De madrasa en de universiteit

Mustansiriya-madrasa, Bagdad

[Dit is het laatste van acht blogjes over het ontstaan van het islamitisch recht. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de ulama, de islamitische rechtsgeleerden, enkele jaren vervolgd waren geweest door de kalief. Dit was vanzelfsprekend traumatisch en het is logisch dat ze zich begonnen te organiseren. In eerste instantie gebeurde dat in de vorm van een gilde. Wie toetrad, moest de gebruikelijke drie rangen doorlopen: eerst was hij leerling ofwel mutafaqqih; na het afronden van zijn studie gold hij als gezel of sahib; blonk hij uit, dan kon hij meester ofwel mufti worden.

De madrasa

In tweede instantie versterkten de geleerden zich door deze gilden om te vormen tot een waqf, wat kan worden vertaald als “religieuze stichting”. Deze beheerde een groot vermogen, dat garandeerde dat de geleerden hun onafhankelijkheid konden handhaven. Vaak werd het kapitaal verworven door middel van een legaat of een andere schenking. Daarbij kon de schenker als voorwaarde stellen dat zijn afstammelingen bepaalde rechten zouden uitoefenen, wat handig was voor politici die hun kinderen wilden voorzien van geleerde raadsheren. Zulke rechtscolleges werden aangeduid als madrasa.

Steeds was het dagelijks bestuur en het beheer van de goederen opgedragen aan het gilde als geheel. Alle leden van het instituut, dus ook de studenten, hadden zitting in de vergadering van geleerden, dat het dagelijks bestuur opdroeg aan een voor een jaar gekozen voorzitter, de ra’is al-madhhab.

Tot zover de formele kant van de islamitische scholen. De kern van de studie zelf bestond uit het voortdurende debat tussen de geleerden. Dát was immers de manier om de ijma’, de consensus der geleerden, vast te stellen. Daarom was het van belang dat de lesprogramma’s duidelijk waren afgebakend en er scherpe eisen werden gesteld waaraan moest worden voldaan om te worden toegelaten tot een hogere wetenschappelijke rang. Niet iedereen mocht onderwijs geven of een bijdrage leveren aan de consensusvorming der geleerden: de lesbevoegdheid stond bekend als de ijazat at-tadris van de mufti.

De universiteit

De Amerikaanse arabist George Makdisi (1920-2002), over wie ik al eens blogde, heeft erop gewezen dat we hier in feite het ontstaan zien van het doctoraat: een erkenning, door andere geleerden, dat men een vakgebied voldoende beheerst om eraan te mogen bijdragen. In de wereld van de islam was dit een noodzakelijke ontwikkeling. Dáár was de consensus der geleerden immers van belang om de orthodoxie vast te stellen, dáár was een systeem van gekwalificeerde professionals noodzakelijk. Dat het doctoraat in de Middeleeuwen ook werd overgenomen in West-Europa, is echter opvallend: in het christendom, waarin concilies, synodes en kerkelijke autoriteiten bepaalden wat de juiste leer was, was het doctoraat in feite overbodig.

Er is echter meer aan de hand. De rechtsscholen hadden eigen middelen en konden daarmee de traditie van permanente discussie doorgeven aan toekomstige generaties. De madrasa’s konden daarmee een norm worden van wetenschappelijke rationaliteit. Dat de islamitische rechtswetenschap is gebaseerd op aannames die voor niet-moslims niet bewezen zijn, doet aan de rationaliteit van de rechtsvinding niet af.

U begrijpt het al: de vonk sprong over naar de universiteit in West-Europa. Terwijl er al kloosterscholen en andere onderwijsinstellingen waren, begonnen geleerden zich te organiseren als gilde, met eigen financiën, met omschreven lesbevoegdheden, met een universiteitsraad, met een gekozen rector en met methoden die waren geïnspireerd op die van de ulama. De introductie hiervan was een van de opvallendste aspecten van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarin de Europese cultuur zich verrijkte met het islamitische erfgoed.

#doctoraat #fiqh #GeorgeMakdisi #gilde #hadith #ijma_ #islamisering #islamitischRecht #madrasa #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #sharia #ulama #universiteit #waqf

Islamitisch recht (5) rechtsscholen

Een qadi spreekt met een dame en heer (dertiende eeuw)

[Dit is het vijfde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het voorgaande hebben we gezien dat van islamitische rechtsgeleerden (ulama) werd verwacht dat hij, als hem een vraagstuk werd voorgelegd, zijn oordeel baseerde op een hiërarchie van autoriteiten. Eerst was er de heilige Koran, daarna de door mensen overgeleverde hadith (anekdotes over het leven van Mohammed en zijn metgezellen) en de ijma’ (de consensus der geleerden). Alleen als hij er zo nog niet uit was, kon hij een persoonlijk oordeel geven, mits dit gebeurde aan de hand van een goed beredeneerde analogieredenering (qiyas).

Vier scholen

Deze door Al-Shafi’i ontworpen hiërarchie was een kleine eeuw later op hoofdlijnen door alle rechtsgeleerden aanvaard. Omdat er echter verschillende hadithcollecties waren, bleef er nog genoeg te discussiëren over, zodat er verschillende rechtsscholen ontstonden. De grondleggers daarvan worden nog altijd in ere gehouden; zo kun je in Beiroet het graf bezoeken van Abd ar-Rahman al-Awza‘i (707-774). Uiteindelijk zouden vier rechtsscholen blijven bestaan.

Daarbij behoorden de oude rechtsscholen, die van Abu Hanifa in Kufa en van Malik ibn Anas in Medina. Zij namen Al-Shafi’i’s systeem niet zomaar over. Abu Hanifa liet de geleerden vanouds grote vrijheid om een eigen oordeel te formuleren, terwijl Malik ibn Abas een kleiner hadithcorpus hanteerde dan gebruikelijk, en daarnaast de gebruiken van de bewoners van Medina beschouwde als rechtsbron. De leerlingen van Al-Shafi’i zelf, de derde school, erkenden het algemeen belang als rechtsprincipe. Weer een andere school, die van Ahmad ibn Hanbal uit Mekka (780-855), hechtte meer waarde aan de consensus van Mohammeds metgezellen dan aan de ijma’ der geleerden.(Over Ibn Hanbal wordt verteld dat hij zijn leven lang geen dadels heeft genuttigd omdat hij geen betrouwbare hadith kende waaruit bleek dat Mohammed dadels had gegeten.)

Tot de scholen die in de Middeleeuwen bloeiden maar zijn verdwenen, behoren de school van de zojuist genoemde Al-Awza‘i en ook de zahirieten, die populair was in het Emiraat van Córdoba. De aanhangers van deze laatste school oordeelden dat de Koran zo letterlijk mogelijk moest worden genomen, wat neerkwam op een afwijzing van analogie en persoonlijk oordeel.

Overeenkomsten en verschillen

Met het verstrijken van de tijd zouden deze scholen elkaar erkennen en beïnvloeden, maar verschillen van inzicht bleven bestaan. Terwijl bijvoorbeeld de volgelingen van Malik ibn Anas waarde hechtten aan de intentie waarmee een verbintenis was aangegaan, concentreerden de aanhangers van Abu Hanifa zich meer op de formele kant van de overeenkomst. De scholen hebben momenteel een zekere regionale verspreiding:

De meeste gelovigen hadden – en hebben – met de variatie niet zo’n moeite. Bij het Laatste Oordeel zou God wel bekendmaken wiens mening de juiste was, en tot die tijd stond het de mensen vrij om verschillend te oordelen over tal van zaken. Marokkanen en Turken hebben, zoals we elk jaar weer lezen, niet altijd dezelfde data voor de ramadan, en daar ligt niemand wakker van. Waar het tot de Jongste Dag om draaide, waren de integriteit en de professionaliteit waarmee de geleerden zochten naar de waarheid als ze een juridisch oordeel (fatwa) moesten formuleren.

[wordt vervolgd]

#AbdArRahmanAlAwzaI #AbuHanifa #AhmadIbnHanbal #emiraatVanCórdoba #hadith #hanafisme #hanbalsime #ijma_ #islamisering #islamitischRecht #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #malikisme #Medina #Mohammed #MuhammadAlShafiI #shafisme #sharia #ulama #zahirieten