Verwoest Dresden

Schlachthof 5, Dresden

Zoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.

Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.

Als we het hebben over de verwoesting van Dresden, gaat het echter meestal over een latere verwoesting: de vier geallieerde bombardementen op 13, 14 en 15 februari 1945. Er is veel geschreven over de vraag of het een oorlogsmisdrijf was. De nazi’s hebben het vanzelfsprekend zo gepresenteerd, door eraan te herinneren dat Dresden een cultuurstad was, door een dodental van zes cijfers te presenteren en door te claimen dat Dresden geen militair doel was. Het cijfer klopt niet, en over het militaire belang valt een boom op te zetten, zoals er ook een boom valt op te zetten over de vraag waarom niet meer bommen zijn gevallen op de industriewijken en zo veel in het aloude centrum.

Schlachthof 5, Dresden

Momenteel, nu Duitsland één is geworden, wordt de stad steen voor steen herbouwd – ongeveer zoals het verenigde Duitsland van 1870 ook allerlei bouwprojecten ondernam (zoals de Dom van Keulen). Doorgaans is het heel mooi gedaan, alleen de Frauenkirche stond me tegen. De ruïne die in de DDR-tijd als waarschuwing tegen oorlog was blijven staan, was overigens wel het decor van de beroemde toespraak van Helmut Kohl (“Mein Ziel bleibt die Einheit unser Nation”).

Met al prachtige nieuwe oude monumenten, en met een recent verleden dat niemand onberoerd laat, zou je dat bombardement haast vergeten. Er zijn monumenten, maar die zijn op de begraafplaatsen aan de rand van de stad, en in het Stadtmuseum zijn de verschrikkingen gedocumenteerd in een zijzaal – niet om ze te verbergen maar omdat de foto’s te gruwelijk zijn. Maar er zijn nog herinneringen. In het westen van de stad, niet ver van de industriehaven en het Messegelände, staat nog steeds het vijfde slachthuis van de stad, dat zijn naam gaf aan de roman Slaughterhouse-Five. Auteur Kurt Vonnegut, als soldaat van de onfortuinlijke 106e Divisie krijgsgevangen genomen tijdens het Ardennenoffensief, overleefde hier het bombardement.

Schlachthof 5, Dresden

Het is even fietsen om er te komen, en het bedrijfsterrein is eigenlijk niet open voor het publiek, maar de bewaker leek niet verbaasd om mijn verzoek of ik even verder mocht lopen. Het bordje Schlachthof 5 was als enige opschrift in het Engels vertaald. Dus hierbij drie foto’s. Niks bijzonders verder, maar het was goed er even te wezen kijken.

#AntonRaphaëlMengs #Dresden #Duitsland #FrederikII #HelmutKohl #KurtVonnegut #Saksen #SlaughterhouseFive #TweedeWereldoorlog #ZevenjarigeOorlog

De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou

Karel van Anjou (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

In het conflict dat Frederik II had met de Noord-Italiaanse stadstaten en de paus, vocht de keizer-koning met succes, zodat de paus geen andere optie meer had dan een concilie af te kondigen om de man af te zetten. In 1245 kwamen de kerkelijke leiders bijeen in Lyon, waar ze de keizer, die toch de meest succesvolle kruisvaarder was in zijn tijd, verklaarden tot ketter. Het was een schandaal: nooit eerder was een kerkelijk concilie gebruikt voor zulke evident niet-kerkelijke doelen.

Karel van Anjou

Desondanks beschouwden de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen keizer Frederik als afgezet. Ze kozen graaf Willem II van Holland als nieuwe rooms koning. Hoewel die er in slaagde zich in Aken tot koning te laten kronen (1248), en hoewel Frederik in Italië enkele tegenslagen te verduren had, kon de keizer rekenen op voldoende steun in zowel Duitsland als Italië. Toen hij overleed in december 1250, liet Frederik de beide gebieden na aan zijn zoon Koenraad IV, die de strijd voortzette, maar in 1254 bezweek aan malaria.

De volgende koning van Sicilië was Koenraads broer Manfred van Sicilië, die optrad als regent voor Koenraads twee jaar oude zoon, meestal Konradijn genoemd. Manfred liet zijn rechten gelden in veel Italiaanse steden en leek de oorlog te gaan winnen toen de paus, die officieel zijn leenheer was, hem afzette en de kroon verkocht aan de Franse graaf Karel van Anjou. Hij had zich onderscheiden tijdens de Kruistochten en kon rekenen op de steun van zijn broer, koning Lodewijk de Heilige. Feitelijk had de paus een oorlog uitgelokt tussen enerzijds Frankrijk, hemzelf en de Italiaanse staten en anderzijds het Duitse Rijk en Sicilië. Nadat Karel in Rome was gekroond, rukte hij op tegen Manfred en versloeg hem bij Benevento. Manfred sneuvelde.

Karel koos Napels als hoofdstad en het was in die stad dat hij in 1268 de onthoofding van Konradijn gelastte. De executie schokte velen: de jongen was pas zestien.

De Siciliaanse Vespers

De gebeurtenis vormde het begin van wat veel Italianen beschouwden als een schrikbewind. Sommige mensen begonnen te geloven dat Frederik II nog in leven was en steunden een bedrieger die, opererend vanaf de Etna, de troon wilde veroveren. Hij werd gepakt en geëxecuteerd. (Het idee dat Frederik niet echt dood was, overleefde als de legende van de oude “koning in de berg” die op een dag zou terugkeren om zijn land te redden.) Andere mensen dachten wat minder utopisch en meenden dat koning Peter III van Aragón, die getrouwd was met Frederiks kleindochter Constance II van Sicilië, de redder zou kunnen zijn van Sicilië. Waar alle dynastieke speculaties op neerkwamen was dat de bevolking van Karels koninkrijk hem niet als vorst accepteerde.

Munt van Constance en Peter (Residenzschloss, Dresden)

Op maandag 30 maart 1282, Tweede Paasdag, deed een voor de betrokkenen erg vervelend maar op zichzelf niet wereldschokkend incident in Palermo het kruitvat doen ontbranden. Na het avondgebed (de “vespers”) viel een Fransman een Palermitaanse vrouw lastig die de kerk van Santo Spirito verliet. Haar echtgenoot doodde de man, Franse soldaten kwamen tussenbeide en binnen enkele uren was de stad in rep en roer. Moranu li Franchiski (“dood aan de Fransen”), schreeuwden de Palermitanen en in de komende dagen doodden ze er niet minder dan 3000. Elders in Sicilië kwamen nog eens 3500 Fransen om het leven. Ook de vloot die Karel voorbereidde voor een kruistocht, werd vernietigd. Deze geweldsgolf staat bekend als de Siciliaanse Vespers.

De Santo Spirito, Palermo

Revolutie

De Sicilianen nodigden Peter van Aragón uit om zich aan te sluiten bij de strijd. Ook hij was bezig met de opbouw van een vloot voor een kruistocht, en daarmee verliet hij Barcelona. Na een omweg over Tunis, waardoor hij kon zeggen dat hij zijn verantwoordelijkheid als kruisvaarder serieus had genomen, ging Peter aan land in Trapani, het meest westelijke puntje van Sicilië.

Daarvandaan rukte hij op naar Palermo, waar hij vrijwel onmiddellijk als koning werd erkend en op zijn beurt de privileges garandeerde van de Siciliaanse steden. De snelheid van deze operatie suggereert dat ze van tevoren was georganiseerd.

[wordt vervolgd; dit was overigens het 6700ste stukje op deze blog]

#Aragón #ConstanceIIVanSicilië #EersteConcilieVanLyon #Etna #Frankrijk #FrederikII #Italië #KarelVanAnjou #KoenraadIV #Konradijn #LodewijkIXDeHeilige #malaria #ManfredVanSicilië #Napels #PeterIIIVanAragón #SiciliaanseVespers #Sicilië #Trapani #WillemIIVanHolland

De Siciliaanse Vespers (1): Frederik II

Keizer Frederik II (Staatliche Münzsammlung, München)

Het was een van de grootste conflicten uit de West-Europese geschiedenis, maar het begon eenvoudig, met een bruiloft. In 1186 trouwde de zoon van keizer Frederik I Barbarossa, kroonprins Hendrik VI, met Constance, de dochter van koning Rogier II van Sicilië. Het was een niet zomaar een huwelijk. Als op een dag Rogier zou overlijden, zou zijn koninkrijk, dat behalve Sicilië ook Zuid-Italië besloeg, in handen komen van de man die op dat moment tevens de heerser was van het Heilige Roomse Rijk.

Acht jaar later, in 1194, was het zover: Duitsland en grote delen van Italië waren nu verenigd in persoonlijke unie. De Kerkelijke Staat lag nu ingeklemd tussen Europa’s sterkste militaire macht in het noorden en een rijk, goed georganiseerd koninkrijk in het zuiden. Van nu af aan verzetten de pausen zich met man en macht tegen de Hohenstaufen, zoals de keizerlijke dynastie van Frederik en Hendrik heette.

Dit ging om meer dan alleen Italiaanse machtspolitiek. De paus beweerde (en niet zonder goede redenen) dat de koning van Sicilië een van zijn leenmannen was. De koning zelf was een andere mening toegedaan: hij beweerde de macht uit te oefenen namens Christus zelf. Deze ideologie herkennen we bijvoorbeeld op de mozaïeken uit Palermo.

Christus kroont een koning van Sicilië (Martorana, Palermo)

Deze legitimering van de koninklijke macht had wortels in het klassieke Romeinse Recht, in de toenmalige Byzantijnse praktijk en zelfs in het islamitische denken over de kalief, wiens titel immers werd uitgelegd als “plaatsvervanger van God”. Het politieke conflict tussen de paus en de Hohenstaufen was dus tevens een botsing tussen rivaliserende theorieën over de aard van het wereldlijke gezag.

Bouvines

Het conflict laaide dus op toen Hendrik VI in 1194 het Duitse Rijk en het koninkrijk Sicilië in personele unie verenigde, maar het was al snel voorbij. In 1197 bezweek Hendrik aan malaria en zijn zoon, Frederik II, was nog een kind. Voor zijn Italiaanse erfenis trad zijn moeder Constance op als regentes en was zijn erfenis verzekerd.

In Duitsland was de situatie echter anders. Daar moesten de keurvorsten een nieuwe vorst kiezen en hier had paus Innocentius III de mogelijkheid te interveniëren. Hij steunde hertog Otto van Brunswijk tegen de aanspraken van de Hohenstaufen en deze zou inderdaad als Otto IV de troon bestijgen.

Prins Frederik was echter nog altijd verzekerd van de steun van enkele Duitse rijksgroten en de strijd om de Duitse troon groeide uit tot een pan-Europees conflict, waarin de Engelse koning Jan zonder Land zich verbond met Otto, terwijl de Franse koning Filips II Augustus een bondgenoot was van Frederik. In 1214 werd de zaak in de slag bij Bouvines beslecht in het voordeel van Frederik, die in het volgende jaar in Aken werd gekroond tot rooms koning. Opnieuw bevond de Pauselijke Staat zich tussen de Duitse hamer en het Siciliaans aambeeld.

Stupor mundi

Het zag er al snel nog erger uit voor de paus. Frederik wist zijn gezag uit te breiden, want als leider van de Zesde Kruistocht (1228-1229) wist hij Jeruzalem te bevrijden. (Wat was ik er graag bij geweest toen hij, met alle regalia van het Heilige Roomse Rijk zich in de Grafbasiliek kon presenteren als keizer van Duitsland, koning van Sicilië en koning van Jeruzalem.) Het was moeilijk voor de paus om zich te verzetten tegen de succesvolste kruisvaarder van zijn tijd.

Frederik was in veel opzichten een gewone middeleeuwse vorst, maar dat wil niet zeggen dat hij niet ook een vernieuwer was. Hij hervormde het bestuur van zijn koninkrijk en zijn hof in Palermo werd een van de belangrijkste culturele centra van de Mediterrane wereld. Prachtige gouden munten, augustales genaamd, presenteerden hem aan zijn onderdanen als de gelijke van de Romeinse keizers van weleer. Zijn bewonderaars noemden hem stupor mundi, het wereldwonder, hoewel de paus keizer Frederik liever preambulus Antichristi noemde, voorloper van de antichrist.

Onbegrijpelijk is de pauselijke frustratie niet. Met de Constituties van Melfi (1231) voerde Frederik een selectie van het Romeinse Recht in, en daarin was de keizer de enige bron van gezag. Dus niet de paus. Die voelde zich bedreigd. Niet als enige. Het Romeins Recht stond ook op gespannen voet met de stedelijke privileges, zodat sommige Noord-Italiaanse steden in opstand kwamen. De paus verleende er zijn zegen aan en vanaf dat moment waren de Hohenstaufen en de Kerkelijke Staat verwikkeld in een alles-of-niets-strijd.

Een strijd waarop Frederik was voorbereid. Hij had al Andalusische ridders in dienst genomen die, als moslims, niet geëxcommuniceerd konden worden als het conflict met de paus zou escaleren.

[wordt vervolgd]

#ConstanceIVanSicilië #ConstitutiesVanMelfi #FilipsII #FrederikIBarbarossa #FrederikII #HendrikVI #Hohenstaufen #InnocentiusIII #Italië #JanZonderLand #malaria #OttoIV #SiciliaanseVespers #Sicilië #SlagBijBouvines #ZesdeKruistocht

Keizer Frederik I Barbarossa - Wikipedia

Een oorkonde van Lodewijk de Heilige

Zegel van Lodewijk de Heilige

In 1187 veroverde Saladin de stad Jeruzalem en sindsdien ging het van kwaad tot erger voor de Kruisvaardersstaten in het Nabije Oosten. Keizer Frederik II wist weliswaar in 1229 het christelijk gezag over Jeruzalem te herstellen, maar in 1244 ging de stad voorgoed verloren. Koning Lodewijk de Heilige was een van de leiders van de Zevende Kruistocht, die probeerde Jeruzalem te heroveren, maar die uitliep op een catastrofe.

In 1250 bevond de koning zich in Akko, waar hij probeerde zijn verslagen leger te herorganiseren. Hij ontving ook een gezantschap van de Maronieten, de christenen uit het Libanongebergte, die zich al een tijdje presenteerden als westerse katholieken in een Grieks-Orthodoxe en islamitische wereld. Dat maakte hen tot geschikte bondgenoten voor de Kruisvaarders en leverde hen westerse bescherming tegen andere groepen in het gebergte.

Koning Lodewijk de Heilige schreef een vriendelijke brief, waarin hij de speciale banden bevestigde en subtiel vroeg om steun: de Maronieten “mochten deel hebben aan alle Franse ondernemingen”. Daartoe moesten ze maar eens een eigen aristocratie ontwikkelen, dat maakte het feodale bestuur wel zo makkelijk. Het mocht niet baten, maar de banden tussen de Fransen en de Maronieten zijn sindsdien traditioneel goed.

***

Lodewijk, koning van Frankrijk, aan de leider van de Maronieten in het Libanongebergte, en aan de Patriarch en aan de bisschoppen van voornoemde natie.

Ons hart was van vreugde vervuld toen we onze geliefde Simân naar ons toe zagen komen, vergezeld van vijfentwintigduizend mannen, die getuigden van uw vriendschappelijke gevoelens en ons prachtige geschenken aanboden. Voorwaar, onze oprechte vriendschap, die we al begonnen te voelen voor de Maronitische natie toen we nog in Cyprus waren, waar de uwen eveneens gevestigd zijn, is vandaag verdubbeld.

We zijn ervan overtuigd dat uw natie, die is gevestigd onder de bescherming van de Heilige Maron, een deel is van de Franse natie, aangezien uw vriendschap voor de Fransen lijkt op de vriendschap die de Fransen hebben voor elkaar.

Daarom is het goed dat u en alle Maronieten dezelfde bescherming genieten die wij de Fransen geven, en is het goed dat u, net als zijzelf, deel mag hebben aan al onze ondernemingen. Het is daarom dat wij er bij u op aandringen, o nobele leider, om alles in het werk te stellen om het Libanese volk gelukkig te maken, en om ervoor te zorgen dat onder de mannen die u het meest waardig acht, edelen worden aangewezen, zoals gebruikelijk is in Frankrijk.

Wat u betreft, heren patriarchen en bisschoppen, geestelijken en gelovigen, en ook wat u betreft, grote heerser, wij hebben met grote vreugde uw voortdurende trouw aan het katholieke geloof gezien en uw eerbied voor het hoofd van de kerk, de opvolger van de heilige Petrus in Rome. Wij sporen u aan onwankelbaar te blijven in dit geloof.

Wij en onze opvolgers op de troon van Frankrijk zeggen u en al uw mensen onze speciale bescherming toe, zoals wij die geven aan de Fransen zelf. Wij zullen alles wat in onze macht ligt doen om bij te dragen aan uw welvaart.

24 mei 1250. 24e van onze regering. Gegeven te Akko.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

#FrederikII #Jeruzalem #KoninkrijkJeruzalem #Kruistochten #Libanon #LodewijkIXDeHeilige #Saladin #ZevendeKruistocht

Saladin in meervoud - Mainzer Beobachter

In de Arabische en in de westerse wereld wordt Saladin op allerlei manieren herdacht, maar het beeld is heel erg uiteenlopend.

Mainzer Beobachter

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Hij moet rond 1225 zijn geboren, wellicht in het Noord-Franse Morbecque, en trad toe tot de orde der dominicanen. Het is bekend dat hij in 1260 in het Griekse Thebe was en de in İznik (het antieke Nikaia) residerende keizer bezocht, die een jaar later Constantinopel zou heroveren. Ook weten we dat Willem verbleef aan het hof van paus Urbanus IV, die hem benoemde tot penitentiarius: dat wil zeggen dat hij verantwoordelijk was met het vaststellen van de penitenties voor boetelingen. Hij lijkt barmhartig te hebben geoordeeld en verzoening te hebben nagestreefd in het conflict tussen de Staufen en Anjou, dat Italië sinds de dood van keizer Frederik II verdeelde. In 1274 was de dominicaner monnik aanwezig bij het Tweede Concilie van Lyon, dat verzoening nastreefde tussen de Rooms-katholieke en Grieks-orthodoxe kerk en het Vagevuur introduceerde. Vier jaar later vinden we Willem als aartsbisschop van Korinthe, wat nog steeds zijn titel was toen hij in 1286 overleed.

Vertaler

Kortom, hij was in de eerste plaats diplomaat in kerkelijke dienst. Het is echter om zijn vertalingen uit het Grieks dat hij nog altijd belangrijk is. Tot dan toe waren auteurs als Plato en Aristoteles vooral indirect overgeleverd: eerst waren hun geschriften vertaald in een late vorm van het Aramees, vervolgens in een wat wijdlopig Arabisch, en daarvandaan weer naar het Latijn.

Dat kwam de kwaliteit niet ten goede, want vertalen was in de Oudheid en Middeleeuwen zelden een doel op zich. Men had de oude teksten nodig voor eigen filosofische en wetenschappelijke beschouwingen en sloeg weleens iets over, voegde weleens iets in en koos weleens voor parafrase. Voeg toe dat de ideeën van Aristoteles door de neoplatonisten waren geïntegreerd in het platoonse systeem – wat een extra bias creëerde voor de overlevering voor een sowieso rommelig overgeleverde denker. Begin dertiende eeuw keken de autoriteiten met enig wantrouwen naar Aristoteles, wiens oeuvre men eigenlijk alleen kende uit vrijwel corrupte teksten.

Willem van Moerbeke bracht daarin verandering. Of hij werkte in opdracht van zijn tijd- en ordegenoot Thomas van Aquino is niet met zekerheid te zeggen, maar de laatste kon niet zonder de nieuwe vertalingen. En zoals bekend vernieuwden Thomas en Albert de Grote de westerse filosofie en de natuurwetenschappen.

Vertaalwijze

Hoe vertaal je een antieke tekst? Een oude tegenstelling is die tussen “naar de letter vertalen”, waarbij je dicht bij de brontaal blijft, en “naar de geest vertalen”, waarbij je vooral probeert de ideeën over te dragen. Je kunt “that is not my cup of tea” vertalen als “dat is niet mijn kopje thee” en als “dat ligt mij niet werkelijk”. Bovendien is er het probleem van de doeltaal, waarover de tijdgenoten van de vertaler ook niet altijd dezelfde meningen hebben.

Zoals wel meer middeleeuwse vertalers, ook in de Arabische wereld, koos Willem voor een woord-voor-woord-vertaling. Dat is tussen het klassieke Grieks en het Latijn minder vreemd dan het lijkt, want beide kennen naamvallen, waardoor het mogelijk is de woordvolgorde te handhaven. Een probleem is dan weer dat het Latijn geen lidwoorden kent. Het komt er daardoor weleens op neer dat de grammatica van het middeleeuwse Latijn werd aangepast aan het klassieke Grieks.

Een voordeel is dat het door deze werkwijze mogelijk is verloren Griekse originelen te reconstrueren. Maar het is dus geen echt goed Latijn. De humanisten, die de Oudheid nog kritieklozer als norm namen dan de middeleeuwse geleerden, maakten Willem hierover bittere verwijten. Ze maakten zelf nieuwe vertalingen vanuit het Grieks naar het ciceroniaanse Latijn dat zij als enige norm aanvaardden.

Laat-negende-eeuws handschrift van Aristoteles’ Metafysika, met in de marge een door Willem van Moerbeke geschreven opsomming van de werken van de Griekse arts Hippokrates van Kos (Österreichische Nationalbibliothek, Wenen)

De sleutel tot Aristoteles

De Vlaamse geleerde Pieter Beullens publiceerde in 2019 over Willem van Moerbeke een leuk boek, De sleutel tot Aristoteles. Willem van Moerbeke en de overlevering van antieke wijsheid. De ondertitel is beter dan de eigenlijke titel, want Willem vertaalde immers ook Archimedes en Galenus. Het boek gaat ook over de overlevering van die oude teksten, over de Lachmannmethode om uit middeleeuwse handschriften archetypen te reconstrueren en over de projectmatige wijze waarop de dominicanen het antieke gedachtengoed ontsloten. Door de overgang van perkament naar papier en de opkomst van het pecia-systeem om boeken te kopiëren wonnen de nieuwe vertalingen snel veel publiek.

Beullens behandelt het allemaal. Hij schrijft dat Willems vertalingen

antieke filosofische ideeën brachten bij een grotere groep studenten dan ooit voordien. Zelfs in de Oudheid was er nooit zo’n massaal contact met de wetenschappen mogelijk geweest.

Het is krek zo. De sleutel tot Aristoteles lag al vier jaar op mijn stapel “nog te lezen” en ik had er eigenlijk pas afgelopen weekend tijd voor. Maar toen ging het snel: ik had aan de trein en bus van en naar Tongeren voldoende om het uit te lezen. Dus het is vlot geschreven. En elke pagina was boeiend. Aanbevolen.

***

Er is inmiddels ook een Engelse vertaling: The Friar and the Philosopher. William of Moerbeke and the Rise of Aristotle’s Science in Medieval Europe.

#AlbertDeGrote #Aristoteles #bisschop #BoudewijnIXVanVlaanderen #bronnenuitgave #ClaudiusGalenus #CorpusAristotelicum #dominicanen #EnricoDandolo #FrederikII #Korinthe #neoplatonisme #Nikaia #peciaSysteem #PieterBuellens #ThomasVanAquino #TweedeConcilieVanLyon #UrbanusIV #vagevuur #vertaalpraktijk #VierdeKruistocht #wetenschapsgeschiedenis #WillemVanMoerbeke #İznik