Frankenstein in Bagdad

Ik hoorde vertellen – en ik denk dat het waar is – dat een jaar of twintig geleden bij een dorp in het noorden van Irak een massagraf werd gevonden waarin allerlei losse lichaamsdelen lagen. De slachtoffers waren onherkenbaar, maar met enige moeite vielen ze te herleiden tot acht mensen. In dat dorp waren echter tien mensen vermist. Van twee doden ontbrak alles wat identificeerbaar had kunnen zijn. De dorpelingen besloten daarop de ledematen te verdelen over tien kisten, zodat er tenminste tien begrafenissen konden zijn.

Frankenstein

Iets soortgelijks is de premisse van Frankenstein in Baghdad van de Iraakse auteur Ahmed Saadawi. Een man neemt na een bomaanslag waarbij een vriend om het leven komt, allerlei lichaamsdelen van gewelddadig gestorven mensen, naait ze aan elkaar om er één lichaam van te maken om de autoriteiten te dwingen te erkennen dat een volledig mensenleven kapot is gemaakt. Het schepsel komt echter tot leven en begint aan een wraakcampagne: hij doodt degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van degenen uit wier lichaamsdelen hij is samengesteld.

Alleen: als hij eenmaal wraak heeft genomen voor een van de slachtoffers waaruit het schepsel bestaat, verdwijnt het betreffende lichaamsdeel, maar er zijn mensen die zich over hem ontfermen en weer nieuwe lichaamsdelen aan hem toevoegen. Zo heeft hij steeds een andere vorm en gaat zijn wraaktocht van kwaad tot erger – want wat als het schepsel samengesteld begint te raken uit de lichaamsdelen van mensen die het schepsel zelf heeft gedood?

Bagdad in 2005 en 2021

Het verhaal – dat met Mary Shelleys Frankenstein gemeen heeft dat het een lange raamvertelling is rond het verhaal van het schepsel zelf – speelt in Bagdad in 2005, twee jaar na de Amerikaanse invasie van Irak, op het moment dat diverse strijdgroepen de stad onveilig maakten. Dat was al moeilijk, maar zelfs vreedzame activiteiten liepen in die tijd gruwelijk uit de hand, bijvoorbeeld als er geruchten waren over dreigende aanslagen. Misschien herinnert u zich het drama van de honderden pelgrims die werden vertrapt op de brug naar Al-Kadhimiya, een heiligdom waar twee van de sjiitische imams begraven liggen.

Het beeld dat Saadawi schetst is dus grimmig maar ook hilarisch, en bevestigt alle vooroordelen die u en ik over het Bagdad van toen hebben: er wordt geschoten, er zijn explosies en veiligheidscordons, er zijn terroristen. Amerikaanse helikopters vliegen over, bendes nemen de macht over, er is een avondklok en politieverhoren bestaan uit marteling.

Het Bagdad dat ik in 2021 bezocht, was een andere stad, maar allerlei door Saadawi genoemde locaties zijn herkenbaar. Op het plein waar de eerste bom afgaat, heb ik gedineerd (en ik schreef erover) en ik heb geslapen in een van de beschreven hotels langs de Tigris. Maar toen ik er was, was het volkomen veilig. De beschreven stad deed me wel denken aan Mosul, waar veel huizen verwoest waren en handelaren leefden van de aan- en verkoop van meubilair, waar reparateurs goed geld verdienen en waar mensen weliswaar betere huizen kunnen krijgen maar hardnekkig in ruïnes blijven wonen omdat het nu eenmaal hun echte huis is. De film The Lions by the River Tigris, die momenteel in wat kleinere theaters draait, toont dat er erfgoedorganisaties bezig zijn, zoals ook opduiken in Frankenstein in Baghdad.

Het Midden-Oosten

Saadawi’s Bagdad is ook een schets van het Midden-Oosten, waarin dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, net een tikkeltje anders zijn. Het is in Nederland niet zo waarschijnlijk dat een christen ook naar een moskee gaat, maar in Frankenstein in Baghdad gaat een dame wier gebed door Sint-Joris is verhoord, ook enkele islamitische geloftes inlossen. En er is de cultuur van verhalen vertellen, waarbij waarheid niet altijd is wat wij waarheid zouden noemen, maar wat in een bepaalde situatie wenselijk is – bijvoorbeeld omdat mensen moeten lachen.

Lachen moet je ook om Frankenstein in Baghdad, waar je eigenlijk de hele tijd zit te wachten op een zin als Multatuli’s “een dorp dat pas was veroverd door Nederlandse soldaten en dus in brand stond”. En er valt gelukkig een hoop te lachen, zoals om de brigadegeneraal die astrologen en zandwiggelaars in dienst heeft om te voorspellen waar bomaanslagen zullen plaatsvinden.

Gerechtigheid

Maar feitelijk gaat het verhaal over een heel serieus onderwerp: wat is gerechtigheid? De menselijke gerechtigheid faalt in de door de Amerikanen bezette stad, waar een nieuw gevormde regering zich staande moet houden tegenover de milities. De gerechtigheid waarmee misdadigers elkaar afmaken is geen gerechtigheid. En de goddelijke gerechtigheid is ver. Het is feitelijk een verhaal zoals in de Openbaring van Johannes, waar de onschuldige slachtoffers, als het Vijfde Zegel wordt geopend, God aanklagen waarom hij hun bloed zo laat wreekt.

Een oosters wonderverhaal, zoals Frankenstein in Baghdad, is doorgaans bedoeld om een probleem te agenderen waarvoor geen normale oplossingen bestaan, en dat alleen met behulp van een mirakel kan verdwijnen. Zo is het ook met gerechtigheid: het schepsel dat door Bagdad loopt, kan niet bestaan en is als oplossing net zo erg als het probleem, maar Saadawi maakt wel duidelijk hoe moeilijk het is een rechtvaardige samenleving te scheppen. En dat heeft vanzelfsprekend iets te maken met een observatie die de auteur herhaalt, en die van toepassing is op al zijn personages: er zijn geen onschuldige mensen die volledig onschuldig zijn en er zijn geen criminelen die alleen maar crimineel zijn.

#AhmedSaadawi #AlKadhimiya #Bagdad #Frankenstein #MaryShelley #SintJoris

Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Behalve dat ze eigenlijk een samenstel van zeeën is, is er nog een ander opmerkelijk aspect aan de Middellandse Zee. Ze is eigenlijk behoorlijk geïsoleerd, waardoor de verschillen tussen eb en vloed heel gering zijn. Bovendien verliest ze zoveel water door verdamping dat ze eigenlijk elk jaar een halve meter lager zou moeten komen staan als ze niet werd bijgevuld met rivierwater (vooral de Nijl), en het water dat binnenstroomt door de Straat van Gibraltar. Dat is al met al genoeg om de Middellandse Zeeën (meervoud) op peil te houden, maar de zee wordt door de verdamping, die slechts ten dele door zoet water wordt gecompenseerd, wel steeds zouter.

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

Snelheden

En laten we duidelijk zijn: die Middellandse Zeeën waren groot. De vloot waarmee de Fransen in 1830 Algiers aanvielen, voer af op 25 mei en bereikte de Algerijnse kust op 12 juni. De schepen hadden het voordeel van een late mistral maar moesten onderweg pauzeren op de Balearen. Een reis als deze zal representatief zijn voor de tijd waarin zeevaart vooral werd bedreven met zeilschepen. Dat geldt ook voor de vermelding van een schip dat er twee maanden over deed om van Cádiz naar Constantinopel te varen. Een motorjacht doet dat tegenwoordig in een kwart van de tijd.

Maar dat waren normale reizen. Wat als er haast was? De Britse oudhistoricus Richard Duncan-Jones heeft eens vergeleken wanneer een belangrijke gebeurtenis zoals de dood van een keizer, die normaal gesproken overleed in Italië, bekend was in Egypte. Anders gezegd: hoeveel tijd verstreek er tussen ’s mans dood en het moment waarop de dateringen op Egyptische brieven werden aangepast? Duncan-Jones’ onderzoekje toonde aan dat de snelheid in de winter dramatisch afnam: keizer Nerva overleed op 18 september 96 en het nieuws was in Egypte pas na 134 dagen bekend op 30 januari 97. Daarentegen was het overleden van Hadrianus op 8 augustus 117, dus in de zomer, al na zeventien dagen bekend.

Dit is de cijfermatige onderbouwing van wat we ook uit de bronnen weten, namelijk dat de Middellandse Zeeën onbevaarbaar werden geacht in de winter. Een storm op zee was zó voorspelbaar dat het in de Griekse en Latijnse literatuur een cliché werd. In de christelijke volksweerkunde gold dat je tussen de feestdagen van de twee ruiterheiligen Sint-Demetrios en Sint-Joris, dat wil zeggen tussen 8 oktober en 23 april, niet ging varen – en het moge duidelijk zijn dat achter dit tweetal de Grieks-Romeinse Tweelingen schuilgaan, de paardrijdende beschermers van de zeevaart. De Perzische vloten die in 490 en in 480 v.Chr. naar Griekenland kwamen, keerden in oktober terug naar hun bases.

De Tweelingen (Archeologisch Museum, Burdur)

De lastige Middellandse Zeeën

Ondertussen schiep het vaarseizoen wel een probleem, want allerlei producten konden dus niet meer in de zomer worden vervoerd. Als het zout was gewonnen, moest het een winter lang worden opgeslagen vóór het van producent naar consument kon worden gevaren. Idemdito de geplukte olijven, de eerste wijn en de bereide wol. Zoals ik al eerder schreef: weinig gebieden maken het mensen zo lastig en sporen ze méér aan tot het ontwikkelen van werktuigen, gedrag en kennis. Deze situatie bleef bestaan tot de uitvinding van het stoomschip: in 1870 was het mogelijk om in vier dagen van Marseille naar Suez te varen (zie ook onder Fogg, Phileas).

Moeilijk als de zeevaart was, ze was nog altijd verre te verkiezen boven reizen over het land. Het transport van een bepaalde lading over land was zeventien keer zo kostbaar als dat over zee; was er een rivier, dan was het transport zevenmaal zo duur. De voor-westerse cultuur was dus vooral de levenswijze van de havensteden. Ik heb me weleens afgevraagd hoe het moet zijn geweest voor de Griekse zeelieden die de Zwarte Zee bevoeren: een zee zonder eilanden, met alleen havens aan de buitenrand.

Natuurlijk waren er, naast de eilanden en de landstreken langs de zee, ook agrarische gebieden en nomadische regio’s, maar de culturele dynamiek zat eeuwenlang vooral in de havens. Ik rond af met een aan Hemingway toegeschreven uitspraak, die hij weliswaar nooit heeft gedaan maar die de situatie in de voorwesterse wereld mooi samenvat: everything away from the sea is province.

[Een overzicht van deze blogjes in de reeks over de voor-westerse geschiedenis is hier.]

#AdriatischeZee #Alboránzee #Aralmeer #AtlantischeOceaan #BalearischeZee #ebEnVloed #EgeïscheZee #ErnestHemingway #IkarischeZee #IndischeOceaan #IonischeZee #KaspischeZee #KretenzischeZee #LevantijnseZee #LibischeZee #LigurischeZee #MiddellandseZee #MyrtoïscheZee #Nijl #Noordzee #Oostzee #PerzischeGolf #RichardDuncanJones #RodeZee #SardijnseZee #SintDemetrios #SintJoris #storm #StraatVanGibraltar #ThracischeZee #TyrrheenseZee #voorWesterseGeschiedenis #ZeeVanMarmara #zout #ZwarteZee

Cornelis de Bruijn (5) Jeruzalem

Cornelis de Bruijn, het Heilig Graf

Dit is het vijfde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Het heilige Land

Cornelis de Bruijn wilde naar Jeruzalem, dat lag op twee dagen van de haven van Jaffa. Maar toen hij halverwege was, in Ramla, gaven de Ottomaanse gezagsdragers hem bevel te blijven waar hij was. Een epidemie in Jeruzalem maakte verder reizen onverantwoord. Pas na bijna drie maanden kon De Bruijn verder reizen en op 17 oktober 1681 bereikte hij de heilige stad. Onderweg passeerde hij het vervallen kerkje voor Sint-Joris in Lydda, waar ik vorig jaar over blogde.

De autoriteiten stonden geen privébezoek toe aan de heilige plaatsen. Ze hadden de franciscanen, die al sinds de Kruistochten de Europese christenen vertegenwoordigden, aangewezen als coördinatoren. De monniken organiseerden rondleidingen, die voor de zekerheid werden beschermd door bewapende Ottomaanse escortes. Pelgrimage was zo veilig en verantwoord, maar bezoekers kregen zo alleen te zien wat hun was toegestaan.

De Bruijn sloot zich dus aan bij de georganiseerde wandelingen door de stad en nam deel aan excursies naar Bethanië en Bethlehem. Het waren allemaal heel normale uitjes. Zijn verslag bevat weinig verrassingen, maar bevat wel interessante, unieke illustraties. Het is bovendien onderhoudend door de nuchtere toon.

De tekenaar aan het werk

Toch slaagde Cornelis de Bruijn erin om op eigen gelegenheid naar de Olijfberg te gaan, waar hij een uniek panorama tekende van Jeruzalem. Dit was verboden, maar hij was er met een franciscaner monnik, die hem een ​​signaal gaf als er mensen aankwamen. De kunstenaar kon dan zijn tekenmateriaal verstoppen in een picknickmand. Na vier dagen was de schets compleet.

De Bruijn maakte ook tekeningen in de Grafbasiliek. Het betekende drie dagen en nachten min of meer onafgebroken werk. (Hij vond de sanitaire voorzieningen in de kerk maar niets.) De tekeningen waren opnieuw belangrijk voor westerse geleerden: hij leverde mooie afbeeldingen van de buitenkant van de kerk, van de ronde hal waarin zich het aediculum op het graf bevindt, en uiteraard van het graf zelf. Ook vandaag zijn deze tekeningen waardevol, omdat de basiliek in 1808 door brand werd verwoest. Zonder de tekeningen van Cornelis de Bruijn zou de middeleeuwse bouwfase niet te reconstrueren zijn.

De Bruijn was geïnteresseerd in de plaatsen die hij bezocht, kon ook ontroerd zijn, maar was niet heel religieus. Je vraagt ​​je af wat hij dacht toen hij de schedel van Johannes de Doper aanraakte in de basiliek van het Heilig Graf, omdat hij wist dat de schedel van deze zelfde joodse prediker ook in de Sint-Jan van Lateranen in Rome werd vereerd. (En in de Umayyadenmoskee in Damascus en in het klooster van Sveti Ivan te Sozopol, voegen wij toe.)

Wordt vervolgd.

#Bethanië #Betlehem #CornelisDeBruijn #Franciscanen #Grafbasiliek #Jaffa #Jeruzalem #JohannesDeDoper #Lydda #Olijfberg #OttomaanseRijk #Ramla #SintJanVanLateranen #SintJoris

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Pure chantage, zou je zeggen.

Een zee van verhalen

We hebben een vermoeden over de herkomst van dit verhaal. Genua, waar Jacob van Voragine aartsbisschop was, was een beroemde handelsstad met contacten tot in Libanon. De Genovese familie Embriaco was daar heer en meester in de haven van Byblos. Het verhaal kan door kooplieden of kruisridders naar Italië zijn gebracht vanuit het Midden-Oosten.

Sint-Joris (Monreale)

Daar circuleerde de legende toen al, maar omdat het een verhaal was dat mensen mondeling aan elkaar doorgaven, weten we niet hoe het verhaal destijds luidde. Of beter: hoe de verhalen destijds luidden. Elke verteller paste de details immers aan zijn publiek en aan de omstandigheden aan. De luisteraars letten niet op de inhoud, want ze wisten allang hoe het afliep, maar letten op de manier waarop het werd verteld. Een goede verteller boeide zijn publiek met een gedetailleerde beschrijving van de draak, met levendige dialogen, met een exposé over de kleding van de prinses en een lange uitweiding over het verdriet van haar ouders. En uiteraard met een in geuren en kleuren verteld gevecht.

Die vertellingen werden opgeschreven op plaatsen waar Sint-Joris en de draak niet allang en alom bekend waren. Zoals in Genua. Of in Georgië aan de Zwarte Zee, waar, zo’n twee eeuwen voordat een reiziger het verhaal meenam naar Genua, al een reiziger was aangekomen met hetzelfde verhaal. Zo hebben we dus twee getuigenissen voor een in het oosten circulerende legende: een Georgische uit de elfde eeuw en een Genovese uit de dertiende eeuw. We hebben ook een elfde-eeuwse muurschildering, trouwens, uit Centraal-Turkije.

De echte Sint-Joris

We weten van het bestaan van oudere versies. Veel oudere zelfs. Ze circuleerden al in de vijfde eeuw. In deze legende is Georgius een Romeinse soldaat die in Lydda, het huidige Lod bij Tel Aviv in Israël, leefde in de tijd van de christenvervolgingen. Toen hem werd gevraagd zijn christelijke geloof af te zweren, weigerde hij en daarom werd hij op 23 april 303 terechtgesteld. Het staat vast dat er een kerk voor hem is gebouwd in Lydda. Het verhaal over de soldaat zal wel waar zijn, al is het maar omdat het vrij sober is, past bij een reële situatie en geen ongeloofwaardige elementen heeft. Zoals een draak.

En nu wordt het interessant. We kennen namelijk wel een andere vroege, eveneens te paard gezeten drakendoder-heilige. Dat is Sint-Theodorus. In het Midden-Oosten zijn nog allerlei middeleeuwse kerken waar de bezoeker op de ene muur Sint-Georgius ziet en op de tegenoverliggende muur Sint-Theodorus. Het lijkt erop dat onze Georgius, die dus een martelaar was uit Lydda, zijn draak heeft overgenomen van Theodorus. In de zee van oosterse legenden spoelde weleens een motief van de ene heilige naar de andere, zeker als de heiligen op elkaar leken. Als de ene heilige ridder een draak had gedood, waarom dan de andere niet ook?

Zesde-eeuwse pelgrimsfles met Sint-Theodoros (Louvre, Parijs)

Ook Sint-Theodorus heeft natuurlijk nooit een draak verslagen. Net als Sint-Georgius was hij een soldaat die tijdens de christenvervolgingen is gedood. Er is weleens geopperd dat het verhaal van de drakenstrijd feitelijk gaat over de onderdrukking van de heidense godsdienst en dus van begin af aan symbolisch bedoeld is geweest. Een aanwijzing daarvoor is dat in de versie die we van Jacob van Voragine kennen, sprake is van de bekering van alle bewoners van een stad.

Een heidense Sint-Joris

Maar misschien is de theorie dat de draak altijd symbolisch bedoeld is geweest, wel te ver gezocht. We weten dat de christenen in de Late Oudheid weleens de vraag hebben gesteld waarom het heidendom alle goede verhalen had, en dat de christenen toen concludeerden dat ze die verhalen maar moesten kerstenen. Als heidense verhalenvertellers op de markt altijd succes hadden bij het publiek, waarom konden de christenen dan niet diezelfde verhalen voorzien van een christelijke held en benutten voor eigen gebruik?

SInt-Theodoros (Archeologisch Museum, Sousse)

Dit is geen plagiaat, het is hoe een mondelinge verhalencultuur werkt. Op dezelfde wijze werd de biografie van de christelijke heilige Hieronymus uitgebreid met een legende over een leeuw. Die kennen we uit een oudere anekdote over een zekere Androkles. Elders lezen we hoe Sint-Nikolaas, bisschop van Myra, kindervriend en goedhuwelijksman, beurzen met goudstukken wierp door het raam van meisjes die anders geen bruidsschat hadden gehad en geen andere toekomst hadden dan het bordeel. Dat werd eerder verteld over de heidense filosoof Apollonios van Tyana. En Theodorus had de draak die hij later zou afstaan aan Georgius, overgenomen van de Griekse held Perseus.

Het verhaal van Perseus is een van de bekendste sagen uit de klassieke wereld. Als hij, gezeten op het paard Pegasos, aankomt bij een havenstad in Libië, ziet hij de prinses Andromeda vastgebonden aan een berg, als een prooi voor een watermonster. Gelukkig maakt Perseus korte metten met het ondier. De Griekse sage loopt niet af met de overgang van de stedelijke bevolking tot een nieuwe religie, maar met een ander feest: een bruiloft. Perseus en Andromeda leven nog lang en gelukkig.

Perseus bevrijdt Andromeda van de zeedraak (fresco uit Boscotrecase; Metropolitan Museum of Art, New York)

Ze zijn overigens allebei, met het paard Pegasus én Andromeda’s ouders Kefeus en Kassiopeia, in de hemel opgenomen als sterrenbeelden. Zelfs het zeemonster is van de partij: het is het sterrenbeeld Walvis.

***

Dit was het nawoord dat ik schreef bij het mooie boek Drakeblood, dat fotografe Robin Butter maakte over het zevenjaarlijkse draaksteken in het Limburgse Bessel. Het boek kan hier worden besteld.

Ik heb nog meer noten op mijn zang. Dit stukje wordt over een uur vervolgd.

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Het leven van Arrianus

maart 4, 2025
Caesar in Syrië

april 17, 2023
Een wonderlijke inscriptie uit Brühl

januari 25, 2024 Deel dit: #Androkles #Andromeda #AndromedaSterrenbeeld #ApolloniosVanTyana #Bessel #Byblos #CassiopeiaSterrenbeeld #CepheusSterrenbeeld #draak #drakendoder #Embriaco #Genua #GuldenLegende #heldenverhalen #JacobVanVoragine #legende #Lydda #mondelingeLiteratuur #mythologie #Pegasos #PegasusSterrenbeeld #Perseus #PerseusSterrenbeeld #RobertDMillerII #SintJoris #SintTheodoros #WalvisSterrenbeeld