Islamitisch recht (5) rechtsscholen

Een qadi spreekt met een dame en heer (dertiende eeuw)

[Dit is het vijfde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het voorgaande hebben we gezien dat van islamitische rechtsgeleerden (ulama) werd verwacht dat hij, als hem een vraagstuk werd voorgelegd, zijn oordeel baseerde op een hiërarchie van autoriteiten. Eerst was er de heilige Koran, daarna de door mensen overgeleverde hadith (anekdotes over het leven van Mohammed en zijn metgezellen) en de ijma’ (de consensus der geleerden). Alleen als hij er zo nog niet uit was, kon hij een persoonlijk oordeel geven, mits dit gebeurde aan de hand van een goed beredeneerde analogieredenering (qiyas).

Vier scholen

Deze door Al-Shafi’i ontworpen hiërarchie was een kleine eeuw later op hoofdlijnen door alle rechtsgeleerden aanvaard. Omdat er echter verschillende hadithcollecties waren, bleef er nog genoeg te discussiëren over, zodat er verschillende rechtsscholen ontstonden. De grondleggers daarvan worden nog altijd in ere gehouden; zo kun je in Beiroet het graf bezoeken van Abd ar-Rahman al-Awza‘i (707-774). Uiteindelijk zouden vier rechtsscholen blijven bestaan.

Daarbij behoorden de oude rechtsscholen, die van Abu Hanifa in Kufa en van Malik ibn Anas in Medina. Zij namen Al-Shafi’i’s systeem niet zomaar over. Abu Hanifa liet de geleerden vanouds grote vrijheid om een eigen oordeel te formuleren, terwijl Malik ibn Abas een kleiner hadithcorpus hanteerde dan gebruikelijk, en daarnaast de gebruiken van de bewoners van Medina beschouwde als rechtsbron. De leerlingen van Al-Shafi’i zelf, de derde school, erkenden het algemeen belang als rechtsprincipe. Weer een andere school, die van Ahmad ibn Hanbal uit Mekka (780-855), hechtte meer waarde aan de consensus van Mohammeds metgezellen dan aan de ijma’ der geleerden.(Over Ibn Hanbal wordt verteld dat hij zijn leven lang geen dadels heeft genuttigd omdat hij geen betrouwbare hadith kende waaruit bleek dat Mohammed dadels had gegeten.)

Tot de scholen die in de Middeleeuwen bloeiden maar zijn verdwenen, behoren de school van de zojuist genoemde Al-Awza‘i en ook de zahirieten, die populair was in het Emiraat van Córdoba. De aanhangers van deze laatste school oordeelden dat de Koran zo letterlijk mogelijk moest worden genomen, wat neerkwam op een afwijzing van analogie en persoonlijk oordeel.

Overeenkomsten en verschillen

Met het verstrijken van de tijd zouden deze scholen elkaar erkennen en beïnvloeden, maar verschillen van inzicht bleven bestaan. Terwijl bijvoorbeeld de volgelingen van Malik ibn Anas waarde hechtten aan de intentie waarmee een verbintenis was aangegaan, concentreerden de aanhangers van Abu Hanifa zich meer op de formele kant van de overeenkomst. De scholen hebben momenteel een zekere regionale verspreiding:

De meeste gelovigen hadden – en hebben – met de variatie niet zo’n moeite. Bij het Laatste Oordeel zou God wel bekendmaken wiens mening de juiste was, en tot die tijd stond het de mensen vrij om verschillend te oordelen over tal van zaken. Marokkanen en Turken hebben, zoals we elk jaar weer lezen, niet altijd dezelfde data voor de ramadan, en daar ligt niemand wakker van. Waar het tot de Jongste Dag om draaide, waren de integriteit en de professionaliteit waarmee de geleerden zochten naar de waarheid als ze een juridisch oordeel (fatwa) moesten formuleren.

[wordt vervolgd]

#AbdArRahmanAlAwzaI #AbuHanifa #AhmadIbnHanbal #emiraatVanCórdoba #hadith #hanafisme #hanbalsime #ijma_ #islamisering #islamitischRecht #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #malikisme #Medina #Mohammed #MuhammadAlShafiI #shafisme #sharia #ulama #zahirieten

Islamitisch recht (4) Al-Shafi’i

Het mausoleum van Al-Shafi’i in Cairo (© Wikimedia Commons | gebruiker PaFra)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de vorige blogjes vertelde ik dat de moslims begin achtste eeuw begonnen met het ontwerpen van een islamitisch rechtstelsel, gebaseerd op de hadith, de tradities over het voorbeeldige leven van de profeet Mohammed en de eerste moslims. De relatie tussen de hadith, de Koran en de plicht van de rechter om goed na te denken, was echter niet uitgekristalliseerd. De algemene theorie van het islamitisch recht werd ontworpen door Muhammad al-Shafi’i (767-820).

Al-Shafi’i over Koran en hadith

In zijn Risala (“Verhandeling”) stelt hij dat de Koran de onfeilbare bron van recht is, en dat deze het gezag van de hadith legitimeert: er stond immers geschreven – en dat verschillende keren – “Gehoorzaamt God en zijn gezant”, en dat kon niets anders betekenen dan dat men zich niet alleen moest laten inspireren door Gods eigen woord, de Koran, maar ook door de anekdotes over de Profeet. Beide openbaarden de juiste levenswijze. Een ander argument was gebaseerd op de regel:

Maakt niet Gods tekenen tot bespotting
en gedenkt Gods weldaad aan u:
dat Hij de Schrift en de Wijsheid
op u heeft nedergezonden
om u daarmede te vermanen.noot Koran 2.231; vert. Kramers.

De woorden “de Schrift en de Wijsheid” gaven, volgens Al-Shafi’i, eveneens aan dat de hadith als rechtsbron even belangrijk was als de Koran zelf. Of, beter gezegd: even belangrijk zou kunnen zijn. De tradities konden namelijk in de praktijk niet helemaal dezelfde status hebben, omdat de overlevering mensenwerk was en de rechtsgeleerden dus minder zekerheid hadden over de betrouwbaarheid. Maar als de overleveringsketen in orde was, meende Al-Shafi’i, kon een hadith veilig worden aanvaard.

Regel en uitzondering

Onderlinge tegenspraken konden alleen schijnbaar zijn, bijvoorbeeld doordat de ene anekdote de algemene regel weergaf en de andere de uitzondering, of doordat Mohammed een regel had vervangen. Neem bijvoorbeeld de volgende Koranpassage, die de straf op overspel noemt:

De ontuchtige vrouw en de ontuchtige man,
geselt een ieder hunner met honderd geselslagen.noot Koran 24.2.

In de praktijk werd een overspelige echter niet gegeseld maar gestenigd. De volgende overlevering lijkt bedacht om de discrepantie op te heffen:

Een man uit Bani Aslam [in Jemen] kwam in de moskee naar Gods profeet en riep naar hem: “Profeet van God, ik heb ongeoorloofd geslachtsverkeer gehad.”
De Profeet wendde zich af, waarop de man zich voor hem plaatste en nogmaals zei: “Profeet van God, ik heb ongeoorloofd geslachtsverkeer gehad.”
Hierop wendde de Profeet zich opnieuw af, maar de man plaatste zich weer voor hem en herhaalde zijn bewering. Nogmaals wendde de Profeet zich af, nogmaals plaatste de man zich voor hem, nogmaals herhaalde hij zijn woorden. Toen de man zo viermaal tegen zichzelf had getuigd, sprak de Profeet hem aan en zei: “Ben je krankzinnig?”
Hij zei van niet, waarop de Profeet tegen zijn gezellen zei: “Ga heen en stenig hem.”
Deze man was getrouwd. Jabir ibn Abdallah zei: “Ik was een van degenen die hem stenigden. We doodden hem bij de gebedsplaats van Medina. Toen de scherpgerande stenen hem raakten, probeerde hij nog te vluchten maar we haalden hem in en wierpen stenen naar hem tot hij dood was.”noot Al-Buchari, Authentieke verzameling 63.161.

In deze anekdote wordt expliciet vermeld dat de man was getrouwd, met als implicatie dat voor hem een andere straf zou gelden dan als hij nog vrijgezel was geweest. Een getrouwde die met een getrouwde overspel pleegde werd, conform de hadith, gestenigd, terwijl een vrijgezel die iemand deed echtbreken de Koranische zweepslagen kreeg.

(Tussen haakjes: dit verschil zou als het onderscheid tussen dubbel en enkel overspel opduiken in de boeteboeken van de christenen, hoewel de Bijbel geen onderscheid maakt en in alle gevallen steniging voorschrijft.noot Leviticus 20.10. De ontlening is niet zo vreemd, omdat de samenstellers van de boeteboeken niet zelden tevens geïnteresseerd waren in de verspreiding van het geloof onder moslims, en vertrouwd waren met islamitische ideeën.)

Consensus

Na de Koran en de hadith was voor al-Shafi’i de consensus der geleerden (ijma’) de derde bron van recht. Dit criterium, dat we ook kennen uit het Sassanidische recht, was niet zonder problemen. In de eerste plaats moest worden vastgesteld wie geleerd genoeg waren, een kwestie waarop we nog zullen terugkomen. Een tweede probleem was dat de wereld van de islam inmiddels te groot was om alle bevoegde rechtsgeleerden (de ulama) te consulteren. Daarom definieerden latere rechtsgeleerden de kwestie iets anders: een lokale traditie die niet was gebaseerd op betrouwbare hadith, moest wijken als overal een andere mening werd verkondigd. In feite werd consensus hiermee, naast het voorbeeld van de Profeet, een tweede unificerend principe.

[wordt zondag vervolgd]

#hadith #ijma #islamisering #islamitischRecht #Koran #Mohammed #MuhammadAlShafiI #sharia #steniging #ulama

Islamitisch recht (3) onderzoek van de hadith

Rechtsgeleerden in discussie in een bibliotheek

[Dit is het derde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het vorige blogje dat de moslims, op zoek naar een eigen rechtsstelsel, concludeerden dat ze het leven van de Profeet als voorbeeld en maatstaf konden nemen. Daarover waren tienduizenden anekdotes bekend, de zogeheten hadith. De islamitische geleerden waren echter kritisch: ze realiseerden zich dat het mogelijk was dat er vervalsingen circuleerden. Sommige anekdotes lijken bijvoorbeeld te hebben gediend om gewoonten te legitimeren waarmee de Arabieren te maken kregen tijdens hun verovering van de steden van het Midden-Oosten. Een voorbeeld is de brief die Mohammed zou hebben geschreven aan enkele Jemenitische vorsten, die vroegen of er regels waren voor de belasting. De Profeet zou hebben geantwoord:

De belasting van het land die gelovigen moeten opbrengen: een tiende van hetgeen wordt bewaterd door bronnen en hemelwater; een twintigste van hetgeen wordt bewaterd met emmers; per veertig dromedarissen een tweejarige wijfjesdromedaris, per dertig dromedarissen een jonge mannelijke dromedaris, per vijf dromedarissen een schaap, per tien dromedarissen twee schapen, per veertig runderen een rund, per dertig runderen een eenjarig koekalf of stierkalf, per veertig schapen een schaap. Dit is hetgeen God de gelovigen heeft opgelegd. Degene die meer opbrengt, strekt dat tot heil.noot Ibn Ishaq, Het leven van Mohammed, geciteerd door Ibn Hisham, Het leven van de Profeet 956; vert. Raven.

Hoewel islamitische geleerden deze overlevering aanvaarden als authentiek, is ze dat vermoedelijk niet. Eén reden om te twijfelen aan de instelling van dit belastingtarief is dat het tevens is overgeleverd op naam van kalief Abu Bakr (r.632-634). Het is goed denkbaar dat de toeschrijving aan de Profeet is ontstaan om meer status te geven aan een decreet dat werd toegeschreven aan zijn opvolger. Dat is althans waarschijnlijker dan dat iemand een traditie over een kalief heeft verzonnen terwijl een hogere autoriteit hetzelfde al had beweerd. In de tweede plaats lijkt het opgelegde tarief verdacht veel op een Byzantijnse belasting uit Syrië. De historische waarheid zou kunnen zijn dat Abu Bakr een voor-islamitische praktijk legitimeerde en dat, toen iemand daarover vragen stelde, de maatregel werd toegeschreven aan de Profeet.

Kritisch onderzoek

Niet-authentieke hadith konden gemakkelijk tot stand komen, want ze werden mondeling doorverteld en pas generaties na Mohammed opgeschreven. Kritisch onderzoek was dus noodzakelijk. Een hulpmiddel daarbij was de opsomming van de zegslieden die de anekdote hadden overgeleverd. Zo’n overleveringsketen staat bekend als isnad. Een voorbeeld:

Van Muhamad ibn Abdallah ibn Qays stamt het bericht van Hasan ibn Muhamad ibn Ali, via zijn vader, van zijn grootvaderAli ibn Abi Talib, die de Profeet heeft horen zeggen: …

Niet zelden zijn zulke rijtjes versierd met charmante opmerkingen als zou deze of gene een uitzonderlijk goed geheugen hebben gehad of als geen ander hebben ingestaan voor de waarheid. Doordat er verantwoording wordt afgelegd voor de overlevering, lijkt de authenticiteit van hadith beter te controleren dan de betrouwbaarheid van de mondelinge overleveringen uit andere culturen.

Toch gingen de rechtsgeleerden (ulama) vragen stellen als: waren alle zegslieden wel betrouwbaar? had een informant misschien elders aantoonbaar gelogen? had de zegsman Mohammed eigenlijk wel gekend? Wat na deze ballotage onbetrouwbaar leek, moest worden verworpen.

Vervalste hadith

Helaas is, ondanks de inzet waarmee de rechtsgeleerden trachtten de collecties van vervalsingen te ontdoen, hun werk eigenlijk mislukt. Ook al wekken de overleveringsketens de schijn van betrouwbaarheid, de traditie viel simpel te manipuleren. Wie eenmaal wist welke zegslieden als betrouwbaar golden, kon zonder kans op ontdekking een valse anekdote voorzien van een overtuigende overleveringsketen. Omgekeerd is het voorgekomen dat authentiek materiaal is genegeerd, omdat het geen overtuigende overleveringsketen bezat of was voorzien van een overleveringsketen die om politieke redenen niet langer aanvaardbaar was.

Het idee dat het leven van de Profeet kon dienen om de uiteenlopende rechtssystemen te harmoniseren, was dus hoog gegrepen, misschien te hoog. Niet alleen omdat overleveringsketens vervalst konden worden, maar ook omdat niet overal dezelfde anekdotes circuleerden. Bovendien stond het idee dat het leven van Mohammed maatgevend was op gespannen voet met de verplichting van de rechtsgeleerde een oordeel te geven waarover hij goed had nagedacht. Er was behoefte aan een algemene theorie van het islamitisch recht, en dat is precies wat de in Egypte wonende rechtsgeleerde Muhammad al-Shafi’i (767-820) bood.

[wordt morgen vervolgd]

#abuBakr #belastingen #hadith #imamAli #islamisering #islamitischRecht #isnad #mohammed #muhammadAlShafii #sharia #ulama