Hannibal: van Saguntum tot Cannae

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het tweede van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Terwijl in Karthago diplomaten spraken over de uitlevering van Hannibal, was deze bezig met de voorbereiding van een grote oorlog. Iberische troepen werden overgeplaatst naar de Maghreb, Afrikaanse troepen werden het nieuwe garnizoen van Iberië. Hij benoemde zijn broer Hasdrubal tot bevelhebber in Iberië, en stak in de zomer van 218 v.Chr. de rivier de Ebro over. Het was oorlog, zoveel was duidelijk. Onmiddellijk stuurde Rome versterkingen naar Sicilië, waar de  oorlog naar verwachting zou ontbranden. De Romeinse vloot bleek oppermachtig, schakelde de Karthaagse vloot uit en verhinderde zo dat Hannibal overzee bevoorraad zou worden als hij in Italië was. Dit zou de komende jaren nauwelijks gebeuren.

Het was dus een waagstuk, dat Hannibal de Pyreneeën overstak om de oorlog naar Italië te brengen. Hij zou er op zichzelf zijn aangewezen. Of hij dit altijd van plan is geweest, zoals onze bronnen beweren, is moeilijk uit te maken. Ze vertellen het verhaal zoals Rome het graag zou hebben gezien. In elk geval: hij trok met een leger van 50.000 man infanterie, 9.000 man cavalerie en 37 olifanten door de Languedoc, stak de rivier de Rhône over (misschien bij Avignon), rukte op naar een plek die Het Eiland wordt genoemd en trok daarvandaan de Alpen over. Begin november 218 hadden 20.000 soldaten en 8.000 ruiters de vlakten langs de rivier de Po bereikt in de buurt van de stad Turijn.

De Povlakte werd bewoond door Galliërs die kort daarvoor door Rome waren onderworpen en die Hannibal maar al te graag verwelkomden. Hij zou ze helpen het Romeinse juk af te werpen. De Romeinen waren zich bewust van het gevaar en zonden onmiddellijk een leger om dit te voorkomen. In een cavaleriegevecht bij de rivier de Ticinus (ten oosten van Turijn) versloegen de Karthagers echter hun tegenstanders. Onmiddellijk meldden zich zo’n 14.000 Galliërs aan om onder Hannibal te dienen. Dankzij hun hulp behaalde Hannibal een tweede overwinning bij de rivier de Trebia (bij het huidige Piacenza).

In het vroege voorjaar van 217 verliet Hannibal zijn winterkwartier in Bologna, trok door de Apennijnen en verwoestte Etrurië. De Romeinen deden een tegenaanval met ongeveer 25.000 man, maar hun consul, Gaius Flaminius, werd verslagen en gedood in een hinderlaag tussen de heuvels en het Trasimeense Meer. Twee legioenen werden vernietigd.

Hannibal verwachtte dat de bondgenoten van Rome nu hun meesteres zouden verlaten en naar hem zouden overlopen. Dit gebeurde echter niet. De bestuurders van de Etruskische stadstaten moeten hebben geweten dat als Hannibal weg zou zijn, Rome er nog altijd wel was en dat Romes vermogen tot straffen groter was dan Hannibals bescherming. Dus was Hannibal gedwongen voor de tweede keer de Apennijnen over te steken, in de hoop een nieuwe basis te vestigen in Apulië, de “hak” van Italië. Intussen viel Rome Hannibals aanvoerlijnen aan door Catalonië te veroveren.

Hannibal moet hebben geweten dat hij de oorlog niet kon winnen. Hij kon totaal geen voorraden krijgen en Romes bondgenoten bleven Rome trouw. Desondanks probeerde de Karthaagse veldheer langs diplomatieke weg Romes bondgenoten tot afvalligheid te bewegen.

De Romeinen benoemden ondertussen Quintus Fabius Maximus tot dictator, een magistraat met buitengewone bevoegdheden. Deze achtervolgde de invaller, maar ontweek de strijd; de Romeinen vonden Fabius’ strategie onaanvaardbaar en zouden hem later “de treuzelaar” (Cunctator) noemen. Dit was niet helemaal eerlijk: Fabius had geen ervaren troepen en moest zijn leger nog trainen. En al die tijd bleven de Romeinse bondgenoten Rome trouw.

Cannae

In 216 besloot de Romeinse Senaat dat de tijd gekomen was om het probleem op te lossen met één grote, beslissende veldslag. Om geen enkel risico’s te nemen stelden de twee consuls een leger samen van niet minder dan 80.000 man, terwijl het leger van Hannibal ongeveer 50.000 man telde. De slag bij Cannae, die plaatsvond op 2 augustus, liep voor Rome uit op een catastrofe. In het centrum week Hannibals linie onder druk van de Romeinse troepen naar achteren, terwijl de Karthaagse cavalerie de Romeinen omcirkelde. Omdat de legionairs niet door het Karthaagse centrum konden breken, waren ze zelf aan alle kanten omcirkeld en volgde hun vernietiging.

Enkele Romeinse bondgenoten wisselden nu dan toch van partij. Sardinië kwam in opstand, al was Rome de situatie snel meester. Capua was een ernstiger probleem. Het werd Hannibals hoofdstad in Italië. De succesvolle Karthaagse bevelhebber was dertig jaar oud toen hij zijn nieuwe basis binnentrok, gezeten op zijn laatste overlevende olifant.

[Wordt vervolgd. Uiteraard is dit stukje reclame voor mijn komende boek, Hannibal in de Alpen, dat in januari verschijnt maar dat u hier alvast kunt bestellen.]

#Apennijnen #Avignon #dictator #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #Italië #Piacenza #Placentia #Povlakte #QuintusFabiusCunctator #Saguntum #slagBijCannae #strategie #TrasimeenseMeer #TweedePunischeOorlog

Gaius Octavius in Spanje

Een heel jonge Octavianus (Museo Archeologico Nazionale, Florence)

Het was juni van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde ofwel “ons” 45 v.Chr. Dus ja, u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij ontving zijn achterneef, Gaius Octavius, de latere keizer Augustus.

Gaius Octavius

Caesar had hem, toen nog een zestienjarige jongeman, al willen meenemen op zijn Afrikaanse campagne, maar Octavius’ moeder had dat verboden. Tijdens de viervoudige triomftocht had Octavius meegereden met de ruiters achter Caesars zegekar. Later was hij gastheer geweest bij een toneelvoorstelling. Hij was toen onwel geworden en had geen deel kunnen nemen aan de Spaanse Oorlog. Desondanks reisde hij, eenmaal genezen, zijn oudoom achterna. In de zomer van 45, kort voor zijn achttiende verjaardag, diende hij zich in de buurt van Gibraltar bij Caesar aan.

Caesar omhelsde hem als een zoon en verwelkomde hem, want degene die hij ziek thuis had gelaten zag hij nu veilig en wel. Hij liet hem ook niet meer gaan en onderhield hem in zijn eigen paviljoen. Caesar prees zijn ijver en intelligentie, maakte er een gewoonte van hem bij zijn gesprekken te betrekken om zo zijn verstand te beproeven. Toen Caesar merkte dat Octavius schrander en intelligent was, en dat zijn antwoorden scherp en altijd ter zake waren, nam zijn achting en genegenheid nog verder toe.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.23.

De auteur van deze woorden, Nikolaos van Damascus, is altijd erg positief over keizer Augustus, en we mogen ons afvragen of het werkelijk zo is gegaan. Een andere achterneef, Quintus Pedius, was eveneens aanwezig, had al eerder gevochten in Gallië en zou later de allerhoogste militaire eerbewijzen krijgen. Hij blijft onvermeld. Het verhaal is minimaal te eenzijdig en kan zeker in Augustus’ propaganda zijn aangedikt. Als het niet ronduit verzonnen is.

Voortekens

Neem een anekdote die Cassius Dio lijkt te hebben ontleend aan Titus Livius: Caesar meende na de slag bij Munda dat hij nog nieuwe oorlogen zou winnen.

In die hoop werd hij vooral bevestigd door het feit dat uit een palm die op de plaats van de slag stond, onmiddellijk na de overwinning een scheut was gegroeid.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.41.

Suetonius kent dat voorteken ook, maar betrekt het niet op toekomstige prestaties van Caesar. Dit keer voorspelt de scheut dat Caesar een opvolger zal vinden.

Toen Caesar bij Munda een bos liet omhakken op de plaats die hij voor een kamp had bestemd, gaf hij bevel om een daar aangetroffen palmboom te laten staan als voorteken van de overwinning. Terstond schoot daaruit een nieuwe loot op, die in enkele dagen zover uitgroeide dat hij de stam waaruit hij voortgekomen was niet alleen in lengte evenaarde, maar die zelfs overschaduwde, terwijl een menigte duiven daarin ging nestelen, hoewel deze vogelsoort hard en stekelig gebladerte in de regel vermijdt. Men vertelt dat het dit wonderteken is geweest dat Caesar ertoe bewoog de kleinzoon van zijn zuster en geen ander tot zijn opvolger te bestemmen.noot Suetonius, Augustus 94; vert. Daan den Hengst.

Uiteraard is Suetonius’ verhaal onzin, want het was pas weken na de campagne bij Munda eer Octavius zich in Spanje aandiende. Dat Suetonius’ versie slechts een latere bewerking is, wil echter niet zeggen dat Dio’s versie betrouwbaar is. Die noemt Caesar en Octavius doodleuk “strijdgenoten”. Dat is evenmin waar.

Saguntum

We weten wel dat Caesar en zijn achterneef in de loop van de zomer hun reis vervolgden naar Cartagena en Saguntum.

De Saguntijnen kwamen Octavius om hulp vragen, want tegen hen liepen enkele aanklachten. Hij trad op als hun vertegenwoordier en wist bij Caesar het intrekken van de klachten te bewerkstelligen. Toen Caesar de verheugde Saguntijnen naar huis stuurde, prees hij Octavius en noemde hem hun redder. Daarna benaderden veel andere mensen Octavius met verzoeken om bijstand, en hij bleek voor hen van grote waarde te zijn.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.26.

Met andere woorden: Octavius was begonnen een eigen patronage-netwerk op te bouwen. Het zou hem later van pas komen. Voor zover ik kan zien, zouden de Iberische gewesten tijdens de latere burgeroorlogen nooit een ander dan hem steunen.

Laster (of niet)

Ondertussen is er ook een andere traditie over de wijze waarop Octavius omhoog viel. Het is namelijk wel wonderlijk dat Caesar enkele maanden later Octavius zou aanwijzen als voornaamste erfgenaam. Natuurlijk, Sextus Julius Caesar was inmiddels dood en Caesar moest denken aan een opvolger als familiehoofd. Maar het is vreemd dat hij daarbij Quintus Pedius, die veel meer ervaring had, zo opvallend passeerde. Er circuleerden allerlei roddelpraatjes.

In zijn vroegste jeugd werden hem allerlei schanddaden aangewreven. Sextus Pompeius maakte hem uit voor verwijfd, Marcus Antonius beweerde dat hij zijn adoptie verdiend had door zich door zijn oudoom te laten misbruiken.noot Suetonius, Augustus 68; vert. Daan den Hengst.

Dit mag dan roddel zijn, het is niet per se onwaar, net zo min als de officiële versie vol palmscheuten, strijdgenoten en scherpzinnige tafelgesprekken per se waar is. Feit is dat we het eigenlijk niet goed weten. Zoals zo vaak. Het is immers oudheidkunde.

Agrippa

Tot slot een hypothese. Caesar had oog voor talent. Hij begreep wat zijn mensen konden en herkende wat ze niet konden. Het is opvallend dat Caesar aan Octavius iemand toevoegde, Marcus Vipsanius Agrippa. Ze zouden hun leven lang bevriend blijven. Ik heb me weleens afgevraagd of Caesar niet heeft herkend dat Octavius geen talent had voor het krijgsbedrijf en hem daarom voorstelde aan iemand met meer militair inzicht.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Augustus #CassiusDio #GaiusOctavius #Gibraltar #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusVipsaniusAgrippa #NikolaosVanDamascus #Octavianus #palmboom #QuintusPedius #Saguntum #SextusJuliusCaesar #SextusPompeius #Spanje #Suetonius

Caesar vertrekt naar Andalusië

Caesar kwam aan in Saguntum

Vóór ik aan aan het eigenlijk blogje van vandaag begin: ik organiseer in het komende voorjaar twee busreizen, de ene naar de Provence en de andere naar Beieren. Allebei zijn superinteressant. Ik ga er nog een keer echt reclame voor maken, maar u, als volger van deze blog, heeft een streepje voor hè, dus u weet er alvast van.

En daarmee kom ik bij mijn eigenlijke blog, die ik alleen kan beginnen met de constatering dat het alweer voor de derde keer november was in het extra lange jaar waarin Julius Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden. Aangezien Caesars kalenderhervorming inmiddels een feit was, hoef ik de data niet meer voor u om te rekenen naar onze eigen kalender: 5 november is gewoon 5 november. Jawel, u bent weer beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij nam afscheid van koningin Kleopatra, die Rome verliet om terug te keren naar Egypte, en vertrok zelf naar Andalusië. De situatie daar was in de voorafgaande twee jaren stap voor stap verergerd en vergde nu Caesars persoonlijke aanwezigheid. Het was een van de rijkste gebieden in de Romeinse wereld; Hannibal had al eens getoond hoe gevaarlijk een vijand kon zijn die Andalusië kon gebruiken als basis. De oorlog zou culmineren in een van de bloedigste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis.

De situatie in Andalusië

Toen de Tweede Burgeroorlog was uitgebroken, was het gebied loyaal geweest aan de Senaat en aan generaal Pompeius. Na Caesars overwinning bij Ilerda was hij opgerukt naar Andalusië, waar hij de capitulatie had aanvaard van Marcus Terentius Varro. Daarna was Caesar naar Italië teruggekeerd. Terwijl hij oorlog voerde in Dyrrhachion en Farsalos, had de door hem aangestelde gouverneur Quintus Cassius Longinus nogal wat problemen gecreëerd. Ik blogde er al over. Een nieuwe gouverneur, de Gaius Trebonius die eerder een rol had gespeeld bij de belegering van Marseille, had geen orde kunnen scheppen en was uit Córdoba verdreven door een zekere Titus Quinctius Scapula.

Dat was de situatie geweest toen begin 46 Gnaeus Pompeius Junior in Spanje was aangekomen. Hij had in het huidige Marokko de lokale heersers Bochus en Bogud geprovoceerd en was verslagen. Daarna was hij weggezeild naar de Balearen, waarvandaan hij was overgestoken naar het Spaanse vasteland. Daar was hij begonnen met het uitbreiden van zijn netwerk. Soms gebruikte hij geweld, zoals op Ibiza en tegen Cartagena. De ontevredenheid over Caesars belastinggaarders was echter voldoende groot om de provincie zelfs zonder aansporing partij te laten kiezen voor Pompeius.

Na de slag bij Thapsus zochten de verslagen republikeinse leiders dus een veilig heenkomen in Andalusië. Niet iedereen kwam aan: Publius Sittius had Lucius Afranius in Numidië in een hinderlaag laten lopen en had Metellus Scipio verrast in de haven van Hippo Regius. Maar Titus Labienus, Sextus Pompeius en Publius Attius Varus kwamen wel aan in Spanje. Hun leger zwol aan tot twee legioenen in de hoofdstad Córdoba en elf elders in Andalusië. Gnaeus Pompeius Jr blaakte van zelfvertrouwen en noemde zich, blijkens de inscriptie die bekendstaat als EDCS-20301621, al imperator, de titel die een generaal aannam na een buitenlandse overwinning. Welke Iberische groep hij heeft verslagen is onbekend.

Caesar had al troepen gestuurd onder leiding van zijn neef Quintus Pedius en Quintus Fabius Maximus. Die hadden echter weinig bereikt en het was op hun verzoek dat Caesar nu afreisde. Hij had vermoedelijk meer willen regelen in Rome. Allerlei functies waren nog vacant en de dictator-voor-tien-jaren was gedwongen het bestuur van de stad over te laten aan zijn adjudant Marcus Aemilius Lepidus, die zich liet bijstaan door zes of acht militaire prefecten. Een improvisatie. De zoveelste.

Saguntum

Op 21 november, de zeventiende dag na zijn vertrek, landde Caesar bij Saguntum. Dat betekent dat hij het rustig aan heeft gedaan, want volgens Orbis zou het negen dagen hebben gekost. Dat Caesar geen haast had, blijkt ook uit een opmerking van Suetonius, die vertelt dat Caesar onderweg een gedicht had geschreven, getiteld De reis. De vertraging kan heel goed te maken hebben met winterstormen.

Cassius Dio beschrijft de reactie van Pompeius Junior. Carteia is vlakbij Gibraltar en Baetica is de antieke naam van Andalusië.

Hij werd bang. Omdat hij dacht dat hij niet sterk genoeg was om de heerschappij over heel Spanje te krijgen, trok hij zich onmiddellijk terug in Baetica, zonder zijn tegenstanders op de proef te hebben gesteld. Bovendien bleek de zee hem meteen vijandig gezind: Caesars commandant Gaius Didius versloeg Publius Attius Varus in een zeeslag bij Carteia. Als hij niet naar het land was gevlucht en daar een rij ankers had laten afzinken, waarop zijn achtervolgers waren vastgelopen als op een rif, zou Varus zijn hele vloot hebben verloren.

Afgezien van de stad Ulia steunde heel zuidelijk Spanje Pompeius, en het was deze stad, die weigerde zich aan hem te onderwerpen, die hij ging belegeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.32.

En daarmee lag Caesars eerste aanvalsdoel al vast: Ulia, het huidige Montemayor, vijfendertig kilometer ten zuiden van Córdoba. De anonieme auteur van De Spaanse Oorlog begint zijn verslag met de mars naar Obulco, dat de basis zou zijn voor de operaties om Ulia te ontzetten. Die mislukten meteen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Baetica #Córdoba #GaiusDidius #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusAfranius #MarcusAemiliusLepidus #MarcusTerentiusVarro #PubliusAttiusVarus #PubliusSittius #QuintusCaeciliusMetellusPiusScipio #QuintusCassiusLonginus #QuintusFabiusMaximus #QuintusPedius #Saguntum #SextusPompeius #SpaanseOorlog #Spanje #TitusLabienus #TitusQuinctiusScapula #TweedeBurgeroorlog #Ulia

Romeins Frankrijk (10 - 18 mei 2025) - Livius.nl

Reis naar de Provence waar we onder deskundige begeleiding de monumenten en musea van Romeins Frankrijk bezoeken.

Livius.nl

De Tweede Punische Oorlog (1): Saguntum

Saguntum, waar Hannibal de Tweede Punische Oorlog ontketende

[Vier jaar geleden blogde ik rond kerstmis vrij uitgebreid over het Ardennenoffensief, een historische gebeurtenis die in de nieuwscyclus altijd wordt overschaduwd door de gebruikelijke eindejaarsoverzichten en -lijstjes. Mocht u die stukjes destijds niet hebben gelezen, dan beveel ik ze u van harte aan. Het jaar erna blogde ik over de Trojaanse Oorlog en vorig jaar waren de christenvervolgingen het thema van het inmiddels traditionele vervolgverhaal met kerstmis. Dit jaar kreeg ik tot viermaal toe een verzoek om de Tweede Punische Oorlog. Het is wat ver verwijderd van “Vrede op aarde in de mensen een welbehagen”, maar wie een longread zoekt voor de kerst, heeft hier een veertiendelige reeks.]

Het blijft een van de meest tot de verbeelding sprekende verhalen uit de Oudheid: de Karthaagse veldheer Hannibal Barka die met zijn olifanten over de Alpen trekt. Met deze operatie viel hij de Romeinen aan waar ze het nooit hadden verwacht: in het noorden, in plaats van op Sicilië. Titus Livius, een belangrijke bron, presenteert de Tweede Punische oorlog als strijd op leven en dood, wat enigszins overdreven is omdat Hannibal er niet op uit was Rome te verwoesten. Het ging hem erom het Romeinse stelsel van bondgenoten te ontmantelen en de vijand te reduceren tot de status van stadstaat.

Livius wijdt tien boekrollen aan “de meest gedenkwaardige oorlog aller tijden”, en hoewel hij aandacht besteedt aan het diplomatieke geschil dat de aanleiding ertoe vormde, zoekt hij de oorzaak in het karakter van één man: Hannibal, de zoon van een Hamilkar Barka die op Sicilië een guerrilla tegen de Romeinen had gevoerd. (Ik blogde er al over.) Hamilkar had het verlies van het eiland gecompenseerd door de verovering van Andalusië, wat hem populair maakte bij de Karthaagse bevolking en zijn stad een efficiënte Spaanse landmacht gaf die was getraind volgens de laatste inzichten uit de Griekse wereld. Deze Hamilkar zou zijn zoon hebben laten zweren dat hij voor eeuwig de vijand van Rome zou zijn.

Een gevaarlijke vijand, weet Livius, die een hele reeks militaire kwaliteiten aan Hannibal toeschrijft en daar wreedheid, onbetrouwbaarheid, leugenachtigheid, goddeloosheid, trouweloosheid en principeloosheid aan toevoegt. Dit kwaadaardige sujet werd in 221 commandant van Karthago’s Spaanse leger en was vanaf dat moment uit op oorlog met Rome.

Althans, zo presenteert Livius het, alsof één man in staat is een complete staat in een oorlog mee te slepen. Het ligt natuurlijk complexer. De Karthagers waren gefrustreerd door de nederlaag in de Eerste Punische oorlog en er waren “haviken” die aanstuurden op revanche. Hannibal was niet alleen. Omgekeerd waren er ook in Rome senatoren die meenden dat een tweede oorlog noodzakelijk was. Onder andere omstandigheden zou een wraakbelust man als Hannibal minder ruimte hebben gekregen, maar hij had gedurende enkele jaren voldoende politieke rugdekking om de oorlog te ontketenen die zijn vader lijkt te hebben gewild.

Het uitbreken van de Tweede Punische oorlog was ondertussen geen buitengewoon bijzondere zaak. De Karthagers breidden hun macht uit in Spanje; de bewoners van een bedreigde stad, Saguntum, vroegen om hulp in Rome; maar omdat deze stad lag in een ook door Rome erkende Karthaagse invloedssfeer was er een diplomatiek probleem. Met wat goede wil zou het op te lossen zijn geweest, maar niemand wilde vrede. Toen Hannibal de stad eenmaal had bezet en had vernomen dat én Karthago én Rome dit opvatten als het begin van een oorlog, begon hij aan de voorbereidingen van de opmars naar Italië.

De omvang van het expeditieleger suggereert dat het plan klaar lag. Als de voornaamste bronnen voor deze veldtocht, Livius en de doorgaans accurate Polybios, betrouwbaar zijn, verliet de Karthager Spanje met 102.000 man. Ten noorden van de Ebro liet hij 11.000 man achter en daarna zou hij, na enkele gevechten, met 59.000 soldaten de Pyreneeën zijn overgestoken. Als dit juist is, zou de Karthaagse generaal in Catalonië al een derde van zijn leger hebben verloren. Van de overblijvers zou hij, hoewel geen gevechten worden vermeld, opnieuw een kwart zijn verloren voor hij de Rhône had bereikt, want daar zette hij 46.000 man over. In een later door Hannibal achtergelaten inscriptie vermeldde hij dat hij ooit met 20.000 man voetvolk en 6.000 ruiters was aangekomen op de Povlakte. Dit ongetwijfeld correcte cijfer leidt tot de conclusie dat de overtocht van de Alpen bijna de helft van Hannibals mannen het leven kostte.

Dit spectaculaire verlies kán eenvoudig niet waar zijn. Geen generaal springt zo roekeloos om met mensenlevens, al was het maar omdat hij alleen succes kan hebben met levende soldaten. Het is aannemelijker dat de Karthager met zo’n 40.000 man de Ebro overstak, ongeveer evenveel als Alexander meenam toen hij de Perzen aanviel (bron) en als Caesar zou inzetten tegen de Galliërs. Vervolgens liet Hannibal een kwart van zijn manschappen achter om te verhinderen dat Catalonië een Romeinse basis zou worden – te weinig, zoals zal blijken – en daarna zal hij nog zo’n 4000 man hebben verloren.

Het expeditieleger bestond uit verschillende nationaliteiten. Van de 26.000 man die de Povlakte zullen hebben bereikt, vormden de taaie Libiërs de meerderheid, maar er waren ook Iberiërs, Griekse officieren, slingeraars van de Balearen, Numidiërs en Galliërs. Later zouden daar nog meer Galliërs bijkomen, alsmede Samnieten en andere Italiërs. Een van de manieren om de eenheid te bewaren was religie. Hannibals munten tonen de mannetjesputter die bij de Karthagers Melqart heette, bij de Grieken Herakles en bij de Galliërs Ogmios. Iedereen kon zich ermee identificeren, want niet alleen was de halfgod de belichaming van alles wat mannelijk was, hij was ook beroemd omdat hij lange reizen had gemaakt, omdat hij oorlog had gevoerd en, niet in de laatste plaats, omdat hij ooit vanuit Spanje via de Alpen naar Italië was gekomen.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


De eerste wereldtaal

september 26, 2017
Skaras of Arar? (2)

januari 29, 2021
Efese

april 17, 2025 Deel dit:

#hamilkarBarka #hannibal #saguntum #spanje