De Romeinse keizers van Gallië (1)

Postumus, stichter van het Gallisch Keizerrijk (Bodemuseum, Berlijn)

Ik heb het, in het kader van mijn reeks over Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, al vaker gehad over de fase van de Romeinse geschiedenis die bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. De crisis als geheel, de Sassaniden en de afname van de economische mogelijkheden kwamen al aan de orde. De gevolgen waren immens. Rond 270 was het Romeinse Rijk in drieën uiteengevallen. Het centrale rijk (bestuurd door achtereenvolgens Gallienus, Claudius II Gothicus en Aurelianus) bestond uit Italië, de Afrikaanse provincies en een onrustige Balkan. In het oosten was het Rijk van Palmyra, in het westen het Gallisch Keizerrijk.

Je kunt die afsplitsingen zien als dieptepunt van een crisis, maar dat is te eenzijdig. Dat de Galliërs in alle opzichten het “echte” Romeinse Rijk imiteerden, bewijst vooral hoe grondig de romanisering was geweest, hoe groot het zelfvertrouwen van de provincies was en hoe vitaal de Romeinse wereld bleef.

Gallienus en Postumus

Het verhaal van het Gallisch Keizerrijk begint in de jaren 250, toen keizer Valerianus zijn zoon Gallienus naar Gallië stuurde om daar orde op zaken te stellen. Op dat moment waren allerlei Germaanse groepen actief in het Rijnland. Gallienus deed wat werd gevraagd.

In 260 viel Gallienus’ vader Valerianus echter in handen van de Sassanidische koning Shapur. Gallienus had nu andere prioriteiten en allerlei Germaanse groepen staken de Rijn over. Ik blogde al eens over muntschatten uit dat jaar. Binnen een paar maanden hadden ze Noord-Italië bereikt, waar Gallienus ermee afrekende. In Gallië was de commandant van de Romeinse legers een zekere Postumus, die in de omgeving van het heiligdom van Hercules Magusanus in Empel (bij Den Bosch) een groep Franken versloeg. Ik blogde al eens over zijn biografische schets in de Historia Augusta.

De overwinning moet beslissend zijn geweest, want we horen meer dan tien jaar niets over Germaanse invallen. Dit kan verband houden met een van Postumus’ maatregelen: hij stond verslagen krijgers toe zich als boeren in het rijk te vestigen, op voorwaarde dat ze tegen nieuwe indringers zouden vechten. Zo werden verlaten landbouwgronden opnieuw in gebruik genomen en waren er nieuwe belastingbetalers. Het resultaat zou echter niet duurzaam zijn.

Munt met de triomf van keizer Postumus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Het Gallisch Keizerrijk

Postumus was de eerste heerser van het Gallisch Keizerrijk, dat al snel heel Gallië, Britannia, Iberië en Beieren besloeg. Een aanval van Gallienus werd afgeslagen en de twee keizers spraken daarna af elkaar met rust te laten. Inderdaad intervenieerde Postumus niet toen de bewoners van de Povlakte hem uitnodigden. In 265 deed Gallienus een tweede poging, zonder resultaat.

Het Gallisch Keizerrijk was, zoals gezegd, een uitdrukking van het zelfvertrouwen van de noordelijke provincies. Als de centrale regering de Rijngrens niet kon verdedigen, zouden de Galliërs het zelf doen. En met succes. In 262-263 stak Postumus de rivier over om de Franken en Alamannen thuis aan te vallen, en daarna bleef alles stil.

Verdediging in de diepte

Postumus’ belangrijkste bijdrage aan de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk was een nieuwe militaire strategie, de diepteverdediging. Hij begreep dat één linie van forten langs de Rijn onvoldoende was. Als de Germanen die doorbraken, was het onmogelijk ze in het achterland tegen te houden. Daarom bouwde hij een tweede linie, die in België heel goed is gedocumenteerd: Aardenburg – Velzeke – Mechelen – TongerenMaastrichtKeulen. Daarachter stonden cavalerie-eenheden, die vrij snel konden oprukken naar een bedreigde sector. Het plaatste aanvallers voor een operationeel dilemma: als ze door de eerste linie waren, begaven ze zich tussen twee linies in; als ze de bres in de eerste linie wilden verbreden, arriveerden de troepen uit de tweede linie. Hierdoor konden de Franken nooit de belangrijke verbindingsweg tussen Boulogne, Bavay, Tongeren en Keulen en de belangrijke vruchtbare lössgronden bedreigen.

De tempel van Vesta op een munt van Postumus: hoe Romeins wil je het hebben? (Bodemuseum, Berlijn)

Gallienus nam soortgelijke maatregelen langs de Donau. Het was maar een van de zaken waarin de Galliërs het officiële rijk imiteerden. Ze hadden een eigen keizer, eigen legioenen, eigen gouverneurs, eigen consuls en andere magistraten en een eigen senaat. Alles was hetzelfde, tot en met de goden aan toe. Op de eigen munten stond overigens opvallend vaak de Romeinse halfgod Hercules, tevens de Magusanus van Empel, die blijkbaar de beschermheer van het rijk was.

Wordt vervolgd. Maar eerst nog even iets anders. Zoals u weet wordt elke vier maanden ergens op aarde een oudheidkundig instituut gesloten. De eerste dit jaar is Grieks en Latijn aan Queen’s University in Kingston, Canada. De petitie is hier.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#alamannen #aurelianus #claudiusIiGothicus #crisisVanDeDerdeEeuw #deBloisEnVanDerSpek #diepteverdediging #empel #franken #gallienus #gallischKeizerrijk #handboek #hercules #herculesMagusanus #petitie #postumus #romeinseLimes #strategie #thuringers #valerianus

Hercules van Magusa?

Hercules Magusanus (Museumpark Xanten)

In mijn vorige blogje besprak ik de mogelijkheid dat Hercules Magusanus een syncretisme was van een Romeinse halfgod en een Keltische of Germaanse godheid. Nu de andere mogelijkheid: Hercules Magusanus is de Hercules van Magusa, of iets dat daarop lijkt. Je kunt denken aan het Gallische woord magos, “veld”, dat in allerlei plaatsnamen is te herkennen, zoals Senomagus, “oud veld”, en Noviomagus, “nieuw veld”. Misschien brengt dit spoor ons verder, maar je zou dan willen weten wat het Keltische element is dat tot -anus verlatiniseerde.

Oude speculaties

De mogelijkheid dat Magusanus verwijst naar een plaats, is heel lang besproken geweest. Op de DNBL zijn vroegnegentiende-eeuwse publicaties te vinden vol vroegnegentiende-eeuws gespeculeer. Die hoeven niet per se onzin te zijn. Een van de eerste echte geleerden die zich ermee bezighield, Conrad Leemans, herhaalde in 1846 in Gedenkteekens van Hercules Magusanus de eerdere speculatie dat als het ging om de Hercules van deze of gene plaats, het zou kunnen gaan om Mecusa, ook bekend als Divodurum ofwel Metz. Ik denk dat dit moderne linguïsten niet overtuigt.

Wijding aan Hercules Magusanus uit Empel

Een tweede door Leemans geopperde mogelijkheid is het Magusa of Mahusa, dat hij kent uit een bezittingenlijst van de bisschop van Utrecht uit 866. Hij citeert die tekst als Fregimahusensa. Latere verwijzingen naar dezelfde bezittingenlijst noemen die plek Mahusenham en identificeren haar met een hofstede Muiswinkel, die aan de andere zijde van de Rijn ligt tegenover Wijk bij Duurstede. Daar stemden in elk geval Eduard Norden en Alexander Byvanck mee in, niet de geringste geleerden.

Het zou betekenen dat Germaanssprekenden op zeker moment een plaats genaamd Magusa tot hun heim maakten. Opnieuw weet ik niet of dit moderne linguïsten overtuigt, maar ik heb niet kunnen ontdekken waarom de hypothese dat Hercules Magusanus is vernoemd naar een plaats (Metz of Mahusenham of iets anders) inmiddels is ingeruild voor de hypothese dat de dubbele naam een syncretisme is.

Leemans, Norden, Byvanck: met Vollgraffnoot De man die Utrecht zijn Romeinse verleden gaf. erbij was dit de generatie die voor het eerst een wetenschappelijk te noemen synthese maakte van ons verre verleden. Even verdienstelijk is dat ze ook de zwakke punten van dat beeld al scherp in beeld hadden, zoals – in dit geval – de vreemde mis-match tussen de goden die we kennen uit inscripties (zoals Magusanus) en de Germaanse godenwereld die we kennen uit de literaire bronnen. Vollgraff wist in alle destijds bekende Romeinse inscripties met moeite één uit de literaire bronnen bekende Germaanse godheid aan te wijzen, Baldur, en Byvanck betwijfelde zelfs dat. Het fundamentele probleem bij Magusanusonderzoek is, heel voorspelbaar, dat de data schaars, ambigu en niet consistent zijn.

Wijding aan Hercules Magusanus uit Herwen (Collectie Gelderland)

Aangepaste interpretaties

En dus worden interpretaties voortdurend aangepast. Terwijl Leemans, Norden en Byvanck dachten dat Hercules Magusanus de Hercules was van deze of gene plek, is de interpretatie inmiddels verschoven naar de opvatting dat het een syncretisme was. Wat ik niet heb kunnen ontdekken, is de verklaring voor die ommekeer. Maar ik kan drie dingen verzinnen die mee kunnen hebben gespeeld.

Eén: misschien speelt de inscriptie uit Ruimel een rol, want de volgorde Magusanus Hercules laat zich beter met syncretisme rijmen dan met een plaatsnaam. Tegelijk: Norden, een van de grootste kenners van het Latijn, kende deze inscriptie en vond deze unieke volgorde blijkbaar niet belangrijk genoeg om te stoppen met zoeken naar een Hercules van een plek genaamd Magusa.

Twee: degenen die op zoek waren naar Magusa, waren zó gespitst op Mahusenham dat, toen in Muiswinkel niets werd aangetroffen, ze dachten dat deze hypothese was weerlegd en ze niet meer hoefden zoeken naar andere plaatsen. Uiteraard is dit een drogredenering, al was het maar omdat we de overgrote meerderheid van de antieke toponiemen überhaupt niet kennen. Als er een Magusa is geweest, is het het meest aannemelijk dat het niet is gedocumenteerd. Het kan niet vaak genoeg worden benadrukt dat oudheidkunde de wetenschap is van het gebrek aan data.

Drie: ik kan me ook voorstellen dat archeologen de oudere literatuur niet voldoende kennen en dat ze, toen iemand voor het eerst een etymologie voor een mogelijk Germaanse of Keltische godheid opperde, niet in de gaten hebben gehad dat de vraagstelling was verschoven. Dat gebeurt wel vaker.

Kortom: ooit meenden geleerden dat Hercules Magusanus de Hercules van Magusa was, inmiddels denken andere geleerden aan syncretisme, en ik kan niet ontdekken waarom. Ongetwijfeld is er ergens een belangrijke publicatie die ik, ondanks aller hulp, niet heb kunnen raadplegen. The truth is out there, voor ons verborgen, achter academische betaalmuren.

#AlexanderByvanck #Baldur #Bataven #ConradLeemans #EduardNorden #Empel #GallischeTaal #HerculesMagusanus #Herwen #historischeTaalkunde #WijkBijDuurstede #WilhelmVollgraff #Xanten

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Ik wist het antwoord niet en de twijfel was gaan knagen. In mei las ik op de website van het Rijksmuseum van Oudheden…

Hercules Magusanus was de belangrijkste god van de inheemse stam der Bataven. Door de Romeinen werd hij gelijkgesteld met Hercules.

… en mijn eerste vraag was hoe het museum zo zeker wist dat Hercules Magusanus een syncretisme was. De geciteerde uitleg was overigens die bij onderstaande inscriptie uit Ruimel, die ik online raadpleegde omdat ik net de mooie replica had gezien in het museum in Halder.

Magusanus Hercules op de inscriptie uit Ruimel (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Vervolgens attendeerde een bevriende archeologe me op precies hetzelfde probleem en daarna las ik dat van dat syncretisme ook nog eens in de komende synthese over de Romeinse Lage Landen van Robert Nouwen. Bepaald niet de geringste autoriteit.

Ik informeerde bij Nouwen en bij enkele andere deskundigen, die wat literatuur achter de betaalmuren vandaan haalden – dank! – en ik leerde van alles. Bijvoorbeeld dat Magusanus een belangrijke rol speelde bij de Bataafse identiteitsvorming. Ik ga nog eens op deze stof terugkomen, want ik heb inmiddels genoeg bijgeleerd voor wel tien blogjes. Maar een antwoord vond ik niet: Hercules Magusanus kan de Hercules van Magusa zijn en een syncretisme.

Keltische of Germaanse god?

De geleerden die denken aan syncretisme, hebben geprobeerd de tweede naam van een betekenis te voorzien, en die kan Keltisch zijn of Germaans. Ik kende de theorie van keltoloog Lauran Toorians, die attendeert op een inscriptie waarop de godheid Magusenus heet, dus met een /e/, wat hij herleidt tot een combinatie van de Keltische woorden *magus, “jong”, en *senos, “oud”. Je zou kunnen zeggen dat het zoiets betekent als “wijze oude man met de kracht van een jongeman”. Of misschien wel “de oude man wordt weer jong”, wat stomtoevallig ook de betekenis is van Gilgameš.noot Om kwakgeschiedenis proactief de pas af te snijden: de Bataven waren geen Sumeriërs.

De aanname is hierbij dat de Bataven, die een Germaanse taal spraken, een godheid met een Keltische naam zijn gaan vereren. Dat kan natuurlijk. Er zijn heden ten dage monotheïsten in Nederland die een god vereren met een Semitische naam. Toch zou je, als Magusanus een rol speelde bij de identiteitsvorming, misschien een stamgod hebben verwacht met een Germaanse naam, meegenomen uit het Overrijnse stamland.

Op Taaldacht wijst Olivier van Renswoude op Germaanse afleidingen, waarvan ik *Magusnaz, “de krachtige”, mooi vind klinken, al attendeert Van Renswoude op bezwaren. Zelf oppert hij het mooi tweestammige *Magu-sanaz, wat zoiets als “jeugdige krijger” kan betekenen. Wie dus aanneemt dat Hercules Magusanus een syncretisme is, kan op die hypothese een hypothetische voor-Romeinse naam stapelen.

[De andere mogelijkheid, Hercules van Magusa, behandel ik in het volgende blogje.]

#Bataven #Bonn #GermaanseTalen #HerculesMagusanus #KeltischeTalen #LauranToorians #OlivierVanRenswoude #RobertNouwen #Ruimel #syncretisme #tweestammigheid

Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Maar al vóór het zojuist genoemde onderzoek waren er gemotiveerde amateur-onderzoekers. Een daarvan was een katholieke geestelijke uit Sint-Michielsgestel, met de kloosternaam Celestinus, die belangstelling had voor archeologie en een collectie lokale vondsten bezat. Zo ontstond de documentatie van het Romeinse verleden van dit deel van Noord-Brabant. Paul Damen zaliger nagedachtenis, die het seminarie bezocht in Sint-Michielsgestel, vertelde me ooit eens dat tijdens zijn jeugd sporen van een Romeinse weg waren ontdekt, en ik vermoed dat hij dat van die pater Celestinus gehoord zal hebben.

De klei van de Dommel was bruikbaar voor pottenbakkers. Er zijn hier twee kleikuilen geïdentificeerd, een oven uit de tweede helft van de eerste eeuw na Chr., een half dozijn waterputten, enkele afvalkuilen en een Romeins brandgraf. De misbaksels die bij elke oven worden gevonden, bewijzen dat er minimaal één pottenbakker was die werkte op een draaischijf.

Hercules-inscriptie uit Ruimel (RMO, Leiden)

Het museum toont ook een enorm voorraadvat, wat archeologen een dolium noemen. Even stroomopwaarts is in Ruimel een inscriptie (EDCS-11100861) gevonden ter ere van Hercules Magusanus – u mag zelf bedenken of dat een syncretisme is van een Romeinse en een lokale god of een lokale verschijningsvorm van de Mediterrane mannetjesputter. Het origineel is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, maar Halder heeft een mooie replica.

Kortom, Romeins Halder was een rivierdorpje met wat pottenbakkersnijverheid. Dat die enige welvaart bracht, is gedocumenteerd met oranjerode terra sigillata. Het is vermoedelijk toeval dat het museum een stuk toont waarop Hercules is te zien (zie boven), die op het punt staat met zijn knots een tegenstander de kop in te slaan. Een museumstuk dat mijn aandacht trok, was een zegelring waarop twee kentauren of hippokampen staan afgebeeld.

Zegelring (Romeins Museum, Halder)

Het museum is niet groot, eigenlijk maar één zaal met een stuk of tien vitrines. Een goede video introduceert de bezoeker tot dit deel van het Romeinse verleden. Het museum is niet altijd open, maar je kunt via de website een afspraak maken. Men maakt reclame met de slagzin “een klein museum met een groot verhaal”, en dat maakt men meer dan waar.

#Dommel #Halder #HerculesMagusanus #hippokamp #Hoogeloon #kentauren #keramiek #NoordBrabant #PaulDamen