De Thuringers

Germaans graf uit Reuden (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Voor de oudheidkundige vormen de Germanen een probleem. Hij beschikt over de archeologische vondsten van onder meer de Jastorf-cultuur, die een IJzertijdcultuur documenteren die, in materieel opzicht, eenvoudiger was dan de aangrenzende La Tène-cultuur (“de Kelten”). Hij beschikt over Germaanse teksten, maar die zijn ontzettend laat. Ze documenteren vooral laatantieke visies op een verleden dat niet alleen legendarisch is maar ook destijds al gold als hypothetisch. En de oudheidkundige beschikt over Griekse en Romeinse bronnen, die altijd datgene weergeven wat de auteurs zelf wilden vertellen, en niet per se een compleet of zelfs maar representatief beeld bieden. Kortom, de Germanen zijn leuk.

Woonplaats

Eén van de problemen is de landkaart. Uit diverse auteurs kennen oudheidkundigen de namen van enkele stammen uit het land ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. De wereldkaart van de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië biedt de coördinaten van enkele plaatsen, en de geografische breedte is doorgaans redelijk accuraat, maar de lengte is dat niet. Belangrijker echter is dat de de verzameling namen verwijst naar diverse tijdstippen en bovendien vrijwel zeker incompleet is. Als een archeoloog dus beweert

deze vondsten zijn van de Thuringers,

bedoelt hij eigenlijk

deze vondsten zijn gedaan in een gebied waarvan we feitelijk niet weten wie er woonden maar waarop we vooralsnog het etiket “Thuringers” plakken omdat die naam nu eenmaal beschikbaar is en omdat in de buurt een Duitse regio ligt die sinds de Middeleeuwen “Thüringen” heet.

Het cruciale woord in de voorgaande volzin is “vooralsnog”: de uitspraak is ad hoc, zoals alle oudheidkundige kennis. Het is de beste hypothese om van de onvolledige en ambigue informatie chocola te maken. Aan vondsten die uit zichzelf niet zeggen aan wie ze toebehoorden, koppelen we een naam uit de verzameling waarover we beschikken. Het is weinig méér.

In elk geval hebben we het over een gebied in het zuiden van het huidige Sachsen-Anhalt; de huidige deelstaat Thüringen ligt meteen ten zuiden daarvan. Plaatsnamen verschoven wel vaker; de verplaatsing van de naam “Saksen” van de monding naar de bovenloop van de Elbe is een ander voorbeeld.

De eerste Thuringers

Maar als we dit alles in overweging nemen, wat weten we dan over de Thuringers? De naam is gedocumenteerd in de tweede eeuw na Chr., als de genoemde Ptolemaios melding maakt van Teuriochaima. Er was dus een heim, een thuisland, voor een groep die destijds Teuriërs heette. Er is wel geopperd dat die naam verwant is met het tweede element dat we kennen uit de veel oudere stamnaam Hermon-duri, maar hoewel deze Hermonduriërs en Thuringers allebei in de buurt van de Elbe leefden, is het verband klankwettig onmogelijk. Een verband met Terwingen is niet uitgesloten, maar die woonden honderden kilometers verderop.

Tweede-eeuwse torques uit het gebied van de Thuringers (Zeughaus, Berlijn)

In de derde en vierde eeuw clusterden in het Overrijnse allerlei oudere groepen tot nieuwe, grotere stammen, zoals de Franken, de Saksen en de Alamannen, en wie weet zijn de Thuringers ook zo’n groep, wellicht met de Teuriërs als kern. Dit is echter speculatief, en het is helemáál speculatief als ik een verband leg met de Romeinse gouden munten uit het midden van de derde eeuw die alleen in het gebied van de Thuringers zijn gevonden. Het is denkbaar dat de Romeinse keizer Gallienus de nieuw gevormde federatie goud beloofde als zij de oorlog verklaarden aan deze of gene Romeinse vijand; ik blogde er al eens over en ik weet dat er kritiek op deze speculatie is. Aannemend dat het desondanks klopt, is eveneens denkbaar dat dit goud het middel was waarmee een charismatische Teuringse leider een federatie schiep. Maar nogmaals: dit is pure speculatie.

We weten wel iets anders. De archeologische vondsten documenteren dat er mensen vanuit het noorden en westen trokken naar het gebied dat later dat van het koninkrijk der Thuringers zou zijn. Dat koninkrijk zou rond het midden van de vijfde eeuw zijn ontstaan. We mogen speculeren dat diverse adellijke families verzwagerd waren geraakt en een Traditionskern hadden aanvaard: gedeelde verhalen over een legendarisch verleden, overeenkomstige normen en gebruiken, wederzijdse erkenning, en een gedeeld respect voor een (Teuringse?) dynastie.

Zo of anders ontstond een koninkrijk, dat we in de Late Oudheid gedurende een jaar of tachtig kunnen volgen.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Het Colosseum (5): gladiatoren

augustus 8, 2024
Hercules Magusanus

juli 17, 2025
De wierookroute (3)

mei 4, 2018 Deel dit:

#alamannen #elbe #franken #gallienus #hermonduriers #jastorfCultuur #klankwet #ptolemaiosVanAlexandrie #saksen #thuringen #thuringers #traditionskern

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

We zouden meer willen weten over de wijze waarop die verhalen circuleerden. Micha leefde in de late achtste eeuw v.Chr., al is het betreffende vers wellicht een jongere toevoeging. Exodus lijkt nog jonger, al is hierover een eindeloze discussie. Het staat verder vast dat er weliswaar een schrijfcultuur was in Juda en Israël, maar dat die niet heel breed was. De meeste informatie werd destijds mondeling doorgegeven, en daarmee verschuift onze vraag: wat circuleerde mondeling? Nogmaals, de geloofwaardigheid is een andere kwestie.

De mondelinge traditie

Mondelinge literatuur kán een historische kern hebben, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat motieven makkelijk van de ene naar de andere held overspringen. Het verhaal van Mozes’ biezen mandje is bijvoorbeeld eveneens gedocumenteerd in Mesopotamië, waar het werd verteld over koning Sargon, en het is tevens bekend van de Griekse baby Perseus, van de Romeinse Romulus en Remus, van de Indische Karna en van het Nederlandse verhaal over het wiegje dat aanspoelde op de Kinderdijk. “Baby ontkomt in mandje aan dreiging” is dus een standaardmotief uit de mondelinge literatuur.noot Dit is een subvariant van het thema van de bedreigde jeugd van de held. Ik heb vergeefs geprobeerd het ATU-nummer te vinden. Dat Mozes’ zus het mandje waterdicht maakt met pek en teer suggereert overigens dat de auteur van Exodus het verhaal heeft opgepikt in Mesopotamië, waar pek en teer, anders dan in Egypte, wel voorkomen.

Mondelinge tradities lijken ook ten grondslag te liggen aan andere delen van Exodus. De route van de Uittocht lijkt twee reisverhalen te combineren, en er zijn bovendien verhalen die elkaar tegenspreken. Voor sceptici die tot elke prijs normale literaire kritiek vermijden om de Bijbel te kunnen typeren als sprookjesboek, zijn die tegenspraken prijsschieten, maar voor oudheidkundigen bewijzen ze vooral dat er eerdere tradities zijn geweest. Immers, wie een verhaal vol tegenspraken maakt, bewijst dat hij niet alles verzonnen heeft; er waren al verhalen, die hij niet overtuigend harmoniseert. Er zal dus weleens iemand genaamd Mozes hebben geleefd (de Traditionskern), maar diens leven ligt besloten in de mist der mondelinge overlevering.

Chronologie

De verhalen over Mozes en de Uittocht zijn op schrift gesteld en de auteur van 1 Koningen, een deel van het Deuteronomistische Geschiedwerk, biedt een intrigerende opmerking: volgens hem bouwde koning Salomo de tempel van Jeruzalem 480 jaar na de Uittocht uit Egypte. Deze tempel wordt rond 930 gedateerd, dus we plaatsen Mozes rond 1410 v.Chr. Dat zou zijn geweest ten tijde van koning Amenhotep II, of eventueel zijn voorganger Toetmoses III, want de chronologie is veel minder zeker dan vaak wordt aangenomen. In elk geval: de Uittocht vond, volgens de bijbelse chronologie, plaats ten tijde van de goed gedocumenteerde Achttiende Dynastie, en een deel van het probleem is dat geen enkele Egyptische bron het vertrek van Hebreeuwse slaven vermeldt.

Er zijn wetenschappelijke en minder wetenschappelijke pogingen gedaan om te sleutelen aan de tekst. De aanname is dan bijvoorbeeld dat het niet ging om het vertrek van honderdduizenden slaven, die een krach zonder weerga zou hebben veroorzaakt, maar om kleinere aantallen. Of men neemt aan dat de datering niet klopt. Zo is wel geopperd dat de naamloze farao van de Uittocht Ramses II was of zijn zoon Merenptah, twee eeuwen na de bijbelse datering. Deze herdatering creëert een nieuw probleem, want in die tijd viel Kanaän onder Egyptisch gezag, terwijl we in het verhaal over de Intocht niets lezen over Egyptische garnizoenen. Dus hebben geleerden de datering van de Intocht verschoven naar het moment waarop er geen garnizoenen meer waren. Maar naarmate er meer archeologisch bewijs kwam, bleek de Egyptische aanwezigheid langer te hebben geduurd. Nu kunnen we de Intocht nog verder verschuiven, maar dan zijn we dus feitelijk begonnen de gebeurtenissen te verplaatsen naar een moment waarop er geen informatie meer is om het tegen te spreken. Tja.

Los daarvan: het is wat raar om een en dezelfde bron, in dit geval Exodus, te gebruiken om én de historiciteit van zekere gebeurtenissen en personen te bewijzen, én te beweren dat die bron niet klopt. Historici doen dat wel vaker, zoals wanneer ze de Dode-Zee-rollen toeschrijven aan de essenen, maar het moge duidelijk zijn dat er risico’s aan zijn verbonden.

[Wordt vervolgd]

#1Koningen #AchttiendeDynastie #AmenhotepII #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #DouraEuropos #Exodus #Intocht #Karna #Kinderdijk #koningSalomo #Merenptah #Micha #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #RamsesII #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #ToetmosesIII #Traditionskern #Uittocht