Vragen rond de jaarwisseling (3)

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een kleine drie weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal vandaag de vragen beantwoorden over de joodse wereld. Dat waren er opvallend veel.

Het verhaal van de “zondvloed” komt in uiteenlopende versies voor in zowat elke cultuur. Is er ooit een universele ramp gebeurd en wanneer zouden we deze kunnen situeren ?

Voor zover ik weet zijn de meeste verhalen over een grote overstroming en een kleine groep mensen die de beschaving (plus veestapel) redt, te herleiden tot een beperkt aantal originelen. De bekendste stamt uit Mesopotamië, met als varianten het Bijbelverhaal en een versie uit India en Perzië. De “Noach” in deze verhalen verneemt van de godheid waaronder de oerwateren ressorteren over de naderende ramp en bouwt een schip. Een ander origineel is dat van de vroege bewoners van de Amerika’s. Hierin dankt de mensheid haar redding aan een bergtop. Een derde verhaal komt uit China, waar archeologen op zoek zijn naar een historische gebeurtenis.

Zoals de vragensteller al aangeeft, zijn de verhalen bekend uit “zowat” alle culturen. Uit bijvoorbeeld Japan en Egypte, waar toch ook oude beschavingen waren, kennen we zo’n verhaal niet. Afrikaanse verhalen schijnen ook te ontbreken of zijn via de monotheïstische godsdiensten geïnspireerd door Mesopotamië.

Is er een universele ramp geweest? Nee. Voor Mesopotamië is wel gewezen op de door dikke kleipakketten gedocumenteerde watersnoodrampen uit het vroege derde millennium v.Chr. In de stad Ur ligt zo’n kleilaag rond 3100 v.Chr.; dit is een van de beroemdste archeologische vondsten aller tijden. In Uruk en Kish ligt zo’n laag rond 2900 v.Chr.,  in Šuruppak rond 2750 en uit Kish dateert een tweede kleilaag van rond 2500. Dit is zo inconsistent dat je mag aannemen dat de mythe wél verwijst naar traumatische gebeurtenissen maar niet naar één universele traumatische gebeurtenis.

Kanaänitische stele (Israel Museum, Jeruzalem)

Wat weten we over het voor-Bijbelse Israël?

De kwestie is de definitie van Israël. Als is bedoeld: wat gebeurde in het gebied van het latere koninkrijk van David en Salomo, dan valt te wijzen op een aantal stadstaten, die deels bekend zijn uit opgravingen en deels uit bijvoorbeeld de Amarna-brieven. Die steden waren niet heel anders dan die in Syrië. In de Late Bronstijd zijn ze sterk verkleind, waarna we in de Vroege IJzertijd allerlei dorpjes vinden in het hoogland.

Als is bedoeld of er al iets heeft bestaan dat de naam “Israël” droeg, dan is het antwoord dat een inscriptie uit Thebe vermeldt dat de Egyptische koning Merenptah in Kanaän de legers van de steden Ashkelon, Gezer en Yanoam heeft verslagen en dat Israël niet langer bestaat (“zijn zaad is niet langer”). De naam is geschreven met een teken dat duidt op een nomadisch volk, wat wel is opgevat als verwijzing naar de jaren waarin de Hebreeën door de woestijn zwierven.

Ik wijs verder op de Apiru. Dit waren mensen die de belastingen niet meer konden betalen, hun land verlieten en zonder veel bestaanszekerheid leefden in afgelegen gebieden. Ze legden zich toe op banditisme en verhuurden zich als soldaten of dagloners. De mensen die woonden in de dorpjes in het hoogland zullen door de laatste bewoners van de leeglopende steden wel als Apiru zijn beschouwd, net als nomaden zoals “Israël” die naar Kanaän trokken. In elk geval waren de mensen uit de bergdorpjes de voorouders van de groepen die zich in de tiende eeuw onder koning David verenigden. Maar veel is onzeker.

Grafsteen van een zwaardsmid (Nationaal Museum, Beiroet)

Iedereen kent de uitdrukking “zwaarden omsmeden tot ploegscharen”, maar de profeet Joël noemt ook ploegscharen die tot zwaarden worden omgesmeed.noot Joël 4.10. Kan het zijn dat ijzer zo schaars was dat het werd gerecycled?

Ja, want ijzer was kostbaar. Op een slagveld werden de gesneuvelden beroofd van hun wapenrustingen en een verslagen aanvoerder kon alleen de naakte lichamen van zijn manschappen terugvragen. Ik meen te weten dat er ook chemisch onderzoek is gedaan waaruit blijkt dat ijzer herhaaldelijk werd omgesmolten: van zwaarden naar ploegscharen en weer terug. We moeten opmerkingen over het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen en vice versa dus serieus nemen, hoewel ze natuurlijk tegelijk symbolisch zijn.

In de christelijke uitleg verwijst het meervoud Elohim naar de Drie-eenheid (OLV van Qannoubine)

Was/is Elohim een meervoudsvorm of een uiting van eerbied en machtserkenning?

Elohim, een van de namen van God, is van oorsprong inderdaad een meervoud en betekent zoiets als “de goden”, maar wordt consequent verbonden met werkwoorden in het enkelvoud. Deftig gezegd: morfologisch meervoud, syntactisch enkelvoud. Of mensen destijds het meervoud hebben herkend, is maar de vraag; ons woord “schoen” was ook ooit een meervoud maar niemand herkent dat nog.

Is het meervoud een uiting van eerbied? Ik vroeg het Gert Knepper, die weleens schrijft voor deze blog.

Dichter in de buurt komen als we ook kijken naar andere oude Semitische talen, zoals het Phoenicisch en het Akkadisch. Net als in het Hebreeuws kun je daar een meervoud gebruiken om abstractie uit te drukken. Zo drukt het Hebreeuws het abstracte begrip ‘vaderschap’ uit door het meervoud ‘vaders’. En zowel het Phoenicisch, het Akkadisch als het Hebreeuws kunnen het meervoudige ‘goden’ gebruiken om naar één persoon te verwijzen, waarbij de abstractie die het meervoud uitdrukte (‘goddelijkheid’) waarschijnlijk de functie had om uitnemendheid weer te geven: ‘de god par excellence’. ‘Elohim’ is dus Semitisch idioom, het meervoud heeft in eerste instantie een abstraherende functie (‘god[delijk]heid)’, en die functie dient om aan te geven dat het gaat om een ‘godheid bij uitstek

Kleitablet met een Mesopotamische scheppingsmythe (Louvre, Parijs)

Hoe kwam het scheppingsverhaal in de Bijbel terecht?

De Bijbel bevat diverse verhalen over het ontstaan van de wereld. In Psalm 102 lezen we dat God vóór het ontstaan van de tijd – hoe dit mogelijk is, weet ik niet – de hemel schiep en de fundamenten legde van de aarde. In Job 26 heeft God de aardschijf opgehangen boven het niets.

Het bekendst zijn de verhalen uit Genesis. In Genesis 2 schept Jahweh de mens en geeft hem een tuin in Eden. Dit verhaal moet vrij oud zijn, al weet niemand precies hoe oud. Tot slot is er het scheppingsverhaal uit Genesis 1-2.4, waarin Elohim de wereld schept in zes dagen en de sabbat als kroon plaatst op het werk. Hier wordt het voorgelezen:

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=njpWalYduU4?feature=oembed&w=640&h=480]

Al deze verhalen bevatten beelden en ideeën die gangbaar waren in de oude wereld. Eigenlijk hebben alle volken wel een verhaal over de twee eerste mensen en over een paradijselijke oertoestand die om een of andere reden ten einde is gekomen. Het feit dat de Bijbelse beelden elkaar tegenspreken, bewijst dat de Joden geen behoefte hadden aan één bindend verhaal.

Er is echter wel iets bijzonders aan de hand in Genesis 1.2-4. Antieke scheppingsverhalen eindigden nogal eens met de schepping van het koningschap. Je zou in het zevendagenverhaal verwachten dat God na de schepping van de mens ook de monarchie zou hebben geschapen – maar daar doorbreekt de auteur de verwachting: zoals gezegd is de sabbat het summum. Meer daarover hier.

Christus (in een Romeinse catacombe, ik weet niet meer welke)

Ik las eens dat Jezus mogelijk ooit in India is geweest. Zou dat waar kunnen zijn?

Nee.

[morgen meer]

#AmarnaBrieven #Apiru #Elohim #Genesis #ijzer #IJzertijd #IsraëlEnJuda #Jahweh #LateBronstijd #Merenptah #Scheppingsverhaal #vragenRondDeJaarwisseling #Zondvloed

De slag bij Kadesh (4)

Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

[Laatste van vier blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië, maar er is nog een PS. Het eerste was hier.]

De strijd bij Kadesh was begonnen toen Hittitische strijdwagens de Orontes waren overgestoken, de Egyptische Ra-divisie in de flank hadden aangevallen en waren afgebogen naar het kamp van de Egyptische Amon-divisie, waar farao Ramses II zich bevond.

De strijd om het kamp

Zoals ik in het vorige blogje aangaf, kan het aantal Hittitische strijdwagens dat door de Ra-divisie heen brak, nooit groot zijn geweest, en toen die wagens aankwamen bij het Egyptische kamp, kon Ramses snel instructies geven voor een tegenaanval. In zijn eigen verslag beweert de Egyptische koning weliswaar dat er geen officier, geen wagenmenner, geen soldaat, geen schilddrager meer bij hem was, maar dat is onzin. Tegenover hooguit enkele honderden zware strijdwagens zette hij evenveel snellere strijdwagens en duizenden infanteristen. De Hittieten werden bedolven onder een regen van pijlen en hadden geen schijn van kans.

Het lijkt erop dat Muwatalli, de Hittitische koning, heeft geweten hoe zijn strijdwagens in de problemen waren gekomen. Hij moest op een of andere manier interveniëren: was het niet om alsnog de Egyptenaren te verslaan in een veldslag die hij niet op deze manier had gepland, dan was het wel om de Egyptenaren te dwingen hun aandacht te verdelen, zodat de strijdwagens een kans kregen terug te keren. Hij zond dus troepen uit Aleppo en Karchemiš, die deel uitmaakten van het Hittitische leger, naar het Egyptische kamp.

Voor een moment leek het alsof de Hittitische versterkingen de Egyptenaren in de problemen zouden brengen, maar korte tijd later arriveerden vanuit het westen de Ne’arin. Zoals ik al aangaf, weten we niet wat deze “jonge mannen” van onderdeel waren, maar hun aankomst deed de balans definitief doorslaan in het voordeel van de Egyptenaren. De Hittieten moesten zich terugtrekken naar de oostelijke oever van de Orontes; de mannen die op de strijdwagens waren vervoerd, stegen af en probeerden zwemmend aan de overzijde te komen, bestookt door de Egyptische boogschutters, die in alle rust konden prijsschieten.

Het gevecht in de rivier, zoals afgebeeld in het Ramesseum (klik=groot)

Naspel

Het gevecht was voorbij, maar zoals wel vaker is het maar de vraag wie had gewonnen. Ramses had in elk geval een tactische overwinning behaald: de Hittitische aanval was afgeslagen en het vijandelijke leger had aanzienlijke schade geleden. In de Egyptische propaganda gold de slag bij Kadesh dan ook als een overwinning zonder weerga. Wat er niet bij staat is dat het operationele doel, de inname van Kadesh, niet was gehaald. Nu twee van zijn divisies verliezen hadden geleden, kon Ramses de door de Hittieten versterkte stad niet langer belegeren en restte slechts de aftocht richting Damascus.

Dat wil niet zeggen dat Muwatalli de slag had gewonnen. Hij was er bepaald niet in geslaagd Ramses voor eens en altijd diets te maken wie de baas was. Hij liet zijn broer Hattusili, de latere koning, achter om de regio te verdedigen. De strijd om Syrië golfde nog enkele jaren op en neer, waarbij de Hittieten wat vaker in het voordeel waren dan de Egyptenaren. Feitelijk hadden beide partijen echter dezelfde les geleerd: men kon het eigen leger veilig inzetten tegen vazalkoningen, maar de confrontatie met een supermacht was een ander paar mouwen.

Wat geen van beide partijen wilde, was dat er een derde supermacht zou opstaan. Maar dat was wel wat gebeurde: de Assyriërs dienden zich aan. Bovendien moest Hattusili III, die inmiddels Muwatalli was opgevolgd, zich te weer stellen in een conflict met een neef. In het eenentwintigste regeringsjaar van Ramses en het veertiende jaar van Hattusili, wellicht 1259 v.Chr., kwam het dus tot een vredesverdrag. We bezitten beide versies van de tekst, die op slechts één punt verschillen: de Egyptische versie zegt dat dat Hittieten om vrede verzochten, terwijl de Hittitische versie het omgekeerde beweert.

[Appendix volgt]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Andronovo

augustus 27, 2015
Astarte

januari 7, 2016
De slag bij Kadesh (1)

december 24, 2025 Deel dit: #Aleppo #HattusiliIII #Hittieten #Karchemiš #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #Syrië

De slag bij Kadesh (3)

Kadesh

[Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

Muwatalli’s krijgsplan

Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

De slag bij Kadesh (klik=groot)

Deze reconstructie van het krijgsplan is plausibel, maar is wel gebaseerd op de aanname dat de Hittieten steeds dezelfde aanpak hadden: de vijand naar open terrein brengen, waar het superieure Hittitische leger altijd in het voordeel zou zijn. Die strijdwijze kan best hebben bestaan, maar doorgaans streden de Hittieten tegen stadstaatjes en niet tegen een gelijkwaardige vijand, zoals Egypte. De reconstructie veronderstelt bovendien dat men het in de Late Bronstijd onrechtvaardig vonden een vijand onverhoeds aan te vallen, wat ons wat vreemd in de oren klinkt, maar de toenmalige vorsten hadden de gewoonte oorlogsverklaringen nauwgezet te rechtvaardigen, wat suggereert dat ze oorlog opvatten als iets dat zich diende te voltrekken volgens recht en regels. Mocht deze reconstructie van Muwatalli’s krijgsplan correct zijn, en dat weten we dus niet zeker, dan was de slag bij Kadesh niet de veldslag die hij en Ramses hadden voorbereid.

Contact

Ramses’ hoofdmacht arriveerde niet vanuit het westen, maar vanuit het zuiden. Helemaal vooraan kwam de Amon-divisie, met Ramses zelf. De Ra-, Ptah- en Seth-divisies volgden door een woud dat Labwi wordt genoemd. We krijgen de indruk dat ze niet één gesloten colonne vormden, maar op enige afstand van elkaar oprukten. Als in de Late Bronstijd inderdaad een norm bestond dat veldslagen pas werden aangegaan als beide partijen zich hadden kunnen opstellen, was getrennt marschieren, vereint schlagen natuurlijk mogelijk. Maar nogmaals: we weten over de Bronstijd-krijgskunst meer niet dan wel.

Ramses en Amon-divisie sloegen hun kamp op ten noordwesten van Kadesh, en ontdekten dat de Hittieten al aanwezig waren. Daarop stuurde de koning een bode naar de andere divisies, met het bevel voort te maken. Hij trof de Ra-divisie aan bij het oversteken van de Orontes. Een andere boodschapper zal naar de Ne’arin in het westen zijn gegaloppeerd.

De Hittitische aanval

De Ra-divisie – die bestond uit vele duizenden infanteristen alsmede honderden stijdwagens – was nog maar net de Orontes over, toen ze in de flank werd aangevallen door Hittitische strijdwagens, die bij een andere voorde de rivier waren overgestoken. De mannen hadden al een flinke afstand gemarcheerd en waren vermoedelijk niet op hun allerenergiekst toen ze zich te weer moesten stellen tegen de vijandelijke aanval. En dat lukte dus niet: de zware Hittitische strijdwagens braken dwars door de gelederen heen en zwenkten toen naar het noorden, in de richting van de Amon-divisie.

Deze manoeuvre is ronduit vreemd. Je zou hebben verwacht dat na deze aanval de Hittitische infanterie zich stortte op de Ra-divisie, maar dit gebeurde niet, of niet in voldoende mate. Wat je niet zou hebben verwacht is dat de Hittitische strijdwagens zich richtten op de duizenden infanteristen en snellere strijdwagens van de Amon-divisie. Het wordt helemaal merkwaardig als we bedenken dat er weliswaar een voorde was in de Orontes, maar dat strijdwagens niet zo makkelijk een rivier oversteken. Aangezien de Egyptenaren werden verrast, moet de Hittitische oversteek snel zijn verlopen, wat betekent dat het aantal strijdwagens nooit heel groot kan zijn geweest.

Eén hypothese is dat de Hittitische strijdwagens helemaal de bedoeling niet hadden de slag te openen, maar bezig waren het veld te verkennen, en niet wisten dat de Ra-divisie al zo ver was opgerukt, en dat ze naar de Amon-divisie zwenkten omdat ze niet wisten dat die zich daar al bevond. Dit veronderstelt echter dat vanaf de oostelijke Orontesoever de stofwolk niet was te zien die de Ra-troepen hadden opgeworpen en dat ook de opmars van de Amon-divisie niet was waargenomen. Dat is zeer onwaarschijnlijk, maar wie een betere hypothese weet, mag het zeggen.

[wordt vervolgd]

#Amurru #Hittieten #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië

De slag bij Kadesh (2)

Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

[Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische legers tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

Amurru

Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

Amurru was zich ten tijde van Echnaton zelfstandiger gaan gedragen en had een conflict met Byblos met succes afgerond. Ik vertelde al eens dat de plaatselijke koning Rib-Hadda van Byblos had moeten vluchten en geen enkele steun uit Egypte had gekregen. Toen koning Ramses II aan de macht kwam, besloot hij zijn gezag te herstellen. Hij had voldoende succes om de koning van Amurru te verdrijven, en deze riep daarop de hulp in van de Hittitische koning Muwatalli II, die besloot naar het zuiden te trekken om Kadesh te beschermen en liefst ook Amurru te heroveren.

Naar Kadesh

Een groot conflict was onafwendbaar toen Ramses in 1274 opnieuw noordwaarts trok. Een vloot bracht troepen naar de monding van de Nahr al-Kabir. Deze boottocht diende mede om de vazalkoningen in Tyrus, Sidon, Beiroet of Byblos duidelijk te maken wie er de baas was. De rest van het leger, gecommandeerd door de koning zelf, arriveerde vanuit het zuiden, zeg maar via het huidige Israël, door de Bekaavallei en langs de bovenloop van de Orontes. Beide legers zouden samenkomen bij Kadesh.

Ramses’ leger bestond uit vier divisies: de Amon-divisie uit Thebe, de Ra-divisie uit Heliopolis, de Ptah-divisie uit Memfis en de Seth-divisie uit Tanis. Het over zee aangekomen onderdeel heette Ne’arin, “jonge kerels”, maar het lijken geen rekruten te zijn geweest. Het kan gaan om een eliteonderdeel of om Levantijnse bondgenoten. Ook waren er Nubiërs en Sherden, en die laatsten zou u kunnen kennen als een van de Zeevolken.

Muwatalli en zijn familieleden, die de diverse Hittitische onderdelen commandeerden, arriveerden eerder en bezetten Kadesh. Hun kamp sloegen ze op ten oosten van de stad, waar ze zich opmaakten voor een strijd die ze eigenlijk niet goed kenden. Hun tactiek bestond meestal uit het plunderen van een landstreek om zo de bevolking te dwingen vanuit hun versterkte steden te komen, waarna het Hittitische leger ze in het vrije veld kon verslaan, omdat het eigenlijk altijd numeriek en professioneel superieur was. Van zo’n oorlog kon bij Kadesh geen sprake zijn.

Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)

Strijdwagens

Strijdwagens speelden tijdens de slag bij Kadesh een belangrijke rol. Of beter: de Egyptische bronnen concentreren zich op dit wapen, hoewel de meeste manschappen behoorden tot de infanterie. De strijdwagens trekken echter de aandacht. Ze dienden voor de verplaatsing van boogschutters, maar het is niet helemaal duidelijk of die schoten terwijl de wagens reden. Zelfs al bedient een menner de teugels, dan nog kun je als boogschutter moeilijk richten, terwijl voor een ongericht spervuur veel meer boogschutters moeten worden ingezet dan in Ramses’ leger aanwezig waren. Misschien waren de strijdwagens wel niet meer dan taxi’s om boogschutters te verplaatsen, ongeveer zoals de Ilias beschrijft. We weten het weer eens niet.

Aan de overzijde waren de Hittitische strijdwagens, die behalve een menner en een boogschutter een schilddrager vervoerden. Wegens het gewicht waren deze wagens wat robuuster gebouwd en minder wendbaar dan de Egyptische. De aanwezigheid van schilddragers suggereert dat zulke wagens dichter bij het front kwamen dan strijdwagens zonder schilddragers, en inderdaad zouden de strijdwagens in Kadesh zo worden ingezet. Of dat ook de bedoeling was, is echter de vraag, zoals we morgen zullen zien.

[wordt vervolgd]

#AmarnaBrieven #Echnaton #Hittieten #khepresh #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #RibHadda #Sherden #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië #ToetmosesIII

De slag bij Kadesh (1)

Hittitische oorlogsgoden, Yazilikaya

Een van de tradities op de Mainzer Beobachter is het vervolgverhaal rond kerst. Vorig jaar ging het over Cornelis de Bruijn en het jaar ervoor blogde Kees Alders over de Romeinse Stoa. In 2017 ging het over joodse retorica. Nogal vaak bestond het vervolgverhaal uit krijgsgeschiedenis, omdat dat genre zich goed leent voor een doorlopend verhaal: in 2022 blogde ik over de Makkabeeën, het jaar ervoor over Xenofons tocht naar Kounaxa, in 2018 behandelde ik de Tweede Punische Oorlog, in 2016 schreef ik over de speurtocht naar de Trojaanse Oorlog en in 2014 begon deze traditie met een overzicht van het Ardennenoffensief. (Dit vind ik nog altijd een van de betere delen van deze blog.) In 2015, 2019 en 2020 was er geen vervolgverhaal, en dit jaar behandel ik de slag bij Kadesh. Opnieuw krijgsgeschiedenis, opnieuw een onderwerp dat weinig heeft te maken met vrede op aarde. Maar soit.

De simpelste samenvatting: in de slag bij Kadesh, die plaatsvond in de eerste helft van de dertiende eeuw v.Chr., stond de Egyptische koning Ramses II tegenover de Hittitische koning Muwatalli II. De inzet van het gevecht was de heerschappij in de vallei van de rivier de Orontes. Wie de slag won, is niet helemaal duidelijk, en is eigenlijk ook niet zo belangrijk, want het feitelijke resultaat was dat de twee partijen leerden dat ze beter geen open veldslagen konden aangaan. Vijftien jaar later tekenden ze een vredesverdrag.

Datering

Dat waren de kale feiten. Maar u merkt al dat er veel onzekerheden zijn. Over de uitslag, maar ook over de datum. Het gevecht is weleens geplaatst in 1285 v.Chr., terwijl de laatste halve eeuw 1274 geldt als de beste benadering. Maar ook dat is slechts een slag in de lucht.

Ik heb al eens verteld dat dit jaartal is gebaseerd op een synchronisme met Assyrië, en dat dat de Assyrische koningslijst op een of twee plaatsen vorsten na elkaar plaatst die feitelijk gelijktijdig regeerden. De lijst lijkt te lang, het verleden is wat minder diep. Anders gezegd: de veldslag kan ook in 1260 of 1251 hebben plaatsgevonden.

Wat gebeurde in een veldslag?

Onze onzekerheid heeft echter vooral te maken met het feit dat we geen idee hebben van wat er nu eigenlijk is gebeurd. Dat is voor de Oudheid natuurlijk niet zo vreemd: we weten heel vaak minder dan je zou afleiden uit de eenduidige lemma’s van de Wikipedia of, ik noem eens wat, Livius.org. In het geval van de slag bij Kadesh leek enig optimisme echter gerechtvaardigd, aangezien we beschikken over diverse bronnen:

  • Een Egyptisch gedicht, bekend uit onder meer Luxor, Karnak, Abydos en een papyrus;
  • Het “rapport” of “bulletin”: een standaardtekst bij reliëfs;
  • Aanvullende teksten die soms bij de afbeeldingen staan;
  • Verschillende verwijzingen in de Hittitische correspondentie.

Dat lijkt veel informatie, en in elk geval komt ze van twee kanten, en bovendien is van het Hittitische materiaal nog lang niet alles uitgegeven. Maar evengoed gaat het om weinig informatie.

Bovendien is er discussie over de aard van oorlogvoering in de Late Bronstijd. Waren die strijdwagens alleen maar verrijdbare geschutplatforms of dienden ze voor snelle aanvallen? En indien dit laatste: hoe schadelijk waren ze nu feitelijk? Bestond er een alom aanvaarde culturele norm over de wijze waarop je een veldslag vocht en zo ja, was de Hittitische aanval bij Kadesh daarmee in strijd?

Kortom: vragen te over. En dus een leuk onderwerp voor een korte reeks blogjes. Wordt vandaag dus vervolgd, en wel om 11:00.

#AbydosEgypte #Hittieten #Karnak #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #Luxor #MuwatalliII #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #Syrië

Mopsos

Hiërogliefisch Luwische inscriptie uit Karatepe

De oude Grieken hadden verhalen over een legendarische held Mopsos, die werkte als ziener in Klaros, in het westen van het huidige Turkije. Na de verwoesting van Troje zou hij de gastheer zijn geweest van enkele Griekse krijgers, waaronder de Griekse waarzegger Kalchas. De twee futurologen deden een wedstrijdje wie het meeste wist, en kort nadat Mopsos had gewonnen, overleed Kalchas.

Daarop trok Mopsos naar het oosten, richting Syrië en Fenicië. In Cilicië zou hij enkele steden hebben gesticht, zoals Mopsoukrenai (“Mopsosbronnen”) en Mopsouestia (“Mopsoshaard”). Volgens de Grieks-Romeinse geograaf Strabon regeerde de ziener vanuit de stad Mallos, ten zuidoosten van het huidige Adana; Ploutarchos meldt dat er in zijn tijd, begin tweede eeuw na Chr., in Cilicië nog een orakel van Mopsos was.

Azatiwataya

Tot zover de Griekse sagen. Nu wat historische informatie over het Anatolië van de Zeevolkentijd. Rond 1200 v.Chr. werd de Hittitische hoofdstad Hattusa ontruimd en viel het centrale gezag weg. De oude provincies of deelkoninkrijken overleefden onder Hittitische dynastieën, die in de IJzertijd een voor een werden onderworpen door de Assyriërs. Tot de steden die bloeiden tussen de neergang van Hittitenrijk het de opkomst van Assyrië, behoorde Karatepe-Aslantaş, een van de mooiste ruïneparken van Turkije. De stad, die ooit Azatiwataya heette, is ontdekt in 1946.

Fenicische inscriptie uit Karatepe

Een van de vorsten was Azatiwata, die rond 700 v.Chr. een tweetalige inscriptie heeft nagelaten: de ene versie, zevenenzeventig regels lang, was gesteld in het aan wetenschappers allang bekende Fenicisch, terwijl de andere versie was gesteld in Hiërogliefisch Luwisch, dat dankzij deze inscriptie kon worden ontcijferd. Koning Azatiwata identificeert zichzelf als de heerser van een koninkrijk dat in het Fenicisch Dnnym heette, ofwel Adana. Misschien heeft het iets te maken met het Zeevolk dat in het Egyptisch bekendstaat als Denyen, maar dat is speculatie.

Moxos, Mpš, Mopsos

Het opvallende is nu dat Azatiwata, anders dan zijn tijdgenoten, niet opschept dat hij een koning was die alles veroverde, vernietigde en plunderde. In plaats daarvan vertelt hij dat hij zijn volk in overvloed en rust liet leven, dat hij de vrede lief had (en daarom zorg droeg voor het leger en de forten) en dat hij vrede sloot met alle koningen. “Zelfs op de ooit gevreesde plaatsen waar geen man durfde gaan, wandelen tegenwoordig vrouwen met hun spintol”.

Maar er is nog iets. Azatiwata beweert in zijn inscripties dat hij een afstammeling is van iemand die in het Luwisch Moxos heet en in het Fenicisch Mpš en die geen ander kan zijn dan de Griekse Mopsos. Dat hadden we even niet zien aankomen, dat zo’n legendarische held uit zo’n legendarische oorlog echt heeft bestaan. Of, iets beter geformuleerd: dat een Griekse traditie over een held van lang geleden ook in de Luwische/Fenicische sfeer bekend was.

Het werpt een zeker licht op de verhalen over Grieken die zich na de ondergang van Troje hebben gevestigd op Cyprus of uitzwierven naar Egypte. Niet dat die sagen nu ineens waar zijn. Er is geen reden zoiets te denken. Maar misschien horen we zo nu en dan wel echo’s uit de Late Bronstijd, toen de Mykeense Grieken inderdaad naar de het oosten reisden, of uit de Zeevolkentijd, toen volken met Grieks-achtige namen opdoken in de Levant.

#Adana #Azatiwata #Azatiwataya #Cilicië #Denyen #HiërogliefischLuwisch #Kalchas #KaratepeAslantaş #Klaros #LateBronstijd #Mallos #Mopsos #Mopsouestia #TrojaanseOorlog #Zeevolken

Clarus - Livius

Nazca-aardewerk (Humboldtforum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer aandacht voor wat we niet weten en wat we leren weten.

***

Peter James

Onlangs is Peter James overleden, misschien niet de meest invloedrijke oudheidkundige, maar wel een van de interessantere. Zijn veld was de antieke chronologie, en dat is een onderwerp waarover veel minder met zekerheid bekend is dan wel wordt aangenomen. Nog onlangs legde Wim Raven op deze blog uit dat de levensjaren van de profeet Mohammed eigenlijk onbekend zijn. Er zijn alleszins redelijke tegenwerpingen tegen de gangbare chronologie, waar de komende jaren alleen maar meer aandacht aan besteed zal moeten worden – een van de gevolgen van de DNA-revolutie.

Nu zijn er, als het gaat om het Nabije Oosten, vanouds malle chronologische reconstructies, die vaak voortkomen uit een verlangen vast te stellen dat de verhalen uit de Bijbel op een bepaalde manier waar zijn. Als Mozes in de woestijn een lichtzuil zag, dan was dat de uitbarstende vulkaan Thera en dan was de Uittocht in de zeventiende eeuw v.Chr. Dat werk. En omdat er ruimte is voor twijfel, is er ook ruimte voor kwakhistorische reconstructies, zoals die van Immanuel Velikovsky.

James, die aanvankelijk was geïnspireerd door Velikovsky, nam de handschoen op. Dat resulteerde in het boek Centuries of Darkness uit 1991, waarin hij met vier collega’s een verkorting van de traditionele chronologie van de Brons- en IJzertijd voorstelde. De nieuwe chronologie heeft maar weinigen overtuigd, maar er is altijd lof geweest voor de helderheid waarmee James de problemen identificeerde en weer eens aanpakte.

Samenvattend: we moeten beter weten wat we niet zeker weten.

Nazca

In mijn boek Oudheidkunde is een wetenschap vertelde ik over een citizen science-project uit 2019/2020, Erfgoed Gezocht. De deelnemers aan dit project kregen foto’s te zien uit het Actueel Hoogtebestand Nederland, een met LIDAR gemaakte, supergedetailleerde kaart van het Nederlands reliëf. Daarop zijn grafheuvels en Celtic Fields (akkers uit de IJzertijd) te herkennen. Ruim 6000 vrijwilligers hielpen mee en identificeerden honderden grafheuvels op de Utrechtse Heuvelrug. Ik attendeerde erop dat gegevens als deze de digitale kennisbasis kunnen vormen voor een A.I.-systeem, zodat de computer ook elders grafheuvels en IJzertijdakkers zal leren herkennen.

Zoiets is inmiddels gebeurd, al betreft het niet de archeologie van de Nederlandse Prehistorie, maar de archeologie van Precolumbiaans Peru. In dat land liggen de zogeheten Nazca-lijnen, die in pseudowetenschappelijke kring grote bekendheid genieten. Het gaat om allerlei geometrische vormen en dierenfiguren – een condor, een spin, een aap, een pelikaan – die in het woestijnzand zijn aangelegd door de stenen in de bodem te drukken. Vanuit de lucht bezien zijn ze erg spectaculair en dat bewijst dat de goden kosmonauten waren. Of zoiets.

Uiteraard hebben we die hypothese niet nodig, al blijft het curieus dat deze figuren zó aangelegd zijn dat je ze uit de lucht het beste kunt bekijken. Tot voor kort waren er ongeveer 400 bekend, en ze lijken te zijn aangelegd door mensen van de Nazca-cultuur, tussen de 200 v.Chr. en 900 na Chr.

Met satellietfoto’s is het aantal bekende figuren in de laatste jaren met nog dertig uitgebreid, maar het leek erop dat alles wat te zien was, inmiddels wel was gevonden. Kort geleden maakte een Japans onderzoeksteam echter bekend dat het dankzij artificiële intelligentie zo’n 300 extra figuren had gevonden die voor het menselijk oog maar moeilijk zichtbaar waren, terwijl de computer ze wel had herkend. Daarmee beginnen ook patronen zichtbaar te worden: de grotere figuren lijken te liggen langs de wegen naar tempels.

Samenvattend: we kunnen meer weten dan we nu weten. Meer informatie hier.

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/09/30/faits-divers-25/

#artificiëleIntelligentie #chronologie #FaitsDivers #IJzertijd #ImmanuelVelikovsky #LateBronstijd #LIDAR #Nazca #Peru #PeterJames

Peter James (historian) - Wikipedia