Faits divers (34)

Meisje in toga (© Museo de Navarra)

Een nieuwe lente, een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: allerlei kleine, onsamenhangende berichtjes. Daarom heet de rubriek ook faits divers.

***

Toga

De toga geldt als een Romeins mannenkledingstuk. Meer precies, een kledingstuk voor heren die op chique wilden gaan. De dichter Vergilius typeerde de Romeinen als gens togata, getogeerd volk, en keizer Augustus citeerde die woorden toen hij decreteerde dat heren op het Forum Romanum goed gekleed dienden te gaan. Voor mij kwam het vrij onverwacht dat in het noorden van Spanje een standbeeld van iemand, gehuld in een toga, blijkt te hebben toebehoord aan een jonge vrouw. Was het iemand die tot man was “gepromoveerd”? Vergiste de bronsgieter zich? Begrijpen we Romeinse gender-rollen niet goed?

Mikve

Een mikve is een joods ritueel bad. Echt zeldzaam zijn ze niet, maar ze zijn allemaal – en daarover blogde ik al eens – gevonden in Judea. Logisch. Wie zijn rituele reinheid door onderdompeling herstelde, zou deze te midden van zijn geloofsgenoten makkelijker bewaren dan in een niet-joodse omgeving. Een ritueel bad heeft niet zoveel zin als de rituele onreinheid snel terugkeert. Nu blijkt er ook een mikve te zijn geweest in Ostia, waar al eerder een synagoge was geïdentificeerd. Het bewijst dat reinheid ook buiten het land van Israël mogelijk was en dat is een interessant nieuwtje.

De Hunnen

Of het nu gaat om de Skythen, de Sarmaten, de Avaren of de Hunnen: het gaat steeds om enorme federaties van nomaden die vanuit of via Centraal-Eurazië richting Europa trekken. Zulke groepen clusterden rond een charismatische leider en vielen na diens dood even gemakkelijk weer uit elkaar. Aantonen dat zo’n groep stamde uit het Verre Oosten, is dan ook niet makkelijk, want onderweg pakten ze de leden van oudere groepen op, terwijl migranten die in pakweg Mongolië aan hun reis begonnen, halverwege konden afhaken. Dit soort federaties waren, met een modern woord, multi-etnisch.

Dat de Hunnen uit het oosten kwamen, betwijfelt niemand, en er zijn allerlei pogingen gedaan ze gelijk te stellen aan groepen die bekend zijn uit Chinese teksten. Een bekende kandidaat is de groep die bekendstaat als de Xiongnu. Die verdreven in de derde eeuw v.Chr. de Yuehzi, die over de Pamir trokken, terechtkwamen in het huidige Oezbekistan en een rijk stichtten dat zich uitstrekte tot India: de Kushana’s. Hun verdrijvers, de Xiongnu, trokken rond het begin van onze jaartelling ook naar het westen en er is vaak geopperd dat zij de voorlopers waren van de Hunnen.

Recent onderzoek toont dat er onder de Hunnen die zich later in Roemenië en Hongarije vestigden, mensen waren met genetisch materiaal dat stamt uit het Verre Oosten. Er zijn soortgelijke conclusies over de Avaren. We moeten deze conclusies niet groter maken dan ze zijn: het zou, in een multi-etnische groep, eerder nieuws zijn geweest als dit niet zo was.

De toekomst van spijkerschriftstudies

Er is een oudheidkundige doorbraak waarvan we weten dat die er aankomt: de Mesopotamische data-explosie. Simpel gezegd: maak met een koepelvormige camera of een scan een drie-dimensionele afbeelding van een kleitablet, laat artificiële intelligentie de tekens herkennen en omzetten in een bestand van gestandaardiseerde tekens, maak met software à la Google Translate een automatische vertaling en presto, we hebben de ene tekst na de andere erbij, ontsloten voor eenieder die ze lezen wil, ongeacht voorkennis van de oude talen. Er moeten nog ongeveer een half miljoen tabletten worden gepubliceerd.

Onderzoekers hebben de technologieën maar moeten nog een paar stappen zetten. Eén daarvan is nu echter gezet: ze hebben de artificiële intelligentie geleerd spijkerschrifttekens te lezen. Dit is echt iets om in de gaten te houden, want we staan dus aan de vooravond van een zó spectaculaire vergroting van ons databestand dat we moeten aannemen dat de kwantitatieve verandering een kwalitatieve verbetering gaat opleveren. Ongetwijfeld meer in een volgende aflevering van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers.

#artificiëleIntelligentie #Avaren #China #DNAOnderzoek #FaitsDivers #gender #Hunnen #KushanaS #mikve #Ostia #spijkerschrift #toga #Xiongnu #Yuezhi

Cornelis de Bruijn (13) Het einde

Prinsengracht, Amsterdam; Cornelis de Bruijn leefde in het tweede, derde of vierde huis van links

Dit is het laatste stukje over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Reizen over Moskovie

Het lijkt erop dat Cornelis de Bruijn rusteloos was. In de volgende jaren woonde hij op diverse plaatsen in de Republiek. In 1709-1710 leefde hij in een huis aan de Hartenstraat in Amsterdam, waar hij onder meer zijn weldoener Nicolaes Witsen ontving en Gisbert Cuper, de man die hem het schilderij van Palmyra had laten kopiëren. Cuper en De Bruijn wisselden later brieven uit over het spijkerschrift uit Persepolis. Het is verder bekend dat de kunstenaar in 1711 woonde aan de Prinsengracht in Amsterdam; in 1712 woonde hij even buiten Haarlem.

Al deze tijd was De Bruijn bezig met zijn meesterwerk: Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Toen hij het in 1711 publiceerde, droeg hij het op aan een Duitse bibliofiel uit Frankfurt, Zacharias Conrad von Uffenbach (1683-1734). Dat is enigszins verrassend: Nicolaes Witsen had immers veel gedaan voor De Bruijn en stond erom bekend dat hij dit soort opdrachten op prijs stelde.

Cornelis de Bruijn, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie; een zogenaamde tweede druk

Reizen over Moskovie, door Persie en Indie is een stuk ambitieuzer dan Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Asia. Het nieuwe boek telde 482 pagina’s en 300 illustraties, waaronder diverse uitklapplaten. De tekeningen waren uitstekend: tot de eerste fotografen Persepolis in de twintigste eeuw bezochten, behoorden de De Bruijns tekening tot het beste dat er was. Ervan overtuigd dat dit boek een nog groter succes zou zijn dan zijn eersteling, liet De Bruijn meteen duizend exemplaren drukken.

Teleurstellingen

Reizen over Moskovie, door Persie en Indie had een succes kunnen zijn. De recensies in de Acta eruditorum en Journal des Savants waren opnieuw lovend, maar toch werden er in drie jaar tijd slechts 240 exemplaren verkocht. Eén reden was de dubbele oorlog. De Spaanse Successieoorlog was nog in volle gang en in de Grote Noordse Oorlog had de Republiek haar monopolie op goedkoop Pruisisch graan verloren. De Gouden Eeuw was voorbij. En de mensen wisten het. Er was weinig animo voor een duur boek.

Bovendien had De Bruijn concurrenten. In Persepolis hadden ook de Franse reizigers Jean de Thévenot (1633-1667) en Jean Chardin (1643-1713) onderzoek gedaan. De onzorgvuldige opmerkingen van Thévenot waren al in 1664 gepubliceerd (zonder illustraties), maar Chardins Voyages en Perse et autres lieux de l’Orient, dat de claims van Thévenot uitwerkte, verscheen tegelijk met De Bruijns Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Een jaar later, in 1712, publiceerde een Duitse natuurkundige genaamd Engelbert Kämpfer (1651-1716) weer een ander verslag van Persepolis, Amoenitates Exoticarum. De drie gelijktijdig verschenen boeken richtten zich tot hetzelfde publiek, en als gevolg daarvan verkocht geen van hen echt goed. De Bruijn geloofde niet dat een Franse vertaling mogelijk was. De enige winst was dat er nu wel belangstelling was voor Perzië. Montesquieus Lettres Persanes zouden ondenkbaar zijn geweest zonder de reisverslagen.

In 1713 legde Gisbert Cuper aan De Bruijn de vraag voor waarom er verschillen waren tussen zijn tekeningen van Persepolis en die van Chardin en Kämpfer. Voor De Bruijn was dit een gelegenheid om een ​​derde boek te publiceren, een klein boek dit keer, Aenmerkingen Over de Printverbeeldingen van de Overblijfzelen van het Oude Persepolis (1714). De Bruijn liet op overtuigende wijze zien hoe de andere auteurs, die geen professionele tekenaars waren en Persepolis slechts kort hadden bezocht, fouten hadden gemaakt.

Faillissement

Vanaf dit moment is het leven van Cornelis de Bruijn moeilijk te reconstrueren, maar het lijkt erop dat hij na de teleurstellende verkoop van zijn tweede boek in financiële moeilijkheden verkeerde. Toen Nicolaes Witsen in 1717 stierf, bezat hij verschillende tekeningen van De Bruijn, wat suggereert dat deze een manier had gevonden om wat geld aan de kunstenaar toe te schuiven zonder dat het leek op een aalmoes.

Het is bekend dat De Bruijn in 1714 alle onverkochte exemplaren naliet aan een boekhandelaar genaamd Hendrik Wetstein, die 468 exemplaren van de Franse vertaling van de Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Asia kon verkopen. Hij liet 760 exemplaren van de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie opnieuw binden en prees die aan als tweede druk nadat de eerste druk zou zijn uitverkocht. Er was inmiddels ook een “echte” tweede druk van mindere kwaliteit, die snel uitverkocht raakte. In 1718 volgde toch een Franse vertaling van de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie.

In 1719-1720 lijkt De Bruijn weer in Den Haag te hebben gewoond, want hij wordt vermeld in de archieven van de Accademie van de Teyken-Const. Een volgende vermelding vinden we in een biografieënverzameling van de hand van Jacob Campo Weyerman (1677-1747), een van de woordvoerders van de Nederlandse Verlichting. Die weet dat de beroemde Cornelis de Bruijn in een klein huisje woonde in Vianen en gedwongen was de draad van zijn leven verder uit te spinnen met minder comfort dan zijn leeftijd vereiste.

Dit is wat cryptisch. Hoewel de heerlijkheid Vianen middenin de Republiek lag, behoorde het tot het Duitse graafschap Lippe. Het viel dus buiten de jurisdictie van de Staten-Generaal en was daarom een ​​berucht toevluchtsoord voor criminelen en schuldenaren. De Bruijn was failliet.

Zijdebalen in 2024

Het einde

De laatste reis van de 73-jarige ging van Vianen naar het buitenhuis van zijn vriend David van Mollem. Het heette Zijdebalen en lag even ten noorden van Utrecht. Hier bracht De Bruijn zijn dagen door tot hij stierf in 1726 of 1727. Weyerman zegt dat Van Mollem de vermoeide en totaal uitgeputte reiziger gaf wat hij nodig had, maar dat naastenliefde onvoldoende is om een ​​man werkelijk rust te geven. Een andere biograaf, Jan van Gool, vertelt dat De Bruijn zich aan het eind van zijn leven zo vreemd en eigenzinnig gedroeg dat zijn gezelschap onaangenaam werd.

Desondanks ben ik van mening dat er een straat in Den Haag, een brug in Amsterdam of een plantsoen in Utrecht zou moeten worden vernoemd naar Cornelis de Bruijn. Liefst alle drie.

#AccademieVanDeTeykenConst #ActaEruditorum #CharlesDeMontesquieu #CornelisDeBruijn #DavidVanMollem #EngelbertKämpfer #GisbertCuper #GroteNoordseOorlog #Haarlem #HendrikWetstein #JacobCampoWeyerman #JeanChardin #JeanDeThévenot #JournalDesSavants #NicolaesWitsen #Persepolis #ReizenDoorDeVermaardsteDeelenVanKleinAsia #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #RepubliekDerZevenVerenigdeNederlanden #Saratov #SpaanseSuccessieoorlog #spijkerschrift #Utrecht #Verlichting #Vianen #ZachariasConradVonUffenbach #Zijdebalen

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter
In het aardbevingsgebied in Zuid-#Turkije hebben #archeologen bij de oude stad #Alalakh een 3800 jaar oud #spijkerschrift-kleitablet gevonden met daarop in het #Akkadisch een #koopcontract voor een complete stad.
https://arkeonews.net/3800-years-old-akkadian-cuneiform-tablet-found-in-turkeys-hatay/
3800-years-old Akkadian Cuneiform Tablet found in Turkey’s Hatay - Arkeonews

A 3,800-year-old Akkadian cuneiform tablet was found during the archaeological excavations carried out in the Aççana Mound, the old city of Alalakh, in the Reyhanlı district of Hatay city in southern Turkey.

Arkeonews
#Onderzoekers van de universiteiten van Tel Aviv en Ariel in #Israël hebben een model voor kunstmatige intelligentie (#AI) ontwikkeld dat Akkadische tekst in #spijkerschrift automatisch in het Engels kan vertalen.(1)
https://arkeonews.net/israeli-researchers-create-ai-to-translate-ancient-cuneiform-akkadian-texts/
Israeli researchers create AI to translate ancient cuneiform Akkadian texts - Arkeonews

Israeli experts have created a program to translate an ancient language that is difficult to decipher, allowing automatic and accurate translation from cuneiform characters into English.

Arkeonews
Eigenwijze #archeologen doen de meest bijzondere vondsten. Dat bleek toen Sebastien Rey in de ruïnes van de #Sumerische stad #Girsu een 4500 jaar oud koninklijk paleis, een #tempel voor de god Ningirsu en ruim 200 kleitabletten in #spijkerschrift ontdekte.
https://historianet.nl/cultuur/archeologie/paleis-van-oude-beschaving-gevonden-in-woestijn
Paleis van oude beschaving gevonden in woestijn

‘Je verspilt je tijd – en het geld van het British Museum en de Britse overheid,’ kreeg een archeoloog te horen. Gelukkig was hij eigenwijs.

Historianet.nl
Eigenwijze #archeologen doen de meest bijzondere vondsten. Dat bleek toen Sebastien Rey in de ruïnes van de #Sumerische stad #Girsu een 4500 jaar oud koninklijk paleis, een #tempel voor de god Ningirsu en ruim 200 kleitabletten in #spijkerschrift ontdekte.
https://historianet.nl/cultuur/archeologie/paleis-van-oude-beschaving-gevonden-in-woestijn
Onderzoekers stellen dat op twee ongeveer 4000 jaar oude in Irak gevonden #kleitabletten met #spijkerschrift tekst in het #Amoritisch staat. Dat is een lang verloren gegane taal, waarvan zelfs betwijfeld werd of deze ooit werd gesproken.
https://www.vice.com/nl/article/4axjqm/oeroude-kleitabletten-maken-verloren-taal-ontcijferbaar
Met deze oeroude kleitabletten is een verloren taal ontcijferd

Amoritisch is een voorloper van het Hebreeuws, maar er was zo weinig over bekend dat sommige mensen twijfelden of het ooit werd gesproken.

#Kleitabletten met #spijkerschrift uit ca. 1400 v.Chr., gevonden in de resten van de stad #Ugarit in #Syrië, bevatten de oudst bekende #liederen.
https://historianet.nl/cultuur/wat-is-het-oudste-lied-uit-de-geschiedenis