Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=njpWalYduU4?start=75&feature=oembed&w=640&h=480]

Smelik kapte wat misverstanden weg. Nee, het kwaad kwam niet in de wereld door de slang, die ook een goed schepsel was. Listig, zeker, maar niet de duivel die er later van is gemaakt. Even verderop in Genesis: het verhaal van de Zondvloed gaat niet over de bestraffing van zonde maar om vergelding – een noodzakelijke voorwaarde voor gerechtigheid. Collectieve vergelding is echter geen oplossing, zo stelt God vast. Het oordeel moet individueel zijn.

De joodse literatuur biedt verschillende antwoorden. Kijk naar het levenseinde van de zondaar, lijkt het soms, maar Prediker constateert dat het niet uitmaakt. Of: wat je denkt dat kwaad is, blijkt bij nader inzien goed te zijn (Ruth). Of er is een tegenstrever voor God, de satan, en de mens heeft de vrijheid te kiezen. Die keuzevrijheid doet afbreuk aan Gods almacht, maar de almacht Gods komt dan ook niet voor in de Bijbel, die immers – met een woord van Klaas Veenhof – te lezen is als “het boek van Gods mislukkingen”.

Mesopotamië

De tweede spreker was Theo Krispijn, die de Sumerische tekst besprak die bekendstaat als “Een mens en zijn god”, geschreven rond 1800 v.Chr. en overgeleverd in kopieën uit Nippur en Ur. Het eerste deel van zijn betoog bestond uit een beschrijving van de Mesopotamische gebedspraktijk. Men bad destijds liever niet zelf tot de goden, maar liet dat over aan een deskundige priester. Ook een zus of moeder konden de boodschap overbrengen, desnoods schreef je een brief aan de god. Alleen in uiterste nood sprak je zelf de goden aan. En zelfs dan deed je het indirect. Er waren allerlei middelaarsfiguren met namen als “woordvoerder”, “genius/potentie”, “heraut” of je persoonlijke godheid, die je pleit bezorgde bij hogere goden. Het plaatje hierboven toont de hiërarchie.

Pleitbezorger – of advocaat. Als het je tegenzat – als het kwaad je trof – was het alsof er een rechtszaak tegen je liep. Zo conceptualiseerden de Mesopotamiërs het. Aan de andere zijde in het geding stonden allerlei demonen, met namen als “dondergeest”, “dolkdrager” en “verlamming”.

“Een mens en zijn god” is te lezen als een gebedsbrief. Een jonge man is getroffen door Verlamming – een soort depressie. Iemand lijkt hem bij de hogere machten te hebben belasterd en hij voelt zich geïsoleerd. Vrouwen moeten maar namens de verlamde jonge man gaan bidden om een openbaring van een onbekende fout. Een mens kan, ongeweten, iets verkeerd hebben gedaan: een soort erfzonde – wat wij het reptielenbrein zouden noemen. Na zo’n openbaring, als het herstel intreedt, zal de jonge man de goden prijzen, zoals het natuurlijk hoort.

Egypte

Petra Hogenboom was de laatste spreker over Maät, het Egyptische begrip om aan te geven dat de schepping in balans was – in orde, letterlijk. De tegenpool van deze godin is Isfet, die staat voor onrecht, chaos en geweld. De koning is de door de oppergod Ra aangewezene om Maat voort te brengen en Isfet te verdrijven. Concreet wil dit zeggen dat de vorst de vijanden van Egypte moet verslaan en de continuïteit van de eredienst moet garanderen.

Dit wil ondertussen niet zeggen dat het kwaad alleen maar het kwaad is. Het kan worden benut om het goede te beschermen, Hogenboom wees op Seth, die in verschillende mythen een heel negatieve rol heeft maar ondertussen wel een rol speelt bij de bescherming van Ra als deze zonnegod in de nacht onder de wereld door van de westelijke horizon terugkeert naar het oosten, bedreigd door de krachten van de chaos. Een ander voorbeeld van de toepassing van het kwade ten gunste van het goede is de foeilelijke god Bes, die met zijn lelijkheid alle andere lelijkheden verjaagt en dus de ideale beschermgod is.

Jihad

Was dit de kosmische strijd tussen goed en kwaad, ook op individueel niveau bestaat het kwaad. De strijd om Maat te bevorderen en Isfet te verdrijven vindt ook in het hart plaats – een mens moet zich onthouden van zaken als ontucht, omkoping, diefstal en geweld. De nastrevenswaardige eigenschappen zijn zelfbeheersing, gematigdheid, vriendelijkheid, vrijgevigheid, rechtvaardigheid en waarheidszin.

Een interessante opmerking kwam van de dame die naast me zat en het vergeleek met de Arabische jihad, “inspanning”, om jezelf en de wereld te verbeteren. Daarover heb ik in de trein naar huis nog even nagedacht.

***

Tot slot: beste wensen voor een mooie verjaardag voor mijn oud-docent Bert van der Spek, tevens voorzitter van Ex Oriente Lux. A gut yohr!

#Enki #exOrienteLux #goedEnKwaad #KlaasSmelik #Maät #Mesopotamië #PetraHogenboom #reptielenbrein #TheoKrispijn #vergelding

De samaritaanse vrouw

Een ontmoeting van een vrouw en een man bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.

Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot Pausanias, Gids voor Griekenland 10.4.1. dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.

Zo kwam Jezus bij de Samaritaanse stad Sychar … Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken.” Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: “Hoe kunt U, als jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een samaritaanse!” (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) noot Johannes 4.5-9; NBV21.

Hierna ontspringt zich een stichtelijk gesprek waar ik vandaag niet over bloggen wil. Mij gaat het om de scène zelf: een man ontmoet een vrouw bij een bron. Klaas Smelik geeft in De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers enkele parallellen uit de joodse Bijbel, zoals de ontmoeting tussen de aartsvader Jakob en de herderin Rachelnoot Genesis 29.2-9. en die tussen Mozes en Sippora.noot Exodus 2.15-16. In dit soort situaties – Smelik noemt dit een type-scène – komt het eigenlijk altijd tot een huwelijk. Jakob trouwde Rachel (en kreeg er haar zus bij cadeau) en Mozes huwde Sippora.

De lezer of toehoorder verwachtte dus iets: Jezus zou trouwen met een samaritaanse. Voor zover ik weet & voor zover gebaseerd op antieke bronnen gebeurde dat niet, maar wie nog eens een Evangelie van de Vrouw van Jezus wil vervalsen, vindt hier een beter aanknopingspunt dan die slaapverwekkend voorspelbare Maria Magdalena. Wie Jezus laat trouwen met de samaritaanse vrouw, baseert zich in elk geval op een literaire vorm die is verankerd in het toenmalige wereldbeeld. De huwelijkse staat van historische protagonisten, of dat nou Jezus is of een andere rabbijn, blijft vanzelfsprekend een volslagen irrelevante kwestie.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanDeVrouwVanJezus #EvangelieVanJohannes #FlaviusJosephus #KlaasSmelik #polis #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritaanseVrouw #samaritanen #stad #Sychar #typeScène

Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Wie zich bezighoudt met de wijze waarop mensen verhalen vertellen – het specialisme staat bekend als narratologie – kan dus constateren dat Scott spreekt tot de lezers, terwijl de Bijbelschrijvers spreken met de lezers. Maar er is natuurlijk meer te vertellen over de wijze waarop Bijbelteksten “werken”, en daarover gaat De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Hij heeft over de joodse Bijbel gedoceerd in Amsterdam, Utrecht, Leuven en Gent, en je kunt om te beginnen blij zijn dat hij zijn onderwijsstof deelt, in plaats van die achter academische betaalmuren te verbergen. En verder kun je blij zijn dat het zo’n onderhoudend boek is geworden.

Verhaaltechnieken

Het grootste deel van het boek bestaat uit uitleg van de verhaaltechnieken, die overigens en vanzelfsprekend niet specifiek zijn voor de Bijbel. Dat iets tweemaal mislukt om de derde keer wel te lukken, zoals wanneer de opvarenden van de Ark van Noach vogels uitzenden om te ontdekken of er ergens land is,noot Genesis 8.6-11. kennen we bijvoorbeeld ook uit de Griekse literatuur, zoals uit het verslag van Herodotos van de staatsgreep van de Atheense alleenheerser Peisistratos. Het heet ook wel “de wet van drie”. De flashback komt niet alleen voor als de opvarenden in het schip van Jona al blijken te weten dat hij op de loop is voor God,noot Jona 1.10. maar komt ook voor in de Odyssee of – ik noem eens wat – Once Upon a Time in the West.

Een ander voorbeeld van een truc die niet alleen de samenstellers van de Bijbel benutten, is vertraging: het opvoeren van de spanning door de ontknoping uit te stellen. De spanning is ook te vergroten door vooruit te wijzen naar iets dat nog zal gebeuren, zonder daarvan voldoende prijs te geven. In dat laatste geval hebben antieke auteurs natuurlijk altijd de beschikking over profetieën, voorspellingen en orakels.

Smelik noemt ook het gebruik van de directe rede, motiefwoorden, poëzie, dubbele bodems, plotwendingen, open eindes, dromen, fabels. Het viel me op dat de opsomming ontbrak, hoewel antieke auteurs genieten van catalogi, variërend van catalogus van minnaars van Ištar in het Epos van Gilgameš via de Scheepscatalogus in de Ilias tot Lucanus’ overzicht van Egyptische gifslangen. In de Bijbel zijn de Grote Volkenlijst en het overzicht van Davids helden maar twee voorbeelden.noot Genesis 10; 2 Samuël 23.8-39.

Over de type-scene, standaardmomenten waarbij het er niet om gaat wát er gebeurt, maar om hóe het gebeurt, wil ik nog eens bloggen. De bijbelse voorbeelden zijn de roepingen van de profeten, meisjes bij waterputten en geboorteverhalen. Maar u kunt ook denken aan De generaal van Peter de Smet, die trouwens (net als de Bijbelschrijvers) van alles abstraheert dat voor de plot niet relevant is.

Verrassingen

De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers is een geslaagd boek. Dat komt deels door de verrassende materie. Smelik typeert twee apocriefe delen van Daniël (Susanna in bad en het beeld van Bel) als vroege detective-verhalen, en hij heeft gelijk.

Ik was ook verrast door de typering van de profeet Jona. Zoals bekend krijgt die opdracht aan te kondigen dat God Nineveh zal omkeren, en gaat hij op de loop. Dat doet hij niet omdat hij er geen zin in heeft, of denkt dat het profeetschap boven zijn krachten gaat, maar omdat hij het risico niet wil nemen dat de bewoners zich bekeren en hun welverdiende straf ontlopen. Dat was iets wat ik nooit eerder had bedacht.

Sommige inzichten presenteert Smelik meer terloops, zoals de opmerking dat de bijbelse God, anders dan zijn oosterse collega’s, alleen in grammaticaal opzicht mannelijk is, maar verder seksloos. Geen verhalen over overspel à la Griekse Zeus dus, ook geen hemelse harem zoals de Fenicische El.

De Bijbel herschreven

Ik schreef zojuist dat Scott tot de lezers spreekt en de Bijbel met de lezers. Die kunnen er ook anders over denken en zo ontstaan nieuwe verhalen. Smelik beëindigt zijn boek met het genre van de Rewritten Bible. Het beste voorbeeld is hoe het Bijbelboek Kronieken de stof van onder andere Samuël en Koningen herhaalt. Daarbij gaat de kronist behoorlijk ver: de opdracht die God aan koning David geeft om een volkstelling te houden, is in de navertelling afkomstig van Satan.noot 2 Samuël 24; 1 Kronieken 21. De fascinerende henochitische literatuur valt eveneens in dit genre, met aanvullingen bij Genesis die tonen waar latere generaties behoefte aan hadden. Smelik noemt tevens teksten als het Gebed van Manasse en het Genesis Apocryphon.

Juist op dit punt had ik méér willen lezen. Ik ben namelijk gefascineerd door de vrijheid de auteur Pseudo-Filon nam bij het verhaal dat bekendstaat als de aqedah. In Genesis is duidelijk dat God Abraham op de proef wil stellen en daarom opdraagt zijn enige zoon te offeren.noot Genesis 22. Het verhaal is dan ook vooral bekend geworden onder de naam “offer van Abraham”. Maar het gaat tevens over “het binden” (aqedah) van Isaak, die volgens Pseudo-Filon accepteert dat hij wordt geofferd als verzoening voor de zonden van de mensen. Deze uitleg documenteert hoe het christelijke idee van plaatsvervangend lijden wortelt in het jodendom, en het is ook een voorbeeld van de herschrijving van een canoniek Bijbelverhaal.

Dat mijn persoonlijke vraag onbeantwoord bleef, heeft aan mijn leesplezier verder geen afbreuk gedaan. De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers toont duidelijk hoe de Bijbelteksten “werken” en biedt terzijdes over bijvoorbeeld de wijze waarop je zo’n tekst vertalen moet of waarom je de pointe mist als je een wonderverhaal letterlijk neemt. Ik heb in dit blogje aangegeven dat dezelfde gereedschapskist wordt benut door klassieke auteurs, want ik hoop op een soortgelijk boek over de Griekse en Latijnse schrijvers. Het boek over de verhalenvertellers van de Bijbel ligt in elk geval vanaf vandaag in de boekhandel.

#1Koningen #1Samuël #2Koningen #2Samuël #aqedah #Daniël7 #EposVanGilgameš #Genesis #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Jona #KlaasSmelik #Kronieken #narratologie #Odyssee #PeterDeSmet #PseudoFilon #RewrittenBible #typeScène #vertraging #verzoeningTheologie_ #WalterScott #wetVanDrie #wonderverhaal

Lezen in de Oudheid

Een jongen probeert te lezen; in zijn hand heeft hij een aanwijsstokje (Bank van Cyprus)

Bij de boeken die ik momenteel aan het lezen ben, behoort ook De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Een prima boek, maar u hoeft niet naar de boekhandel te rennen om het te gaan kopen, want het verschijnt rond 17 juni; de auteur was zo vriendelijk me een PDF te sturen. Smelik is overigens ook de auteur van een boek over de Protocollen van de Wijzen van Zion, waarover ik al eerder blogde.

Hardop lezen

In De gereedschapskist legt Smelik de verhaaltechnieken uit van de auteurs van de Hebreeuwse Bijbel, met parallellen uit latere literatuur en dus ook het Nieuwe Testament. Zorgvuldige lezer die hij is, attendeert hij op een detail uit de Handelingen van de apostelen waar ik altijd overheen heb gelezen.

Een engel van de Heer zei tegen Filippos: “Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.”

Filippos deed wat hem gezegd werd en ging naar die weg toe. Net op dat moment was daar een Ethiopiër, een eunuch, een hoge ambtenaar van de kandake, de koningin van Ethiopië, die belast was met het beheer van haar schatkist. Hij was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en zat nu op de terugweg in zijn reiswagen de profeet Jesaja te lezen. De Geest zei tegen Filippos: “Ga naar die man daar in de wagen.”

Filippos haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: “Begrijpt u ook wat u leest?”noot Handelingen 8.26-30; NBV21.

Over wat die Nubische ambtenaar in Jeruzalem kwam doen en niet doen mocht, heb ik het hier al eens gehad. Smelik attendeert op iets anders: Filippos hoort de hoveling lezen. Het toont de wijze waarop mensen destijds omgingen met teksten: ze droegen ze hardop voor, ongeveer zoals wij doen met toneel en poëzie om te proeven of het wel goed bekt. Omdat men destijds elke tekst hardop las, hield men ook van lange inscripties, om zo de wereld te laten weten dat men lezen kon.

Directe rede

Dat teksten bedoeld waren om hardop te worden gelezen, heeft allerlei gevolgen voor de wijze waarop ze werden geschreven. Eén ervan is dat rekening werd gehouden met de hoeveelheid tekst die mensen in één adem konden voordragen. Een ander is het veelvuldige gebruik van de directe rede. Er is nogal een verschil tussen

Jezus vroeg hen te kijken hoe de bloemen in het veld bloeiden.

en

Jezus zei: “Kijk, de bloemen in het veld, hoe ze bloeien.”

Het laatste zinnetje is letterlijk veel sprekender.

Stil lezen

Stil lezen, zoals wij doen, kwam in de Oudheid overigens wel voor. Maar het was heel zeldzaam. Een van de beroemdste scènes uit het leven van Augustinus is zijn ontmoeting met de bisschop van Milaan, Ambrosius, die met zijn ogen las en met zijn hart de betekenis probeerde te doorgronden, maar die zijn tong en stem liet rusten. Augustinus, die als hoogleraar in de welsprekendheid echt wel iets wist over de omgang met teksten, stond paf – en dat geeft wel aan hoe zeldzaam het was dat mensen in stilte zaten te lezen.

U kunt Smeliks De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers alvast hier bestellen. Ik kan het boek van harte aanbevelen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Ambrosius #Augustinus #FilipposDiaken_ #HandelingenVanDeApostelen #KlaasSmelik #lezen