The wind and the waves are always on the side of the ablest navigators.
-- Edward Gibbon

#Wisdom #Quotes #EdwardGibbon #Life

#Photography #Panorama #ChacoCanyon #PuebloBonito #Ruins #NewMexico

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Griekse en Romeinse auteurs gebruikten dezelfde metafoor als het ging om beeldende kunst. Die groeide en bloeide tot ze de klassieke vorm had bereikt. Uit de lucht gegrepen was deze wijze van beschrijven niet: denk maar aan de ontwikkeling van de archaïsche kouroi naar de klassieke beeldhouwkunst van de vijfde en vierde eeuw. Maar nu het probleem: als je eenmaal werkt met de organische metafoor van groei en bloei, dan is de volgende fase die van neergang. Cessavit ars, schrijft Plinius de Oudere, “de kunst hield op te bestaan”. Gelukkig – voor Plinius althans – volgde op de herfst en winter van de kunst weer een nieuwe lente, die kunsthistorici weleens aanduiden als neoclassicisme.

De metafoor van groei, bloei en verval is hardnekkig gebleven. Laat-Romeinse historici gebruikten die voor Republiek, het vroege Keizerrijk en de periode die wij de Crisis van de Derde Eeuw noemen, zodat ze de vierde eeuw konden aanduiden als een nieuw begin. En de metafoor bleef het ook na de Oudheid goed doen. Het vijftiende-eeuwse idee van een “renaissance” veronderstelt een Romeinse bloeitijd, een middeleeuwse winter en een nieuw begin, letterlijk een wedergeboorte.

En zo zijn latere geschiedkundigen in de val gelopen die Aristoteles ongewild had opengezet. Montesquieu en Gibbon schreven in de achttiende eeuw over een neergang van het Romeinse Rijk, hoewel de Romeinen de vierde eeuw zeker niet zo hebben ervaren. Toen de negentiende-eeuwse oudheidkundigen na de ontcijfering van de hiëroglyfen de geschiedenis van Egypte reconstrueerden, zagen ze af van het antieke beeld van een opeenvolging van een stuk of dertig dynastieën, maar onderscheidden ze bloeitijden (Oude Rijk, Middenrijk, Nieuwe Rijk) en eeuwen van verval (de Tussenperioden). Het einde van de Bronstijd werd opgevat als een enorme crisis, die de oudheidkundigen ophingen aan de migratie van de Zeevolken. Het is de verdienste van latere oudheidkundigen dat ze bewezen dat er in deze “vervaltijden” minstens zo veel continuïteit als verandering was.

Structuur en continuïteit

Begrijp me niet verkeerd: die veranderingen waren er wél. De “val” van Rome mag dan geen “val” zijn geweest, het zegt natuurlijk wel iets als je hoofdstad in een eeuw tijd driemaal wordt geplunderd en als er een demografische neergang is. En ik zou niet graag in twaalfde-eeuws Enkomi hebben gewoond. Er zijn natuurlijk volop dingen veranderd. Maar niet elke verandering kun je zomaar typeren als een neergang of een breuk. Ging het Hittietenrijk “ten onder” of was er sprake van decentralisatie?

Ik denk dat we beter kunnen zeggen: alles verandert voortdurend. All is flux. Wie een andere metafoor zoekt, zou Ovidius’ Metamorfosen kunnen nemen: daarin is de hele schepping voortdurend aan het veranderen is. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon het probleem verwoorden met het instrumentarium van de sociale wetenschappen: alles verandert, maar soms veranderen ook de structuren. Dat heet dan een breuk in de geschiedenis. Of een stroomversnelling, om een hydrologische metafoor te gebruiken.

We zouden wat meer moeten kijken naar de wijze waarop we de continuïteit en discontinuïteit van een historische structuur vaststellen. En nu oudheidkundigen, na de “linguistic turn” in de sociale wetenschappen, anders moeten denken over het structuurbegrip, is daarvoor de situatie eigenlijk gunstiger dan ooit.

Ouwe, dooie Griekse man

En overigens: we zien hier dat het nadenken over een ouwe, dooie Griekse man zo nu en dan nuttig is. Het doet je begrijpen (hoop ik) welke mal je eigen denken gedachten helpt vormen. Anders gezegd, kennis van de Griekse cultuur helpt je zo nu en dan (en minder vaak dan oudheidkundigen claimen) doorgronden waarom je denkt zoals je denkt. En als je dat snapt, kun je je ervan losmaken en betere gedachten gaan formuleren. De geesteswetenschappen zijn best zinvol.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#aristoteles #charlesDeMontesquieu #edwardGibbon #eersteTussenperiode #linguisticTurn #metafoor #pliniusDeOudere #publiusOvidiusNaso #structuur #valVanHetRomeinseRijk #zeevolken

"A great civilization is not conquered from without, until it has destroyed itself from within" -Historian Edward Gibbon

#EdwardGibbon #FallOfEmpires #HistoryRepeats #CivilizationDecline #LessonsFromRome #InternalCollapse #CulturalDecay #HistoricalPerspective #RiseAndFall #EchoesOfHistory

“The emperors, secure from contradiction, were abandoned to the intoxication of unlimited power, which their flatterers encouraged with the vilest servility.”

Edward Gibbon in The History of the Decline and Fall of the Roman Empire

Sounds similar to contemporary characters across the pond!

#edwardgibbon #romanempire #America #USA

Alpenpas gezocht

Col de Montgenèvre

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Of zaken waar iets zinvols over te zeggen is. Maar zo is het niet en als voorbeeld noem ik de trivialiteit der trivialiteiten: de plaats waar Hannibal in het najaar van 218 v.Chr. de Alpen is overgestoken. Ik heb inmiddels een kleine vijftig publicaties over de materie verzameld en het zijn niet de geringste geleerden die zich over deze kwestie het hoofd hebben gebroken.

Grappig genoeg is er al in de Oudheid over gedebatteerd. De Griekse historicus Polybios schrijft namelijk ergens dat hij het gebied heeft bezocht. Hij zou nooit zo’n autoriteitsclaim hebben hoeven doen als er geen discussie over was geweest. Niet iedereen was overtuigd. In elk geval Titus Livius vond niet dat hij Polybios’ verslag zomaar kon overnemen. De kwestie speelde daarna steeds minder een rol, tot de de Zwitserse humanist Josias Simmler in de zestiende eeuw de kwestie weer oprakelde met de bewering dat Hannibal over de Mont-Cenis van Gallië naar de Po-vlakte was getrokken. Sindsdien is het bal.

110 passen

Tja. Elk dal tussen twee bergtoppen is een pas en als je genoeg moeite doet, kom je over elke pas. Tussen de Côte d’Azur en de Mont Blanc zijn er zo 110 kandidaten. Hannibal nam echter paarden en olifanten mee, wat betekent dat alle passen afvallen die uitsluitend voor kleine groepen wandelaars toegankelijk zijn. Dat verkleint de verzameling tot de tweeëntwintig verharde wegen en zesendertig ruiterpaden die momenteel in die regio liggen.

Verder vallen de zuidelijkste passen af omdat die niet bereikbaar zijn geweest nadat Hannibals leger, na de Rhône te zijn overgestoken, vier dagen lang noordwaarts was getrokken tot een plek die het Eiland wordt genoemd. We weten niet waar dat is – ik heb al eens geblogd over de dekselse kwestie welke rivier naast de Rhône dat Eiland kan hebben omstroomd.

Weer andere passen vallen af omdat ze ronduit onpraktisch zijn. Wie de Montgenèvrepas vanuit het westen nadert, kan enkele kilometers voor de eigenlijke pas de hoofdweg verlaten en naar het noorden buigen. Ik weet dat zo goed omdat ik er zelf bijna verkeerd ben gefietst. Als ik dat had gedaan, zou ik hogerop zijn gekomen, langs een bergstroompjes oostwaarts hebben moeten gaan, over de onherbergzame Col de l’Alpet de bergen hebben moeten passeren en weer zuidwaarts moeten zijn gegaan om uiteindelijk even voorbij de Montgenèvrepas weer op de hoofdweg te komen. Daar zitten stukken bij met een helling van 30%. Het is niet aannemelijk dat Hannibal zo’n omweg van een kilometer of vijftien maakte om op 2447 meter een bergpas te nemen terwijl er ook een was op 1854 meter.

Vijf passen

Al met al gaat de discussie eigenlijk om vijf passen. Ze hebben allemaal hun verdedigers. De noordelijkste kandidaat, de Kleine Sint-Bernhardpas, is bijvoorbeeld de route waaraan Heinrich Kiepert, de grondlegger van de historische geografie, de voorkeur gaf, en ook Nobelprijswinnaar Theodor Mommsen.

De Mont-Cenis, ooit voorgesteld door Semmler, was de favoriet van Napoleon Bonaparte, de enige die zich over het vraagstuk heeft uitgelaten na zelf een ongemechaniseerd leger over de Alpen te hebben geleid. Hij zelf viel overigens Italië binnen over de Kleine Sint-Bernhard, zie hieronder.

David, Napoleon steekt de Alpen over

De Franse Hannibal-biograaf Serge Lancel koos voor een variant op de Mont-Cenis, namelijk de Col de Clapier. In feite is dat dezelfde route.

De Montgenèvre, de laagste van de vijf kandidaten, mocht rekenen op de steun van de Britse oudhistoricus Edward Gibbon, de Italiaanse oudhistoricus Gaetano De Sanctis, de Duitse oudheidkundige Eduard Meyer en de Britse tekenaar-krijgshistoricus Peter Connolly.

Gavin de Beer prefereerde de zuidelijkste pas, de Col de la Traversette. Dat is ook de pas waarover een paar jaar geleden een vreemd wetenschappelijk artikel verscheen. Het is onzin.

Verdeeldheid

Dissentiunt viri docti, om het ook eens deftig te zeggen, en die verdeeldheid der geleerden is niet zo vreemd. Alle onderzoekers beschikten allemaal over precies dezelfde twee bronnen, Polybios en Livius, die veel te vragen overlaten. De oplossing kan in principe alleen komen uit de archeologie, maar er zijn tot op heden geen Karthaagse militaire voorwerpen gevonden.

Die zullen er ook niet komen want verloren helmen of speerpunten zullen in de jaren na Hannibals tocht wel zijn weggenomen door passanten die het kostbare brons zagen liggen. Wat passanten niet meenamen, zal zijn weggespoeld door de eeuwig meanderende bergbeekjes, gevoed door smeltende sneeuw. En stel dat nog eens iemand een helm vindt, hoe stelt een archeoloog dan vast dat het gaat om een helm van een soldaat van Hannibal en niet om een Keltische krijger die in 225 v.Chr. de bergen over is getrokken of om het hoofddeksel van een soldaat uit het leger dat Hannibals broer Hasdrubal in 207 naar Italië voerde?

De archeologie heeft dit keer weinig te bieden en wie de afgelopen twee eeuwen onderzoek naar deze non-kwestie overziet, kan alleen constateren dat de onderzoekers mettertijd wat zuidelijker zijn gaan zoeken: waar in de negentiende eeuw de Kleine Sint-Bernhardpas en de Mont-Cenis de voorkeur hadden, is die in de loop van de twintigste eeuw verschoven naar de Montgenèvre en de Traversette.

De puzzel is welbeschouwd onoplosbaar. Maar het is wel een leuke puzzel en nergens staat geschreven dat je niet gewoon van het verleden mag genieten.

#Alpen #ColDeMontgenèvre #EduardMeyer #EdwardGibbon #Frankrijk #GaetanoDeSanctis #GavinDeBeer #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #HeinrichKiepert #JosiasSimmler #PeterConnolly #SergeLancel #TheodorMommsen

Chris Hedges: The Rule of Idiots
https://consortiumnews.com/2025/06/11/chris-hedges-the-rule-of-idiots/
Thomas Paine writes that a despotic government is a fungus that grows out of a corrupt civil society. This is what happened to past societies. It is what happened to us. By Chris Hedges ScheerPost The last days of dying…
#Politics #AmericanEmpire #AncientWorld #Books #Commentary #Germany #Nazism #TrumpAdministration #U.s. #UntilThisDayHistoricalPerspectivesOnTheNews #ChrisHedges #EdwardGibbon #EmperorCommodus #EmperorNero #EmperorPertinax #EricVoegelin #HannahArendt #QinShiHuang #RamsayMacmullen #Romanovs #SørenKierkegaard #U.s.ImmigrationAndCustomsEnforcement(ice) #U.s.PresidentDonaldTrump #WalterBenjamin
Chris Hedges: The Rule of Idiots

Thomas Paine writes that a despotic government is a fungus that grows out of a corrupt civil society. This is what happened to past societies. It is what happened to us. By Chris Hedges ScheerPost The last days of dying empires are dominated by idiots. The Roman, Mayan, French, Habsburg

Consortium News

"Instead of writing because he had something to say, he began life with a determination to write a Book of some kind or other."

John Horne Tooke (1736-1812) on Edward Gibbon (1737-1794), quoted in Samuel Rogers, Tabletalk & Recollections.

#SamuelRogers #JohnHorneTooke #EdwardGibbon

Cornelis de Bruijn (10) Persepolis

De uitklapplaat van Persepolis in het boek van Cornelis de Bruijn

Dit is het tiende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het is ook het meest spectaculaire (vind ik). Het eerste blogje was hier.

***

Persepolis

Op 8 november 1704 arriveerden Cornelis de Bruijn en VOC-ambtenaar Adriaan Backer in Persepolis, waar ze tot 23 januari 1705 zouden blijven. Ze waren niet de eerste westerlingen die de oude stad bezochten. Ze ligt immers langs de hoofdweg van de Perzische Golf en Shiraz naar Isfahan. Verschillende Europese reizigers hadden al beschrijvingen gegeven van Chehel Minar, “veertig kolommen”, maar geen van hen verbleef tweeënhalve maand tussen de ruïnes, geen van hen raakte zo vertrouwd met de plek, geen van hen maakte zulke prachtige illustraties.

De Bruijns boek, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie, bood de eerste betrouwbare beschrijving van de oude ruïnes, die hij correct identificeerde als de overblijfselen van de hoofdstad van het oude Achaimenidische Rijk, wat destijds nog werd betwist. De Fransman Jean de Thévenot (1633-1667) vond de plek te klein en suggereerde dat het een tempel was. De Bruijn realiseerde zich echter dat het terras slechts een deel was van de stad en dat de mensen in de vlakte hadden gewoond: een idee, zo geeft hij toe, dat hem in een Perzisch boek was geopperd.

Zonder het te weten, tekende Cornelis de Bruijn het paleis van koning Darius I de Grote

Het verslag

Anders dan eerdere bezoekers, maar als een goed kunstenaar, kon De Bruijn naar de dingen zelf kijken en de interpretatie uitstellen. Er was bijvoorbeeld een discussie over de dieren zonder hoofd die de Poort van Alle Volkeren bewaakten: waren dat olifanten of paarden? De Bruijn maakte gewoon een goede tekening en liet de beelden voor zich spreken. Anderen hadden de zuilen beschreven en wilden ze interpreteren volgens de klassieke typologie, maar De Bruijn geloofde alleen zijn ogen, kon de Dorische, Ionische en Korinthische ordes negeren en stelde dat ze totaal verschillend waren. Toen hij schreef dat het eerdere bezoekers aan concentratie ontbrak, had hij gelijk.

Zijn verslag bestaat uit enkele delen. In het negenendertigste hoofdstuk beschrijft hij het terras en de gebouwen. Zijn beschrijving is makkelijk te koppelen aan de overblijfselen die vandaag zichtbaar zijn. De Bruijn kan de gebouwen weliswaar niet altijd duiden, maar herkende wel dat de rotsreliëfs die hij zag, hoorden bij koningsgraven. In de tweede helft van dit hoofdstuk noemt hij als parallel de vier Achaimenidische graven in Naqš-i Rustam.

De Bruijns weergave van het graf van Artaxerxes II Mnemon

Ook vermeldt hij de daar zichtbare Sassanidische rotsreliëfs, die volgens hem afbeeldingen zijn van de legendarische Perzische held Rustam. (Dit moet informatie zijn van een Perzische gids.) In het veertigste hoofdstuk vergelijkt De Bruijn zijn observaties met wat door de antieke auteurs is geschreven. Hij kan bijvoorbeeld Medische en Perzische gewaden identificeren.

De Bruijns geschiedenis van Perzië

In hoofdstuk 41, met achtenzestig pagina’s het langste in zijn boek, vertelt De Bruijn de geschiedenis van de Achaimeniden, gevolgd door een hoofdstuk over de gebruiken van de oude Perzen. Dit alles is gebaseerd op Griekse en Latijnse bronnen, en zijn onpartijdigheid zorgt ervoor dat hij in hoofdstuk 43 de Perzische kant van het verhaal opneemt (zie plaatje bij het vorige blogje).

De Bruijns weergave van inscriptie XPb

Kwaliteit

Natuurlijk maakt De Bruijn fouten, maar zijn relaas is puur wetenschappelijk en naar de maatstaven van zijn tijd uitstekend. Hij maakt duidelijk onderscheid tussen informatiebronnen: eerst beschrijft hij de dingen die hij heeft gezien, vervolgens geeft hij daarvan een interpretatie, en dat benut hij ter onderbouwing van een geschiedverhaal. Deze combinatie van antiquarisme en geschiedenis was in het begin van de achttiende eeuw zeldzaam; De Bruijn was zelfs een van de eersten die probeerde een historisch verslag te onderbouwen met behulp van de materiële cultuur. Feitelijk was hij Winckelmann en Gibbon een halve eeuw voor.

De handtekeningen van Cornelis de Bruijn en Adriaan Backer. Maurits Wagenvoort heeft geprobeerd zijn naam er onder te schrijven maar gaf het na de M op en beperkte zich ertoe de rest van zijn naam te krassen.

Na een verblijf van tweeënhalve maand in Persepolis vertrok De Bruijn in februari naar Shiraz, waar hij, zoals gebruikelijk, kon logeren bij een ambtenaar van de VOC. Hij had door willen reizen naar Gamron (het huidige Bandar Abbas), maar keerde in plaats daarvan terug naar Isfahan en reisde in juli opnieuw naar Shiraz. Hij bezocht Jahrom en Lar en bereikte uiteindelijk toch Gamron, waar hij ziek werd.

Wordt vervolgd.

#Achaimeniden #AdriaanBacker #antiquarisme #ArtaxerxesIIMnemon #BandarAbbas #CornelisDeBruijn #DariusIDeGrote #EdwardGibbon #Gamron #Isfahan #Jahrom #JeanDeThévenot #JohannWinckelmann #Lar #Persepolis #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #Rostam #SafavidischPerzië #SassanidischeRotsreliëfs #Shiraz

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter

“The winds and waves are always on the side of the ablest navigators.”
― Edward Gibbon https://en.wikipedia.org/wiki/Edward_Gibbon

#Bot #Quote #FamousQuotes #EdwardGibbon

Edward Gibbon - Wikipedia

Edward Gibbon (1737-1794) was an English historian most famous for his influential work The History of the Decline and Fall of the Roman Empire, volume one of which was published in 1776, with the final sixth volume coming in 1788. #History #RomanEmpire #EdwardGibbon #Enlightenment #HistoryFacts https://www.worldhistory.org/Edward_Gibbon/
Edward Gibbon

Edward Gibbon (1737-1794) was an English historian most famous for his influential work The History of the Decline and Fall of the Roman Empire, volume one of which was published in 1776, with the final...

World History Encyclopedia