Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart

De bark van koning Khufu

Begin vorig jaar publiceerde ik met classicus Hein van Dolen een vertaling van de fragmenten die we nog hebben van de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. Een van die passages, onderdeel van het lange Fragment 2, is een opsomming van uitvindingen waardoor de mens meer mans was geworden. Hier zijn enkele voorbeelden die betrekking hebben op de scheepvaart:

  • Ousoös pakte toen een boom, brak de takken ervan af en waagde zich als allereerste op zee.
  • Een van hen, Chousour, bekwaamde zich in het spreken, bezweren en profeteren. … Hij vond ook vishaak, lokaas, snoer en vlot uit, waarmee hij als eerste mens heeft gezeild.
  • De Tweelingen of Kabeiren, Korybanten of Samothrakiërs waren de uitvinders van het schip.

Hoewel Filon in de Romeinse tijd schreef in het Grieks, gaan zijn voorbeelden terug op veel ouder Kanaänitische verhalen. Zo is Filons Chousour ook bekend van kleitabletten uit de havenstad Ugarit, waar hij Kothar-wa-Khasis heet, “Vaardigheid-en-Wijsheid”. Hoewel het dus mythische informatie is, is het bepaald niet onwaarschijnlijk dat de eersten die zich op zee waagden, zich lieten meedrijven op een boomstam. Toen men de smaak te pakken had, zal men de stammen hebben uitgehold – zie de kano van Pesse uit het vroege achtste millennium v.Chr. Ik stel me voor dat Cyprus zo wel zal zijn gekoloniseerd. De uitvinding van het vlot en het volwaardige schip vormden het logische vervolg.

Een boot (?) op een Naqada-kruik (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Scheepsgeschiedenis

We zouden, zoals zo vaak, meer willen weten, maar er is veel onduidelijkheid. Van afbeeldingen op Naqada-aardewerk die traditioneel worden geïdentificeerd als de eerste schepen op de Nijl, zijn ook wel uitgelegd als abstracte vormen. Het is allemaal zo zeker niet. Gelukkig hebben we behalve afbeeldingen ook de bark die is gevonden bij de piramide van Khufu en vanzelfsprekend ook allerlei wrakken: het Bronstijdschip bij Uluburun, de Fenicische wrakken van Mazarrón, de hellenistische schepen bij Keryneia en Mahdia en in eigen land de rivierschepen bij Zwammerdam, Woerden en De Meern. Het conserveren van het antieke hout is overigens een vaardigheid die archeologen pas in de tweede helft van de twintigste eeuw onder de knie hebben gekregen.

Rolzegel met een boot met één helmstok (Louvre, Parijs)

De scheepvaart begon als kustvaart. Van papyrus vervaardigde boten, aangedreven door roeiers en door de wind in de zeilen, voeren vanuit Egypte naar Byblos om daar cederhout te halen. Later werden de schepen gemaakt van duurzamer materiaal, namelijk hout. Aan het achterschip werd eerst een, later een tweede grote helmstok vastgemaakt; die enorme roeispanen dienden als roer. Het belang van de kiel werd erkend en de tuigage werden verbeterd. In de derde eeuw v.Chr. werd aan het vierkante zeil een tweede, kleiner zeil aan de voorsteven toegevoegd.

Romeins schip met twee zeilen (Nationaal Museum, Beiroet)

De geroeide galei is een ander scheepstype, al vermeld door Homeros. De Feniciërs plaatsten op twee en later drie roeibanken boven elkaar (de triëre); later kwamen Griekse ingenieurs op het idee de roeibanken te voorzien van meer dan één roeier (de pentere). Met zulke schepen verplaatste Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, duizenden manschappen over de Indische Oceaan en Perzische Golf. Deze zeeschepen, bedoeld voor de oorlog, waren voorzien van een ram, hoewel die (anders dan men wel denkt) slechts zelden werd gebruikt. Omdat zeeschepen snel en dus licht moesten zijn, was het dek minimaal en daardoor voerden ze zelden geschut, hoewel de katapult en de polybolos al waren uitgevonden.

In de Romeinse tijd ontstond de tweemaster, maar die verdween in de vijfde eeuw, op het moment dat het schip met het driehoekige latijnzeil zijn opwachting maakt. Het werd pas later, in de Arabische tijd, werkelijk populair. Ik heb me laten vertellen dat deze schepen niet zo heel erg veel stabieler waren dan de aloude schepen met vierkante zeilen. De introductie van het in China uitgevonden stevenroer schijnt wel een verbetering te zijn geweest, al was het maar omdat het door één stuurman te bedienen was, in plaats van de twee mannen aan de helmstokken.

Schip met twee latijnzeilen (Archeologisch museum, Korinthe)

Risico’s

De schepen werden dus geleidelijk beter, maar dat wil niet zeggen dat een zeereis zonder risico was. Ik gaf al aan dat men in de winter liever niet voer. Maar ook in de zomer dreigde gevaar. De Griekse auteur Herodotos van Halikarnassos vermeldt bijvoorbeeld een Perzische vloten die vergingen voor de Athos, voor Magnesia en bij Euboia. In de Eerste Punische Oorlog zonken diverse vloten, waarbij tienduizenden mensen verdronken. De apostel Paulus strandde na een storm op Malta. De Romeinse gouverneur Plinius de Jongere, op weg naar zijn provincie, liet de keizer weten dat hij de gevaarlijke kaap ten zuiden van de Peloponnesos veilig was gepasseerd. De laatantieke auteur Synesios wijdt een brief aan een moeizame reis over de Libische Zee.

Diezelfde auteur weet te vertellen dat de eenvoudige lieden van de Cyrenaica nog altijd verhalen vertelden over Odysseus. Dit is vermoedelijk een literair verzinsel, want Synesios lijkt niet werkelijk geïnteresseerd te zijn geweest in de opvattingen van boeren en vissers, maar helemaal uit te sluiten is het niet. Als Filon van Byblos na vijftien eeuwen nog verhalen kende over Kothar-wa-Khasis, kunnen ook verhalen over avonturen op zee een lang leven beschoren zijn geweest.

Zomaar een mooi zesde-eeuws bootje (Qasr Libya)

Ontbossing

Een van de interessantste recente ontdekkingen is dat de Romeinen in de derde eeuw na Chr. steeds jongere bomen begonnen te kappen. Dat duidt op ontbossing en dat is in lijn met een vermoeden van de Franse historicus Fernand Braudel, die er in La Méditerrannée (1977) op wees dat de onmogelijkheid aan voldoende scheepshout te komen, een rol speelde bij de neergang van de Mediterrane economie. Het is zinvol hierbij te wijzen op een ander gegeven: landtransport is zeventien keer zo duur als zeetransport (en riviertransport is zeven keer zo duur als zeetransport). Ontbossing en dus vermindering van de zeehandel maakten het transport dus veel duurder.

Braudel meende dat het zwaartepunt in de zeehandel verschoof naar het Kalifaat, maar ik kan zo snel niet ontdekken waar de Arabieren wel geschikt scheepshout hebben kunnen kappen. Braudel opperde verder dat de geschiedenis zich herhaalde toen de Arabieren al hun bossen hadden gekapt; toen verschoof het zwaartepunt zich naar het noordwesten van Europa. Ik laat in het midden of dit werkelijk klopt of dat dit feitenvrij gespeculeer is.

Nehalennia met schip (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Wat ik wel zeker weet is dat zeevaart nooit zonder gevaar is geweest. Van de oosterse Baälmythologie via de Odyssee tot de Openbaring van Johannes zijn de zee en de dood identiek. En elke voor-westerse cultuur riep bovennatuurlijke beschermers aan voor de zeevaart: de Kabeiren, de godin Isis, de hemelse Tweelingen, de god Neptunus, Sint-Nikolaas, of Maria als Sterre der Zee. Wie het dichter bij huis zoekt, hoeft maar naar het Rijksmuseum van Oudheden te gaan, waar allerlei monumentjes staan die zijn gewijd aan de lokale godin Nehalennia (Keltisch: “zij die bij de zee verblijft”). De aanname dat het bedankjes zijn voor reddingen op zee, of toezeggingen voor een behouden vaart, is welbeschouwd precies dat: een aanname. Maar omdat het ook op de Noordzee geducht kan spoken, is het wel verrekte plausibel.

[Een overzicht van de blogjes in de reeks over de voor-westerse geschiedenis is hier.]

#Baäl #Byblos #DeMeern #FernandBraudel #FilonVanByblos #HerodotosVanHalikarnassos #Homeros #Kabeiren #KanoVanPesse #katapult #KeryneiaCyprus #Khufu #KotharWaKhasis #LibischeZee #Mazarrón #MiddellandseZee #NabijeOosten #Nearchos #Nehalennia #Odysseus #Paulus #pentere #PliniusDeJongere #polybolos #SintNikolaas #SterreDerZee #SynesiosVanKyrene #triëre #TweelingenHalfgoden #Uluburun #voorWesterseGeschiedenis #Woerden #zeevaart #Zwammerdam

Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Behalve dat ze eigenlijk een samenstel van zeeën is, is er nog een ander opmerkelijk aspect aan de Middellandse Zee. Ze is eigenlijk behoorlijk geïsoleerd, waardoor de verschillen tussen eb en vloed heel gering zijn. Bovendien verliest ze zoveel water door verdamping dat ze eigenlijk elk jaar een halve meter lager zou moeten komen staan als ze niet werd bijgevuld met rivierwater (vooral de Nijl), en het water dat binnenstroomt door de Straat van Gibraltar. Dat is al met al genoeg om de Middellandse Zeeën (meervoud) op peil te houden, maar de zee wordt door de verdamping, die slechts ten dele door zoet water wordt gecompenseerd, wel steeds zouter.

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

Snelheden

En laten we duidelijk zijn: die Middellandse Zeeën waren groot. De vloot waarmee de Fransen in 1830 Algiers aanvielen, voer af op 25 mei en bereikte de Algerijnse kust op 12 juni. De schepen hadden het voordeel van een late mistral maar moesten onderweg pauzeren op de Balearen. Een reis als deze zal representatief zijn voor de tijd waarin zeevaart vooral werd bedreven met zeilschepen. Dat geldt ook voor de vermelding van een schip dat er twee maanden over deed om van Cádiz naar Constantinopel te varen. Een motorjacht doet dat tegenwoordig in een kwart van de tijd.

Maar dat waren normale reizen. Wat als er haast was? De Britse oudhistoricus Richard Duncan-Jones heeft eens vergeleken wanneer een belangrijke gebeurtenis zoals de dood van een keizer, die normaal gesproken overleed in Italië, bekend was in Egypte. Anders gezegd: hoeveel tijd verstreek er tussen ’s mans dood en het moment waarop de dateringen op Egyptische brieven werden aangepast? Duncan-Jones’ onderzoekje toonde aan dat de snelheid in de winter dramatisch afnam: keizer Nerva overleed op 18 september 96 en het nieuws was in Egypte pas na 134 dagen bekend op 30 januari 97. Daarentegen was het overleden van Hadrianus op 8 augustus 117, dus in de zomer, al na zeventien dagen bekend.

Dit is de cijfermatige onderbouwing van wat we ook uit de bronnen weten, namelijk dat de Middellandse Zeeën onbevaarbaar werden geacht in de winter. Een storm op zee was zó voorspelbaar dat het in de Griekse en Latijnse literatuur een cliché werd. In de christelijke volksweerkunde gold dat je tussen de feestdagen van de twee ruiterheiligen Sint-Demetrios en Sint-Joris, dat wil zeggen tussen 8 oktober en 23 april, niet ging varen – en het moge duidelijk zijn dat achter dit tweetal de Grieks-Romeinse Tweelingen schuilgaan, de paardrijdende beschermers van de zeevaart. De Perzische vloten die in 490 en in 480 v.Chr. naar Griekenland kwamen, keerden in oktober terug naar hun bases.

De Tweelingen (Archeologisch Museum, Burdur)

De lastige Middellandse Zeeën

Ondertussen schiep het vaarseizoen wel een probleem, want allerlei producten konden dus niet meer in de zomer worden vervoerd. Als het zout was gewonnen, moest het een winter lang worden opgeslagen vóór het van producent naar consument kon worden gevaren. Idemdito de geplukte olijven, de eerste wijn en de bereide wol. Zoals ik al eerder schreef: weinig gebieden maken het mensen zo lastig en sporen ze méér aan tot het ontwikkelen van werktuigen, gedrag en kennis. Deze situatie bleef bestaan tot de uitvinding van het stoomschip: in 1870 was het mogelijk om in vier dagen van Marseille naar Suez te varen (zie ook onder Fogg, Phileas).

Moeilijk als de zeevaart was, ze was nog altijd verre te verkiezen boven reizen over het land. Het transport van een bepaalde lading over land was zeventien keer zo kostbaar als dat over zee; was er een rivier, dan was het transport zevenmaal zo duur. De voor-westerse cultuur was dus vooral de levenswijze van de havensteden. Ik heb me weleens afgevraagd hoe het moet zijn geweest voor de Griekse zeelieden die de Zwarte Zee bevoeren: een zee zonder eilanden, met alleen havens aan de buitenrand.

Natuurlijk waren er, naast de eilanden en de landstreken langs de zee, ook agrarische gebieden en nomadische regio’s, maar de culturele dynamiek zat eeuwenlang vooral in de havens. Ik rond af met een aan Hemingway toegeschreven uitspraak, die hij weliswaar nooit heeft gedaan maar die de situatie in de voorwesterse wereld mooi samenvat: everything away from the sea is province.

[Een overzicht van deze blogjes in de reeks over de voor-westerse geschiedenis is hier.]

#AdriatischeZee #Alboránzee #Aralmeer #AtlantischeOceaan #BalearischeZee #ebEnVloed #EgeïscheZee #ErnestHemingway #IkarischeZee #IndischeOceaan #IonischeZee #KaspischeZee #KretenzischeZee #LevantijnseZee #LibischeZee #LigurischeZee #MiddellandseZee #MyrtoïscheZee #Nijl #Noordzee #Oostzee #PerzischeGolf #RichardDuncanJones #RodeZee #SardijnseZee #SintDemetrios #SintJoris #storm #StraatVanGibraltar #ThracischeZee #TyrrheenseZee #voorWesterseGeschiedenis #ZeeVanMarmara #zout #ZwarteZee