Archief vanaf nu bewaard in atoombunker: 'Ooit gebouwd om mensen veilig te houden' #OmroepWest #DenHaag #TweedeWereldoorlog #Geschiedenis #Gemeente #Cultuur

https://owst.nl/5118764/M

Archief vanaf nu bewaard in atoombunker: 'Ooit gebouwd om mensen veilig te houden'

Een voormalige atoomschuilkelder in Den Haag waar tijdens de Koude Oorlog honderden ambtenaren maandenlang hadden kunnen overleven, krijgt een opvallende nieuwe functie. Onder de Schedeldoekshaven worden voortaan eeuwenoude documenten, films en andere historische schatten van de stad bewaard.

Omroep West

De Mildenhall Treasure

De grote schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Februari 1942. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. Een Britse piloot met ziekteverlof maakt een rijtoer in de omgeving van een luchtmachtbasis aan de Engelse oostkust. De man weet dat hij niet meer zal herstellen en weet niet wat hij zal doen als hem binnenkort eervol ontslag wordt verleend. Misschien terug naar de oliemaatschappij waar hij voor de oorlog werkte? Misschien een diplomatieke functie in een van de Britse koloniën in Afrika? Of misschien de journalistiek?

Journalistiek

Hij denkt aan het laatste nu hij heeft vernomen dat een boer in de voorgaande maand bij het ploegen Romeins zilver heeft gevonden. Daar zit een verhaal in. Hij weet de man, een dagloner, te vinden. Die vertelt dat hij het materiaal heeft overgedragen aan de landeigenaar. De piloot-met-journalistieke-aspiraties spreekt ook de landeigenaar, die hem het zilver laat zien. Hij wil er geen afstand van doen. Bovendien: het is oorlog, dit is Oost-Engeland, sinds de Battle of Britain wagen museummedewerkers zich hier niet langer. En er is in dit gebied ook nog de herinnering aan de vondst van Sutton Hoo, toen de mensen van het British Museum hier geen al te beste indruk hadden gemaakt. De eigenaar wil het materiaal behouden.

Twee kommen (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Zwijgend constateert de piloot het bedrog: de landeigenaar berooft zijn dagloner van zijn vindersloon. Hij maakt notities voor een artikel, maar dat journalistieke stuk komt er niet, aangezien hij even later wordt benoemd tot een van de militair attachés in Washington. Daar heeft hij verantwoordelijk werk: sinds een paar maanden zijn de Verenigde Staten in oorlog met Japan en Duitsland, en de Britse en Amerikaanse legers moeten nog leren samenwerken. De nieuwe diplomaat heeft ander werk aan het hoofd, de aantekeningen over de zilverschat belanden ergens onderaan een stapel urgentere zaken.

De stof laat hem echter niet los. Als hij na de oorlog wordt gedemobiliseerd, publiceert hij alsnog het verhaal over de archeologische vondst. Daar is een aanleiding voor: de archeologische autoriteiten hebben in 1946 het zilver in beslag genomen. Omdat de landeigenaar de vondst niet heeft gemeld, krijgt noch hij noch zijn dagloner een vergoeding. Terwijl de laatste, als hij de vondst niet had afgestaan maar had gemeld, 50% vindersloon zou hebben gehad. Ook het British Museum, dat het zilver heeft verworven, vindt deze gang van zaken onbetamelijk. Men voelt wroeging en zorgt ervoor dat elke man uiteindelijk 1000 pond krijgt, wat omgerekend neerkomt op €55.000.

Pollepels (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

De Mildenhall Treasure

Een fooi. Het ging om niet minder dan vierendertig zilveren voorwerpen, waaronder een schaal van ruim acht kilo met dionysische afbeeldingen. Er zijn twee kleinere schalen, kommen, een soort dienblad, lepels. En ook al weet niemand na vier jaar de precieze vindplaats nog aan te wijzen, deze Mildenhall Treasure is een sensatie. De zilverwaarde is ongeveer 250.000 pond (omgerekend €14.000.000), maar de feitelijke betekenis is een heel andere: het materiaal komt uit de vierde eeuw en bewijst dat laat-Romeins Britannië niet zo arm was als oudheidkundigen tot dan toe hadden aangenomen. De dionysische afbeeldingen suggereren bovendien dat het heidendom nog vitaal was.

Te rijk voor dat tijdvak, te heidens voor een gekerstend keizerrijk: de twee mannen worden verdacht van fraude en het helpt niet dat ze de vindplaats niet exact meer weten. Ze worden gewantrouwd, krijgen ze te horen, en ze moeten maar dankbaar zijn voor hun fooi. Om die reden besluit de gedemobiliseerde piloot-diplomaat het verhaal te publiceren: in 1947 verschijnt het onder de titel “He Plowed Up $1,000,000”. De auteur, die zonder verder werk is en moet leven van zijn pen, staat niettemin de helft van zijn royalties af aan de dagloner die de vondst had gedaan. Hem is immers ongeveer 125.000 pond door de neus geboord.

Kleine schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Inmiddels weten oudheidkundigen meer. Er zijn sinds de jaren veertig meer schatten gevonden in het achterland van de laat-Romeinse kustverdediging, de Litus Saxonicum, hoewel zelden meer zo spectaculair. Dat het heidendom ook in de vierde eeuw bestond, is iets waar niemand nog van opkijkt. Oudheidkundigen weten dus meer van de laatantieke wereld. Vermoedelijk is deze schat – want voor één keer mogen we een archeologische vondst “schat” noemen – in de jaren zestig van de vierde eeuw, toen diverse groepen “barbaren” Romeins Britannië plunderden, begraven door de eigenaar van een paleisvilla, en heeft deze geen gelegenheid gehad het zilver op te halen.

Flauwe archeologiejournalistiek

Inmiddels weten oudheidkundigen meer – niet alleen over laatantiek Engeland, ook over de manier waarop archeologische autoriteiten het beste handelen als burgers een toevalsvondst doen. Volmaakt is het systeem nog altijd niet, maar inmiddels zien archeologen amateurs niet meer als vandalen maar als medestanders.

Nog een kleine schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Dat nieuwe beleid heeft ook een nogal gênant gevolg, want het wemelt inmiddels van de flauwe archeologiejournalistiek. Steeds opnieuw lezen we hoe een voorbijganger, een ploegende boer, een spelend kind, een dienstplichtige die een schuttersputje graaft of een andere niet-specialist een vondst doet, die keurig bij de autoriteiten meldt, en dat die vondst dan ook nog belangrijk is. Dat is zelden werkelijk waar, en zulke flauwe stukjes dienen dan ook niet om u te informeren, maar om het publiek aan te sporen tot net gedrag. Nudgen is vanzelfsprekend geen journalistieke taak.

Enfin. De Mildenhall Treasure is nu dus in het British Museum. De dagloner bleef gefrustreerd achter. De piloot-diplomaat publiceerde nog negentien romans, elf verhalenbundels en zevenenvijftig filmscenario’s, waaronder de James Bond-film You Only Live Twice. U heeft vast wel eens iets gelezen van Roald Dahl.

[Dit was het 529e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#BritishMuseum #heidendom #LitusSaxonicum #MildenhallTreasure #RoaldDahl #SuttonHoo #TweedeWereldoorlog

De Dobruja (2)

Een kwart eeuw vooruitgang in de Dobruja: Roemeense propaganda (Nationaal Museum voor de Geschiedenis van Roemenië, Boekarest)

[Tweede deel van een blogje over de Bulgaars-Roemeense grens. Het eerste was hier.]

De Balkanoorlogen

Dankzij de Russische invasie waren enkele prinsdommen aan de Beneden-Donau onafhankelijk geworden, die zich nu aaneensloten tot één koninkrijk: Roemenië. Daarbij hoorde ook het gebied dat bekendstaat als Besarabië, zeg maar het zuidoosten van het huidige Moldavië. De Russen vonden dat zij dat wel verdiend hadden als beloning voor hun krijgsinspanningen. De Roemenen stonden het af en werden gecompenseerd met het grootste deel van de tot dan toe Ottomaanse Dobruja. Hier lag onder meer de havenstad Constanța (het antieke Tomis). Alleen het allerzuidelijkste deel, met de havenstad Balchik, kwam in Bulgaarse handen.

De meeste bewoners van het gebied waren Tataren en Turken, met Roemeens- en Bulgaarstalige minderheden. Tijdens de oorlog waren veel mensen naar het zuiden gevlucht, wat de nieuwe autoriteiten de mogelijkheid bood om Roemenen te vestigen in de Dobruja. Dat zat de Bulgaren niet lekker. Ooit had de Dobruja namelijk behoord tot het tweede van de middeleeuwse koninkrijken, en zoals men in de negentiende eeuw dacht: zoiets vormde een historische aanspraak op een gebied. De achtergebleven Bulgaren bouwden nieuwe kerken, als centra van de Slavische taal en orthodoxie in een nu Roemeens gebied.

De situatie veranderde in 1912, toen de Eerste Balkanoorlog uitbrak, waarin Bulgarije, Griekenland, Servië en Montenegro vrijwel alle Europese delen van het Ottomaanse Rijk veroverden. Bulgarije grensde opnieuw aan de Egeïsche Zee en de zuidoostgrens van Bulgarije was zichtbaar vanaf de aloude Byzantijnse stadsmuren van Constantinopel. En opnieuw bleek het Bulgaarse succes tijdelijk, want de gebiedsuitbreiding wekte nogal wat afgunst op en in de Tweede Balkanoorlog werd het land van alle kanten aangevallen. Roemenië pikte nu ook het zuidelijkste deel van de Dobruja in, met de havenstad Balchik.

Revanchisme

Revanchisme was onvermijdelijk en toen in 1914 de Derde Balkanoorlog niet gelokaliseerd kon blijven en escaleerde tot wereldoorlog, belandden Bulgarije en Roemenië aan tegengestelde zijden. In 1915 koos Bulgarije partij voor de Centralen, en bezette de Dobruja toen Roemenië zich schaarde aan de zijde van de Entente. Omdat de Entente uiteindelijk de oorlog won, moest Bulgarije het veroverde gebied in 1919 weer afstaan. Dit is de situatie op het landkaartje waarmee ik het vorige blogje opende.

Tussen de twee wereldoorlogen bouwde koningin Maria van Roemenië bij Balchik een klein koninklijk paleis, compleet met een kapel en een haventje. Ze beschouwde het als een vreedzaam oord, alsof er in deze jaren in de Dobruja geen organisaties actief waren die aansluiting zochten bij Bulgarije of streefden naar autonomie binnen het Roemeense staatsbestel. Het gistte.

Het paleis in Balchik

In de Tweede Wereldoorlog probeerde Bulgarije opnieuw om de Dobruja in handen te krijgen. En dit keer hadden de Bulgaren succes. In 1940 dwong Nazi-Duitsland de regering van Roemenië tot diverse territoriale concessies: noordelijk Transsylvanië aan Hongarije, Bessarabië (het huidige Moldavië) aan de Sovjet-Unie en het zuidelijke deel van de Dobruja aan Bulgarije. Dit werd bekrachtigd in het Verdrag van Craiova.

De Roemenen die voortaan in Bulgarije woonden, kregen opdracht het land te verlaten; omgekeerd moest de Bulgaarse minderheid in het noordelijk deel van de Dobruja verhuizen naar het zuiden. Na de Tweede Wereldoorlog bevestigden de twee landen, die nu allebei in de Sovjet-invloedssfeer lagen, de overeengekomen grens. Daarom ligt het paleis van de Roemeense koningin Maria in Balchik binnen de grenzen van het huidige Bulgarije.

De Dobruja vandaag

Maar om nou te zeggen dat de situatie helemaal tot rust is gekomen, dat gaat een stap te ver. In het paleis in Balchik, dat ligt binnen de grenzen van Bulgarije, kun je lezen dat de Bulgaarse troepen die in 1940 het zuidelijk deel van de Dobruja innamen, werden onthaald als bevrijders. Zoiets schrijf je alleen als dit punt benadrukt dient te worden. Roemeense nationalisten vinden namelijk nog steeds dat Balchik, dat ze veroverden in 1913 en verloren in 1940, eigenlijk Roemeens had moeten zijn, en dit is voor Bulgaren een open zenuw. Het is niet het enige punt waar de grenzen nog steeds discutabel zijn: toen ik onlangs door de Dobruja reed, zag ik diverse keren graffiti met de opmerking dat Bessarabië Roemeens was.

“Basarabia e România”

Wij West-Europeanen nemen de bestaande grenzen aan als vanzelfsprekend. Een en ander is ook vastgelegd in de Helsinki-akkoorden. Het uiteenvallen van Joegoslavië en de oorlog in Oekraïne tonen echter dat die vanzelfsprekendheid niet overal bestaat. Desondanks heb ik niet de indruk dat Roemenië en Bulgarije nog eens ten oorlog zullen gaan omwille van de Dobruja.

#Balchik #Constanța #Dobruja #EersteBalkanoorlog #EersteWereldoorlog #MariaVanRoemenië #Tomis #TweedeBalkanoorlog #TweedeWereldoorlog

Billy zit op allerlaatste evacuatieboot en ontsnapt zo uit Den Haag bij start Tweede Wereldoorlog #OmroepWest #DenHaag #Scheveningen #TweedeWereldoorlog #DossierVerhalenTweedeWereldoorlog2026 #Uitgelicht

https://owst.nl/5085277/M

Billy zit op allerlaatste evacuatieboot en ontsnapt zo uit Den Haag bij start Tweede Wereldoorlog

Het is 10 mei 1940 wanneer Billy Marsden Duitse vliegtuigen boven Den Haag ziet. Hij weet meteen: de oorlog is begonnen. De Engelse oud-voetbalinternational is trainer van HBS op Scheveningen. Niet veel later moet hij alles achterlaten en vluchten. Hoe hij uiteindelijk de laatste Britse evacuatieboot weet te bereiken, beschrijft Chris Hunt in zijn recent verschenen boek Escape from Holland.

Omroep West

Opmerkelijk Duits graf op geallieerd ereveld: 'Vijandigheid van toen is er niet meer' #OmroepWest #DenHaag #TweedeWereldoorlog #VerhalenTweedeWereldoorlog2026

https://owst.nl/5097281/M

Opmerkelijk Duits graf op geallieerd ereveld: 'Vijandigheid van toen is er niet meer'

Eerder deze week woonden zo'n vijfhonderd mensen de herdenking bij op begraafplaats Westduin in Den Haag, en zij liepen voor het eerst langs de grafsteen van een gesneuvelde Duitse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog. 'Ons uitgangspunt is dat we de grafrust van militairen te allen tijde respecteren.'

Omroep West

'Kans was één op zes miljoen': uniek dat hele gezin Eddy Boas concentratiekamp overleeft #OmroepWest #DenHaag #EddyBoas #Holocaust #TweedeWereldoorlog #Cultuur #VerhalenTweedeWereldoorlog2026

https://owst.nl/5097230/M

'Kans was één op zes miljoen': uniek dat hele gezin Eddy Boas concentratiekamp overleeft

Voor het eerst in jaren staat de 86-jarige Eddy Boas weer voor zijn ouderlijk huis aan de Kraijenhoffstraat 39 in Den Haag. Het is de plek waar zijn leven abrupt veranderde. 'Hier werden we in september 1943 opgehaald', vertelt hij. 'Ik was drie jaar oud.' Kort daarna werd het gezin via kamp Westerbork gedeporteerd naar concentratiekamp Bergen-Belsen.

Omroep West
Bram (88), kind van NSB'er, viert 5 mei niet: 'Toen begon ellende voor ons pas'

Voor bijna heel Nederland was de bevrijding in 1945 een groot feest, maar dat geldt niet voor Bram uit Oegstgeest, toen zes jaar oud. 'Onze vader was lid van de NSB. Hij en mijn moeder werden opgepakt om te worden berecht en wij, de kinderen, moesten naar Bureau Bijzondere Jeugdzorg.' Daar werden ze bijna een jaar lang vernederd en mishandeld. Elk jaar rond Bevrijdingsdag keren bij Bram de herinneringen aan die tijd terug.

Omroep West

Dag aardige Duitser!

Monument voor de bevrijding van Amsterdam

[Het is vandaag Bevrijdingsdag en het leek me aardig een stukje te publiceren dat een vriendelijke meneer Van Andel mij een kwart eeuw geleden eens toestuurde.]

Wij woonden sinds onze geboorte in Amsterdam. In de Rivierenbuurt. In de oorlog hadden wij daar veel joodse buren.

Razzia’s kwamen daar veel voor. De Duitsers haalden dan de joden uit hun huizen, om ze naar kampen af te voeren en later te vermoorden.

Bij alle niet-joodse mensen kwamen de Duitsers de huizen doorzoeken, om te zien of daar geen joodse buren verstopt waren. Dat noemde men “onderduikers”.

Zo kwamen ook bij ons twee Duitsers het huis doorzoeken. De hoogste in rang bleef in de gang staan en een soldaat doorzocht alle kamers.

Mijn broertje en ik waren toen ongeveer vier en vijf jaar oud en volgden hem door  het hele huis. Hij was in onze ogen groot en gevaarlijk. Hij had een groot hoofd met een zware ijzeren Duitse helm erop. Aan zijn schouder hing een geweer met een grote houten kolf met ijzerbeslag, die voor ons net op ooghoogte hing en die ons enorm zwaar leek.

In de slaapkamer van mijn ouders moest hij ook zoeken. Zijn baas bleef in de gang en kon dus niet zien hoe hij in de slaapkamer zocht. Nu hadden mijn ouders een enorm groot bed voor twee mensen. Daar kon iemand zich makkelijk onder verstoppen. Maar hij keek er niet onder. Er stonden ook twee grote kasten. Daar konden makkelijk mensen in zitten, maar hij keek er niet in. Hij deed alleen een heel klein nachtkastje naast het bed open. Daar kon niemand zich in verstoppen. Hij deed met veel lawaai het deurtje weer dicht.

Mijn broertje en ik begrepen meteen: zijn baas moet door dat geluid de indruk krijgen dat hij zoekt, maar hij doet dat niet, want hij wil geen onderduikers vinden. Wij vonden dat geweldig, maar zeiden natuurlijk niets, want we mochten hem niet verraden.Toen ze beiden het huis weer verlieten, wilden wij toch laten blijken dat wij iets begrepen hadden van zijn bedoeling. Daarom zeiden wij bij zijn vertrek samen: “Dag aardige Duitser!”

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Alan’s War

december 9, 2011
Peter Pontiac, Kraut

februari 16, 2014
Gino Bartali

juli 29, 2014 Deel dit: #razzia #TweedeWereldoorlog