De Vandalen in Andalusië

Munt van Vespasianus, voorzien van het getal 83; het gaat om oude munt die in Vandaals Andalusië is omgerekend naar een laatantieke muntstelsel (Bode-Museum, Berlijn)

Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.

Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.

Waarom Andalusië?

Een interessantere vraag is waarom de Vandalen (en de Alanen en de Sueben die eveneens dwars door Gallië trokken) überhaupt zo ver reisden. Het gangbare antwoord, gegeven door de tijdgenoot Olympiodoros,noot Olympiodoros, Fragment 15.2. is dat ze op zoek waren naar land, wat in elk geval betekent dat ze niet de allesvernielende woestelingen waren uit het negentiende-eeuwse beeld van “grote volksverhuizingen” die een einde maakten aan de antieke beschaving.

Arce biedt een preciezere verklaring, die wat voorkennis veronderstelt. In 407 kwam in Britannia een Romeinse generaal genaamd Constantinus in opstand. Hij stak over naar het Continent en oefende reëel gezag uit in Gallië, dat op dat moment in chaos verkeerde doordat de Alanen, Sueben en Vandalen in 406 over de Rijn waren gekomen. Constantinus’ rechterhand was een zekere Gerontius, die namens zijn keizer oprukte naar Iberië en vervolgens in opstand kwam. Een zoon van Constantinus rukte nu tegen Gerontius op, die daarop de Alanen, Sueben en Vandalen in dienst nam en naar Iberië liet komen.noot Zosimos, Nieuwe geschiedenis 6.5.2.

In 411 maakte Constantius, een generaal in dienst van de officiële keizer Honorius, een einde aan de opstanden van Constantinus en Gerontius. Maar in de tussentijd waren dus drie groepen naar Iberië gekomen, die daar land toegewezen hadden gekregen. De kleinste groep, de Alanen, kreeg de provincies Lusitanië en Carthaginensis; de grootste groep, de Sueben, ontvingen de kleine provincie Galicië, die ze deelde met de zogeheten Asdingse Vandalen; en tot slot kregen de Silingische Vandalen de regio Baetica ofwel Andalusië. De belangrijkste Iberische provincie, Tarraconensis, en de strategisch belangrijke Balearen kregen geen nieuwe bewoners.

Visigoten versus Vandalen

Keizer Honorius was het ondertussen oneens met deze verdeling en maakte in 417 gebruik van een ander leger om in Iberië op orde op zaken te stellen. Dat was het leger dat we gewoonlijk “de Visigoten” noemen. Vanuit Gallië oprukkend naar Andalusië zouden ze de Silingische Vandalen zo’n beetje hebben uitgeroeid. Een tweede leger pakte de Asdingse Vandalen aan, die Galicië verlieten en zich vestigden bij de overlevende Silingen. Een derde expeditie vond plaats in 422 maar dit keer wisten de Vandalen de keizerlijke troepen te weerstaan.

Sterker nog, ze gingen zelf in het offensief: ze plunderden de Balearen en even later ook de havenstad Carthago Nova (Cartagena). De grote vragen zijn nu waar ze de schepen vandaan haalden, wie hen had leren varen en welke havenstad ze bezaten. Ik weet het antwoord niet. Wat weer wel bekend is, is dat de Vandalen vervolgens ook Mauretania Tingitana plunderden: het gebied aan de andere kant van de Straat van Gibraltar. De eerste stap naar de Maghreb was gezet.

Straat van Gibraltar

Naar de Maghreb

In mei 429 was het zo ver. Onder leiding van koning Geiserik laadden de Vandalen, een groot aantal Alanen en ook nog wat Visigoten hun spullen in schepen en staken over naar Afrika. Met familie en al. Het zal niet in één keer zijn gebeurd, maar ook als men enkele keren heen en weer voer, moeten bij deze operatie honderden schepen betrokken zijn geweest.

En opnieuw is er de vraag: waarom? Andalusië is net zo vruchtbaar als de Maghreb. Misschien is de verklaring wel dat de Maghreb beter te verdedigen viel. In Iberië waren de Vandalen kwetsbaar gebleken voor Romeinse en Visigotische aanvallen. Zouden ze eenmaal in Afrika zijn, dan waren ze minder bereikbaar. Een andere verklaring is dat ze, opnieuw, vertrokken op verzoek van een Romeinse generaal, Bonifatius. Deze war lord zou zo een reservoir van manschappen hebben.

We weten het weer eens niet. Het blijft oudheidkunde.

#Alanen #Andalusië #Balearen #BonifatiusWarLord_ #ConstantinusIII #ConstantiusIII #Geiserik #Gerontius #GroteVolksverhuizingen #Honorius #JavierArce #MauretaniaTingitana #Olympiodoros #StraatVanGibraltar #Sueben #Vandalen #Visigoten #Zosimos

Koningin Kahina

Moskee in Annaba

[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.

Kahina

Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.

Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.

De zesde Arabische aanval

Hoe dit ook zij en waar waarheen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Malik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.

In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.

Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in Zaghouan

Het slotoffensief

Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.

En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.

Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.

#Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan

De Arabische verovering van Andalusië (1)

De Straat van Gibraltar

Ik heb al vaker geblogd over de grote Arabische veroveringen: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Het gaat om twee verwante processen, namelijk enerzijds het ontstaan van de Arabische heerschappij (anders gezegd, van het Kalifaat) en anderzijds – en iets langzamer – de verspreiding van een Arabisch monotheïsme. De geleidelijke arabisering van de samenleving is dan nog een derde proces.

Enkele jaartallen: in 641 veroverden de Arabieren Alexandrië op de Byzantijnen, in het volgende jaar bereikten de legers de Cyrenaica, en tussen 647 en 695 namen de Arabische troepen het huidige Tunesië over. Daar, in wat ze Ifriqiya noemden, stichtten ze Kairouan, ver in het binnenland, onbereikbaar voor de Byzantijnse vloot, en gunstig gesitueerd voor het geval er nog met de Berbers zou moeten worden gevochten. De arabisering van de Maghreb nam een aanvang.

Vanaf toen konden de bewoners van het Rijk van Toledo een Arabische aanval verwachten, zeker omdat de meeste Arabische oorlogen begonnen als strooptochten (gazwas), in regio’s waar makkelijk veel te roven viel en Andalusië zo’n beetje het schoolvoorbeeld was van zo’n regio. Volgens de Britse historicus Roger Collins hadden er al strooptochten plaatsgevonden voordat Tariq ibn Ziyad in april 711 met ruim 11.000 Arabieren en Berbers de Middellandse Zee overstak op de plek die nog altijd Jebel Tariq heet, “Tariqs berg” ofwel Gibraltar. De bestuurders van Iberië hadden het dus kunnen zien aankomen, maar werden desondanks overrompeld.

In juli 711 versloegen de Arabieren en Berbers, die niet méér wilden dan plunderen, in de omgeving van het huidige Jerez het leger van koning Roderik (Rodrigo), waarna de joden in Córdoba en Écija Tariq als bevrijder binnenhaalden. Of hun enthousiasme oprecht was of een noodgedwongen aanpassing aan het simpele feit dat er geen Iberisch leger meer was dat de steden kon beschermen, valt niet uit te maken. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse Synodes van Toledo duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Merkend dat annexatie van het Iberische Schiereiland niet onmogelijk was kwam Musa ibn Nusayr, de gouverneur van Ifriqiya, met 18.000 man aan en nog in de herfst konden de twee legers Toledo innemen. De buit was immens. De Arabische geschiedschrijver Ibn Abd al-Hakam weet dat de veroveraars de Tafel van Salomo (d.w.z., de Tafel met de Offerbroden), die de Visigoten in 410 hadden meegenomen uit Rome, naar Damascus stuurden.noot Ibn Abd al-Hakam, De verovering van Egypte, de Maghreb en Andalusië 21. Musa zei dat dit geen verovering meer was maar niets minder dan de Dag des Oordeels.noot Ibn Abd al-Hakam, De verovering van Egypte, de Maghreb en Andalusië 23..

Muurschildering van de zes koningen, Qusair ‘Amra

Voor ik afrond, nog even een woord over het plaatje hierboven. Ik maakte de foto in Qusair ‘Amra, een van de “desert castles” in Jordanië. Het stelt vier koningen voor die door de Arabische legers waren verslagen: de Byzantijnse keizer, koning Roderik van Toledo, de Sasanidische koning en de Negus van Ethiopië, en twee niet geïdentificeerde vorsten. Dat Roderik op één lijn stond met deze drie grote heersers, zegt heel veel over het prestige van het Rijk van Toledo.

[Wordt vervolgd]

#Andalusië #Écija #Córdoba #desertCastles #ElAndalus #Gibraltar #IbnAbdAlHakam #MusaIbnNusayr #QusairAmra #RijkVanToledo #Roderik #RogerCollins #Spanje #StraatVanGibraltar #TariqIbnZiyad

Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

De merries van Diomedes (Antikensammlung, München)

Merries van Diomedes

Koning Diomedes leefde in het noordelijke Thracië, en bezat vier vleesetende merries, die Herakles maar moest zien te vangen. Op weg naar het hoge noorden ving Herakles de Kerkopen, waarover ik het al eens eerder had, en bezocht hij zijn vriend Admetos van Thessalië, wiens echtgenote Alkestis hij en passant ook nog even uit de Onderwereld terughaalde. Eenmaal in Thracië ving Herakles de paarden, maakte hij een einde aan het leven van Diomedes en voedde het lijk aan die paarden.

Herakles en Hippolyte (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

De gordel van Hippolyte

Hippolyte was de koningin van de Amazones, de vrouwelijke krijgers in het verre oosten. Eurystheus eiste haar gordel, om die aan zijn dochter cadeau te doen.  Herakles rustte dus een schip uit, belandde in een voorloper van de Trojaanse Oorlog, maakte wat Argonauten-achtige avonturen mee en arriveerde bij de Amazones. Al snel was Hippolyte verliefd op Herakles en ze wilde hem de gordel gewoon geven. De godin Hera, nog steeds vertoornd, verspreidde echter het gerucht dat de Griek haar wilde ontvoeren, waarop toch een conflict ontstond, waarin vele Amazones het leven lieten.

Geryon (Musée du Bardo, Tunis)

De runderen van Geryon

In het uiterste westen woonde Geryon, de driekoppige koning van een mythologisch koninkrijk dat later werd geïdentificeerd als Cádiz. Eurystheus beval Herakles om Geryons vee te stelen. Toen deze zijn tegenstander had verslagen, richtte hij twee zuilen op om zijn overwinning te herdenken: de Zuilen van Herakles dus ofwel de Straat van Gibraltar. Op de terugweg stichtte hij verschillende steden en wijdde hij tempels in voor zichzelf, o.a. in Rome (de tempel van Hercules in het Forum Boarium). De historische waarheid achter deze verhalen is vermoedelijk de Fenicische kolonisatie: overal hebben de Feniciërs tempels gewijd aan Melqart, een god die men later identificeerde met Herakles.

Keizer Commodus als Herakles met de appels van de Hesperiden (Capitolijnse Musea, Rome)

De appels van Hesperiden

Herakles moest nu de gouden appels van de Hesperiden zien te verwerven. Zij waren de dochters van Atlas, de reus die de hemel op zijn schouders droeg. De Hesperiden bewaakten diens boomgaard en het is aannemelijk dat dit verhaal een historische kern heeft in een stam van vrouwelijke krijgers in het moderne Mali; zij beheersten de handel in goud. Op de terugweg bezocht Herakles nog het orakel van Zeus Ammon in Siwa en stichtte hij de Egyptische stad Thebe.

Herakles en Kerberos (Antikensammlung, München)

Kerberos

Het laatste werk was het vangen van Kerberos, de driekoppige wachthond van de Onderwereld. Tijdens het onvermijdelijke gevecht werd Herakles beschermd door de leeuwenhuid die hij te danken had aan zijn eerste werk. Toen hij eenmaal met de hellehond was teruggekeerd bij Eurystheus, was Herakles vrij van verdere dienstbaarheid. Hij wreekte zich onmiddellijk door de drie zonen van Eurystheus te doden, hun vader af te zetten en zelf te gaan regeren als koning van Tiryns en de Peloponnesos.

Herakles doodt Nisos (Antikensammlung, München)

Dood

Over Herakles zijn nog veel meer verhalen bekend, maar twee blogjes is wel genoeg. Toen hij met zijn echtgenote Deianeira eens probeerde een rivier over te steken, bood een kentaur genaamd Nisos aan de vrouw te dragen. Halverwege de stroom probeerde hij echter Deianeira te verkrachten, waarop Herakles hem doodde met een van zijn giftige pijlen. De stervende centaur maakte Deianeira wijs dat zijn bloed, als ze het aanbracht op Herakles’ kleding, ervoor zou zorgen dat hij haar eeuwig trouw zou blijven. Toen hij het gewaad aanhad, vergiftigde hij zichzelf; om aan de helse pijnen te ontkomen, liet hij een brandstapel bouwen, waarop hij zichzelf verbrandde. Na zijn dood werd hij onder de goden opgenomen of – volgens andere tradities – een sterrenbeeld.

De koningen van Sparta en die van Macedonië beweerden afstammelingen te zijn van de halfgod, en in de Hellenistische tijd voerden veel Griekse koloniën in het oostelijke Middellandse Zeegebied hem op als stichter. De Romeinse keizers Domitianus, Commodus, Septimius Severus, Postumus en Maximianus hebben zich laten afbeelden als Hercules.

#Admetos #Alkestis #Amazones #Argonauten #Cádiz #Commodus #Deianeira #Domitianus #Eurystheus #Geryon #heldenverhalen #Hera #Herakles #HeraklesSterrenbeeld #Hesperiden #Hippolyte #kentauren #Kerberos #Kerkopen #Maximianus #Melqart #mythologie #Postumus #SeptimiusSeverus #Sparta #StraatVanGibraltar #Theseus #Thessalië #ZuilenVanHerakles
Vandaag 10 jaar geleden https://sailing-dulce.nl/home/article-4107 #straatvangibraltar #barbate Dinsdag 09-09-2014 Vroeg afrekenen op het havenkantoor met de laatste ponden. Afvaart om 8.20 uur. Ik heb gisteren met het tij zitten rekenen. Laag Water Gibraltar is om half tien. De Straat is 15 mijl lang, dus kunnen we nog nét gedurende dood tij er zonder moeite doorheen varen. Op een later tijdstip kamp je met tegenstroom, ongeveer drie knopen, zeker als de wind in het westen zit, zoals nu. We varen de haven uit..
<h2>Barbate</h2>

Dinsdag 09-09-2014 Vroeg afrekenen op het havenkantoor met de laatste ponden. Afvaart om 8.20 uur. Ik heb gisteren met het tij zitten rekenen. Laag Water Gibraltar is om half tien. De Straat is 15 mi...