Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Wie zich bezighoudt met de wijze waarop mensen verhalen vertellen – het specialisme staat bekend als narratologie – kan dus constateren dat Scott spreekt tot de lezers, terwijl de Bijbelschrijvers spreken met de lezers. Maar er is natuurlijk meer te vertellen over de wijze waarop Bijbelteksten “werken”, en daarover gaat De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Hij heeft over de joodse Bijbel gedoceerd in Amsterdam, Utrecht, Leuven en Gent, en je kunt om te beginnen blij zijn dat hij zijn onderwijsstof deelt, in plaats van die achter academische betaalmuren te verbergen. En verder kun je blij zijn dat het zo’n onderhoudend boek is geworden.

Verhaaltechnieken

Het grootste deel van het boek bestaat uit uitleg van de verhaaltechnieken, die overigens en vanzelfsprekend niet specifiek zijn voor de Bijbel. Dat iets tweemaal mislukt om de derde keer wel te lukken, zoals wanneer de opvarenden van de Ark van Noach vogels uitzenden om te ontdekken of er ergens land is,noot Genesis 8.6-11. kennen we bijvoorbeeld ook uit de Griekse literatuur, zoals uit het verslag van Herodotos van de staatsgreep van de Atheense alleenheerser Peisistratos. Het heet ook wel “de wet van drie”. De flashback komt niet alleen voor als de opvarenden in het schip van Jona al blijken te weten dat hij op de loop is voor God,noot Jona 1.10. maar komt ook voor in de Odyssee of – ik noem eens wat – Once Upon a Time in the West.

Een ander voorbeeld van een truc die niet alleen de samenstellers van de Bijbel benutten, is vertraging: het opvoeren van de spanning door de ontknoping uit te stellen. De spanning is ook te vergroten door vooruit te wijzen naar iets dat nog zal gebeuren, zonder daarvan voldoende prijs te geven. In dat laatste geval hebben antieke auteurs natuurlijk altijd de beschikking over profetieën, voorspellingen en orakels.

Smelik noemt ook het gebruik van de directe rede, motiefwoorden, poëzie, dubbele bodems, plotwendingen, open eindes, dromen, fabels. Het viel me op dat de opsomming ontbrak, hoewel antieke auteurs genieten van catalogi, variërend van catalogus van minnaars van Ištar in het Epos van Gilgameš via de Scheepscatalogus in de Ilias tot Lucanus’ overzicht van Egyptische gifslangen. In de Bijbel zijn de Grote Volkenlijst en het overzicht van Davids helden maar twee voorbeelden.noot Genesis 10; 2 Samuël 23.8-39.

Over de type-scene, standaardmomenten waarbij het er niet om gaat wát er gebeurt, maar om hóe het gebeurt, wil ik nog eens bloggen. De bijbelse voorbeelden zijn de roepingen van de profeten, meisjes bij waterputten en geboorteverhalen. Maar u kunt ook denken aan De generaal van Peter de Smet, die trouwens (net als de Bijbelschrijvers) van alles abstraheert dat voor de plot niet relevant is.

Verrassingen

De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers is een geslaagd boek. Dat komt deels door de verrassende materie. Smelik typeert twee apocriefe delen van Daniël (Susanna in bad en het beeld van Bel) als vroege detective-verhalen, en hij heeft gelijk.

Ik was ook verrast door de typering van de profeet Jona. Zoals bekend krijgt die opdracht aan te kondigen dat God Nineveh zal omkeren, en gaat hij op de loop. Dat doet hij niet omdat hij er geen zin in heeft, of denkt dat het profeetschap boven zijn krachten gaat, maar omdat hij het risico niet wil nemen dat de bewoners zich bekeren en hun welverdiende straf ontlopen. Dat was iets wat ik nooit eerder had bedacht.

Sommige inzichten presenteert Smelik meer terloops, zoals de opmerking dat de bijbelse God, anders dan zijn oosterse collega’s, alleen in grammaticaal opzicht mannelijk is, maar verder seksloos. Geen verhalen over overspel à la Griekse Zeus dus, ook geen hemelse harem zoals de Fenicische El.

De Bijbel herschreven

Ik schreef zojuist dat Scott tot de lezers spreekt en de Bijbel met de lezers. Die kunnen er ook anders over denken en zo ontstaan nieuwe verhalen. Smelik beëindigt zijn boek met het genre van de Rewritten Bible. Het beste voorbeeld is hoe het Bijbelboek Kronieken de stof van onder andere Samuël en Koningen herhaalt. Daarbij gaat de kronist behoorlijk ver: de opdracht die God aan koning David geeft om een volkstelling te houden, is in de navertelling afkomstig van Satan.noot 2 Samuël 24; 1 Kronieken 21. De fascinerende henochitische literatuur valt eveneens in dit genre, met aanvullingen bij Genesis die tonen waar latere generaties behoefte aan hadden. Smelik noemt tevens teksten als het Gebed van Manasse en het Genesis Apocryphon.

Juist op dit punt had ik méér willen lezen. Ik ben namelijk gefascineerd door de vrijheid de auteur Pseudo-Filon nam bij het verhaal dat bekendstaat als de aqedah. In Genesis is duidelijk dat God Abraham op de proef wil stellen en daarom opdraagt zijn enige zoon te offeren.noot Genesis 22. Het verhaal is dan ook vooral bekend geworden onder de naam “offer van Abraham”. Maar het gaat tevens over “het binden” (aqedah) van Isaak, die volgens Pseudo-Filon accepteert dat hij wordt geofferd als verzoening voor de zonden van de mensen. Deze uitleg documenteert hoe het christelijke idee van plaatsvervangend lijden wortelt in het jodendom, en het is ook een voorbeeld van de herschrijving van een canoniek Bijbelverhaal.

Dat mijn persoonlijke vraag onbeantwoord bleef, heeft aan mijn leesplezier verder geen afbreuk gedaan. De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers toont duidelijk hoe de Bijbelteksten “werken” en biedt terzijdes over bijvoorbeeld de wijze waarop je zo’n tekst vertalen moet of waarom je de pointe mist als je een wonderverhaal letterlijk neemt. Ik heb in dit blogje aangegeven dat dezelfde gereedschapskist wordt benut door klassieke auteurs, want ik hoop op een soortgelijk boek over de Griekse en Latijnse schrijvers. Het boek over de verhalenvertellers van de Bijbel ligt in elk geval vanaf vandaag in de boekhandel.

#1Koningen #1Samuël #2Koningen #2Samuël #aqedah #Daniël7 #EposVanGilgameš #Genesis #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Jona #KlaasSmelik #Kronieken #narratologie #Odyssee #PeterDeSmet #PseudoFilon #RewrittenBible #typeScène #vertraging #verzoeningTheologie_ #WalterScott #wetVanDrie #wonderverhaal

1 Henoch voor beginners

De avonturen van de achttiende-eeuwse Schotse ontdekkingsreiziger James Bruce behoren tot de grote verhalen van de mensheid. Hij wilde weten waar de Nijl vandaan kwam. Hij ging dus op reis naar Alexandrië in het Ottomaanse Rijk, bezocht Jeddah in Arabië, stak over naar Afrika, won het vertrouwen van keizer Tekle Haymanot II van Ethiopië, verbleef twee jaar aan zijn hof, reisde in 1770 door naar de bron van de Blauwe Nijl, volgde die stroomafwaarts tot Khartoum, werd gearresteerd door de sultan van Sennar, ontsnapte, werd nog eens overvallen, en bereikte Aswan in het veilige Ottomaanse Rijk. Waarop hij terugkeerde naar de woestijn om de boeken terug te halen die hij bij de overval was verloren.

Edities en vertalingen

Zo kregen de West-Europese geleerden drie exemplaren van het Ethiopische Boek Henoch ofwel 1 Henoch. Een intellectuele schat, waarmee de Europese geleerden vervolgens niets deden. Pas in 1800 keek de Franse oriëntalist Silvestre de Sacy ernaar om. Hij zou enkele delen uit het Ge’ez hebben vertaald en hebben gepubliceerd in dit deel van het Magasin Encyclopédique, maar ik heb het niet gevonden. (Wat niet wegneemt dat het een feest is in dat soort oude wetenschappelijke tijdschriften te bladeren. De brede kennisliefde spat van elke bladzijde.) Pas in 1851 was er een wetenschappelijke editie. Duits, uiteraard.

We moesten nog een eeuw wachten tot we begrepen dat dit geen joods-christelijk allegaartje was, samengevoegd door een middeleeuwse Ethiopische verzamelaar van oud materiaal. Pas toen de Dode-Zee-rollen werden ontdekt, werd duidelijk dat het ging om oeroud joods materiaal, oorspronkelijk geschreven in het Aramees en later vertaald in het Ge’ez. Moderne edities gaan uit van het Aramees en de beste vertaling is deze van W.E. Nickelsburg. De vertaling van Charlesworth in The Old Testament Pseudepigrapha is verouderd en deze online-vertaling is dat helemaal, maar is wel een van de weinige die online beschikbaar is.

Wachters

Ik kan me voorstellen dat u liever eerst een inleiding leest. En dan is een blogje als het mijne of een Wikipedia-pagina niet voldoende. U wil meer en ik kan u het eerder dit jaar verschenen boekje van Phillip J. Long, The Book of Enoch for Beginners buitengewoon aanraden. Het is duidelijk ontstaan in de lespraktijk, is kristalhelder van opzet en biedt perfecte inleiding tot de toch redelijk obscure materie.

Simpel gezegd: sommige groepen joden voelden zich in de derde eeuw v.Chr. nogal gemarginaliseerd, waren verontrust over de meerderheid van hun land- en geloofsgenoten, waarmee het van kwaad tot erger ging. Het kon niet anders of God zou ingrijpen en het enige denkmodel dat men had om de naderende wereldondergang te typeren, was de Zondvloed. De zondigheid van de mensheid waardoor dat cataclysme was afgeroepen, hing samen met de verhalen over de Wachters. In de oude Levantijnse mythologie waren dit de eerst-geschapen wezens, waarvan sommige in opstand waren gekomen en bij de menselijke vrouwen kinderen hadden verwekt; dat waren de reuzen. Deze opstandige Wachters, aangevoerd door de Azazel waarover ik het al eens had, waren bestraft. De niet-opstandige Wachters waren de engelen, de aartsengelen, de viervleugelige cherubijnen, de zesvleugelige serafijnen en de wielvormige ofioniden. Het is druk daarboven.

In het Boek der Wachters, het oudste deel van 1 Henoch, lezen we een verslag over de val van de engelen en de Zondvloed. Anders gezegd: we leren wat de Bijbel veronderstelt. En de auteur van het Boek der Wachters vertelt het om zijn tijdgenoten te waarschuwen: ze zullen worden bestraft of beloond.

The Sixth Sense

In tijden van crisis voegden latere auteurs onderdelen aan het Boek der Wachters toe. Zo is er een deel dat duidt op de Makkabeeënopstand en zijn andere delen gelezen geweest als commentaar op de Romeinse overheersing.

Een van die aanvullingen staat bekend als de Gelijkenissen van Henoch, dateert van na 40 v.Chr. en bevat visioenachtige profetieën waarin Henoch een wezen aanschouwt dat hij op verschillende manieren aanduidt, zoals de Uitverkorene, de Gezalfde of de Mensenzoon. De gelijkstelling van de messias (gezalfde) aan de Mensenzoon is vertrouwd uit christelijke kringen, maar de Gelijkenissen van Henoch hebben een verrassing in petto die doet denken aan The Sixth Sense. (De vergelijking is van Long.) Helemaal aan het einde blijkt Henoch zélf deze Uitverkorene te zijn. De mystieke eenwording van de gelovige en het bovennatuurlijke.

De andere drie delen – een kalendertraktaat, droomgezichten en een soort testament – variëren op de al bekende thema’s. Ik laat ze verder wat ze zijn.

De goede docent

De vergelijking tussen de Gelijkenissen van Henoch en The Sixth Sense toont hoe Long zich inleeft in zijn studenten en zijn stof zó presenteert dat het voor hen werkt. Persoonlijk vond ik het feit dat hij élke paragraaf begon met een voorbeeld uit de moderne media een tikje voorspelbaar, maar het werkt wel.

The Book of Enoch for Beginners is een goed boek. Na wat inleidende opmerkingen over de ontdekking van deze tekst en een schets van de vijf onderdelen, vertelt Long kort na wat er zoal te lezen is in tweeëntwintig tekstsecties. Die vat Long samen en becommentarieert hij. Vaak ietwat schools (“let op deze drie dingen”) maar dat is niet erg. Er zijn wat kaders met toelichting op speciale thema’s en aan het einde is er leesadvies: 2 Henoch (de Slavische tekst) en 3 Henoch, ook bekend als het Boek der Hemelse Paleizen. Die laatste tekst is zeker het interessantst, want hierin wordt de mystieke eenwording – Henoch die ontdekt zelf de Uitverkorene te zijn – het meest uitgebreid beschreven.

Vergeten tekst

Niet iedereen waardeerde deze tekst. De Uitverkorene, die een soort Kleine JHWH was, werd door christenen beschouwd als hun Christus, die immers ook een messias was en een Mensenzoon. Ze voegden aan de Eerste en Tweede persoon van de Drie-eenheid een Heilige Geest toe en konden vervolgens niets meer met de Henochitische literatuur. Voor de rabbijnen gold iets soortgelijks: ze konden niets met een tekst die naast God een Uitverkorene erkende. De Tweemachtenleer was geen zuiver monotheïsme. En dus vergat iedereen de Henochitische literatuur.

Het was in Ethiopië, buiten het bereik van de Mediterrane bisschoppen en rabbijnen, dat de tekst werd bewaard en vertaald. En nu weten we: dit was dus een van de teksten die de canon niet haalde – en wat biedt 1 Henoch toch een schat aan informatie over de joodse wereld waarin het christendom en het rabbijnse jodendom zijn ontstaan.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#2Henoch #3Henoch #BoekDerWachters #hemel #Henoch #HenochitischeLiteratuur #JamesBruce #KleineJahweh #Makkabeeën #Makkabeeënopstand #PhillipJLong #Pseudepigrapha #RewrittenBible #SilvestreDeSacy #TekleHaymanotII #tweemachtenleer #wereldondergang