Ramses II in Tyrus

Ramses II op een reliëf uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

Tot de vele bijzondere voorwerpen in het Libanese Nationaal Museum in Beiroet behoort ook het bovenstaande reliëf. Het is niet bekend hoe het precies is gevonden, behalve dat het is gebeurd in de zuidelijke havenstad Tyrus. Dat moet in de jaren zestig of de vroeg jaren zeventig zijn geweest.

Ramses II, jaar 4

De voorstelling is echter duidelijk, al was het maar omdat ze zo traditioneel is: we zien rechts de Egyptische koning Ramses II, die op het punt staat enkele verslagen tegenstanders de kop in te slaan ter ere van de god Ra-Horakhty, die een lange scepter en een soort zwaard in handen heeft. Helemaal bovenaan is de zonnegod Ra te zien. Soortgelijke afbeeldingen werden al vijftien eeuwen eerder gemaakt en zouden veertien eeuwen later nog steeds worden gemaakt (zij het met de Romeinse keizer), en daaruit volgt dat we de verslagen tegenstanders niet zonder meer kunnen identificeren met een concrete vijand. Het zijn “de” vijanden van Egypte in het algemeen. Ook de stereotype tekst, vol goddelijke en koninklijke titels, verwijst niet naar een specifieke tegenstander.

Niettemin: de namen van Ramses zijn leesbaar en uit zijn titels valt af te leiden dat de stèle is opgericht tussen zijn tweede en twintigste regeringsjaar. Dat is de periode waarin hij met de Hittieten streed om de heerschappij over de stadskoningen van Syrië. In de eerste helft van die periode bezocht Ramses de regio persoonlijk, zodat we de datering kunnen verfijnen tot het eerste van de twee decennia.

Ramses II met wespentaille aan de Nahr al-Kalb

Het is bovendien niet het enige reliëf dat Ramses achterliet aan de Levantijnse kust: ten noorden van Beiroet zijn aan de Nahr al-Kalb diverse reliëfs uit zijn naam aangebracht, waarop ’s konings heldendaden staan vermeld. Een soortgelijke stèle is gevonden te Quban (boven de Aswandam) en tegenwoordig in het museum in Grenoble, en dateert uit Ramses’ derde regeringsjaar. Het interessante is nu dat zowel het Quban-reliëf als een uit het vierde jaar daterend reliëf aan de Nahr al-Kalb een Ramses tonen met opvallend brede schouders en een wespentaille, net zoals in Tyrus. Omdat Ramses in jaar drie niet in de Levant was, moet bovenstaand reliëf dateren uit jaar vier: het jaar waarin hij Amurru onderwierp.

Een nieuw fragment

Nu is de tekst, zoals gezegd, nogal stereotiep. Maar er is toch iets meer over te zeggen. De Franse egyptologen Jean Yoyotte en Henri-Charles Loffet realiseerden zich onafhankelijk van elkaar dat een nogal onbestemd fragment uit het museum in Beiroet, geregistreerd als een oppervlaktevondst uit Tyrus, was gemaakt van dezelfde grauwe, poreuze basalt. En verrek, de hiëroglyfen waren precies even groot.

Heel verrassend waren de conclusies niet. Primo, het toegevoegde fragment verwijst naar een concrete operatie, al is niet duidelijk welke. Het is dus niet zomaar een afbeelding van de immer en altoos zegevierende vorst. Secondo, we lezen dat het leger (dus niet slechts de vloot) naar het noorden trok. Daaruit volgt dat bovenstaande inscriptie inderdaad betrekking had op Ramses’ eerste Syrische campagne, waarmee hij Amurru inlijfde. En daaruit volgt weer dat de mannen die door Ramses zullen worden geëxecuteerd de heersers van Amurru zijn. Minimaal één heeft overigens weten te ontsnappen en kon de Hittitische koning Muwatalli II verwittigen, zodat deze in het volgende jaar mobiliseerde en oprukte naar Kadesh.

Literatuur

  • Henri-Charles Loffet, La stèle de Ramses II de provenance de Tyr, in: Claude Doumet-Serhal, Decade. A decade of Archaeology and History in the Lebanon (1995-2004) (2004) 28-37

[Dit was het 518e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Amurru #HenriCharlesLoffet #JeanYoyotte #Libanon #MuwatalliII #NahrAlKalb #Quban #Ra #RamsesII #Tyrus

De slag bij Kadesh (3)

Kadesh

[Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

Muwatalli’s krijgsplan

Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

De slag bij Kadesh (klik=groot)

Deze reconstructie van het krijgsplan is plausibel, maar is wel gebaseerd op de aanname dat de Hittieten steeds dezelfde aanpak hadden: de vijand naar open terrein brengen, waar het superieure Hittitische leger altijd in het voordeel zou zijn. Die strijdwijze kan best hebben bestaan, maar doorgaans streden de Hittieten tegen stadstaatjes en niet tegen een gelijkwaardige vijand, zoals Egypte. De reconstructie veronderstelt bovendien dat men het in de Late Bronstijd onrechtvaardig vonden een vijand onverhoeds aan te vallen, wat ons wat vreemd in de oren klinkt, maar de toenmalige vorsten hadden de gewoonte oorlogsverklaringen nauwgezet te rechtvaardigen, wat suggereert dat ze oorlog opvatten als iets dat zich diende te voltrekken volgens recht en regels. Mocht deze reconstructie van Muwatalli’s krijgsplan correct zijn, en dat weten we dus niet zeker, dan was de slag bij Kadesh niet de veldslag die hij en Ramses hadden voorbereid.

Contact

Ramses’ hoofdmacht arriveerde niet vanuit het westen, maar vanuit het zuiden. Helemaal vooraan kwam de Amon-divisie, met Ramses zelf. De Ra-, Ptah- en Seth-divisies volgden door een woud dat Labwi wordt genoemd. We krijgen de indruk dat ze niet één gesloten colonne vormden, maar op enige afstand van elkaar oprukten. Als in de Late Bronstijd inderdaad een norm bestond dat veldslagen pas werden aangegaan als beide partijen zich hadden kunnen opstellen, was getrennt marschieren, vereint schlagen natuurlijk mogelijk. Maar nogmaals: we weten over de Bronstijd-krijgskunst meer niet dan wel.

Ramses en Amon-divisie sloegen hun kamp op ten noordwesten van Kadesh, en ontdekten dat de Hittieten al aanwezig waren. Daarop stuurde de koning een bode naar de andere divisies, met het bevel voort te maken. Hij trof de Ra-divisie aan bij het oversteken van de Orontes. Een andere boodschapper zal naar de Ne’arin in het westen zijn gegaloppeerd.

De Hittitische aanval

De Ra-divisie – die bestond uit vele duizenden infanteristen alsmede honderden stijdwagens – was nog maar net de Orontes over, toen ze in de flank werd aangevallen door Hittitische strijdwagens, die bij een andere voorde de rivier waren overgestoken. De mannen hadden al een flinke afstand gemarcheerd en waren vermoedelijk niet op hun allerenergiekst toen ze zich te weer moesten stellen tegen de vijandelijke aanval. En dat lukte dus niet: de zware Hittitische strijdwagens braken dwars door de gelederen heen en zwenkten toen naar het noorden, in de richting van de Amon-divisie.

Deze manoeuvre is ronduit vreemd. Je zou hebben verwacht dat na deze aanval de Hittitische infanterie zich stortte op de Ra-divisie, maar dit gebeurde niet, of niet in voldoende mate. Wat je niet zou hebben verwacht is dat de Hittitische strijdwagens zich richtten op de duizenden infanteristen en snellere strijdwagens van de Amon-divisie. Het wordt helemaal merkwaardig als we bedenken dat er weliswaar een voorde was in de Orontes, maar dat strijdwagens niet zo makkelijk een rivier oversteken. Aangezien de Egyptenaren werden verrast, moet de Hittitische oversteek snel zijn verlopen, wat betekent dat het aantal strijdwagens nooit heel groot kan zijn geweest.

Eén hypothese is dat de Hittitische strijdwagens helemaal de bedoeling niet hadden de slag te openen, maar bezig waren het veld te verkennen, en niet wisten dat de Ra-divisie al zo ver was opgerukt, en dat ze naar de Amon-divisie zwenkten omdat ze niet wisten dat die zich daar al bevond. Dit veronderstelt echter dat vanaf de oostelijke Orontesoever de stofwolk niet was te zien die de Ra-troepen hadden opgeworpen en dat ook de opmars van de Amon-divisie niet was waargenomen. Dat is zeer onwaarschijnlijk, maar wie een betere hypothese weet, mag het zeggen.

[wordt vervolgd]

#Amurru #Hittieten #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië