Etruskische goden

Aplu (Museo nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)

Even ten noorden van Rome lag Veii, een machtige Etruskische stad die de Romeinen in 393/392 v.Chr. veroverden.noot En niet in 396, zoals je nogal eens leest. Daarna vielen de kleinere stadjes in de omgeving, die ooit onderworpen waren geweest aan Veii, eveneens in Romeinse handen. Zo ook Falerii, dat zich korte tijd later op nogal bijzondere wijze onderwierp. Een schoolmeester had namelijk een klasje aristocratische kinderen als gijzelaars uitgeleverd aan de Romeinse generaal Camillus, die dit geschenk, dat de oorlog tot een snel einde zou hebben kunnen brengen, had geweigerd, en de schoolmeester geboeid en gegeseld terug had gezonden naar Falerii, met de mededeling dat hij de stad zou nemen “met Romeinse middelen”. De burgers capituleerden ogenblikkelijk: volgens geschiedschrijver Titus Livius omdat ze onder de indruk waren van Camillus’ nobele gebaar, maar je hoeft niet heel cynisch te zijn om te herkennen dat men doodsbang was voor “de Romeinse middelen”.

In Falerii is verschrikkelijk mooie terracotta-sculptuur gevonden, die voor het merendeel is terechtgekomen in de Villa Giulia, het Etruskische museum van Rome. Bovenstaande kop komt uit een tempel die stond op een plek genaamd Sassi Caduti. Dit heiligdom, even ten westen van de acropolis, was gewijd aan de godheid die de Romeinen Mercurius noemden en de Etrusken Turms. Hij was de boodschapper van de oppergod Tinia, beschermde de handel en begeleidde de dode zielen op weg naar de Onderwereld. Bij Sassi Caduti is ook een marktplein gevonden, wat natuurlijk wel zo gepast is voor een god van de handel.

Omdat er dus nogal wat overeenkomsten waren met de Griekse god Hermes, werd Turms/Mercurius in elk geval in de derde en tweede eeuw v.Chr. afgebeeld met de gevleugelde sandalen, de herautenstaf en de breedgerande hoed die deze godheid kenmerken. Dat zal zeker niet de oorspronkelijke outfit zijn geweest van zijn Etruskische evenknie. Misschien zijn er heel oude afbeeldingen, maar ik ken die niet. Wat overigens weinig zegt.

Etruskische tempels hadden vaak standbeelden ter ere van diverse Etruskische goden, en bovenstaande godheid is Apollo of, zoals de Etrusken hem noemden, Aplu. Zijn woeste kapsel duidt op de goddelijke inspiratie van de orakelgod; zijn zittende houding en iets naar rechts gewende hoofd zouden kunnen betekenen dat hij op het punt staat een voorspelling uit te spreken. Er is wel geopperd dat de keramist de sculptuur van de Griekse beeldhouwer Lysippos kende, en dat hij heeft gekeken naar het portret van Alexander de Grote.

Enfin. Het is gewoon mooi, ik wilde het u laten zien, het dateert uit de vroege derde eeuw v.Chr. en het is destijds niet lang zichtbaar geweest, want in 241 maakten de Romeinen Falerii met de grond gelijk.

[Dit was het 511e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Aplu #Falerii #Hermes #Lysippos #MarcusFuriusCamillus #Mercurius #terracotta #TitusLivius #Turms

De evocatio van Koningin Juno

Koningin Juno (Villa Giulia, Rome; © Wikimedia Commons | gebruiker Giuseppe Savo)

In het zuiden van het historische centrum van Rome ligt de heuvel Aventijn. Het is tegenwoordig een rustige woonwijk waar betrekkelijk weinig oudheidkundig bodemonderzoek is verricht. Het is echter zeker dat in de buurt van de huidige kerk van Santa Sabina (een van de mooiste kerken van Rome) de oudste tempel heeft gestaan voor de godin die de Romeinen Koningin Juno noemden. Van oorsprong was zij een Etruskische godin die Uni heette; ze gold als zuster en echtgenote van Aplu ofwel Apollo.

Dit heiligdom was aan deze godin beloofd door de Romeinse veldheer Marcus Furius Camillus, toen deze aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. op het punt stond de Etruskische stad Veii in te nemen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius heeft daarover het volgende te vertellen:

Toen trad de gezagvoerder, na de vogeltekenen te hebben waargenomen, naar buiten en gaf de soldaten de order zich te wapenen. “Onder uw leiding, Pythische Apollo,” sprak hij, “en bezield door uw goddelijke almacht, ga ik nu voorwaarts om de stad Veii te vernietigen; aan u wijd ik een tiende van de buit. En u, Koningin Juno, die nu in Veii woont, smeek ik om, wanneer wij hebben gezegevierd, met ons mee te gaan naar onze stad, die spoedig ook de uwe zal zijn en waar een tempel, uw verheven grootheid waardig, u zal ontvangen.”noot Livius 5.21.1-3; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Dit gebed is een zogenaamde evocatio: de beschermgodin van de belegerde stad werd een betere tempel in het vooruitzicht gesteld en zo werd zij weggelokt naar de stad van de belegeraar. Het afstaan van een tiende van de buit aan de god Apollo in Delfi heeft er weinig mee van doen, maar het is interessant dat het gebeurde. De Romeinen lieten er een mengvat van maken, dat later nog te zien was in het Schathuis van de Massilioten.

Uni verhoorde Camillus’ bede en de Romeinen veroverden de stad:

Toen alle bezittingen van de mensen uit Veii waren weggehaald, maakten de Romeinen aanstalten om de eigendommen van de goden en de goden zelf te verwijderden, maar meer als vrome vereerders dan als rovers. Want er werden uit het hele leger jonge mannen uitgekozen, aan wie, nadat ze zich schoongewassen en in een wit gewaad gehuld hadden, de taak werd toevertrouwd Koningin Juno naar Rome over te brengen. Zij betraden eerbiedig de tempel en werden eerst door een heilige schroomweerhouden haar met de handen te beroeren, omdat volgens de Etruskische gewoonte slechts een priester uit een bepaalde familie haar mocht aanraken. Toen vroeg een van hen, uit goddelijke vervoering of om geestig te zijn: “Wilt u met ons meegaan naar Rome, Juno?”, waarop de anderen allemaal riepen dat de godin ja geknikt had. Later werd er nog bij verteld dat ze haar ook hadden horen zeggen dat ze mee wilde.

In elk geval vermelden de bronnen dat zij met werktuigen van geringe kracht van haar plaats is verwijderd, alsof ze zelf meewerkte, en dat ze licht en gemakkelijk te vervoeren was. Behouden kwam ze aan op de Aventijn, haar woning voor eeuwig, waarheen de gebeden van de Romeinse dictator haar hadden geroepen. Daar werd haar later een tempel gewijd door dezelfde Camillus die hem had beloofd.noot Livius 5.22.3-7; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Het heiligdom is herbouwd ten tijde van keizer Augustus, maar wordt daarna niet meer genoemd in onze bronnen. Ik ben niet op de hoogte van archeologische resten van deze tempel, maar ik heb weleens gelezen dat de zuilen uit het heiligdom zijn gerecycled in de Santa Sabina. Dat kan best waar zijn. Ik weet het niet.

#Aplu #Aventijn #Delfi #evocatio #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #Juno #krater #MarcusFuriusCamillus #mengvat #Rome #SantaSabina #TitusLivius #Uni #Veii

Titus Livius (3): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.

De vroege republiek

We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.

Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.

De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen in de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.

De derde eeuw v.Chr.

De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.

In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.

Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:

Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.

Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.

De midden-Republiek

De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland “bevrijdden”.noot Ik zet “bevrijdden” tussen aanhalingstekens omdat de vrijheid van Romes Griekse bondgenoten met naast zich het Seleukidische Rijk vanzelfsprekend net zo’n bevrijding was als wanneer Donald Trump de Europese bondgenoten had bevrijd van hun bondgenootschap. Ik ben geen voorstander van historische parallellen, want al gauw herkent men lessen uit het verleden. Maar hier helpt het heden bij het begrip van het verleden. In de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.

Het volgende tiental boeken (46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Ik heb weleens gedacht dat als de reeks eigenlijk rollen had moeten tellen, dit ook precies de helft was. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.

Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.

De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.

Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de  Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.

[wordt vanmiddag vervolgd]

#antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #digressie #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus

Do ut des

Gaius Julius Orios bedankt de hoogste god, die hem via een droom waarschuwde voor een groot gevaar (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Mijn eerste leraar Latijn zal ik nooit vergeten, want hij gaf me een 2 voor mijn eerste proefwerk. Niettemin of juist daarom: ik heb veel van hem geleerd. Inclusief dingen waarvan je denkt: waar haalde je dát nou vandaan? Bijvoorbeeld dat de Grieks-Romeinse godsdienst was gebaseerd op het principe van do ut des. Vertaald: ik geef opdat jij geeft. Anders gezegd: religie als ruilhandel. Ik offer wat aan deze of gene godheid, ik vraag d’r iets bij, en dan zorgt Venus of Silvanus of Mercurius wel voor de bezorging.

Mijn leraar was de enige niet die dit dacht. De Nederlandse Wikipedia vermeldt het zonder blikken, zonder blozen en zonder referentie. Alsof het zó algemeen bekend is dat het geen toelichting behoeft.

Terwijl je denkt: dat kan niet zomaar kloppen. Al was het maar omdat er niet één Romeinse godsdienst was. Er waren diverse religieuze praktijken en veel daarvan vallen niet onder opgemeld principe. Maar er wringt meer.

Romeins Recht

Do ut des is immers een formulering uit het Romeins Recht. U vindt haar bijvoorbeeld in de Digesten 19.5.5, waar de beroemde jurist Julius Paulus een probleem beschrijft en de bij de rechtsvinding relevante rechtsprincipes opsomt. Do ut des is er een van: een simpele formulering voor transacties waarbij zoiets gold als “gelijk oversteken”.

Nu hoeft een leraar Latijn aan een Apeldoorns VWO niet alles te weten, maar dit is bepaald geen obscure passage. Ook zijn de Digesten geen ontoegankelijke bron; voor wie geen Latijn beheerst, is er de Nederlandse vertaling van J.E. Spruit c.s..

Je zou verwachten dat inmiddels wel iemand zou hebben opgemerkt dat do ut des een rechtsprincipe is dat je niet zomaar op religie kunt loslaten. Maar het idee verdwijnt niet. Een leuk voorbeeld van een idée reçue dat discutabel is maar blijft terugkeren.

Welbegrepen eigenbelang

Nu is daar ook wel aanleiding toe. Er zijn natuurlijk mensen geweest die offerden uit eigenbelang. Het is dus niet zo dat do ut des nooit een rol speelde. Bovendien zijn er rituele handelingen die erop lijken. Titus Livius vertelt bijvoorbeeld hoe in 393 v.Chr. (396 VC) de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus op het punt staat Veii in te nemen en de beschermgodin van die stad een tempel in het vooruitzicht stelt:

En u, Koningin Juno, die nu in Veii woont, smeek ik om, wanneer wij hebben gezegevierd, met ons mee te gaan naar onze stad, die spoedig ook de uwe zal zijn en waar een tempel, uw verheven grootheid waardig, u zal ontvangen. (Livius 5.21; vert. F.H. van Katwijk-Knapp)

Anders gezegd: ik beloof u een tempel als tegemoetkoming voor de door u geleden schade. Dat lijkt op do ut des maar is wel iets anders. Zo zijn er ook “vergoedingen” te herkennen, zoals wanneer generaal Appius Claudius Caecus in 296 v.Chr. de krijgsgodin probeert over te halen: “Bellona, indien u ons heden de zege schenkt, wijd ik u een heiligdom!” (Livius 10.19) Hier is dus geen sprake van een contract, maar een vrijwillige toezegging.

Vroomheid

Uiteindelijk gaat het om de vraag wat vroomheid eigenlijk is. De Atheense filosoof Plato behandelt de thematiek in zijn dialoog Euthyfron. De titelheld definieert vroomheid als

kennis van het op de juiste wijze geven van offers en gebeden, en van het in ruil daarvoor vragen van gunsten.

Euthyfrons gesprekspartner Sokrates werpt tegen dat vroomheid dan een koehandel is, maar Euthyfron antwoordt dat offers en gebeden eerbewijzen zijn en geen betalingen. Ze tonen de vriendschap, besef van hoe het hoort. Vergelijk het met de jood die zich houdt aan de Wet omdat hij weet dat hij van God allerlei gunsten heeft ontvangen. Ik denk ook aan een inscriptie die ik in een andere context eens citeerde: “Ere zij god voor het redden uit zee van Theodotos”. Niks do ut des, een gewoon dankjewel.

Los daarvan: wat kunnen mensen nou eigenlijk terugdoen? De Romeinse filosoof Seneca meent dat stervelingen überhaupt niet kunnen vergoeden wat ze aan weldaden van de goden krijgen. Je reageert daar het beste op door het exemplum deorum sequi, “het voorbeeld van de goden volgen”. Schik je dus maar in je lot.

Roddel

Kortom, er waren religieuze transacties die lijken op do ut des en er waren momenten waar het principe werkelijk van toepassing is, maar het is overdreven de complexe antieke religieuze werkelijkheid zo samen te vatten. Waar komt die karikatuur dan vandaan?

Het is christelijke polemiek. De gedachte is immers dat het oude heidendom geen werkelijke diepgang had. Die zou pas met het christendom zijn gekomen, is de implicatie. Deze visie strookt met een wat oudere visie dat de oude culten de mensen steeds minder bevredigden en dat het christendom aansloeg omdat het de mensen wel geborgenheid en diepgang bood. In deze context moest het heidendom worden gereduceerd tot een handeltje.

Maar dat is dus een karikatuur. Zoals er veel christenen zijn geweest (en zijn) voor wie hun geloof een cultureel gegeven is en geen zaak van diepgevoelde overtuiging, zo zijn er in de Oudheid vast mensen geweest die een persoonlijke band ervoeren met een godheid. Ik zou de oprechtheid van Apuleius’ liefdevolle beschrijvingen van Isis niet in twijfel willen trekken.

[Met dank aan Gert Knepper]

#Digesten #doUtDes #JuliusPaulus #LuciusAnnaeusSeneca #LuciusApuleius #MarcusFuriusCamillus #Plato #ruilhandel #TitusLivius

De Romeinse tempel voor Concordia

De schamele resten van de tempel van Concordia

Als ik aan de westelijke zijde van het Forum Romanum sta – en dat heb ik weleens gedaan – moet ik altijd denken aan de ontmoeting van Gregory Peck en Audrey Hepburn aan de voet van de Boog van Septimius Severus. Vlak daarbij liggen de schamele resten van de Romeinse tempel voor de godin van de Eendracht, Concordia.

De Standenstrijd

Dat heiligdom was in de jaren zestig van de vierde eeuw v.Chr. gebouwd om het einde te herdenken van het slepende sociale conflict tussen patriciërs en plebejers, de zogeheten Standenstrijd. De eerste groep, de Romeinse adel, monopoliseerde op dat moment consulaat en Senaat. Het plebs (letterlijk: het vulsel) was de rest van de bevolking, en daaronder waren ook rijke mannen die bestuursfuncties wilden bekleden. Hun voornaamste argument om toegelaten te worden tot de hoogste magistratuur, was dat zij in tijden van oorlog werden geacht in de voorste gelederen te strijden, maar dat zij geen invloed hadden op de beslissing over oorlog en vrede. Bovendien betaalden ze veel belasting zonder iets te mogen zeggen over de besteding daarvan.

Deze ambitieuze en rijke niet-aristocraten verbonden zich met de armen, die ook enkele grieven hadden. Velen hadden schulden gemaakt om de belasting te betalen waarmee de bouw van de  republikeinse stadsmuur werd gefinancierd. Ze eisten schuldsanering. Degenen die hun boerderij aan schuldeisers hadden moeten verkopen, verlangden nieuw land. Veel van het veroverde land was namelijk in handen gekomen van de allerrijksten, die best wat konden missen. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kanaliseerden de volkstribunen Sextius en Licinius de onvrede:

Ze stelden wetten voor die allemaal gericht waren tegen de invloed van de patriciërs en de belangen van de plebejers dienden. Een ervan betrof de schulden: wat er al aan rente was betaald zou in mindering moeten worden gebracht van de hoofdsom en het restant zou in drie gelijke jaarlijkse termijnen moeten worden afgelost. Een tweede wet bepaalde de omvang van het grondbezit: niemand zou meer mogen bezitten dan 125 hectare land. Volgens een derde wet … zou een van beide consuls uit de plebejers worden gekozen. Alle drie waren het reusachtige projecten, die niet dan met de grootste strijd verwezenlijkt konden worden. Hiermee werd alles wat door mensen mateloos begeerd wordt – land, geld, hoge posities – in één keer aan de orde gesteld.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad 6.35.4-5; vert. Hetty van Rooijen.

Volgens het Romeinse staatsrecht van die tijd mochten volkstribunen geen wetten indienen, maar alleen zaken verbieden. Dat wapen was echter scherp genoeg: Licinius en Sextius verboden álles, zelfs magistratenverkiezingen. Een jaar lang heerste er anarchie. De impasse werd doorbroken toen er oorlog uitbrak en de senatoren een dictator aanwezen. Dat was het enige wat volkstribunen niet konden verbieden.

De eerste tempel voor Concordia

De man die de problemen moest oplossen, was Marcus Furius Camillus, de meest vooraanstaande senator van zijn tijd. Hij had zo’n veertig jaar daarvoor het gehate Veii veroverd en het Romeinse prestige in Latium na de Gallische inval hersteld. Ook ditmaal boekte hij een militaire zege, en toen de soldaten met buit naar de stad terugkeerden was er al iets van de spanning uit de lucht genomen. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dat de volkstribunen toen probeerden Camillus te laten arresteren:

Op het Forum brak een geschreeuw en tumult uit zoals nog nooit was vertoond. Het gevolg van Camillus probeerde de gerechtsdienaar van het podium af te duwen, terwijl de menigte daaronder hem aanspoorde Camillus mee te trekken. Deze wist niet goed raad met de situatie, maar legde zijn ambt niet neer. Hij verzocht de senatoren hem te volgen en begaf zich naar het Senaatsgebouw. Voordat hij naar binnen ging, draaide hij zich om naar het Capitool en smeekte de goden de toestand tot het best mogelijke einde te brengen. Verder deed hij de gelofte een tempel voor de Eendracht te bouwen als de onrust was bedaard.

In de Senaat ontstond een fel debat over de tegenover elkaar staande meningen, maar het mildere standpunt, dat aan het volk tegemoet kwam en het wilde toestaan één van de consuls uit hun midden te kiezen, kreeg de overhand. Toen Camillus dit aan het volk bekendmaakte als Senaatsbesluit, waren ze, zoals te verwachten viel, opgetogen en verzoenden zich onmiddellijk met de Senaat, en onder luide toejuichingen begeleidden ze Camillus naar huis.

De volgende dag kwamen ze bijeen en besloten om ter herdenking van het gebeurde het heiligdom van de Eendracht, dat Camillus had beloofd, te bouwen tegenover het Forum en het Comitium.noot Ploutarchos, Camillus 52.2-4.

Verschillende geleerden menen dat dit verhaal onwaar is en dat de tempel van Concordia in feite is gebouwd aan het einde van de vierde eeuw. Hoe dit ook zij, het gebouw onderging tijdens de Tweede Punische Oorlog een opknapbeurt. Weliswaar was de tempel niet beschadigd, maar de initiatiefnemer zocht naar een mogelijkheid het Romeinse volk ertoe te motiveren eensgezind de oorlogsinspanning aan te gaan.

Tweedracht en eendracht

De volgende constructiefase dateert uit 121 v.Chr. en diende om te gedenken dat consul Lucius Opimius in dat jaar Gaius Gracchus en zijn aanhangers had laten doden. Opimius bouwde naast de tempel van Concordia de Basilica Opimia, waarover Ploutarchos het volgende schrijft:

De bouw van de tempel van de Eendracht door Opimius zette kwaad bloed bij de bevolking. Zo wekte hij de indruk er trots op te zijn dat zoveel burgers waren gedood. Het leek wel een triomf. Daarom schreven sommigen ’s nachts onder de inscriptie op de tempel: ‘Krankzinnige tweedracht bouwt een tempel voor Eendracht.’noot Ploutarchos, Gaius Gracchus 17.6.

Concordia Augusta

Zijn definitieve vorm kreeg de tempel van de Eenheid ten tijde van keizer Augustus. Voortaan vond hier de cultus plaats voor Concordia Augusta, een naam die op drie manieren kon worden uitgelegd: als ‘verheven eendracht’, als ‘door de keizer verwezenlijkte eensgezindheid’ en als ‘harmonie binnen de keizerlijke familie’. De eerste betekenis was natuurlijk de beoogde en de meeste Romeinen stemden ermee in omdat er een einde was gekomen aan de burgeroorlogen. Maar er zullen bij de inwijding in 10 of 12 na Chr. ook mensen zijn geweest die voor een moment dachten aan de tweede interpretatie. Augustus had de oppositie immers de mond gesnoerd.

Ook de derde uitleg zal sommige aanwezigen door het hoofd hebben gespeeld, want de inwijding werd verricht door Augustus’ beoogde opvolger Tiberius. De verhouding tussen beide mannen was lange tijd gespannen geweest en de godin van de Eendracht had de Romeinen zelden zo gezegend als toen ze Augustus en Tiberius had verzoend.

De nieuwe tempel was dus gewijd aan de verheven eendracht, maar suggereerde tegelijk dat de bestuurders eensgezind en sterk waren en oppositie ongewenst was. Hetzelfde signaal werd afgegeven door de beelden aan weerszijden van de trap naar de tempel: Hercules en Mercurius, de kracht en het kapitaal van het regime. Bovenop de nok stonden Concordia en twee andere godinnen (vermoedelijk Vrede en Gezondheid), geflankeerd door beelden van soldaten.

Museum

De zaal van de T-vormige tempel was groter dan het Senaatsgebouw, en daarom vonden hier de vergaderingen van het hoge college plaats als de opkomst hoog was. De senatoren zaten dan in een indrukwekkende ruimte, want de tempel van de Eendracht diende tevens als museum van Griekse beeldhouw- en schilderkunst. De oudere Plinius noemt in zijn Natuurlijke historie elf kunstwerken van antieke topkunstenaars`, zoals vier olifanten van obsidiaan.

En dit was nog niet alles. Keizer Tiberius liet er een standbeeld van de Griekse godin Hestia opstellen dat hij had laten overbrengen van het eiland Paros. Flavia Domitilla, de dochter van keizer Vespasianus, overtrof echter alle schenkingen met een gouden zegelring waaraan een even beroemd als tragisch verhaal was verbonden. Hij zou namelijk hebben toebehoord aan Polykrates, de alleenheerser van Samos. Volgens de sage was hij de gelukkigste mens op aarde en had hij zich tijdig gerealiseerd dat de goden jaloers zouden worden op zijn voorspoed. Om toch enig verdriet te hebben en daarmee de goddelijke toorn af te wenden, had hij het sieraad in zee geworpen, maar een paar dagen later had zijn kok het voorwerp aangetroffen in de maag van een vis die hij bereidde voor zijn meester. Deze wist toen dat hij gedoemd was en kwam in 522 v.Chr. inderdaad onaangenaam aan zijn einde. Plinius de Oudere beschrijft het juweel:

Het staat vast dat de edelsteen een bruin-witte agaat was en we moeten maar geloven dat ze hem tentoonstellen in het heiligdom van de Eendracht, gevat in een gouden hoorn, een geschenk van de keizerin. In een collectie van veel kostbaarder voorwerpen neemt deze bijna de laatste plaats in.noot Plinius, Natuurlijke Historie 37.4.

#AudreyHepburn #Augustus #Concordia #ForumRomanum #GaiusSemproniusGracchus #GregoryPeck #LuciusOpimius #MarcusFuriusCamillus #patriciërs #plebs #PliniusDeOudere #Ploutarchos #PolykratesVanSamos #Rome #Standenstrijd #TitusLivius #TweedePunischeOorlog