Antiek purper

Purperbeschilderde zijde (Archeologisch Museum, Deir ez-Zor)

Ik denk dat ik maar één keer antiek purper heb gezien. Het was gebruikt om Chinese zijde te verven, en de stukjes textiel lagen op een bovenverdieping in het museum van Deir ez-Zor. Of mijn herinnering klopt, weet ik niet en valt ook niet meer te controleren, omdat het museum is geplunderd in de jaren dat de zogenaamd Islamitische Staat in dit deel van Syrië haar schrikbewind uitoefende. Hoe dat ook zij: textiel, met purper beschilderd, is in het archeologisch databastand vrijwel niet aanwezig.

Logisch, want het was zeldzaam en kostbaar, omdat de productie extreem lastig was. Je leest weleens dat alleen de Romeinse keizer purper dragen mocht. Als die regel al echt heeft bestaan, is ze niet werkelijk toegepast (zie het textiel in Deir ez-Zor), maar gegeven de prijs zal het in de praktijk niet eens nodig zijn geweest om zo’n regel te formuleren.

Zeeslakken

Een Fenicische mythe, die we overigens alleen maar kennen in Griekse vorm, vertelt dat Melqart, de stadsgod van Tyrus, op een dag met zijn hond op het strand wandelde, en dat het dier een paarse bek kreeg toen het op een schelp had gebeten. Wat de hond binnenkreeg, was het slijm dat sommige zeeslakken afscheiden en dat kon dienen als kleurstof. Als ik het goed begrijp waren er drie tinten:

In de Oudheid nam men aan dat de beste slijm werd gewonnen op het moment dat aan de ochtendhemel Sirius (“de hondsster”) niet langer door de zon werd overstraald.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 9.133. Dat is rond het midden van de zomer en verklaart misschien de hond in de mythe. Het slijm, dat overigens bleekgroen is, bevatte een broomverbinding die de slakken hadden binnengekregen als ze algen aten, die het weer uit het zeewater haalden dat over sommige bodems spoelde. Daarom kwamen vooral de zeeslakken van de Levant en de Maghreb in aanmerking voor de productie van purper.

Huisje van een purperslak

Productie

De zeeslakken werden in vallen gevangen en vervolgens moest de slijm worden gewonnen. Dat kon gebeuren door de diertjes met stokjes te steken, zodat ze begonnen te spugen, maar ook was het mogelijk met een speciaal mesje de slijmklier uit te snijden. Het eerste was bewerkelijker, maar kon worden herhaald; de tweede methode was destructief maar leverde snel meer op. De stank schijnt afschuwelijk te zijn geweest. De Babylonische Talmoed staat vrouwen toe echtscheiding te eisen als hun man zich inliet met purperververij.noot Babylonische Talmoed, Kethuboth 77a. Overigens een interessante aanwijzing dat er in Tyrus Joden leefden.

Wat er na het winnen van het slijm gebeurde, is niet goed bekend. Een kleitablet uit Ugarit en een passage bij de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere behandelen de purperproductie, maar bieden onvoldoende informatie. De vaak herhaalde claim dat 12.000 slakken nodig waren om anderhalve gram verfstof te produceren, voldoende voor de zoom van een kledingstuk, is een goedbedoelde slag in de lucht. (Trouwens, welk kledingstuk? Een tunica heeft een zoom van anderhalve meter, de zoom van een toga is vier keer zo lang.) De omvang van de berg slakkenhuisjes bij Sidon suggereert echter dat miljarden diertjes zijn gedood.

Kleitablet met een beschrijving van de purperwinning (Nationaal Museum, Damascus)

Een mogelijke procedure komt erop neer dat het slijm tien dagen lang in enorme, lichtdichte watervaten werd gelegd, samen met de as van verbrand hout, waardoor het vocht niet al te zuur werd. Daarmee ontstond een groene verfstof die, blootgesteld aan licht, veranderde in zijn complementaire kleur: paars.

Enfin. Het maken van purper was dus arbeidsintensief, tijdintensief en goor. En na alle werk was er nog maar weinig verfstof. Logisch dat het spul duurder was dan goud.

#BabylonischeTalmoed #Fenicië #Melqart #PliniusDeOudere #purper #Sidon #Sirius #Tyrus #Ugarit

De granaatappel

Granaatappel

De granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.

De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.

Persefone en Hades

Het bekendste antieke verhaal over granaatappels is de mythe van Persefone, de dochter van de Griekse godin Demeter. Ze werd – zo heet het eufemistisch – geschaakt door Hades, de god van de onderwereld, maar haar moeder haalde haar na een lange speurtocht terug. Persefone had echter gegeten van een granaatappel en zes pitjes binnen gekregen; daarom zou ze zes maanden per jaar verblijven bij haar echtgenoot verkrachter, was haar moeder in rouw en was het winter. De andere zes maanden van het jaar was Persefone bij haar moeder, en die was dan blij en dan was het voorjaar.

De hamvraag is natuurlijk waarom het eten van de granaatappel zou staan voor een verplichte verblijfplaats. Het is net zo absurd als wanneer je, na het eten van zes happen curryworst, verplicht bent zes maanden te wonen onder de aanvliegroute van een luchthaven. Het antwoord “mythologie is wel vaker onlogisch” is dit keer iets te makkelijk, want we weten gelukkig iets meer.

Astarte en Afrodite

De granaatappel was vanouds het symbool van de Fenicische godin Astarte, de beschermvrouwe van vruchtbaarheid en het huwelijk. Ook de Joden herkenden de vrucht als symbool van de echtelijke betrekkingen: de auteur van het Hooglied vergelijkt de lach een bruid met het rood van een granaatappel.noot Hooglied 4.3. De Grieken maakten kennis met Astarte op Cyprus en noemden haar Afrodite. Pelgrims lieten beeldjes achter van de godin met een granaatappel in de hand; ook waren er sieraden waarop granaatappels stonden afgebeeld.

De verklaring van Persefones verblijf in de Hades is dus dat ze had gegeten van een vrucht die was gewijd aan een huwelijksgodin. Het is om deze reden dat Plinius de vrucht opvat als afrodisiacum.

#Afrodite #Astarte #Demeter #granaatappel #Hades #Hooglied #Persefone #PliniusDeOudere #Uluburun

Voor-westerse geschiedenis (4) flora

Olijfboom

De bovenstaande olijfboom stond een kwart eeuw geleden in Agrigento op Sicilië. Vermoedelijk staat ’ie er nog, want olijfbomen zijn taai. Net als steeneiken, johannesbroodbomen, Aleppo-dennen, acacia’s, ceders, vijgenbomen en andere oer-Mediterrane gewassen. Ze weten zich op harde grond te wortelen en kunnen tegen een stootje. Dat geldt ook voor de palmboom, die oorspronkelijk wat oostelijker groeide, in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling naar het westen oprukte en in de eerste eeuw v.Chr. nog voldoende zeldzaam was om het opschieten van zo’n boom te beschouwen als een voorteken – ik blogde daar al eens over. In de Arabische tijd werd de palmteelt echt serieus groot en de palmboomgaard van het Spaanse stadje Elche, in het westen van de oude wereld, geldt als werelderfgoed.

Van oost naar west

De dadelpalm representeert, om zo te zeggen, de grote flora-beweging in de oude wereld: oosterse gewassen kwamen naar het westen. Westwaarts kwam ook de bananenpalm, die in de zesde eeuw v.Chr. vanuit het Verre Oosten de Indusvallei bereikte en daarvandaan verder naar het westen reisde. De sinaasappelboom en de kersenboom kwamen al langer voor het Nabije Oosten en bereikten eveneens de Mediterrane wereld. Van de laatstgenoemde boom is dankzij Plinius de Oudere bekend dat de Romeinse generaal Lucullus hem rond 70 v.Chr. aantrof in Anatolië en meenam naar Italië, waarna andere Romeinen de kersenboom overbrachten naar Gallië. Net als de wijnrank overigens; de Moezelwijn is een Romeinse innovatie. De Perzen brachten als eersten suikerriet vanuit de Indusvallei naar Khuzestan (volksetymologie: “suikerland”), de hellenistische vorsten exporteerden de plant verder naar het westen, al werd het pas echt wat in de Late Oudheid. Idemdito katoen.

De beweging van oost naar west mag dan de historische verschillen in de vegetatie bepalen, het kon niet anders dan dat in het verbrokkelde land rond de oude wereldzee regionale verschillen waren. Palmgaarden zijn vanouds te vinden bij de steppen in het verre zuiden, en dat is (uitzonderingen als Elche daargelaten) zo gebleven, terwijl olijfgaarden juist voorkwamen aan de noordkant van de Middellandse Zee. Uiteraard zijn er uitzonderingen: de soldaten van Alexander de Grote juichten toen ze, na de terugtocht vanaf de Indus, in Kerman weer olijfbomen zagen.

Palmen bij Elche

De voor-westerse wereld is ondenkbaar zonder de olijf en de palm, en ook zonder de diverse soorten graan en de wijnrank. Ze zijn er feitelijk altijd geweest, en in allerlei soorten, al heb ik weleens gelezen dat de druif pas in de Late Bronstijd of de IJzertijd naar Griekenland is gekomen, en dat dit werd weerspiegeld in verhalen dat de god Dionysos van oost naar west kwam. Maar volgens mij is dat een verouderde theorie.

Importen

De pointe van dit blogje is dat de vegetatie die wij gewend zijn te zien op vakantie in Italië, Griekenland, Turkije of een land in het Midden-Oosten, niet die is van de Oudheid. De Spaanse tortilla waarvan ik momenteel geniet, is gemaakt van aardappelen, en die komen oorspronkelijk uit de Caraïben, net als de cacao en de maïs. Uw Griekse choriatiki en uw Napolitaanse pizza veronderstellen tomaten, en de tomatl is afkomstig uit Mexico. De rijst waarmee men in de Arabische wereld tomaten vult, was bekend in de hellenistische wereld, vermoedelijk geïmporteerd vanuit India. Daar komt ook het voornaamste ingrediënt vandaan van de oosterse auberginesalades. Peper en andere specerijen, ten slotte, waren in de Oudheid bekend, maar erg zeldzaam. Kortom: wat wij kennen als de Mediterrane keuken, heeft weinig te maken met het eten uit de Oudheid of Middeleeuwen.

De cactussen die we nu zien, komen uit Amerika, de eucalyptus komt uit Australië, de cipres komt uit Perzië. En dat laatste verbaast me altijd weer, want ik kan me Italië niet voorstellen zonder cipressen.

Drie Skythen en een cipres in Persepolis.

Taaiheid

Maar nog even terug naar de taaiheid die is verondersteld bij de flora van het Nabije Oosten en de Méditerranée. De gewassen zijn vaak laag en hebben vaak de takken dicht op elkaar – het zijn meer struikgewassen, het is vaak kreupelhout – omdat de bladeren daardoor in elkaars schaduw liggen; ook zijn de bladeren wat aan de kleine kant. Op die manier kunnen ze het vochtverlies in de warmte minimaliseren. Als de bladeren toch groot zijn, zoals bij de palm, zijn ze om dezelfde reden wat leerachtig. Zoals ik al eerder schreef was de voor-westerse wereld eigenlijk niet zo heel vriendelijk, noch voor mensen, noch voor de vegetatie.

Eigenlijk zou ik het ook nog over bloemen moeten hebben, maar ik vind het wel mooi geweest voor vandaag.

Een pijnboom in het Retiro-park in Madrid (let op het waterwiel links)

[Een overzicht van deze reeks zal de komende tijd hier groeien.]

#AlexanderDeGrote #bloem #ceder #Dionysos #Elche #flora #katoen #Kerman #kersenboom #Khuzestan #LuciusLiciniusLucullus #MiddellandseZee #Moezel #NabijeOosten #olijfboom #palmboom #peper #PliniusDeOudere #specerijen #tomaat #vijgen #voorWesterseGeschiedenis #wijnrank

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Griekse en Romeinse auteurs gebruikten dezelfde metafoor als het ging om beeldende kunst. Die groeide en bloeide tot ze de klassieke vorm had bereikt. Uit de lucht gegrepen was deze wijze van beschrijven niet: denk maar aan de ontwikkeling van de archaïsche kouroi naar de klassieke beeldhouwkunst van de vijfde en vierde eeuw. Maar nu het probleem: als je eenmaal werkt met de organische metafoor van groei en bloei, dan is de volgende fase die van neergang. Cessavit ars, schrijft Plinius de Oudere, “de kunst hield op te bestaan”. Gelukkig – voor Plinius althans – volgde op de herfst en winter van de kunst weer een nieuwe lente, die kunsthistorici weleens aanduiden als neoclassicisme.

De metafoor van groei, bloei en verval is hardnekkig gebleven. Laat-Romeinse historici gebruikten die voor Republiek, het vroege Keizerrijk en de periode die wij de Crisis van de Derde Eeuw noemen, zodat ze de vierde eeuw konden aanduiden als een nieuw begin. En de metafoor bleef het ook na de Oudheid goed doen. Het vijftiende-eeuwse idee van een “renaissance” veronderstelt een Romeinse bloeitijd, een middeleeuwse winter en een nieuw begin, letterlijk een wedergeboorte.

En zo zijn latere geschiedkundigen in de val gelopen die Aristoteles ongewild had opengezet. Montesquieu en Gibbon schreven in de achttiende eeuw over een neergang van het Romeinse Rijk, hoewel de Romeinen de vierde eeuw zeker niet zo hebben ervaren. Toen de negentiende-eeuwse oudheidkundigen na de ontcijfering van de hiëroglyfen de geschiedenis van Egypte reconstrueerden, zagen ze af van het antieke beeld van een opeenvolging van een stuk of dertig dynastieën, maar onderscheidden ze bloeitijden (Oude Rijk, Middenrijk, Nieuwe Rijk) en eeuwen van verval (de Tussenperioden). Het einde van de Bronstijd werd opgevat als een enorme crisis, die de oudheidkundigen ophingen aan de migratie van de Zeevolken. Het is de verdienste van latere oudheidkundigen dat ze bewezen dat er in deze “vervaltijden” minstens zo veel continuïteit als verandering was.

Structuur en continuïteit

Begrijp me niet verkeerd: die veranderingen waren er wél. De “val” van Rome mag dan geen “val” zijn geweest, het zegt natuurlijk wel iets als je hoofdstad in een eeuw tijd driemaal wordt geplunderd en als er een demografische neergang is. En ik zou niet graag in twaalfde-eeuws Enkomi hebben gewoond. Er zijn natuurlijk volop dingen veranderd. Maar niet elke verandering kun je zomaar typeren als een neergang of een breuk. Ging het Hittietenrijk “ten onder” of was er sprake van decentralisatie?

Ik denk dat we beter kunnen zeggen: alles verandert voortdurend. All is flux. Wie een andere metafoor zoekt, zou Ovidius’ Metamorfosen kunnen nemen: daarin is de hele schepping voortdurend aan het veranderen is. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon het probleem verwoorden met het instrumentarium van de sociale wetenschappen: alles verandert, maar soms veranderen ook de structuren. Dat heet dan een breuk in de geschiedenis. Of een stroomversnelling, om een hydrologische metafoor te gebruiken.

We zouden wat meer moeten kijken naar de wijze waarop we de continuïteit en discontinuïteit van een historische structuur vaststellen. En nu oudheidkundigen, na de “linguistic turn” in de sociale wetenschappen, anders moeten denken over het structuurbegrip, is daarvoor de situatie eigenlijk gunstiger dan ooit.

Ouwe, dooie Griekse man

En overigens: we zien hier dat het nadenken over een ouwe, dooie Griekse man zo nu en dan nuttig is. Het doet je begrijpen (hoop ik) welke mal je eigen denken gedachten helpt vormen. Anders gezegd, kennis van de Griekse cultuur helpt je zo nu en dan (en minder vaak dan oudheidkundigen claimen) doorgronden waarom je denkt zoals je denkt. En als je dat snapt, kun je je ervan losmaken en betere gedachten gaan formuleren. De geesteswetenschappen zijn best zinvol.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#aristoteles #charlesDeMontesquieu #edwardGibbon #eersteTussenperiode #linguisticTurn #metafoor #pliniusDeOudere #publiusOvidiusNaso #structuur #valVanHetRomeinseRijk #zeevolken

Het Mausoleum van Halikarnassos

Reconstructie van het Mausoleum van Halikarnassos (Bodrum)

Voor ik mijn blogje van vandaag begin: mijn driemaandelijkse oproep om een  petitie te tekenen voor een bedreigde academische instelling of een oudheidkundig museum is vandaag daar. Het gaat dit keer om museum Het Pakhuis in Ermelo, met een mooie archeologische collectie. Eerst even tekenen, daarna verder lezen. Dank u wel.

***

Ik ken maar weinig gebouwtypen die zijn vernoemd naar een persoon. Eigenlijk maar één: het mausoleum is vernoemd naar Maussolos. Hij was van 377 tot 353 v.Chr. satraap van Karië, het zuidwesten van het huidige Turkije. Zijn hoofdstad was Halikarnassos, de moderne badplaats Bodrum, dat hij grondig vernieuwde. In de toenmalige wereld was het gebruikelijk dat stadstichters een graf op de markt kregen – en dit gebeurde dus ook met Maussolos. Het door zijn echtgenote en opvolger Artemisia gebouwde Maussolosgraf ofwel Mausoleum in Halikarnassos zou worden gerekend tot de Zeven Wereldwonderen.

Hoewel het eigenlijke monument was opgetrokken uit bakstenen, was het aan de buitenzijde bedekt met prachtig wit marmer. Er was schitterende sculptuur, waarover zo meteen meer. Het is niet vreemd dat het indrukwekkende monument herhaaldelijk werd gekopieerd. Waarschijnlijk zijn het graf van Alexander de Grote in Alexandrië en het Belevi-mausoleum bij Efese geïnspireerd op het Mausoleum van Halikarnassos.

Amazonenreliëf (British Museum, Londen)

Ontwerp

Het gebouw was een ontwerp van Satyros en Pytheos, die zich lieten inspireren door de traditionele Anatolische en Griekse architectuur (vgl. het Nereïdenmonument in Xanthos), Later schreven ze een boek over hun bouwproject. Dit boek is verloren gegaan, maar de Romeinse auteur Plinius de Oudere lijkt het te hebben gekend en geeft een beschrijving van het Mausoleum van Halikarnassos. Zo weten we dat de beroemdste beeldhouwers van die tijd bij de constructie betrokken waren: Skopas van Paros, Bryaxis, Timotheos van Epidauros en Leochares. Ze waren vermoedelijk verantwoordelijk voor de reliëfs van de Amazones aan de oost-, noord-, zuid- en westzijde. Plinius zegt:

Koningin Artemisia stierf voordat zij het werk voltooid hadden. Toch staakten zij hun werkzaamheden niet voordat zij klaar waren, omdat zij op dat moment al overtuigd waren dat het een monument voor henzelf en hun kunst zou worden. Ook nu nog is er strijd over de vraag wiens meesterhand de erepalm verdient. (Naturlijke Historie 36.31; vert. Joost van Gelder e.a.)

Van beneden naar boven bestond het Mausoleum uit een grote onderbouw (32×26 meter) met daarop een galerij die was omgeven door zesendertig zuilen. Hier moeten allerlei beelden hebben gestaan,

Maussolos? (British Museum, Londen)

Over de hoger gelegen delen schrijft Plinius:

Boven de zuilengalerij verheft zich een piramide die even hoog is als het benedengedeelte en in vierentwintig treden naar de spits toeloopt.

Aan de voet van de piramide stonden vierentwintig beelden van leeuwen, met op de vier hoeken ruiterstandbeelden.

Op de top staat een marmeren vierspan, vervaardigd door Pythis. Dit brengt de totale hoogte van het bouwwerk op 140 voet.

Het Mausoleum vandaag

Vandaag de dag bieden de resten van het Mausoleum van Halikarnassos een trieste aanblik. De trotse toren is namelijk ten tijde van het beleg van Rhodos (1522) gesloopt door de Hospitaalridders (de latere Maltezer Ridders). Met de stenen van het monument is het kasteel van Bodrum gebouwd, het huidige museum voor onderwaterarcheologie. U kunt daar ook het Uluburunwrak zien.

De grafkamer

Bij de resterende kuil is een museumpje met enige sculptuur, maar de beste stukken zijn momenteel te zien in het British Museum. Ze zijn in 1856-57 verworven door Charles Thomas Newton. Hierbij behoren twee beelden waarvan wordt aangenomen dat ze Maussolos en Artemisia voorstellen en zijn gemaakt door Skopas. Ook is er een beroemde grafgift waarvan ik graag (maar zonder bewijs) wil geloven dat ze de grote P. inspireerde.

#artemisiaIi #bodrum #bryaxis #halikarnassos #karie #leochares #mausoleumVanHalikarnassos #maussolos #pliniusDeOudere #skopas #timotheosVanEpidauros #wereldwonder #zevenWereldwonderen

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus

Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

De financiering

De stedelijke bevolking was onder de indruk van de opzichtige geldsmijterij. Cicero, die namens Caesar de grond kocht, dichtte zichzelf een hoofdrol toe:

Caesars vrienden – mezelf bedoel ik en Oppius, je mag best stikken van jaloezie – hebben voor het project waarover je zo vaak de loftrompet hebt gestoken, dat we het Forum vergroten en uitbreiden tot aan de Vrijheidshal, het sommetje van zestig miljoen sestertiën uitgegeven. Voor minder viel met de particuliere eigenaren geen zaken te doen. We zullen echter iets prachtigs tot stand brengen.noot Cicero, Brieven aan Atticus 4.16.8.

Het werd een rechthoekig plein dat aan de lange zijden was begrensd door galerijen en aan een van de korte zijden door de tempel van Venus, de moeder van Caesars legendarische voorvader Aeneas. De generaal bekostigde het project door Britse en Belgische krijgsgevangenen te verkopen, maar sprak daar niet over om te vermijden dat de staat zijn aandeel in de winst zou opeisen. Daarom deed hij alsof hij het bekostigde uit de oorlogsbuit. Zodoende wist Plinius de Oudere zeker dat

in Brittannië parels groeien, want Julius Caesar wilde dat bekend werd dat het borstpantser dat hij wijdde aan Venus de Stammoeder in haar tempel, was vervaardigd uit Britse parels.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 9.116.

De tempel van Venus

Het idee van het Forum van Caesar mocht dan zijn ontstaan tijdens de noordelijke oorlogen, de tempel voor Venus bracht de slag bij Farsalos in herinnering. Aan de vooravond van dit gevecht had Caesar Venus aangeroepen. Niet uit persoonlijke overtuiging – hij mocht dan hogepriester zijn, hij was niet overdreven religieus – maar om zijn soldaten te inspireren.

Het heiligdom was voorzien van een ongebruikelijke opgang: de trappen lagen aan de zijkant, zodat de voorzijde viel te benutten als sprekerspodium. Aan de voet ervan stonden standbeelden en fonteinen. De hoogte van het eigenlijke heiligdom wordt tegenwoordig gesuggereerd door drie gereconstrueerde zuilen, maar hun antieke voorgangers waren gemaakt van wit marmer uit de door Caesar geopende groeve te Carrara.

De pilaren binnenin de tempel waren van geel marmer uit het door hem veroverde Numidië. Achterin stond het met parels beklede cultusbeeld van Venus de Stammoeder, dat was vervaardigd door Arkesilaos, een bekende kunstenaar uit die tijd. Er hingen hier ook schilderijen en er was een gouden standbeeld van Kleopatra.

Het ruiterstandbeeld

Midden op het symmetrische Forum van Caesar stond een ruiterstandbeeld van de dictator:

Caesar had een eigenaardig paard, waarvan de hoeven gespleten waren en als het ware in tenen uitliepen, zodat het wel mensenvoeten leken. Het was in zijn stal geboren en omdat de ingewandschouwers hem verzekerd hadden dat dit hem de wereldheerschappij voorspelde, liet hij het dier met grote zorg opfokken. Hij was de eerste die het besteeg; andere berijders duldde het niet. Later heeft hij zelfs een beeld van het dier laten opstellen voor de tempel van Venus de Stammoeder.noot Suetonius, Caesar 61; vert. Daan den Hengst.

Dit moet worden genuanceerd. Eigenlijk stelde dit beeld het paard van Alexander de Grote voor. De maker was Lysippos. Caesar zal het uit Alexandrië hebben meegenomen en het hoofd van de ruiter hebben laten vervangen door dat van hemzelf.

Elders op zijn forum stond een beeld van Caesar in pantserhemd. De sokkel zou nog eeuwen dienen als mededelingenbord voor officiële proclamaties.

Inwijding van het Forum van Caesar

Na zijn viervoudige triomftocht wijdde Caesar dit complex in. Er waren grootse spelen, waarbij de Romeinen voor het eerst een giraffe te zien kregen. Cassius Dio, die het Forum van Caesar mooier vond dan het Forum Romanum, vertelt:

Toen hij nu zijn Forum en de tempel van Venus, als stammoeder van zijn geslacht, had gebouwd, wijdde hij ze dadelijk in, en ter ere daarvan stelde hij allerlei wedstrijden in en hij bouwde van houten stellages een theater voor jachtshows. Dat wordt ook wel “amfitheater” genoemd, omdat het aan alle kanten in het rond zitplaatsen had en geen toneel. Voor dat theater en ter ere van zijn dochter organiseerde hij gevechten van wilde dieren en gladiatoren. Als iemand het aantal daarvan zou willen boekstaven, zou hij zich een hoop werk op de hals halen, maar de waarheid waarschijnlijk niet kunnen achterhalen. Want al dat soort dingen wordt altijd overdreven om erover op te scheppen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.22; vert. Simone Mooij.

In feite was het complex onvoltooid toen Caesar het openstelde. De echte oplevering vond pas in 29 v.Chr. plaats.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arkesilaos #CassiusDio #Cicero #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #Keizerfora #KleopatraVIIFilopator #Lysippos #PliniusDeOudere #Venus #VenusGenetrix

Een Gallische inscriptie uit Alesia

Gallische inscriptie uit Alesia (Bezoekerscentrum)

Gallische inscripties, die lees je niet dagelijks, en dat is ook logisch, want er zijn er niet veel. Het Gallische boek dat wij onderhand zo goed kennen,noot Xavier Delamarre, Dictionaire de la langue gauloise (2018); zie de stukjes over plaatsnamen, meer plaatsnamen, militaire termen, boerderijwoorden, kleding, andere Gallische woorden en nog meer Gallische woorden. biedt in een appendix een selectie van een stuk of zeventig korte en acht lange teksten. Een compleet overzicht verschijnt op de Recueil informatisé des inscriptions gauloises: een mooi gemaakte site waar je met plezier wat rondkijkt.

Alesia

De bovenstaande Gallische inscriptie is in 1839 gevonden in Alise-Sainte-Reine, en hielp om vast te stellen dat dat heuveldorp het antieke Alesia moest zijn geweest, waar Julius Caesar een belangrijke overwinning boekte op de Galliërs. De vorm is echter heel Romeins: een stuk kalksteen met daarin uitgehouwen een vierkant vlak, netjes omlijst met links en rechts twee driehoekige vleugeltjes. Zou het een Latijnse inscriptie zijn, dan zouden we het een tabula ansata noemen. De tekst is trouwens geschreven in Romeinse letters en een ligatuur, met leuke fleurons tussendoor, wat ook al bijdraagt aan het Romeinse aanzicht.

MARTIALIS DANNOTALI
IEURU UCUETE SOSIN
CELICNON ☙ ETIC
GOBEDBI DUGIIONTIIO
❧ UCUETIN ☙
IN ALISIIA

Martialis, de zoon van Dannotalos,
wijdde aan Ucuetis dit
bouwwerk ☙, samen met de
metaalsmeden, vererend
❧ Ucuetis ☙
in Alesia.

Ucuetis

Het heiligdom van Ucuetis bleek op dezelfde heuvel te liggen, nog geen honderd meter verderop. Er is daar een beeldje gevonden van een man met een hamer, dus Ucuetis zou weleens een smidsgod kunnen zijn. Daarvoor pleit ook dat Alesia beroemd was om zijn metaalwerkers. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere weet dat men

in de Gallische provincies heeft uitgevonden hoe koperen voorwerpen van een laagje wit lood voorzien kunnen worden en wel zó dat ze nauwelijks van zilver zijn te onderscheiden. Zulke voorwerpen noemen ze incoctilia (vertind gerei). Later begon men in de stad Alesia volgens hetzelfde procedé laagjes zilver aan te brengen, vooral op de versieringen van paarden en lastdieren en op jukken.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.162; vert. Van Gelder e.a.

Dat Ucuetis een Keltische god van de smeden was, wordt eveneens gesuggereerd door een tekst uit Ierland die bekendstaat als de Annalen van de vier meesters. Het gaat om vier franciscaner monniken die in de zeventiende eeuw een kroniek hebben gemaakt, gebaseerd op oudere teksten. Ze noemen daarin een koning Tighearnmas die zou hebben geregeerd van 1621 tot 1544 v.Chr., en tijdens zijn bewind

werd voor het eerst goud gesmolten in Ierland … Het was de ambachtsman Uchadan die het smolt. Het was dankzij hem dat voor het eerste bekers en mantelspelden werden bedekt met goud en zilver. Ook werden dankzij hem kleren paars, blauw en groen geverfd.noot Annalen van de vier meesters, jaar 3656.2.

De naam Uchadan lijkt wat op Ucuetis, dus ik noem het. Maar je zou voor de identificatie van de godheid als patroon van de smeden natuurlijk meer bewijs willen hebben dan een inscriptie, een beeldje en een zeventiende-eeuwse Ierse tekst.

De inscriptie uit Alesia is vervaardigd in het laatste derde van de eerste eeuw na Chr. Je vraagt je onwillekeurig af of Martialis en de metaalsmeden de Gallische taal hebben gebruikt om hun Gallische identiteit te benadrukken in een steeds Romeinser wordende wereld. En als dat zo is, valt op dat de man de goed-Latijnse naam Martialis droeg. Bijzonder is dat overigens niet. Mensen gaan immers pas oude identiteiten benadrukken op het moment dat nieuwe identiteiten al onmiskenbaar en onomkeerbaar aanwezig zijn.

[Dit was het 502e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Alesia #Frankrijk #Gallië #GallischeTaal #Ierland #inscriptie #PliniusDeOudere #Ucuetis #XavierDelamarre

De omtrek van de aarde: Eratosthenes

De omtrek van de aarde volgens Eratosthenes

In mijn vorige blogje vertelde ik dat Dionysodoros van Melos de straal van de aarde schatte op 42.000 stadiën, wat betekent dat de omtrek 264.000 stadiën was. Als hij als lengtemaat een Olympische stadion heeft gebruikt, zou dat neerkomen op 50.688 kilometer. De anonieme bron van de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, corrigeerde het tot 252.000 stadiën, wat deze anonymus baseerde op de wetenschappelijke berekening door Eratosthenes van Kyrene (273-194 v.Chr.). Hij is een van de grootste geleerden uit de Oudheid en werkte in Alexandrië. Ik geef het woord opnieuw aan Plinius:

Door Eratosthenes, een man die in de finesses van alle wetenschappen en in elk geval op dit gebied boven alle anderen uitsteekt in scherpzinnigheid, en met wiens visie, naar ik zie, de geleerden ook algemeen instemmen, is de omtrek van de gehele aardbol gesteld op 252.000 stadiën. … Een brutaal waagstuk, maar steunend op een zo ingenieuze argumentatie dat ik me zou schamen er geen geloof aan te hechten.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 2.247; vert. Van Gelder e.a..

Helaas is Eratosthenes’ eigen werk verloren en legt Plinius het brutale waagstuk niet uit, maar gelukkig is de ingenieuze argumentatie samengevat door ene Kleomedes.noot Die kwam u op deze blog al eens eerder tegen, toen Wim Raven het had over een mier op de Zijderoute. Wanneer deze Grieks-Romeinse geleerde precies leefde, valt niet met zekerheid te zeggen, al heeft de Amerikaanse geleerde Otto Neugebauer een datering voorgesteld in de late vierde eeuw na Chr..

Het probleem met Kleomedes’ samenvatting is dat ze de zaken oververeenvoudigt. Zoals hij het rekensommetje presenteert, klopt het niet. Het principe maakt hij echter wel duidelijk en het plaatje hierboven, dat Kees Huijser voor me maakte, helpt om te begrijpen wat Kleomedes vertelt. Hij begint met de observatie die Eratosthenes aan het denken zette.

Eratosthenes beweert, en het is een feit, dat Syene [het huidige Aswan] ligt op de Kreeftskeerkring. Wanneer de zon zich op het moment van de zomerzonnewende precies in het zenit bevindt, werpt de naald van een zonnewijzer dus geen schaduw, omdat de zon zich recht daarboven bevindt. In Alexandrië werpt de naald van een zonnewijzer op datzelfde tijdstip echter wel een schaduw, omdat Alexandrië verder naar het noorden ligt.noot Kleomedes, Over de cirkelvormige banen van de hemellichamen 1.10.

Door de lengte van de schaduw te delen door de hoogte van de zonnewijzer krijgen we de tangens van de hoek waaronder het zonlicht in Alexandrië valt, en dat was iets meer dan zeven graden. Eratothenes’ redenering was nu dat de weg van Alexandrië naar Syene, volgens Kleomedes 5000 stadiën lang, een segment vormde van dezelfde meridiaan, dus een lijn die van de noordpool naar de zuidpool loopt. Het plaatje is op dit punt verhelderender dan Kleomedes’ omslachtige formuleringen. De omtrek van de aarde moet 360° gedeeld door ruim zeven graden zijn, vermenigvuldigd met het getal dat Kleomedes afrondde op 5000 stadiën. We weten niet wat die ruim zeven graden precies was en we weten ook niet welk getal is afgerond op 5000. We weten wel dat de einduitkomst 252.000 was.

Er is vrijwel geen moderne publicatie die niet constateert hoe knap dit was, want dit zou 39.690 kilometer zijn. Een fout van maar een half procent! De aanname is hierbij echter dat waar Eratosthenes het heeft over een stadion, hij feitelijk drie Egyptische khet bedoelt ofwel 157½ meter. Maar dat is allerminst bewezen en ik verdenk degenen die Eratosthenes prijzen, dat ze een lengte van het stadion hebben geselecteerd die het allemaal zo perfect mogelijk laat lijken.

Het is echter belangrijk dat Plinius de uitkomst omrekent naar 31.500 Romeinse mijlen ofwel 46.590 kilometer. Ik denk daarom dat Eratosthenes het in Egypte destijds gangbare Ptolemaïsche stadion gebruikte, 185 meter, en dan bedraagt de door hem berekende aardomtrek 46.620 kilometer. Dat is een fikse verbetering ten opzichte van Dionysodoros, maar nog steeds 16½% te veel.

Kourion

Los daarvan: Kleomedes wijst al op Eratosthenes’ aannames. Een daarvan is dat Alexandrië en Syene op dezelfde meridiaan liggen, en dat is niet het geval. Alexandrië ligt op 30° oosterlengte en Syene op 33°. Dat Syene op de Kreeftskeerkring ligt, is ook niet helemaal waar, zelfs al benadrukt Kleomedes dat het een feit is. Ook was driehoeksmeting in de hellenistische tijd niet mogelijk, zodat de afstand van Alexandrië naar Syene helemaal niet kon worden gemeten met voldoende accuratesse. Ik attendeer er bovendien op dat mensen destijds de afstand van Alexandrië naar de Nubische hoofdstad Meroë schatten op 10.000 stadiën en wisten dat Syene ongeveer halverwege lag; het meest waarschijnlijk is daarom, volgens mij, dat de door Kleomedes genoemde 5000 stadiën überhaupt niet zijn gemeten maar dat het gaat om een schatting uit de losse pols.

Kortom, Eratosthenes’ redenering is niet helemaal de wetenschappelijke triomf die er vaak van wordt gemaakt. Knap was de redenering echter wel en ik herinner me wat een verbluffende indruk ze maakte toen ik als kind Cosmos keek en zag hoe Sagan het demonstreerde aan de hand van een stuk papier waarop hij twee mini-obelisken had geplakt. Sagans grap dat Eratosthenes niet, zoals men in de Oudheid zei, in alle wetenschappen de op één na beste was, maar simpelweg de beste, gaat trouwens regelrecht terug op de opmerking van Plinius dat de Alexandrijnse wetenschapper in scherpzinnigheid boven alle anderen uitstak.

[wordt vervolgd]

#aardrijkskunde #Alexandrië #bolvormVanDeAarde #CarlSagan #DionysodorosVanMelos #Kleomedes #Kreeftskeerkring #omtrekVanDeAarde #OttoNeugebauer #PliniusDeOudere #stadion #zomerzonnewende #zonnewijzer

De omtrek van de aarde: Dionysodoros

Ourania, de muze van de sterren- en aardrijkskunde (Archeologisch museum, El-Djem)

Hoe groot is de wereld? Wat is de omtrek van de aarde? Verschillende geleerden hebben zich daar in de Oudheid mee bezig gehouden. De eerste die ik wil noemen, was een sjamaanachtige wiskundige genaamd Dionysodoros van Melos. U weet: een sjamaan is iemand die middels een soort bijna-dood-ervaring komt tot diepere kennis over de werkelijkheid. Die kennis kon aardrijkskundig van aard zijn, zoals we in een eerder blogje zagen, toen ik Aristeas van Prokonessos noemde. Ook Dionysodoros, die mogelijk leefde in de vierde eeuw v.Chr., deelde geografische inzichten. Zijn nabestaanden vonden

in zijn graf een brief, ondertekend door Dionysodoros en gericht aan de mensen in de wereld van de levenden. Daarin stond dat hij vanuit zijn graf was aangekomen aan de onderkant van de aardbol en dat de afstand 42.000 stadiën bedroeg. Geen gebrek aan meetkundigen om de tekst te verklaren: deze brief was vanuit het middelpunt van de aarde verzonden, zeiden zij, wat het verste punt is vanaf de oppervlakte naar beneden en tevens het centrum van de globe. Aan de hand van dit gegeven konden ze de omtrek berekenen en ze verklaarden dat die 252.000 stadiën bedraagt.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 2.248; vert. Van Gelder e.a..

Die brief zullen we maar laten wat ze is: fictie. Interessanter zou zijn hoe Dionysodoros kwam tot een schatting van de aardstraal op 42.000 stadiën, maar helaas weten we dat niet.

De auteur van dit verhaal, Plinius de Oudere, heeft in de gaten gehad dat het rekensommetje niet kan kloppen, want 42.000 x 2π = 264.000. Plinius noteert daarom dat er aan de 252.000 stadiën die hij noemde, 12.000 moeten worden toegevoegd. Dan klopt de berekening weer.

Helaas was de lengte van een stadion niet in elke Griekse stad dezelfde. De lengte die in Olympia werd gebruikt, en die weleens gold als de standaardlengte, was 192 meter, wat zou betekenen dat de aardomtrek volgens Dionysodoros, rekening houdend met de door Plinius herstelde berekening, 50.688 kilometer zou zijn. Dat is 27% te veel.

Nu is 42.000 x 2π bepaald geen hogere wiskunde. Hoe konden de meetkundigen zich 12.000 stadiën vergissen? Het antwoord is misschien wel dat Plinius’ bron de uitkomst heeft aangepast omdat er ook een echte berekening was. Antieke kopiisten waren meestal meer geïnteresseerd in wat zij zagen als de juistheid van de informatie dan in wat de gekopieerde auteur letterlijk schreef. Zoals kopiisten rammelende dichtregels verbeterden, zo verlaagde Plinius’ bron 264.000 tot de wetenschappelijk berekende 252.000. Althans, ik vermoed dat het zo is gegaan. Wat ons brengt bij de vraag waar dat getal nou weer vandaan komt en wat het betekent.

[Wordt over een uur vervolgd]

#aardrijkskunde #AristeasVanProkonessos #bolvormVanDeAarde #DionysodorosVanMelos #omtrekVanDeAarde #Ourania #PliniusDeOudere