Cornelis de Bruijn (12) Oorlog

Het Oost-Indisch Huis, waar Cornelis de Bruijn zijn bagage kon ophalen

Dit is het voorlaatste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste blogje was hier.

***

Gefnuikte terugkeer

Omdat in de achttiende eeuw de lengte op zee nauwelijks te meten viel, was navigatie moeilijk. Toen de matrozen van De Bruijns schip in september 1706 land in zicht kregen, bleek het Zuid-Arabië te zijn. Ze waren te ver gevaren. Op 12 oktober bereikten ze echter Gamron. De Bruijn bezocht Shiraz opnieuw, zag het graf van Cyrus de Grote in Pasargadai (zonder te beseffen wat het was) en keerde terug naar Isfahan, waar hij Kerstmis en Nieuwjaar vierde. Op 1 maart 1707 trok hij verder naar het noorden.

Cornelis de Bruijn, Hormuz

In de vroege zomer stak hij de Kaspische Zee over naar Astrachan, en vervolgens reisde hij stroomopwaarts langs de Wolga naar Saratov, waar hij schipbreuk leed. Over land vervolgde hij zijn weg naar Vladimir en Moskou. Hij ging op audiëntie bij tsaar Peter en bleef nog wat langer in de Russische hoofdstad. De winter verhinderde namelijk dat hij zijn reis voortzette. Pas op 10 februari 1708 verliet hij Moskou en nam de landroute naar Smolensk.

Dit bleek een gevaarlijke vergissing. De Grote Noordse Oorlog was nog steeds gaande en Cornelis de Bruijn reisde regelrecht naar het front. De Zweedse koning Karel XII had de Deense en de Poolse legers al verslagen en viel juist nu Rusland binnen. Het terugtrekkende Russische leger, gebruikmakend van de tactiek van de verschroeide aarde, vernietigde alles wat vernietigd kon worden. De Bruijn en vier Engelse reisgezellen zagen een volkomen verlaten land en waren voortdurend bang, nu eens voor Russische cavalerie op plundermissies, dan weer voor Zweedse cavalerie die de plundering moest voorkomen.

Terugkeer

Uiteindelijk bereikten de reizigers Smolensk en Minsk, maar voordat ze Vilnius konden bereiken, vielen ze in handen van een groep Russische ruiters. Die beschouwden de westerlingen als spionnen en het zag er even slecht voor de reizigers uit, maar een Engelse officier in Russische dienst redde hun levens. De Bruijns oude bekende Alexander Menshikov stelde de reizigers daarop voor om terug te keren naar Moskou, en zo geschiedde.

Daarvandaan reisde De Bruijn weer naar het noorden. In de zomer was hij terug in Archangelsk, waar hij aan bood ging van de Hoogepriester Aäron. Zo voer hij via de Noordkaap, langs de Noorse kust en over de Noordzee terug naar Holland.

Van 9 tot 23 oktober 1706 verbleef hij in Amsterdam, waar hij de bagage kon ophalen die hij vanuit Batavia had verzonden. Ruim een ​​jaar had die opgeslagen gelegen in het Oost-Indisch Huis. Opnieuw een gunst van Nicolaes Witsen. Op de vierentwintigste reisde De Bruijn door naar Den Haag, waar zijn vrienden hem verwelkomden.

Wordt vervolgd.

#AlexanderMenshikov #Archangelsk #Astrachan #CornelisDeBruijn #CyrusDeGrote #DenHaag #Gamron #GroteNoordseOorlog #Isfahan #KarelXII #KaspischeZee #Litouwen #Minsk #Moskou #Pasargadai #Rusland #SafavidischPerzië #Saratov #Shiraz #Smolensk #Vilnius #Vladimir #Wolga

Cornelis de Bruijn (11) Java

Het VOC-fort Galle in Ceylon, waar Cornelis de Bruijn verbleef

Dit is het elfde van dertien blogjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Ceylon

Op 25 oktober 1705 ging Cornelis de Bruijn, hersteld van ziekte, in Gamron aan boord van de Mydregt, waarmee hij voer naar Kochi in het zuidwesten van India. Hij keek verbaasd naar de dolfijnen en vliegende vissen. Eenmaal in Kochi verbleef hij bij functionarissen van de VOC, alvorens door te varen naar Ceylon, waar de Hollanders verschillende handelsposten hadden, zoals Galle bij de zuidkaap van het eiland.

De Bruijn verbleef hier lang genoeg om een ​​krokodillenjacht te observeren, en biedt in zijn Reizen over Moskovie, door Persie en Indie een uitvoerige beschrijving van de natuurlijke rijkdom van het land. Na de viering van Kerstmis en Nieuwjaar verliet hij Ceylon op 6 januari 1706.

Oorlog op Java

Zeven weken later bereikte de Mydregt de haven van Batavia, het huidige Jakarta. De reis was niet geheel zonder gevaar geweest. In Europa vocht Frankrijk nog steeds tegen de andere landen in de Spaanse Successieoorlog en kapers vormden een risico. Ik blogde al over deze kaapvaart, zij het in een heel ander deel van de wereld.

Ook op Java, het hoofdeiland van de Indonesische archipel, heerste geen vrede. De Bruijn belandde middenin de Eerste Javaanse Successieoorlog. De VOC beheerste Batavia en omgeving, maar het grootste deel van Java behoorde tot het sultanaat Mataram. Sultan Amangkurat II was in 1703 overleden, en zijn broer Pangeran Puger en zijn zoon Amangkurat III betwistten de troon. Kort voor de aankomst van De Bruijn had Puger, gesteund door de VOC, de troon verworven, maar diens neef was vanuit Oost-Java een oorlog begonnen tegen zijn oom.

De nieuwe sultan had nog steeds Hollandse steun nodig en moest daarvoor concessies doen; in feite moest hij de westelijke delen van zijn sultanaat afstaan en de Hollanders het recht geven om in de rest van Mataram te reizen en te handelen waar ze maar wilden. De VOC was tijdens De Bruijns verblijf nog volop bezig met het organiseren van deze aanwinsten, en de oorlog in het oosten was nog steeds gaande, zodat een bezoek aan Mataram onmogelijk was. Eigenlijk was het bezoek van De Bruijn aan Java een teleurstelling.

Cornelis de Bruijn, Joan van Hoorn (Rijksmuseum, Amsterdam)

Struiswijk en Weltevreden

De kunstenaar kon verblijven op Struiswijk. Dat is berucht als kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar was destijds het landgoed van Joan van Hoorn, die tussen 1704 en 1709 gouverneur-generaal was. In ruil voor de gastvrijheid schilderde De Bruijn het portret van zijn gastheer, dat bewaard is gebleven in de collectie van het Rijksmuseum, maar nogal beschadigd lijkt.

Van Hoorn was verantwoordelijk voor een belangrijke beslissing in het economische beleid van de VOC. Tot dan toe was Batavia een productiecentrum van peper, suiker en rijst geweest, en een handelscentrum voor zijde, porselein, muskaatnoot, thee en amfioen (een voorloper van opium). Van Hoorn gaf opdracht om in het pas verworven gebied ook koffie te gaan produceren, om zo het monopolie van de Arabische handelaren in Jemen zou doorbreken. Een beschrijving van de koffieproductie manier ontbreekt niet in de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie.

Een van de leukste aspecten van het verblijf van De Bruijn was een bezoek aan de kleine dierentuin van Cornelis Kastelein op een landgoed in het dorpje Weltevreden. De Bruijn hield van een diertje dat al philander (“mensenvriend”) was gedoopt, een klein, kangoeroe-achtig buideldier dat officieel is vernoemd naar onze reiziger: De Bruijnpademelon ofwel Thylogale Brunii. De soort is bijna uitgestorven.

Cornelius de Bruijn, Philander

Een ander aspect van De Bruijns verslag van Oost-Indië is een beschrijving van de koraalbanken en de tropische vissen bij het eilandje Edam, niet ver van Batavia. Ook beschrijft hij de Chinezen in Batavia, die het suikerriet produceerden dat nodig was om brandewijn te stoken. In juli 1706, na het regenseizoen, verbleef De Bruijn enige tijd bij de sultan van Bantam, een nog onafhankelijke staat in het uiterste westen van Java. De Bruijn had grote bewondering voor de dansers.

Teleurstelling

Hoe levendig zijn verslag ook is, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie bood weinig informatie over Java die niet al bekend was bij de functionarissen van de VOC. Alleen voor een algemeen publiek – en dat zijn wij – bood het veel vermakelijks. Het lijkt erop dat De Bruijn er ook niet blij mee was, want hij had plannen om de Coromandelkust in Zuidoost-India te bezoeken, maar hij besloot terug te keren. Hij was de jongste niet meer en had inmiddels last van een huidaandoening, van pijnlijke benen en van zijn ogen.

Een Oost-Indiërvaarder (gevelsteen, 2e Rozendwarsstraat 21, Amsterdam)

Omdat de Spaanse Successieoorlog nog niet voorbij was, was de route rond Afrika en over de Atlantische Oceaan nog onmogelijk. Dus moest De Bruijn Perzië en Rusland opnieuw bezoeken. Hij ging aan boord van de recent gebouwde Prins Eugenius (vernoemd naar een van de commandanten in de Spaanse Successieoorlog). Op 25 augustus 1706 begon De Bruijn, na een verblijf van een half jaar in Oost-Indië, aan de terugreis. Zijn bagage werd door een ander schip verzonden. Als hij wat amfioen meenam, zou hij zijn reis in één klap hebben kunnen financieren, maar concrete aanwijzingen daarvoor zijn er niet.

Wordt vervolgd.

#AmangkuratII #AmangkuratIII #amfioen #Bantam #Batavia #Ceylon #CornelisDeBruijn #Coromandelkust #DeBruijnpademelon #dolfijn #EersteJavaanseSuccessieoorlog #Gamron #India #Indonesië #Jakarta #Java #JoanVanHoorn #Kochi #Mataram #NederlandsIndië #PangeranPuger #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #SpaanseSuccessieoorlog #SriLanka #VOC #VerenigdeOostIndischeCompagnie #Weltevreden

Cornelis de Bruijn (10) Persepolis

De uitklapplaat van Persepolis in het boek van Cornelis de Bruijn

Dit is het tiende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het is ook het meest spectaculaire (vind ik). Het eerste blogje was hier.

***

Persepolis

Op 8 november 1704 arriveerden Cornelis de Bruijn en VOC-ambtenaar Adriaan Backer in Persepolis, waar ze tot 23 januari 1705 zouden blijven. Ze waren niet de eerste westerlingen die de oude stad bezochten. Ze ligt immers langs de hoofdweg van de Perzische Golf en Shiraz naar Isfahan. Verschillende Europese reizigers hadden al beschrijvingen gegeven van Chehel Minar, “veertig kolommen”, maar geen van hen verbleef tweeënhalve maand tussen de ruïnes, geen van hen raakte zo vertrouwd met de plek, geen van hen maakte zulke prachtige illustraties.

De Bruijns boek, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie, bood de eerste betrouwbare beschrijving van de oude ruïnes, die hij correct identificeerde als de overblijfselen van de hoofdstad van het oude Achaimenidische Rijk, wat destijds nog werd betwist. De Fransman Jean de Thévenot (1633-1667) vond de plek te klein en suggereerde dat het een tempel was. De Bruijn realiseerde zich echter dat het terras slechts een deel was van de stad en dat de mensen in de vlakte hadden gewoond: een idee, zo geeft hij toe, dat hem in een Perzisch boek was geopperd.

Zonder het te weten, tekende Cornelis de Bruijn het paleis van koning Darius I de Grote

Het verslag

Anders dan eerdere bezoekers, maar als een goed kunstenaar, kon De Bruijn naar de dingen zelf kijken en de interpretatie uitstellen. Er was bijvoorbeeld een discussie over de dieren zonder hoofd die de Poort van Alle Volkeren bewaakten: waren dat olifanten of paarden? De Bruijn maakte gewoon een goede tekening en liet de beelden voor zich spreken. Anderen hadden de zuilen beschreven en wilden ze interpreteren volgens de klassieke typologie, maar De Bruijn geloofde alleen zijn ogen, kon de Dorische, Ionische en Korinthische ordes negeren en stelde dat ze totaal verschillend waren. Toen hij schreef dat het eerdere bezoekers aan concentratie ontbrak, had hij gelijk.

Zijn verslag bestaat uit enkele delen. In het negenendertigste hoofdstuk beschrijft hij het terras en de gebouwen. Zijn beschrijving is makkelijk te koppelen aan de overblijfselen die vandaag zichtbaar zijn. De Bruijn kan de gebouwen weliswaar niet altijd duiden, maar herkende wel dat de rotsreliëfs die hij zag, hoorden bij koningsgraven. In de tweede helft van dit hoofdstuk noemt hij als parallel de vier Achaimenidische graven in Naqš-i Rustam.

De Bruijns weergave van het graf van Artaxerxes II Mnemon

Ook vermeldt hij de daar zichtbare Sassanidische rotsreliëfs, die volgens hem afbeeldingen zijn van de legendarische Perzische held Rustam. (Dit moet informatie zijn van een Perzische gids.) In het veertigste hoofdstuk vergelijkt De Bruijn zijn observaties met wat door de antieke auteurs is geschreven. Hij kan bijvoorbeeld Medische en Perzische gewaden identificeren.

De Bruijns geschiedenis van Perzië

In hoofdstuk 41, met achtenzestig pagina’s het langste in zijn boek, vertelt De Bruijn de geschiedenis van de Achaimeniden, gevolgd door een hoofdstuk over de gebruiken van de oude Perzen. Dit alles is gebaseerd op Griekse en Latijnse bronnen, en zijn onpartijdigheid zorgt ervoor dat hij in hoofdstuk 43 de Perzische kant van het verhaal opneemt (zie plaatje bij het vorige blogje).

De Bruijns weergave van inscriptie XPb

Kwaliteit

Natuurlijk maakt De Bruijn fouten, maar zijn relaas is puur wetenschappelijk en naar de maatstaven van zijn tijd uitstekend. Hij maakt duidelijk onderscheid tussen informatiebronnen: eerst beschrijft hij de dingen die hij heeft gezien, vervolgens geeft hij daarvan een interpretatie, en dat benut hij ter onderbouwing van een geschiedverhaal. Deze combinatie van antiquarisme en geschiedenis was in het begin van de achttiende eeuw zeldzaam; De Bruijn was zelfs een van de eersten die probeerde een historisch verslag te onderbouwen met behulp van de materiële cultuur. Feitelijk was hij Winckelmann en Gibbon een halve eeuw voor.

De handtekeningen van Cornelis de Bruijn en Adriaan Backer. Maurits Wagenvoort heeft geprobeerd zijn naam er onder te schrijven maar gaf het na de M op en beperkte zich ertoe de rest van zijn naam te krassen.

Na een verblijf van tweeënhalve maand in Persepolis vertrok De Bruijn in februari naar Shiraz, waar hij, zoals gebruikelijk, kon logeren bij een ambtenaar van de VOC. Hij had door willen reizen naar Gamron (het huidige Bandar Abbas), maar keerde in plaats daarvan terug naar Isfahan en reisde in juli opnieuw naar Shiraz. Hij bezocht Jahrom en Lar en bereikte uiteindelijk toch Gamron, waar hij ziek werd.

Wordt vervolgd.

#Achaimeniden #AdriaanBacker #antiquarisme #ArtaxerxesIIMnemon #BandarAbbas #CornelisDeBruijn #DariusIDeGrote #EdwardGibbon #Gamron #Isfahan #Jahrom #JeanDeThévenot #JohannWinckelmann #Lar #Persepolis #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #Rostam #SafavidischPerzië #SassanidischeRotsreliëfs #Shiraz

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter