De ambtstermijn van een dictator

Mogelijk portret van de dictator Sulla (Glyptothek, München)

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begon Rome een regionale grootmacht te worden. Het beslissende moment was de inname van de Etruskische stad Veii in 393/392 v.Chr. ofwel 396 volgens de onjuiste traditionele chronologie. De gebeurtenis kreeg in de Romeinse geschiedschrijving legendarische trekken: de belegering zou à la Trojaanse Oorlog tien jaar hebben geduurd en pas succes hebben gehad nadat de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus het ritueel had voltrokken dat bekendstaat als evocatio.

En zo werd Rome een machtige stad. Gevaarlijk machtig, naar de zin van de alleenheerser van Syracuse, Dionysios I. Daarom verzocht hij de Gallische huurlingen die hij in die tijd in dienst nam, om even langs Rome te gaan, als ze toch op weg waren naar het zuiden. Op 18 juli 387 versloegen zij een Romeins leger en daarna sloegen ze het beleg op voor het Capitool. De Romeinen kochten de belegeraars af en we vinden de Galliërs vervolgens in de “teen” van Italië. Dionysios stuurde later nog eens een vloot, die overigens weinig te plunderen vond.

Camillus dictator

We zijn er zeker van dat de Romeinen in deze crisis een dictator aanstelden, een tijdelijke magistraat met absolute bevoegdheden, verheven boven elke andere vorm van gezag. Dat was de zojuist genoemde Marcus Furius Camillus. (Ik heb het altijd een interessante man gevonden. Ter voorbereiding van mijn gymnasiumexamen vertaalde ik het zesde boek van Titus Livius; ik heb als puber een roman over hem geschreven; ik heb meegewerkt aan de latere Nederlandse Liviusvertaling.) Camillus’ optreden is met legenden omgeven, maar dát hij dictator was, is boven elke twijfel verheven. Livius schrijft over de wederopbouw:

De stad stond weer overeind, maar zocht aanvankelijk nog steun bij degene met wiens hulp zij zich had opgericht: Marcus Furius Camillus, haar voornaamste burger. Men wilde niet dat hij afstand deed van de dictatuur voor het einde van het jaar.noot Livius 6.1.4-5; vert. Katwijk-Knapp.

Het einde van het jaar is juni 386, want het Romeinse jaar liep destijds van zomer tot zomer. Zoals Livius het beschrijft, bekleedde Camillus de dictatuur dus zeker tien of elf maanden. Of dat feitelijk waar is, is onbelangrijk: het gaat me erom dat in een algemeen bekend verhaal over een algemeen bekende oer-Romeinse held voor een algemeen ontwikkeld publiek de dictatuur langer werd uitgeoefend dan de zes maanden die menigeen associeert met dit ambt.

Want die zes maanden, die staan werkelijk overal, in n’importe welke oudheidkundige publicatie waarin het woord “dictator” valt. Zeg “dictator” en de oudheidkundige echoput roept “zes maanden”. Behalve dus dat Camillus tien maanden dictator was.

Andere voorbeelden

Er zijn meer voorbeelden die duidelijk maken dat die zes maanden een wassen neus waren. Toen begin 314/313 v.Chr. (316 Varro) een conflict met de Samnieten dreigde, stelden de Romeinen opnieuw een absolute machthebber aan: Lucius Aemilius Mamercinus Privernas.noot Livius 9.21.1-2. Die bleef het hele jaar in functie en droeg vervolgens de macht over aan … nee, niet aan de consuls, ook al werden die gekozen, maar aan een nieuwe dictator, Quintus Fabius Maximus Rullianus.noot Livius 9.2.1. Die bleef ook lang aan.

Een eeuw later is Quintus Fabius Cunctator acht-en-een-halve maand dictator, vanaf de Romeinse nederlaag bij het Trasimeense Meer tot het overdragen van de macht aan de nieuwe consuls. Na de nederlaag bij Cannae gebeurt iets soortgelijks: Marcus Junius Pera blijft dictator tot hij zijn leger kan overdragen aan de consuls, medio maart 215.

Voilà: ik heb niet alle dictatoren gecontroleerd, maar hier hebt u er vijf die langer dan zes maanden in functie waren. Tegen het einde van de republiek duurde de dictatuur van Lucius Cornelius Sulla dertien maanden, maar zijn benoeming verliep middels een machtigingswet (de Lex Valeria) en niet volgens een reguliere crisisprocedure, dus die laten we maar even buiten beschouwing.

Cicero

De vraag is waar het idee vandaan komt dat een dictator maximaal zes maanden mocht dienen. Er lijkt wel een soort norm te hebben bestaan, waar verschillende auteurs naar verwijzen. De voornaamste is Cicero, die in De Wetten schrijft dat tijdens een oorlog die gepaard gaat met interne spanningen, de Senaat één iemand voor niet meer dan zes maanden (ne amplius sex menses) kan aanstellen met het gezag van beide consuls.noot Cicero, De Wetten 3.9.3. De Nederlandse vertaling van Maarten Klink (2023) laat de hier in het Latijn weergegeven woorden weg. Misschien ontbreken ze in de door Klink geraadpleegde Latijnse editie. Cicero’s tekst geeft echter niet de Romeinse praktijk weer maar een ideaal; het boek is expliciet geïnspireerd door het gelijknamige werk van Plato, waarin de Griekse filosoof zijn visie geeft op de beste staatsinrichting. Je kunt de woorden van Cicero dus niet interpreteren als een bestaande wet. Het is wat Cicero als wet zou willen hebben.

Het is ook logisch dat een termijn van zes maanden niet méér kan zijn geweest dan een suggestie, een advies. De termijn kan nooit in een wet hebben gestaan, want als je iemand de absolute macht geeft, staat hij boven de wet, en dus ook boven de wettelijke termijn. Cicero stelt daarom niet één maar twee beperkingen voor: de dictator regeert maximaal een half jaar én heeft de macht van beide consuls. Geen absolute macht.

Julius Caesar

En nu de moraal: toen Julius Caesar zich aandiende als “eeuwig dictator” was er geen constitutioneel beletsel. Caesar is, zoals ik in mijn blogreeks heb aangegeven, niet vermoord omdat zijn monarchie onconstitutioneel zou zijn. In tegendeel: wat de moordenaars angst aanjoeg, was dat hij een vorm had gevonden die wél constitutioneel was, zodat ze nooit meer van de alleenheerser af zouden komen. Tenzij ze de man zelf doodden.

#Cicero #dictator #DionysiosIVanSyracuse #evocatio #JuliusCaesar #LuciusAemiliusMamercinusPrivernas #LuciusCorneliusSulla #Plato #QuintusFabiusCunctator #QuintusFabiusMaximusRullianus #Rome #TitusLivius #VarroniaanseChronologie

De evocatio van Koningin Juno

Koningin Juno (Villa Giulia, Rome; © Wikimedia Commons | gebruiker Giuseppe Savo)

In het zuiden van het historische centrum van Rome ligt de heuvel Aventijn. Het is tegenwoordig een rustige woonwijk waar betrekkelijk weinig oudheidkundig bodemonderzoek is verricht. Het is echter zeker dat in de buurt van de huidige kerk van Santa Sabina (een van de mooiste kerken van Rome) de oudste tempel heeft gestaan voor de godin die de Romeinen Koningin Juno noemden. Van oorsprong was zij een Etruskische godin die Uni heette; ze gold als zuster en echtgenote van Aplu ofwel Apollo.

Dit heiligdom was aan deze godin beloofd door de Romeinse veldheer Marcus Furius Camillus, toen deze aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. op het punt stond de Etruskische stad Veii in te nemen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius heeft daarover het volgende te vertellen:

Toen trad de gezagvoerder, na de vogeltekenen te hebben waargenomen, naar buiten en gaf de soldaten de order zich te wapenen. “Onder uw leiding, Pythische Apollo,” sprak hij, “en bezield door uw goddelijke almacht, ga ik nu voorwaarts om de stad Veii te vernietigen; aan u wijd ik een tiende van de buit. En u, Koningin Juno, die nu in Veii woont, smeek ik om, wanneer wij hebben gezegevierd, met ons mee te gaan naar onze stad, die spoedig ook de uwe zal zijn en waar een tempel, uw verheven grootheid waardig, u zal ontvangen.”noot Livius 5.21.1-3; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Dit gebed is een zogenaamde evocatio: de beschermgodin van de belegerde stad werd een betere tempel in het vooruitzicht gesteld en zo werd zij weggelokt naar de stad van de belegeraar. Het afstaan van een tiende van de buit aan de god Apollo in Delfi heeft er weinig mee van doen, maar het is interessant dat het gebeurde. De Romeinen lieten er een mengvat van maken, dat later nog te zien was in het Schathuis van de Massilioten.

Uni verhoorde Camillus’ bede en de Romeinen veroverden de stad:

Toen alle bezittingen van de mensen uit Veii waren weggehaald, maakten de Romeinen aanstalten om de eigendommen van de goden en de goden zelf te verwijderden, maar meer als vrome vereerders dan als rovers. Want er werden uit het hele leger jonge mannen uitgekozen, aan wie, nadat ze zich schoongewassen en in een wit gewaad gehuld hadden, de taak werd toevertrouwd Koningin Juno naar Rome over te brengen. Zij betraden eerbiedig de tempel en werden eerst door een heilige schroomweerhouden haar met de handen te beroeren, omdat volgens de Etruskische gewoonte slechts een priester uit een bepaalde familie haar mocht aanraken. Toen vroeg een van hen, uit goddelijke vervoering of om geestig te zijn: “Wilt u met ons meegaan naar Rome, Juno?”, waarop de anderen allemaal riepen dat de godin ja geknikt had. Later werd er nog bij verteld dat ze haar ook hadden horen zeggen dat ze mee wilde.

In elk geval vermelden de bronnen dat zij met werktuigen van geringe kracht van haar plaats is verwijderd, alsof ze zelf meewerkte, en dat ze licht en gemakkelijk te vervoeren was. Behouden kwam ze aan op de Aventijn, haar woning voor eeuwig, waarheen de gebeden van de Romeinse dictator haar hadden geroepen. Daar werd haar later een tempel gewijd door dezelfde Camillus die hem had beloofd.noot Livius 5.22.3-7; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Het heiligdom is herbouwd ten tijde van keizer Augustus, maar wordt daarna niet meer genoemd in onze bronnen. Ik ben niet op de hoogte van archeologische resten van deze tempel, maar ik heb weleens gelezen dat de zuilen uit het heiligdom zijn gerecycled in de Santa Sabina. Dat kan best waar zijn. Ik weet het niet.

#Aplu #Aventijn #Delfi #evocatio #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #Juno #krater #MarcusFuriusCamillus #mengvat #Rome #SantaSabina #TitusLivius #Uni #Veii