Toerist in Málaga
De alcazaba van MálagaMálaga, wat Fenicisch is voor “koningsstad”, stond eigenlijk niet op ons reisprogramma, maar toen we de reis afgelopen november voorbereidden, hadden we de indruk dat we hier, komend vanuit Almería, de overstap naar de trein naar Córdoba weleens zouden kunnen missen. Dus kozen we ervoor om in Málaga te overnachten en later in alle rust door te reizen.
Het zou, zo dachten we, een superkort bezoek zijn. Eigenlijk wilden we gewoon niets bekijken. Ik was hier eerder geweest en het Romeinse theater wilde ik mede daarom niet nog eens zien: ik heb – zei hij blasé en niet voor het eerst – in mijn leven zó veel van die waaiervormige schouwburgen gezien dat het opnieuw bekijken ervan me niet erg aansprak. Er boven verrijst de Alcazaba die de Nasriden van Granada hier bouwden; die moesten we laten wat ze was, omdat we vreesden dan te laat op het station te zijn om de trein naar Córdoba te halen. Hetzelfde gold voor de kathedraal. We beperkten ons dus tot het museum.
Het museum
Het heeft diverse collecties, maar we moesten ons beperken tot de archeologie. Het is beter een museum gedeeltelijk te bezoeken dan niet te bezoeken. Zoals in Spaanse musea gebruikelijk was er goede uitleg van wat archeologen nu eigenlijk doen, dit keer niet gefocust op de technieken maar op de vragen die ze proberen te beantwoorden, waarbij het museum de antwoorden die eerdere onderzoekers hebben gegeven, eveneens behandelde. De bestudering van het verleden is immers een discussie zonder einde, en wetenschappers komen vooruit door slechte antwoorden te weerleggen en nieuwe antwoorden als hypothesen te toetsen. Van een intrigerend beeld van een everzwijn in gevecht met een ram, is bijvoorbeeld eerst geopperd dat het een voorbeeld was van Iberische kunst, al bleek het later Romeins te zijn.
Everzwijn met ram (Museo de Málaga)De prehistorische afdeling was uitstekend, al zou ik van de rotstekeningen meer kleurenreproducties hebben willen zien. De dolmens die ook hier zijn geweest, worden gepresenteerd in hun West-Europese, Atlantische context. De Feniciërs passeren de revue – Málaga is immers door hen gesticht – zonder de obligate uitleg van hun Levantijnse herkomst. (Verfrissend, een museum voor mensen die de middelbare school wél hebben afgemaakt.) De kunst van de mensen die hier toen al woonden, die we wellicht Tartessisch kunnen noemen, is eenvoudiger dan wat we hadden gezien in Elche en Valencia: het aardewerk had bijvoorbeeld minder versieringen.
Daarop volgde een Romeinse afdeling die niet opvallend spectaculair was. Dat is me de afgelopen week vaker opgevallen en het kan zijn dat de beste Romeinse stukken in Madrid zijn. Intrigerend waren de voorwerpen uit het Rijk van Toledo, want die kwamen niet uit Málaga maar uit Segovia. De verklaring is nogal cynisch: Francisco Franco wilde graag de banden aanhalen met Nazi-Duitsland en benadrukte dus het Visigotische = Germaanse karakter van het Rijk van Toledo. Dat dit volgens de Duitse archeologen van die tijd, geïnspireerd door Gustaf Kossinna, betekende dat Duitsland territoriale aanspraken kon laten gelden op het blijkbaar Germaanse gebied, lijkt Franco’s culturele adviseur zich niet te hebben gerealiseerd. In elk geval werden destijds in alle Spaanse archeologische musea voorwerpen uit de zesde en zevende eeuw neergelegd die moesten bewijzen dat heel Spanje Germaans was geweest.
Laatantieke gesp (Museo de Málaga)Tot slot de afdeling Middeleeuwen, die voor Málaga niet anders kon zijn dan een overzicht van Arabische kunst. Houtsnijwerk hadden we op deze reis nog niet veel gezien, en verder was er opvallend rijk gedecoreerd aardewerk, een kleine verzameling grafinscripties en een maquette die goed toonde hoe de toenmalige stedelijke structuur voortleeft in de huidige stad – de kathedraal staat op de plek van de oude moskee. Deze afdeling was wat meer kunsthistorisch dan historisch van aard, maar beslist heel erg mooi, en het blijft natuurlijk een fascinerende gedachte dat dit deel van Spanje langer Arabisch is geweest dan Spaans.
Elfde-eeuws houtsnijwerk (Museo de Málaga)Pauze op het station
Meer Málaga zat er voor ons niet in: de trein naar Córdoba wachtte. Door de motregen wandelden we terug en we zagen dat de bedding van de Guadalmedina zowaar water bevatte. Ze deed zo haar naam eer aan: het is de Wadi al-Medina, de wadi van de stad, en een wadi is een bedding waar nu eens wel en dan weer geen water in stroomt.
Op het station ontdekten we dat onze trein niet reed. We hadden daar sinds het verschrikkelijke treinongeluk vorige week rekening mee gehouden, maar omdat we geen bericht hadden gehad van de spoorwegmaatschappij (die ons voor wat betreft contactgegevens het hemd van het lijf had gevraagd), waren we ervan uitgegaan dat we vervoer hadden. We hebben nieuwe kaartjes kunnen kopen en het is dus allemaal geen catastrofe.
Ons bezoek aan Málaga werd dus langer dan superkort. Maar zo is het dus gekomen dat ik de tiende aflevering van dit narcistische winterfeuilleton zit te schrijven op een station, wachtend op de trein. Buiten vallen inmiddels diluviale regens, binnen is de koffie goed en mijn gezelschap nog beter, dus ik ben best tevreden.
Ik verwacht dus dat ik morgen kan schrijven over een ingekort bezoek aan Córdoba.
#FranciscoFranco #GustafKossinna #Málaga #Nasriden #RijkVanToledo #Segovia










