Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Behalve dat ze eigenlijk een samenstel van zeeën is, is er nog een ander opmerkelijk aspect aan de Middellandse Zee. Ze is eigenlijk behoorlijk geïsoleerd, waardoor de verschillen tussen eb en vloed heel gering zijn. Bovendien verliest ze zoveel water door verdamping dat ze eigenlijk elk jaar een halve meter lager zou moeten komen staan als ze niet werd bijgevuld met rivierwater (vooral de Nijl), en het water dat binnenstroomt door de Straat van Gibraltar. Dat is al met al genoeg om de Middellandse Zeeën (meervoud) op peil te houden, maar de zee wordt door de verdamping, die slechts ten dele door zoet water wordt gecompenseerd, wel steeds zouter.

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

Snelheden

En laten we duidelijk zijn: die Middellandse Zeeën waren groot. De vloot waarmee de Fransen in 1830 Algiers aanvielen, voer af op 25 mei en bereikte de Algerijnse kust op 12 juni. De schepen hadden het voordeel van een late mistral maar moesten onderweg pauzeren op de Balearen. Een reis als deze zal representatief zijn voor de tijd waarin zeevaart vooral werd bedreven met zeilschepen. Dat geldt ook voor de vermelding van een schip dat er twee maanden over deed om van Cádiz naar Constantinopel te varen. Een motorjacht doet dat tegenwoordig in een kwart van de tijd.

Maar dat waren normale reizen. Wat als er haast was? De Britse oudhistoricus Richard Duncan-Jones heeft eens vergeleken wanneer een belangrijke gebeurtenis zoals de dood van een keizer, die normaal gesproken overleed in Italië, bekend was in Egypte. Anders gezegd: hoeveel tijd verstreek er tussen ’s mans dood en het moment waarop de dateringen op Egyptische brieven werden aangepast? Duncan-Jones’ onderzoekje toonde aan dat de snelheid in de winter dramatisch afnam: keizer Nerva overleed op 18 september 96 en het nieuws was in Egypte pas na 134 dagen bekend op 30 januari 97. Daarentegen was het overleden van Hadrianus op 8 augustus 117, dus in de zomer, al na zeventien dagen bekend.

Dit is de cijfermatige onderbouwing van wat we ook uit de bronnen weten, namelijk dat de Middellandse Zeeën onbevaarbaar werden geacht in de winter. Een storm op zee was zó voorspelbaar dat het in de Griekse en Latijnse literatuur een cliché werd. In de christelijke tijd gold dat je tussen de feestdagen van de twee ruiterheiligen Sint-Demetrios en Sint-Joris, dat wil zeggen tussen 8 oktober en 23 april, niet ging varen – en het moge duidelijk zijn dat achter dit tweetal de Grieks-Romeinse Tweelingen schuilgaan, de paardrijdende beschermers van de zeevaart. De Perzische vloten die in 490 en in 480 v.Chr. naar Griekenland kwamen, keerden in oktober terug naar hun bases.

De Tweelingen (Archeologisch Museum, Burdur)

De lastige Middellandse Zeeën

Ondertussen schiep het vaarseizoen wel een probleem, want allerlei producten konden dus niet meer in de zomer worden vervoerd. Als het zout was gewonnen, moest het een winter lang worden opgeslagen vóór het van producent naar consument kon worden gevaren. Idemdito de geplukte olijven, de eerste wijn en de bereide wol. Zoals ik al eerder schreef: weinig gebieden maken het mensen zo lastig en sporen ze méér aan tot het ontwikkelen van werktuigen, gedrag en kennis. Deze situatie bleef bestaan tot de uitvinding van het stoomschip: in 1870 was het mogelijk om in vier dagen van Marseille naar Suez te varen (zie ook onder Fogg, Phileas).

Moeilijk als de zeevaart was, ze was nog altijd verre te verkiezen boven reizen over het land. Het transport van een bepaalde lading over land was zeventien keer zo kostbaar als dat over zee; was er een rivier, dan was het transport zevenmaal zo duur. De voor-westerse cultuur was dus vooral de levenswijze van de havensteden. Ik heb me weleens afgevraagd hoe het moet zijn geweest voor de Griekse zeelieden die de Zwarte Zee bevoeren: een zee zonder eilanden, met alleen havens aan de buitenrand.

Natuurlijk waren er, naast de eilanden en de landstreken langs de zee, ook agrarische gebieden en nomadische regio’s, maar de culturele dynamiek zat eeuwenlang vooral in de havens. Ik rond af met een aan Hemingway toegeschreven uitspraak, die hij weliswaar nooit heeft gedaan maar die de situatie in de voorwesterse wereld mooi samenvat: everything away from the sea is province.

[Een overzicht van deze blogjes in de reeks over de voor-westerse geschiedenis is hier.]

#AdriatischeZee #Alboránzee #Aralmeer #AtlantischeOceaan #BalearischeZee #ebEnVloed #EgeïscheZee #ErnestHemingway #IkarischeZee #IndischeOceaan #IonischeZee #KaspischeZee #KretenzischeZee #LevantijnseZee #LibischeZee #LigurischeZee #MiddellandseZee #MyrtoïscheZee #Nijl #Noordzee #Oostzee #PerzischeGolf #RichardDuncanJones #RodeZee #SardijnseZee #SintDemetrios #SintJoris #storm #StraatVanGibraltar #ThracischeZee #TyrrheenseZee #voorWesterseGeschiedenis #ZeeVanMarmara #zout #ZwarteZee

Culturele eerstes

Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Ruim honderd jaar geleden, toen het spijkerschrift was ontcijferd, waren er geleerden die meenden dat alle beschaving uit Babylonië was gekomen. In Duitsland waren er die meenden dat het beschavingscentrum bij uitstek moest worden gezocht bij een noords ras dat afkomstig was van de Noordduitse laagvlakte. De afrocentristen opperen dat “Zwart Afrika” niet alleen de bakermat was van de mensheid, maar dat hiervandaan ook belangrijke culturele impulsen waren uitgegaan. En ondertussen blijven er classici als Simon Goldhill (en de leden van de Europese Conventie dus) die nog steeds voor Griekenland een uitzonderlijke plek opeisen, ongehinderd door kennis van de twee twintigste-eeuwse radiocarbonrevoluties.

Het centrale probleem met de genoemde theorieën is, als we even afzien van de steeds verschuivende definitie, dat men elke keer één volk wil aanwijzen als “de eerstgeborene van Moeder Natuur” (Winckelmann) die de mensheid had getoond hoe primitieve samenlevingen van jagers en verzamelaars konden evolueren tot beschaafde, schrijvende, stedelijke maatschappijen. Dat er slechts één cultuurcentrum is geweest, is echter allang weerlegd. Hier is een niet uitputtend lijstje dat de overgang van jagers/verzamelaars naar complexe samenleving documenteert.

(klik=groot)
  • Aardewerk: ontstaan in China rond 18.000-17.000 v.Chr. Daarna verspreidde het zich naar het westen; in het Midden-Oosten dateert het oudste aardewerk uit ongeveer 7000 v.Chr. (Çatalhöyük).
  • Akkerbouw: laten we zeggen rond 10.000 v.Chr. in de Taurus en Zagros. Tarwe werd bijvoorbeeld verbouwd in Cafer Höyük aan de bovenloop van de Eufraat.
  • Heiligdom: Sheikh-e Abad in West-Iran (9800 v.Chr.).
  • Veeteelt: de geit en het schaap werden in het tiende millennium v.Chr. gedomesticeerd, opnieuw in de Taurus en Zagros.
  • Monumentale sculptuur: Göbekli Tepe in Zuidoost-Turkije (9000 v.Chr.).
  • Huizen met muren van tichels en een echt dak: opnieuw Çatalhöyük in Turkije (7400 v.Chr.).
  • Zuivel (en lactosetolerantie): 6500 v.Chr. rond de Zee van Marmara (Pendik en Hoca Çeşme).
  • Kopernijverheid: rond 5000 in Gumelnița-cultuur (Zuidoost-Roemenië).
  • Wijn: ongeveer 5000 v.Chr. in oostelijk Turkije.
  • Domesticatie van de ezel: oostelijk Afrika 5000 v.Chr.
  • Huidskleurverschil: de meest aannemelijke verklaring voor het ontstaan van de blanke huid is een vitamine-D-gebrek dat bij boeren vaker voorkomt dan bij jagers, wat een datering rond 5000 v.Chr. aannemelijk maakt. In elk geval ontstonden de verschillende huidskleuren ná 7000 v.Chr.
  • Gouden sieraden: rond 4600 in Varna (Oost-Bulgarije).
  • Vier vroege steden: Tell Brak (Syrië) 3800 v.Chr.; Eridu (Irak) 3700 v.Chr.; Uruk (Irak) 3500 v.Chr.; Hierakonpolis (Egypte) 3500 v.Chr.
  • Het wiel, de wagen: oostelijk Roemenië 3600 v.Chr.
  • De ploeg: op z’n laatst rond 3500 v.Chr. in Mesopotamië.
  • Wolnijverheid: vierde millennium v.Chr. in de Kaukasus.
  • Interregionale handel: Melitene (Arslantepe) in oostelijk Turkije exporteerde rond 3700 bewerkt koper naar zuidelijk Irak en importeerde koper, zilver en goud uit de westelijke Kaukasus.
  • Domesticatie van het paard: Oekraïne 3500 v.Chr.
  • Schrift: rond 3300 v.Chr. ontstonden zowel in Egypte als Mesopotamië schriftsoorten. Iets later waren het Iraanse Jiroft en de Indusschriften.
  • Begin van de Bronstijd: een kwestie van definitie. Egyptologen kiezen voor 3150 v.Chr., assyriologen voor 2900 terwijl men het voor het Egeïsche Zee-gebied afrondt op 3000.

Kortom, toen de mensen eindelijk in staat waren op te schrijven wat van interessante dingen ze zoal meemaakten, waren de spannende millennia waarin we van jager/verzamelaar tot stedeling evolueerden, net voorbij.

#akkerbouw #Arslantepe #Çatalhöyük #bakermat #CaferHöyük #Chalcolithicum #domesticatie #Eridu #Eufraat #ezel #GöbekliTepe #geit #goud #GumelnițaCultuur #Hierakonpolis #HocaÇeşme #Jiroft #Kaukasus #koper #Kopertijd #Melitene #nijverheid #paard #Pendik #SheikhEAbad #TellBrak #Tigris #Uruk #Varna #veeteelt #wijn #ZeeVanMarmara