De slag bij Kadesh (2)

Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

[Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische legers tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

Amurru

Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

Amurru was zich ten tijde van Echnaton zelfstandiger gaan gedragen en had een conflict met Byblos met succes afgerond. Ik vertelde al eens dat de plaatselijke koning Rib-Hadda van Byblos had moeten vluchten en geen enkele steun uit Egypte had gekregen. Toen koning Ramses II aan de macht kwam, besloot hij zijn gezag te herstellen. Hij had voldoende succes om de koning van Amurru te verdrijven, en deze riep daarop de hulp in van de Hittitische koning Muwatalli II, die besloot naar het zuiden te trekken om Kadesh te beschermen en liefst ook Amurru te heroveren.

Naar Kadesh

Een groot conflict was onafwendbaar toen Ramses in 1274 opnieuw noordwaarts trok. Een vloot bracht troepen naar de monding van de Nahr al-Kabir. Deze boottocht diende mede om de vazalkoningen in Tyrus, Sidon, Beiroet of Byblos duidelijk te maken wie er de baas was. De rest van het leger, gecommandeerd door de koning zelf, arriveerde vanuit het zuiden, zeg maar via het huidige Israël, door de Bekaavallei en langs de bovenloop van de Orontes. Beide legers zouden samenkomen bij Kadesh.

Ramses’ leger bestond uit vier divisies: de Amon-divisie uit Thebe, de Ra-divisie uit Heliopolis, de Ptah-divisie uit Memfis en de Seth-divisie uit Tanis. Het over zee aangekomen onderdeel heette Ne’arin, “jonge kerels”, maar het lijken geen rekruten te zijn geweest. Het kan gaan om een eliteonderdeel of om Levantijnse bondgenoten. Ook waren er Nubiërs en Sherden, en die laatsten zou u kunnen kennen als een van de Zeevolken.

Muwatalli en zijn familieleden, die de diverse Hittitische onderdelen commandeerden, arriveerden eerder en bezetten Kadesh. Hun kamp sloegen ze op ten oosten van de stad, waar ze zich opmaakten voor een strijd die ze eigenlijk niet goed kenden. Hun tactiek bestond meestal uit het plunderen van een landstreek om zo de bevolking te dwingen vanuit hun versterkte steden te komen, waarna het Hittitische leger ze in het vrije veld kon verslaan, omdat het eigenlijk altijd numeriek en professioneel superieur was. Van zo’n oorlog kon bij Kadesh geen sprake zijn.

Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)

Strijdwagens

Strijdwagens speelden tijdens de slag bij Kadesh een belangrijke rol. Of beter: de Egyptische bronnen concentreren zich op dit wapen, hoewel de meeste manschappen behoorden tot de infanterie. De strijdwagens trekken echter de aandacht. Ze dienden voor de verplaatsing van boogschutters, maar het is niet helemaal duidelijk of die schoten terwijl de wagens reden. Zelfs al bedient een menner de teugels, dan nog kun je als boogschutter moeilijk richten, terwijl voor een ongericht spervuur veel meer boogschutters moeten worden ingezet dan in Ramses’ leger aanwezig waren. Misschien waren de strijdwagens wel niet meer dan taxi’s om boogschutters te verplaatsen, ongeveer zoals de Ilias beschrijft. We weten het weer eens niet.

Aan de overzijde waren de Hittitische strijdwagens, die behalve een menner en een boogschutter een schilddrager vervoerden. Wegens het gewicht waren deze wagens wat robuuster gebouwd en minder wendbaar dan de Egyptische. De aanwezigheid van schilddragers suggereert dat zulke wagens dichter bij het front kwamen dan strijdwagens zonder schilddragers, en inderdaad zouden de strijdwagens in Kadesh zo worden ingezet. Of dat ook de bedoeling was, is echter de vraag, zoals we morgen zullen zien.

[wordt vervolgd]

#AmarnaBrieven #Echnaton #Hittieten #khepresh #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #RibHadda #Sherden #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië #ToetmosesIII

Het Nieuwe Rijk van Egypte

Hatshepsut (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb al eerder geschreven over de driedelige History of Ancient Egypt van John Romer. Het eerste deel (2013) vertelde het fascinerende verhaal van het ontstaan van de cultuur van de farao’s: zeg maar de Naqada-tijd, de unificatie van de Nijlvallei en uiteindelijk de bouw van de Grote Piramide. Het tweede deel, verschenen in 2017, vond ik heel sterk: het vertelde niet alleen het verhaal van het Oude Rijk, de Eerste Tussentijd en het Middenrijk, maar toonde ook hoe het beeld dat wij hebben van de Bronstijd, is geschapen door de negentiende-eeuwse archeologen. Ik was diep onder de indruk van dat boek. Ik wou dat ik zoiets kon schrijven.

Egypte zonder Egyptenaren

En nu is er het derde deel, waarin Romer het Nieuwe Rijk behandelt. Zeg maar de Dynastieën Vijftien tot en met Twintig. Opnieuw biedt Romer naast het verhaal over het oude Egypte een analyse van de wijze waarop onze kennis uit vondsten en teksten is opgebouwd én de wijze waarop ons beeld door negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse geleerden is gevormd. Dat zijn vrijwel allemaal Fransen, Duitsers en Britten; Labib Habachi is de enige Egyptenaar waar Romer aandacht aan besteedt.

Toetmoses III (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Dat is ergens ook logisch, want wie wil tonen dat ons traditionele beeld van Egypte een westerse schepping is, kan niet al te veel Egyptenaren gebruiken in z’n verhaal. Niettemin lijkt het me dat Romer hier wat eenzijdig is (vgl. de Egyptische fotografen waarover ik al eens eerder blogde of dit boek over Ottomaanse archeologie). Eigenlijk had ik best wel eens willen weten wat zo’n Zahi Hawass, voordat hij zijn ego ging plaatsen boven zijn werk, nu eigenlijk heeft gedaan. Hij moet toch ooit eens een keer een zekere verdienste hebben gehad.

Van Avaris naar Pi-Ramesses

Dit gezegd zijnde, Romer heeft een fascinerend verhaal te vertellen. Het komt erop neer dat hij uitlegt dat de Hyksos, waarmee hij begint, geen werkelijk vreemde heersers waren, zoals vaak beweerd, maar dat er in de oostelijke Delta altijd diverse bevolkingsgroepen waren geweest. Hier lag de hoofdstad Avaris, een open samenleving met niet alleen Egyptische en Voor-Aziatische trekken, maar ook invloeden vanuit de Egeïsche wereld, zoals gedocumenteerd met beroemde Minoïsche wandschilderingen. Het hof van de Hyksos in Avaris was een nieuwe wereld.

Koningin Nefertiti (afgietsel van een origineel in het Neues Museum in Berlijn)

Een wereld die door de heersers van de Zeventiende Dynastie uit Thebe onder de voet werd gelopen. Zij namen de wijdere cultuur nu mee naar het zuiden, waar de traditionele Egyptische vormen dus werden verrijkt met de internationale stijl van Avaris. Een voorbeeld is de innovatieve hofcultuur ten tijde van koningin Hatshepsut. Meer innovatie ten tijde van Toetmozes III en vooral ten tijde van Amenhotep III. De tijdens zijn regering geschapen cultuur radicaliseerde ten tijde van Echnaton, die Amarna als hoofdstad nam. De Amarna-kunst is echt anders.

Na de Amarna-tijd verplaatst het zwaartepunt weer naar Thebe en daarvandaan weer naar het noorden. Zwaartepunt betekent hier: alle grote bouwprojecten waarmee de farao zich presenteerde als vertegenwoordiger van de mensen vis-à-vis de goden. Ten tijde van de diverse Ramsessen van de Negentiende en Twintigste Dynastie was de hoofdstad Pi-Ramesses in de oostelijke delta, maar evengoed werd er gebouwd in Thebe. De kunst oogt traditioneel maar is vaak heel vernieuwend. En dan houdt het boek op, eigenlijk bij de Zeevolken.

Toetanchamon (Metropolitan Museum, New York)

Veranderend Egypte

Romer geniet ervan het gangbare beeld onderuit te halen. Hyksos? Geen vreemde heersers dus. Hatshepsut? Vergeet dat romantische verhaal maar dat ze haar zoon Toetmozes achtergesteld zou hebben. En dus heeft Toetmozes III, eenmaal alleenheerser, geen aanleiding gehad om zichzelf alsnog te bewijzen met veldtochten in Kanaän. Veldtochten die overigens minder spectaculair waren dan vaak beweerd (ook op deze blog). Et cetera.

Ik had wel een aantal keren iets van “dat wisten we al”. Dat de Amarna-kunst ten tijde van Echnaton wortelde in de artistieke vernieuwing ten tijde van Amenhotep III, zagen we bijvoorbeeld op de Echnaton-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Die was in 2000, dus bijna een kwart eeuw geleden. Dat de Zeevolken geen onverwachte crisis waren, wisten we ook al. In zulke gevallen wordt Romers omkering van bestaande beelden een gimmick. Soms overdrijft hij ook. Ik denk niet dat je Herodotos als bron voor de IJzertijd van noordelijk Egypte terzijde kunt schuiven omdat hij zich zo lelijk vergist over zuidelijk Egypte in de Bronstijd.

Desondanks heb ik History of Ancient Egypt met veel plezier gelezen. Romer laat zich weinig gelegen liggen aan apologetische interpretaties die, als ze niet bedoeld waren om het gelijk van de Bijbel te bewijzen, dan toch waren gebaseerd op religieuze vertellingen. Hij schrijft ook goed. Zijn verhaal over de Zeevolken is niet vrij van een amusant sarcasme.

Ramses IV, met make-up (Louvre)

De Late Tijd

Ik had eigenlijk gehoopt dat Romer een vierde deel zou schrijven. Want laten we eerlijk zijn: we hebben nu drie delen over Egypte als Egypte mogen lezen, en dat is allemaal heel boeiend, maar Egypte onder Libische, Nubische, Assyrische, Perzische en Macedonische heersers is óók interessant. Er was zeker sprake van continuïteit. De Romeinse keizer Hadrianus wordt nog precies hetzelfde afgebeeld als koning Narmer, drie millennia eerder. Het werd mij niet voldoende duidelijk waarom Romer zijn verhaal eindigt waar hij eindigt.

Misschien speelt ergens mee dat Romer vindt dat de Egyptische cultuur moet worden behandeld als die van een zelfstandige, bouwende hofhouding, niet als de cultuur van een land dat was onderworpen aan vreemde mogendheden. Toen ik het museum in Cairo bezocht, viel me op dat ook de Egyptische archeologische dienst de IJzertijd stiefmoederlijk bedeelde.

Ik zou niet willen uitsluiten dat dit is hoe het moderne Egypte kijkt naar zichzelf: wel de Bronstijd, niet de internationale IJzertijd. Als Romer die modern-Egyptische visie op oud Egypte is gaan delen, is het des te vreemder dat hij in dit mooie derde deel van zijn A History of Ancient Egypt zo weinig Egyptische egyptologen noemt.

#AchttiendeDynastie #Amarna #AmenhotepIII #Avaris #boek #Bronstijd #Echnaton #Hatshepsut #hofcultuur #Hyksos #JohnRomer #LabibHabachi #Nefertiti #NegentiendeDynastie #NieuweRijk #PiRamesses #RamsesIV #ThebeEgypte_ #ToetmosesIII #TwintigsteDynastie #VijftiendeDynastie #ZahiHawass #Zeevolken #ZeventiendeDynastie

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

We zouden meer willen weten over de wijze waarop die verhalen circuleerden. Micha leefde in de late achtste eeuw v.Chr., al is het betreffende vers wellicht een jongere toevoeging. Exodus lijkt nog jonger, al is hierover een eindeloze discussie. Het staat verder vast dat er weliswaar een schrijfcultuur was in Juda en Israël, maar dat die niet heel breed was. De meeste informatie werd destijds mondeling doorgegeven, en daarmee verschuift onze vraag: wat circuleerde mondeling? Nogmaals, de geloofwaardigheid is een andere kwestie.

De mondelinge traditie

Mondelinge literatuur kán een historische kern hebben, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat motieven makkelijk van de ene naar de andere held overspringen. Het verhaal van Mozes’ biezen mandje is bijvoorbeeld eveneens gedocumenteerd in Mesopotamië, waar het werd verteld over koning Sargon, en het is tevens bekend van de Griekse baby Perseus, van de Romeinse Romulus en Remus, van de Indische Karna en van het Nederlandse verhaal over het wiegje dat aanspoelde op de Kinderdijk. “Baby ontkomt in mandje aan dreiging” is dus een standaardmotief uit de mondelinge literatuur.noot Dit is een subvariant van het thema van de bedreigde jeugd van de held. Ik heb vergeefs geprobeerd het ATU-nummer te vinden. Dat Mozes’ zus het mandje waterdicht maakt met pek en teer suggereert overigens dat de auteur van Exodus het verhaal heeft opgepikt in Mesopotamië, waar pek en teer, anders dan in Egypte, wel voorkomen.

Mondelinge tradities lijken ook ten grondslag te liggen aan andere delen van Exodus. De route van de Uittocht lijkt twee reisverhalen te combineren, en er zijn bovendien verhalen die elkaar tegenspreken. Voor sceptici die tot elke prijs normale literaire kritiek vermijden om de Bijbel te kunnen typeren als sprookjesboek, zijn die tegenspraken prijsschieten, maar voor oudheidkundigen bewijzen ze vooral dat er eerdere tradities zijn geweest. Immers, wie een verhaal vol tegenspraken maakt, bewijst dat hij niet alles verzonnen heeft; er waren al verhalen, die hij niet overtuigend harmoniseert. Er zal dus weleens iemand genaamd Mozes hebben geleefd (de Traditionskern), maar diens leven ligt besloten in de mist der mondelinge overlevering.

Chronologie

De verhalen over Mozes en de Uittocht zijn op schrift gesteld en de auteur van 1 Koningen, een deel van het Deuteronomistische Geschiedwerk, biedt een intrigerende opmerking: volgens hem bouwde koning Salomo de tempel van Jeruzalem 480 jaar na de Uittocht uit Egypte. Deze tempel wordt rond 930 gedateerd, dus we plaatsen Mozes rond 1410 v.Chr. Dat zou zijn geweest ten tijde van koning Amenhotep II, of eventueel zijn voorganger Toetmoses III, want de chronologie is veel minder zeker dan vaak wordt aangenomen. In elk geval: de Uittocht vond, volgens de bijbelse chronologie, plaats ten tijde van de goed gedocumenteerde Achttiende Dynastie, en een deel van het probleem is dat geen enkele Egyptische bron het vertrek van Hebreeuwse slaven vermeldt.

Er zijn wetenschappelijke en minder wetenschappelijke pogingen gedaan om te sleutelen aan de tekst. De aanname is dan bijvoorbeeld dat het niet ging om het vertrek van honderdduizenden slaven, die een krach zonder weerga zou hebben veroorzaakt, maar om kleinere aantallen. Of men neemt aan dat de datering niet klopt. Zo is wel geopperd dat de naamloze farao van de Uittocht Ramses II was of zijn zoon Merenptah, twee eeuwen na de bijbelse datering. Deze herdatering creëert een nieuw probleem, want in die tijd viel Kanaän onder Egyptisch gezag, terwijl we in het verhaal over de Intocht niets lezen over Egyptische garnizoenen. Dus hebben geleerden de datering van de Intocht verschoven naar het moment waarop er geen garnizoenen meer waren. Maar naarmate er meer archeologisch bewijs kwam, bleek de Egyptische aanwezigheid langer te hebben geduurd. Nu kunnen we de Intocht nog verder verschuiven, maar dan zijn we dus feitelijk begonnen de gebeurtenissen te verplaatsen naar een moment waarop er geen informatie meer is om het tegen te spreken. Tja.

Los daarvan: het is wat raar om een en dezelfde bron, in dit geval Exodus, te gebruiken om én de historiciteit van zekere gebeurtenissen en personen te bewijzen, én te beweren dat die bron niet klopt. Historici doen dat wel vaker, zoals wanneer ze de Dode-Zee-rollen toeschrijven aan de essenen, maar het moge duidelijk zijn dat er risico’s aan zijn verbonden.

[Wordt vervolgd]

#1Koningen #AchttiendeDynastie #AmenhotepII #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #DouraEuropos #Exodus #Intocht #Karna #Kinderdijk #koningSalomo #Merenptah #Micha #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #RamsesII #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #ToetmosesIII #Traditionskern #Uittocht