #GriekseAlfabet #MiddellandseZee #Safaïtisch #Velzeke

    Fernand Braudel descrive le caratteristiche di tre differenti storie

    Fernand Braudel, nella prefazione al suo celebre saggio “La Méditerranée et le monde méditerranéen à l’époque de Philippe II”, <17 descrive le caratteristiche di tre differenti stori…

    Piccola antologia