Vijf broden, twee vissen

Brood en vis (Catacomben, Rome)

Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, waarover ik op zondagen nogal eens blog, is dat over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Het zijn overigens twee verhalen over twee gebeurtenissen, beide te vinden bij Marcus: het eerste verhaal speelt zich af in de omgeving van het Meer van Galilea, en het tweede in de Dekapolis.noot Marcus 8.1-10. Daarover een andere keer meer, vandaag het verhaal in Galilea.

Dat begint ermee dat Jezus en enkele volgelingen naar een afgelegen plek varen, waar ze echter geen rust vinden, maar worden opgewacht door een grote menigte. Jezus “voelde medelijden met hen,” schrijft Marcus, “want ze waren als schapen zonder herder” – een echo van Jezus’ missie om de verloren schapen van Israël terug te halen.

Hij onderwees hen langdurig. Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: “Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten voor zichzelf te kopen.”
Maar hij zei: “Geven jullie hun maar te eten!”
Ze vroegen hem: “Moeten wij dan voor tweehonderd denarii brood gaan kopen om hun te eten te geven?”noot Marcus 6.34b-37; NBV21.

Van tweehonderd denarii, zilverstukken, kon iemand een jaar leven. Het bedrag correspondeert met 3200 as, bronstukken, en omdat een brood twee as kostte, hebben we het dus over 1600 broden. Dat past aardig bij het gegeven dat er ongeveer 5000 mensen aanwezig waren.

Toen zei hij: “Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.”
Ze gingen kijken en zeiden: “Vijf, en twee vissen.”
Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten. Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren. Iedereen at en werd verzadigd. Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen. Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten.noot Marcus 6.38-44.

De miraculeuze maaltijd

Het motief van de gastheer die begint eten uit te delen, ook al heeft hij weinig, waarbij de voedselvoorraad miraculeus groot blijkt te zijn, is van alle tijden en culturen, al zal de auteur van het Marcus-evangelie vooral hebben gedacht aan een soortgelijk incident met de profeet Elisa.noot 2 Koningen 4.42-44. Hij zal ook hebben gedacht aan Jezus’ woorden van het Laatste Avondmaal:

Hij nam een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit.noot Marcus 14.22.

Het brood nemen, het brood zegenen, het brood breken, het brood uitdelen: het is vanzelfsprekend een vrij logische volgorde, maar de herhaling van exact dezelfde werkwoorden suggereert dat er meer aan de hand is. Er is bovendien een parallel bij de broodmaaltijd in de Dekapolis. De hypothese dat deze vier werkwoorden ook een rol speelden in de gebeden van de vroege christelijke gemeenschap, is niet toetsbaar maar ook niet heel erg krankzinnig, al was het maar omdat de scène tevens is afgebeeld in de catacomben.

Open commensaliteit

Daar komt bij dat gemeenschappelijke maaltijden belangrijk waren voor de eerste gelovigen. De sociaalwetenschappelijke term is “open commensaliteit”, dat wil zeggen dat je je maaltijd deelt met alle aanwezigen, zonder aanzien des persoons of zonder verwachting van een tegenprestatie. Het is de concrete utopie van iedere voorkapitalistische plattelandssamenleving. Het heil is superconcreet, hier en nu, zichtbaar, aan tafel, voor alle aanwezigen bereikbaar.

Maar er is meer. Een van de joodse Eindtijdvoorstellingen was die van de maaltijd, voorgezeten door een messias. Dit is gedocumenteerd bij de profeet Jesajanoot Jesaja 25.6. en in verschillende Dode-Zee-rollen, zoals de Gemeenschapsregel.noot 1QSa Gemeenschapsregel ii,18-22. Ik zal in het midden laten wat er feitelijk is gebeurd daar op die afgelegen plek aan het Meer van Galilea, maar men herinnerde zich blijkbaar een grote maaltijd, ooit tijdens de regering van keizer Tiberius, die een voorafschaduwing was van de Eindtijd.

[Later meer. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#broodvermenigvuldiging #Dekapolis #denarius #Eindtijd #Elisa #EvangelieVanMarcus #LaatsteAvondmaal #MeerVanGalilea #messias #NieuweTestament #Oorlogsrol #openCommensaliteit #wonderverhaal

Het sterfjaar van Nikolaas van Myra

Nikolaas van Myra redt drie onschuldigen het leven (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Nikolaas, de bisschop van de Lycische havenstad Myra, is overleden op 6 december in een onbekend jaar in de vierde eeuw. Dat weten we zeker. Hij is vermoedelijk geboren in Patara, dat iets westelijker ligt. Wanneer hij het levenslicht zag, weten we niet, maar de kerk viert het op 29 juli. (Sint-Nikolaas heeft elk jaar vier feestdagen en de verklaring leest u hier.) En er is zowaar een nieuwtje over de hoogwaardige bisschop: de Italiaanse onderzoeker Gerardo Cioffari, die zijn leven heeft gewijd aan de wetenschappelijke bestudering van de Nikolaas-traditie, heeft een plausibele theorie over het sterfjaar van Nikolaas van Myra geformuleerd. Er is nog geen officiële publicatie, dus ik zeg het allemaal met een slag om de arm.

Het verhaal van de drie officieren

Maar eerst even dit. De oudste bron over het leven van bisschop Nikolaas is de Praxis de stratelatis, wat je kunt vertalen als “het avontuur van de officieren”. De tekst werd tot voor kort rond 400 gedateerd, maar allerlei details, zoals de plaatsnamen in Myra en de namen van functionarissen, blijken accuraat en daarom is nog niet zo lang geleden aannemelijk gemaakt dat de tekst rond 337 moet zijn geschreven. Een Engelse vertaling van die zogeheten “eerste recensie” is hier. In sommige handschriften vinden we een andere versie, die een iets uitgebreider slot bevat, toegevoegd door de auteur zelf.

Samengevat: keizer Constantijn stuurt drie officieren naar Frygië om onrustige Adaifali te pacificeren. Onderweg zijn ze te gast bij de bisschop van Myra en zijn ze ooggetuige van diens ingreep in een strafproces, waarbij een omgekochte magistraat drie onschuldigen dreigt te laten onthoofden. Nikolaas zorgt ervoor dat het recht zijn loop heeft, de officieren reizen verder, brengen Frygië tot rust en keren terug naar Constantinopel. Daar dient iemand een valse beschuldiging tegen hen in. Met wat steekpenningen bewerkt hij dat Ablabios de drie mannen gevangen zet. Die Ablabios is een goede bekende: hij bekleedde van 329 tot 337 een van de vier praetoriaanse prefecturen.

De drie officieren worden zelfs ter dood veroordeeld, maar ze bidden tot Nikolaas, die nog die nacht aan de keizer verschijnt en hem instructies geeft. De keizer grijpt in en uiteraard reizen de officieren, voorzien van keizerlijke geschenken voor de bisschop, af om hun beschermer te bedanken. Het verhaal eindigt met de aalmoezen die ze voortaan distribueren. De tweede versie die ik zojuist noemde, voegt toe dat ze bij aankomst ontdekten dat Nikolaas net was overleden, zodat ze hem vereerden op de begraafplaats.

Wonderverhalen

De mensen in de Oudheid droegen informatie anders over dan wij. Dit is een wonderverhaal en het voldoet aan alle formele kenmerken van het genre: eerst de introductie van de personages, dan een probleem dat menselijkerwijs onoplosbaar is, de climax waarbij de betrokkenen bidden, de ingreep van de wonderdoener en tot slot het verbeterde leven van de betrokkenen. (Antieke wonderverhalen hebben dezelfde vijfvoudige structuur als tragedies.)

Een wonderverhaal “werkt” doordat het de toehoorder verbaast en dus een prettige sensatie bezorgt, en zo op een aangename manier confronteert met het probleem dat de verteller eigenlijk aan de orde wil stellen: in dit geval dat rijke mensen doodvonnissen kunnen kopen. “Onschuldigen worden ter dood veroordeeld,” roept de auteur van de Praxis de stratelatis het publiek toe, “en alleen een wonder kan hen redden”. De luisteraar kan zelf wel bedenken dat wijze bestuurders toestaan dat bisschoppen een oogje in het zeil houden.

Het sterfjaar

Wat hebben wij, op zoek naar het sterfjaar van Nikolaas van Myra, nu in handen? Om te beginnen een synchronisme met Ablabios, die in 329 aan de macht kwam, en met Constantijn, die in mei 337 overleed. Nikolaas is dus tussen 329 en 337 overleden. Verder een reeks gebeurtenissen, vol verifieerbare details, zoals de namen van personen en plaatsen. Maar we kunnen preciezer zijn, want ook de opstand in Frygië is bekend. De naam Adaifali kennen we weliswaar niet, maar het kan alleen gaan om Taifali: een groep “barbaren” aan de Donau, die in 328 door Constantijn was verslagen. Een deel van de krijgsgevangenen was gevestigd in de Romeinse provincie Frygië en kwam rond 335 in opstand.

Dat maakt het “window” heel klein. Onder de aanname dat, afgezien van Nikolaas’ wonderlijke verschijning, de meeste feiten correct zijn, kunnen we als chronologie aannemen dat de officieren in 335 naar de Taifali gingen, in de winter terugkeerden, in de loop van 336 in het gevang belandden en eind 336 of begin 337 door Constantijn (om welke reden dan ook) werden vrijgelaten en afreisden naar Myra. De enige zesde december waarop Nikolaas kan zijn overleden, is dus 6 december 336. Eventueel valt 6 december 335 te overwegen, al proppen we dan wel veel gebeurtenissen in één jaar. Cioffari noemt 337, maar ik begrijp niet waarom. Het veronderstelt namelijk dat we het hardste deel van de traditie, de sterfdatum, laten vervallen; ik houd het dus maar op 6 december 336.

[Met dank aan Marcus Vankan, auteur van het interessante boek Heilige Nikolaas, bruggenbouwer tussen oost en west.]

#Ablabios #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #Frygië #GerardoCioffari #MarcusVankan #Myra #NikolaasVanMyra #Taifali #wonderverhaal

Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Wie zich bezighoudt met de wijze waarop mensen verhalen vertellen – het specialisme staat bekend als narratologie – kan dus constateren dat Scott spreekt tot de lezers, terwijl de Bijbelschrijvers spreken met de lezers. Maar er is natuurlijk meer te vertellen over de wijze waarop Bijbelteksten “werken”, en daarover gaat De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Hij heeft over de joodse Bijbel gedoceerd in Amsterdam, Utrecht, Leuven en Gent, en je kunt om te beginnen blij zijn dat hij zijn onderwijsstof deelt, in plaats van die achter academische betaalmuren te verbergen. En verder kun je blij zijn dat het zo’n onderhoudend boek is geworden.

Verhaaltechnieken

Het grootste deel van het boek bestaat uit uitleg van de verhaaltechnieken, die overigens en vanzelfsprekend niet specifiek zijn voor de Bijbel. Dat iets tweemaal mislukt om de derde keer wel te lukken, zoals wanneer de opvarenden van de Ark van Noach vogels uitzenden om te ontdekken of er ergens land is,noot Genesis 8.6-11. kennen we bijvoorbeeld ook uit de Griekse literatuur, zoals uit het verslag van Herodotos van de staatsgreep van de Atheense alleenheerser Peisistratos. Het heet ook wel “de wet van drie”. De flashback komt niet alleen voor als de opvarenden in het schip van Jona al blijken te weten dat hij op de loop is voor God,noot Jona 1.10. maar komt ook voor in de Odyssee of – ik noem eens wat – Once Upon a Time in the West.

Een ander voorbeeld van een truc die niet alleen de samenstellers van de Bijbel benutten, is vertraging: het opvoeren van de spanning door de ontknoping uit te stellen. De spanning is ook te vergroten door vooruit te wijzen naar iets dat nog zal gebeuren, zonder daarvan voldoende prijs te geven. In dat laatste geval hebben antieke auteurs natuurlijk altijd de beschikking over profetieën, voorspellingen en orakels.

Smelik noemt ook het gebruik van de directe rede, motiefwoorden, poëzie, dubbele bodems, plotwendingen, open eindes, dromen, fabels. Het viel me op dat de opsomming ontbrak, hoewel antieke auteurs genieten van catalogi, variërend van catalogus van minnaars van Ištar in het Epos van Gilgameš via de Scheepscatalogus in de Ilias tot Lucanus’ overzicht van Egyptische gifslangen. In de Bijbel zijn de Grote Volkenlijst en het overzicht van Davids helden maar twee voorbeelden.noot Genesis 10; 2 Samuël 23.8-39.

Over de type-scene, standaardmomenten waarbij het er niet om gaat wát er gebeurt, maar om hóe het gebeurt, wil ik nog eens bloggen. De bijbelse voorbeelden zijn de roepingen van de profeten, meisjes bij waterputten en geboorteverhalen. Maar u kunt ook denken aan De generaal van Peter de Smet, die trouwens (net als de Bijbelschrijvers) van alles abstraheert dat voor de plot niet relevant is.

Verrassingen

De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers is een geslaagd boek. Dat komt deels door de verrassende materie. Smelik typeert twee apocriefe delen van Daniël (Susanna in bad en het beeld van Bel) als vroege detective-verhalen, en hij heeft gelijk.

Ik was ook verrast door de typering van de profeet Jona. Zoals bekend krijgt die opdracht aan te kondigen dat God Nineveh zal omkeren, en gaat hij op de loop. Dat doet hij niet omdat hij er geen zin in heeft, of denkt dat het profeetschap boven zijn krachten gaat, maar omdat hij het risico niet wil nemen dat de bewoners zich bekeren en hun welverdiende straf ontlopen. Dat was iets wat ik nooit eerder had bedacht.

Sommige inzichten presenteert Smelik meer terloops, zoals de opmerking dat de bijbelse God, anders dan zijn oosterse collega’s, alleen in grammaticaal opzicht mannelijk is, maar verder seksloos. Geen verhalen over overspel à la Griekse Zeus dus, ook geen hemelse harem zoals de Fenicische El.

De Bijbel herschreven

Ik schreef zojuist dat Scott tot de lezers spreekt en de Bijbel met de lezers. Die kunnen er ook anders over denken en zo ontstaan nieuwe verhalen. Smelik beëindigt zijn boek met het genre van de Rewritten Bible. Het beste voorbeeld is hoe het Bijbelboek Kronieken de stof van onder andere Samuël en Koningen herhaalt. Daarbij gaat de kronist behoorlijk ver: de opdracht die God aan koning David geeft om een volkstelling te houden, is in de navertelling afkomstig van Satan.noot 2 Samuël 24; 1 Kronieken 21. De fascinerende henochitische literatuur valt eveneens in dit genre, met aanvullingen bij Genesis die tonen waar latere generaties behoefte aan hadden. Smelik noemt tevens teksten als het Gebed van Manasse en het Genesis Apocryphon.

Juist op dit punt had ik méér willen lezen. Ik ben namelijk gefascineerd door de vrijheid de auteur Pseudo-Filon nam bij het verhaal dat bekendstaat als de aqedah. In Genesis is duidelijk dat God Abraham op de proef wil stellen en daarom opdraagt zijn enige zoon te offeren.noot Genesis 22. Het verhaal is dan ook vooral bekend geworden onder de naam “offer van Abraham”. Maar het gaat tevens over “het binden” (aqedah) van Isaak, die volgens Pseudo-Filon accepteert dat hij wordt geofferd als verzoening voor de zonden van de mensen. Deze uitleg documenteert hoe het christelijke idee van plaatsvervangend lijden wortelt in het jodendom, en het is ook een voorbeeld van de herschrijving van een canoniek Bijbelverhaal.

Dat mijn persoonlijke vraag onbeantwoord bleef, heeft aan mijn leesplezier verder geen afbreuk gedaan. De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers toont duidelijk hoe de Bijbelteksten “werken” en biedt terzijdes over bijvoorbeeld de wijze waarop je zo’n tekst vertalen moet of waarom je de pointe mist als je een wonderverhaal letterlijk neemt. Ik heb in dit blogje aangegeven dat dezelfde gereedschapskist wordt benut door klassieke auteurs, want ik hoop op een soortgelijk boek over de Griekse en Latijnse schrijvers. Het boek over de verhalenvertellers van de Bijbel ligt in elk geval vanaf vandaag in de boekhandel.

#1Koningen #1Samuël #2Koningen #2Samuël #aqedah #Daniël7 #EposVanGilgameš #Genesis #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Jona #KlaasSmelik #Kronieken #narratologie #Odyssee #PeterDeSmet #PseudoFilon #RewrittenBible #typeScène #vertraging #verzoeningTheologie_ #WalterScott #wetVanDrie #wonderverhaal