Archaeologists discovered Çatalhöyük’s oak bast textiles — the oldest preserved cloth artifacts in the world, made over 8,500 years ago. These findings change our understanding of ancient weaving and early civilization.
#OldestCloth #AncientTextiles #Catalhoyuk #LostHistory #Storytelling #DidYouKnow #HistoryFacts #DocumentaryShort #WeirdHistory
Read more: https://www.ancient-origins.net/news-history-archaeology/oldest-cloth-0016079
TOP 10 DELLE SCOPERTE ARCHEOLOGICHE 2025 – ultima parte - Daniele Mancini Archeologia

La rivista ARCHAEOLOGY, una pubblicazione dell’Archaeological Institute of America, pubblica la classifica delle Top 10 2025 delle scoperte

Daniele Mancini Archeologia

Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije

Turkije voor het Turkije was: Alacahöyük

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde eergisteren hier en daar de westkust. Vandaag nemen we het centrum onderhanden. Ik kan dat echter niet doen in de vorm van een rondreis. De beschavingen van Centraal-Anatolië zijn waanzinnig interessant maar ik denk dat ze onvoldoende bekend zijn. Liever dus een chronologisch overzicht. Een logische volgorde voor de auto is overigens Ankara, Alaçahöyük, Bogazköy, Yazilikaya, Kültepe, Kayseri, Kappadocië, Arslantepe, Çatalhöyük en Gordium.

De eerste steden

Eerst Çatalhöyük. Ik ben hier niet geweest maar hier is de officiële website van deze belangrijke opgraving uit het Neolithicum. Het gaat om een nederzetting van ongeveer dertien hectare uit het zevende millennium v.Chr., waar archeologen voor het eerst vaststelden dat er al in de laatste fase van de Steentijd grote nederzettingen waren. Denk aan een omvang van tweemaal het toenmalige Byblos, met dit verschil dat de huizen daar verspreid stonden op de heuvel en er dus niet zoveel mensen waren, terwijl Çatalhöyük compacter is. De deur was nog niet uitgevonden, dus je betrad een huis via een gat in het dak. Van de prachtige beeldjes die archeologen lang zelfverzekerd hebben geïnterpreteerd als moedergodinnen, durft men nu niet meer te zeggen dan dat ze misschien een rituele betekenis hebben gehad.

Alacahöyük, Koninklijk Graf

Gaandeweg moeten in Anatolië steden zijn ontstaan. Een daarvan is Alacahöyük, dat heeft bestaan in de Vroege Bronstijd. Toen ik er was waren vijf van dertien koningsgraven gereconstrueerd. Er zijn metalen voorwerpen gevonden die men wel aanduidt als zonneschijven, al hebben we feitelijk geen idee wat het zijn. De bezoeker ziet er ook een toegangspoort uit de Hittitische periode die wat opvallender is dan de oudere koningsgraven.

De derde opgraving die ik noem is Kültepe ofwel Kaneš. Het was min of meer het centrum van een aantal steden en dus de logische plek waar Assyrische kooplieden in de eerste helft van het tweede millennium een permanente nederzetting stichtten. Een soort stapelplaats. Het was nauwelijks een verrassing – al beweerden de opgravers om publicitaire redenen natuurlijk het tegengestelde – dat er kleitabletten opdoken die het dagelijks leven van deze Assyriërs in den vreemde beschreven. Ze documenteren ook de geleidelijk machtsovername door het volk dat later Hittieten zou heten. Deze tabletten waren ook de sleutel voor het vaststellen van de chronologie van het Midden-Brons, waar belangrijk Nederlands oudheidkundig onderzoek naar is gedaan.

Leeuwenpoort, Hattusa

De Hittieten

Ik noemde de Hittieten nu al twee keer. Ze zijn vernoemd naar de stad Hattusa, die ook wel Boğazköy of Boğazkale heet. Werelderfgoed. Het is een enorme stad en je kunt niet alles even lopen, maar de laatste keer dat ik er was hoorde ik praten over elektrische wagentjes waarmee je een rondje kon rijden van de ingang naar de poorten, hoog op de heuvel, en dan via de akropolis weer terug. Het is allemaal heel mooi ingericht en goed uitgelegd. En ja, dit is de hoofdstad geweest van een van de grote staten uit de Oudheid, waarvan de legers oprukten tot Apasa in het westen (Efese), terwijl koning Muwatalli streed tegen farao Ramses II in de slag bij Kadesh, diep in Syrië.

Ernaast ligt Yazilikaya, een heiligdom. Het bestaat uit ruwweg twee in de rotsen aangebrachte vertrekken met wandreliëfs. Ik vind zelf de rij van identieke oorlogsgoden in de rechterkamer erg indrukwekkend, maar de complexe afbeelding in de andere kamer is niet minder interessant.

Yazilikaya

Overigens is het vooraf lezen van een goed boek over de Hittieten wel handig voordat je hierheen komt. Een hotel in Boğazkale, waar ook een museum is, is de ideale basis voor een bezoek aan Hattusa, Yazilikaya en Alacahöyük.

De IJzertijd in Turkije

Na de Zeevolkencrisis (die geen crisis was) verdween het Hittitische Rijk – althans uit het centrum van Anatolië. De districten in de periferie waren bestuurd geweest door prinsen uit het koninklijk huis, die zelfstandig werden nu de centrale regering was weggevallen. De hoofdstad van een van deze Neo-Hittitische rijkjes was Karatepe-Aslantaş, het antieke Azatiwataya. Het is een mooi, groen gebied, met tussen de bomen de antieke gebouwen.

Orthostaat uit Karatepe

Een andere belangrijke stad uit de IJzertijd was Gordion, de hoofdstad van de Frygiërs. Er zijn allerlei grafheuvels en de allergrootste kan worden bezocht. Middenin de tumulus is een houten kamer; de vondsten zijn nu in Ankara. Hoewel het weleens het “graf van Midas” wordt genoemd, is het feitelijk van een van ’s mans voorgangers.

Tot slot

In dit deel van Turkije ligt ook Kayseri, het antieke Mazaka, met een mooi museum, en het wonderlijke landschap van Kappadocië, met rotswoningen en kerken (zie boven). Allemaal werelderfgoed.

In het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

En nog even iets over Ankara, de hoofdstad van Turkije. Hier is het mausoleum van Atatürk, dat u niet mag overslaan. Dat geldt ook voor het museum voor de Anatolische Beschavingen, dat bij mijn laatste bezoek nog een week of twee geopend zou zijn en dan dicht zou gaan voor een langdurige verbouwing. Ik heb begrepen dat er een totaal nieuw Turks museum gaat komen, met ook voorwerpen uit de gebieden waar de Seljuken en Ottomanen regeerden. Wat ik maar zeggen wil: het Turkse verleden is volop in beweging. Ik denk dat je in Centraal-Turkije iets meer proeft van de Turkse identiteit dan in de westelijke gebieden.

Boek om te lezen over het antieke Turkije: Christian Marek, Geschichte Kleinasiens in der Antike (2017).

#Alacahöyük #Ankara #Azatiwataya #Çatalhöyük #Boğazkale #Bronstijd #Cappadocië #Gordion #Hittieten #KaratepeAslantaş #Kayseri #Kültepe #MuwatalliII #NeoHittieten #Turkije #Yazilikaya

Moedergodin

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

Bovenstaande foto is niet de mooiste uit mijn collectie. Het beeld staat in het museum van Gordion, even ten westen van Ankara. We bezochten dat deel van Turkije voor het eerst in 2003, toen ik bezig was met de documentatie van mijn boek over Alexander de Grote, en destijds waren de digitale camera’s nog niet zo best. Bij een tweede bezoek stond het beeld niet in de expositie. IJs en weder dienende zal ik echter snel zorgen voor een betere foto, want op de dag dat u dit (in Nederland voorbereide) stukje leest, ben ik opnieuw in Gordion, met een gloednieuwe camera.

Nu maar hopen dat Matar thuis is. Ze is een van de vele Anatolische moedergodinnen, die in dat gebied al sinds mensenheugenis worden vereerd. Er is een beroemd beeldje uit Çatalhöyük, uit pakweg 6000 v.Chr., terwijl we weten dat later “de zonnegodin van Arinna” een zeer belangrijke rol speelde in de cultus van de Midden-Bronstijd. Haar gemaal, “de weergod van Hatti” (een soort Zeus, staand op bergtoppen), was meestal haar ondergeschikte.

Moedergodinnen waren, anders dan men vaak aanneemt, in de oude wereld niet alomtegenwoordig. Dat wil zeggen, er werden wel overal godinnen vereerd en sommige daarvan waren ook moeders, maar in bijvoorbeeld Mesopotamië waren zij niet – of steeds minder vaak – de soevereine Schepper-godinnen die ze wel waren in Anatolië. Daar werden in het eerste millennium bijvoorbeeld Kybele en Leto vereerd, en de Frygische Matar, die hierboven is afgebeeld.  Niet zelden waren ze voorzien van een gemaal, die dan aan haar ondergeschikt was.

Helaas is er een soort zwaan-kleef-aan geweest waarbij al deze godinnen op één hoop werden gegooid. Het is makkelijk zoiets te doen, want ze vertonen inderdaad familiegelijkenis; de Grieken beschouwden ze al als manifestaties van één en dezelfde oergodin; we weten te weinig over de eigenlijke mythologie om de nuances te zien; en dus zijn alle moedergodinnen door negentiende-eeuwse onderzoekers aan elkaar gelijkgesteld. Deze hypothetische moedergodin die alle prehistorische volkeren vereerden, werd vanzelfsprekend uitgeroepen tot het archetype van de christelijke cultus van Maria.

Dit is echter veel te kort door de bocht. We hebben in feite geen idee hoeveel de dames gemeenschappelijk hebben, afgezien dan van het feit dat de Grieken vanaf pakweg de vierde, derde eeuw v.Chr. de neiging hadden ze een zekere exclusiviteit toe te kennen: wie een Moedergodin vereerde, kon de andere goden wel achterwege laten (“henotheïsme”). Het plaatselijke perspectief zou wel eens heel anders kunnen zijn geweest en ik zou zelf deze Matar nog niet meteen gelijkstellen aan pakweg Atargatis, Kybele, de Artemis van de Efesiërs, Leto, Hebat of hoe ze ook geheten mogen hebben.

[Dit was de zevende aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#ArtemisVanEfese #Çatalhöyük #Frygië #Gordion #henotheïsme #Kybele #moedergodin #Turkije

Culturele eerstes

Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Ruim honderd jaar geleden, toen het spijkerschrift was ontcijferd, waren er geleerden die meenden dat alle beschaving uit Babylonië was gekomen. In Duitsland waren er die meenden dat het beschavingscentrum bij uitstek moest worden gezocht bij een noords ras dat afkomstig was van de Noordduitse laagvlakte. De afrocentristen opperen dat “Zwart Afrika” niet alleen de bakermat was van de mensheid, maar dat hiervandaan ook belangrijke culturele impulsen waren uitgegaan. En ondertussen blijven er classici als Simon Goldhill (en de leden van de Europese Conventie dus) die nog steeds voor Griekenland een uitzonderlijke plek opeisen, ongehinderd door kennis van de twee twintigste-eeuwse radiocarbonrevoluties.

Het centrale probleem met de genoemde theorieën is, als we even afzien van de steeds verschuivende definitie, dat men elke keer één volk wil aanwijzen als “de eerstgeborene van Moeder Natuur” (Winckelmann) die de mensheid had getoond hoe primitieve samenlevingen van jagers en verzamelaars konden evolueren tot beschaafde, schrijvende, stedelijke maatschappijen. Dat er slechts één cultuurcentrum is geweest, is echter allang weerlegd. Hier is een niet uitputtend lijstje dat de overgang van jagers/verzamelaars naar complexe samenleving documenteert.

(klik=groot)
  • Aardewerk: ontstaan in China rond 18.000-17.000 v.Chr. Daarna verspreidde het zich naar het westen; in het Midden-Oosten dateert het oudste aardewerk uit ongeveer 7000 v.Chr. (Çatalhöyük).
  • Akkerbouw: laten we zeggen rond 10.000 v.Chr. in de Taurus en Zagros. Tarwe werd bijvoorbeeld verbouwd in Cafer Höyük aan de bovenloop van de Eufraat.
  • Heiligdom: Sheikh-e Abad in West-Iran (9800 v.Chr.).
  • Veeteelt: de geit en het schaap werden in het tiende millennium v.Chr. gedomesticeerd, opnieuw in de Taurus en Zagros.
  • Monumentale sculptuur: Göbekli Tepe in Zuidoost-Turkije (9000 v.Chr.).
  • Huizen met muren van tichels en een echt dak: opnieuw Çatalhöyük in Turkije (7400 v.Chr.).
  • Zuivel (en lactosetolerantie): 6500 v.Chr. rond de Zee van Marmara (Pendik en Hoca Çeşme).
  • Kopernijverheid: rond 5000 in Gumelnița-cultuur (Zuidoost-Roemenië).
  • Wijn: ongeveer 5000 v.Chr. in oostelijk Turkije.
  • Domesticatie van de ezel: oostelijk Afrika 5000 v.Chr.
  • Huidskleurverschil: de meest aannemelijke verklaring voor het ontstaan van de blanke huid is een vitamine-D-gebrek dat bij boeren vaker voorkomt dan bij jagers, wat een datering rond 5000 v.Chr. aannemelijk maakt. In elk geval ontstonden de verschillende huidskleuren ná 7000 v.Chr.
  • Gouden sieraden: rond 4600 in Varna (Oost-Bulgarije).
  • Vier vroege steden: Tell Brak (Syrië) 3800 v.Chr.; Eridu (Irak) 3700 v.Chr.; Uruk (Irak) 3500 v.Chr.; Hierakonpolis (Egypte) 3500 v.Chr.
  • Het wiel, de wagen: oostelijk Roemenië 3600 v.Chr.
  • De ploeg: op z’n laatst rond 3500 v.Chr. in Mesopotamië.
  • Wolnijverheid: vierde millennium v.Chr. in de Kaukasus.
  • Interregionale handel: Melitene (Arslantepe) in oostelijk Turkije exporteerde rond 3700 bewerkt koper naar zuidelijk Irak en importeerde koper, zilver en goud uit de westelijke Kaukasus.
  • Domesticatie van het paard: Oekraïne 3500 v.Chr.
  • Schrift: rond 3300 v.Chr. ontstonden zowel in Egypte als Mesopotamië schriftsoorten. Iets later waren het Iraanse Jiroft en de Indusschriften.
  • Begin van de Bronstijd: een kwestie van definitie. Egyptologen kiezen voor 3150 v.Chr., assyriologen voor 2900 terwijl men het voor het Egeïsche Zee-gebied afrondt op 3000.

Kortom, toen de mensen eindelijk in staat waren op te schrijven wat van interessante dingen ze zoal meemaakten, waren de spannende millennia waarin we van jager/verzamelaar tot stedeling evolueerden, net voorbij.

#akkerbouw #Arslantepe #Çatalhöyük #bakermat #CaferHöyük #Chalcolithicum #domesticatie #Eridu #Eufraat #ezel #GöbekliTepe #geit #goud #GumelnițaCultuur #Hierakonpolis #HocaÇeşme #Jiroft #Kaukasus #koper #Kopertijd #Melitene #nijverheid #paard #Pendik #SheikhEAbad #TellBrak #Tigris #Uruk #Varna #veeteelt #wijn #ZeeVanMarmara

Kybele in Anatolië

Kybele op een reliëf uit Karchemiš (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

De diverse volken in de Oudheid aanbaden vele, vele goden en godinnen. Een van de allerbekendste was de grote godenmoeder: de godin die ooit de andere goden, de eerste mensen, de dieren en de wilde natuur had gebaard. Kortom: de universele moeder. De mensen in Anatolië, zeg maar het huidige Turkije, vereerden haar onder diverse namen. Uit Hittitische bronnen kennen we haar onder de naam Hepat.

Uit het eerste millennium v.Chr. kennen we bijvoorbeeld de Leto van de Lyciërs en de Artemis van Efese. Matar, Agdistis en Kybele zijn de Frygische namen van de godin. De laatste naam zou gaan vanaf de vijfde eeuw v.Chr. gaan overheersen.

Voor ik verder ga ruim ik nog even een misverstand uit de weg: als godin van de geboorte was Kybele – of hoe we haar ook noemen – niet de godin van de vruchtbaarheid zelf. Een vruchtbaarheidsgodin is geen geboortegodin en vice versa.

Moedergodin uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Prehistorie?

Het is niet ondenkbaar dat de geboortecultus teruggaat tot de Steentijd. Beeldjes van vrouwen met grote borsten en buiken, gevonden in Çatalhöyük en Hacilar, suggereren dat moedergodinnen al in het zevende en zesde millennium voor Christus werden vereerd. Een Chalcolithisch beeldje van een vrouw in barensnood, gevonden in Mosfilia op Cyprus, kan bewijs zijn voor de verspreiding van deze cultus.

De eerste hoofdwet van de archeologie, dat je alles wat je niet kunt interpreteren maar religieus moet noemen, is echter wel van toepassing. Andere interpretaties zijn zeker denkbaar. Ik wijs er bovendien op dat een religieuze continuïteit van meerdere millennia makkelijker aan te nemen dan te bewijzen is. Oudheidkunde zijnde oudheidkunde en dataschaarste zijnde dataschaarste, weten we weer eens minder dan we weleens denken.

Beeld van Matar (Museum van Gordion; meer)

De Anatolische Kybele

Het eerste onbetwiste bewijs voor de cultus van Kybele, nog steeds Kubaba genoemd, komt uit Karchemiš, een belangrijke Neo-Hittitische stad aan de Eufraat. Een ander vroeg cultuscentrum was de berg Dindymon in het oosten van Frygië. In het nabijgelegen Pessinos, aan de voet van de berg, werd de godin, Matar en Agdistis genaamd, vereerd in de vorm van een grote zwarte steen. (Zo’n steen heet een baetyl en we kennen zulke culten ook uit bijvoorbeeld Oud-Pafos, waar de Cyprioten Afrodite vereerden.) Hoewel Frygië achtereenvolgens werd geregeerd door de koningen van Gordion, door de Lydische koningen in Sardes, door de Achaimenidische Perzen en door de Seleukiden, wisten de priesters van Kybele in Pessinos tot in de Romeinse tijd hun onafhankelijkheid te bewaren.

Misschien introduceerden de Frygiërs, die in de Vroege IJzertijd vanuit Thracië naar Anatolië waren gekomen, aspecten van de Thracische cultus van Dionysos. In elk geval hadden de rituelen voor Kybele een extatisch karakter. Dat was natuurlijk ook passend voor een godin van de wilde natuur. Een van deze rituelen was de zelfcastratie van sommige van de priesters, de galli, die berucht was in de antieke wereld. Ze deden dit om Attis na te doen, de geliefde van Kybele, die zijn geslachtsdelen had afgesneden in een staat van religieuze razernij. Zittend onder een pijnboom was hij doodgebloed. Of deze zelfcastratie altijd werkelijk plaatsvond of eerder symbolisch was, zoals christenen die het lichaam en bloed consumeerden van Christus, is weer eens niet uit te maken. Ik weet het althans niet.

Pessinos

Een van de belangrijkste ceremonies, het best bekend uit Griekse en Romeinse bronnen, werd gevierd aan het begin van de lente, in maart. De vereerders hakten dan een pijnboom om en brachten die naar de tempel. Hier werd de stam versierd met viooltjes, die druppels bloed van Attis voorstelden. De hogepriester sneed dan in zijn arm en offerde zo wat bloed aan de godin. De andere priesters dansten en sloegen zichzelf, totdat druppels van hun bloed waren gevallen op de heilige dennenboom.

[Wordt vervolgd]

#ArtemisVanEfese #Attis #Çatalhöyük #baetyl #Dindymon #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Frygië #galli #Gordion #Hacilar #Hittieten #Karchemiš #Kybele #Leto #Lydië #Mosfilia #NeoHittieten #OudPafos #Pessinos #Sardes #vruchtbaarheidsgodin

Het oudste brood

Brood bakken, met een methode die millennia oud is

Een van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.

Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.

Een andere verbetering was dat men zich eerst aanleerde dat je graan kon pletten en vermengen met melk. Warme pap maakten de bewoners al, en ze brachten die op smaak met kruiden en zaden, maar ergens rond 6600 v.Chr. zijn ze het mengsel gaan bakken. Dat weten archeologen sinds een half jaar: toen maakten ze bekend dat de mensen van Çatalhöyük iets bakten van tarwe en/of gerst, waar ze blijkbaar erwtenzaad doorheen deden als smaakmaker. Aanwijzingen voor het gebruik van gist zijn er niet, maar ook ongedesemd brood is brood. En de opgravers van Çatalhöyük waren maar wat trots dat ze het oudste brood ter wereld in handen hadden – ouder dan het oudste gerstebrood uit Egypte.

Dat Çatalhöyükse brood leek nog niet op het onze. Het had meer van een pannenkoek, vervaardigd door het deeg te leggen op een hete steen (zie de foto hierboven). Zo ontstond iets dat leek op het brood dat in het Arabisch markouk wordt genoemd. Er zijn ook andere namen. In Libanon heb ik het weleens horen aanduiden als pain phénicien, want Libanezen zijn helemaal niet nationalistisch.

Later ontstonden echte broodovens en begon men ook gist toe te voegen. (Ik heb geen zin om uit te zoeken wanneer dit precies is gebeurd.) De hoge broodvormen die we kennen uit Pompeii, tonen dat er gist moet zijn gebruikt. Bij het gisten komt alcohol vrij, dat echter door de hitte verdampt, en dat is maar goed ook, want anders zou je tipsy worden van overmatige broodconsumptie. De islamitische geleerde Abu Roham heeft verklaard dat als brood halal is, ook kaasfondue halal moet zijn.

Enfin. Als dit blogje online gaat is het ochtend en zit u te ontbijten met een boterhammetje. Geniet ervan. Brood is een van de voedzaamste levensmiddelen die we hebben. En als u zelf aan de gang wil, is er het Historisch Bakboek Brood van Eet!Verleden.

#AbuRoham #alcohol #Çatalhöyük #bakker #brood #EetVerleden #gist #landbouw #Neolithicum #talisman

Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Moedergodin? (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Men verbouwde gerst en tarwe, en men maakte, zoals ik al eens beschreef, een vroege vorm van brood. Ook kenden de bewoners van Çatalhöyük de teelt van erwten, amandelen en pistache, alsmede diverse soorten fruit. De van everzwijnentanden vervaardigde vishaakjes documenteren zowel jacht als visserij. Het schaap was al gedomesticeerd, schelpen bewijzen handelscontacten met de kust en – heel interessant – er zijn zegels van klei: het was in Çatalhöyük blijkbaar noodzakelijk het bezit van individuen of groepen af te bakenen. De deur kenden ze nog niet, maar het eigendom was uitgevonden.

Religie?

In een volgende fase, die zo rond 6400 v.Chr. begint en samenvalt met het begin van het tijdvak dat klimatologen Greenlandiaan noemen, vinden we beeldjes, zoals het beroemde sculptuurtje van een vrouw op een troon. Omdat ze wordt geflankeerd door wilde dieren, is een verband gelegd met de latere Anatolische moedergodinnen, zoals Kybele, die eveneens zo wordt afgebeeld. Van Neolithicum naar IJzertijd is echter nogal een sprong, dus ik voor mij zou zo’n millennia overspannende continuïteit niet zomaar aannemen. Misschien is zo’n beeldje inderdaad religieus te duiden, maar Hendriks wijst er terecht op dat er geen aanwijzingen zijn voor een cultus met priesters.

Toch: in ruwweg dezelfde tijd vinden we ook in Ain Ghazal (niet ver van Amman in Jordanië) aanwijzingen voor ideeën die wij als religieus zouden bestempelen. Men maakte gipsen beelden, waarover ik al eens eerder schreef, die mogelijk overleden voorouders voorstelden.

Muurschildering uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Was die vrouw op die troon, waren die gipsen beelden uitingen van religie? Dat is een kwestie van definitie. Het probleem is feitelijk dat er geen antiek equivalent is voor wat wij religie noemen; er was geen scherpe grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk, om de doodeenvoudige reden dat men geen natuurwetten kende, en dus niet kon aangeven wat de natuurlijke gang van zaken was en wat bovennatuurlijk was. Er was feitelijk geen aspect van het leven dat niet religieus was, en dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn als we bijvoorbeeld een muurschildering of beeldje interpreteren als religieus. Daarmee introduceren we onze notie dat zoiets anders was dan het alledaagse, terwijl het dat nou net niet was.

Çatalhöyük en Ain Ghazal raakten overigens tegelijkertijd in verval, zo rond 6000, met daarna nog een diminuendo. Archeologen houden het er in beide gevallen op dat de bodem uitgeput was.

Sculptuur uit Çatalhöyük en Ain Ghazal.

Tot slot

Nog twee afrondende opmerkingen. Çatalhöyük is werelderfgoed, maar ook al is deze prehistorische site inderdaad heel belangrijk, de term is inmiddels wel heel erg gedevalueerd. Met plaatsen als de Notre-Dame in Parijs en de moskee van Córdoba behoudt elke bezoeker een levenslange, vertrouwelijke band; iedereen die de Notre-Dame ooit bezocht, was geschokt door de brand. Zulke monumenten mogen met recht wereldwijd erfgoed heten. Later op de werelderfgoedlijst geplaatste zaken roepen echter minder sterke sentimenten op, en in die zin is wat ooit een goed idee was, zijn doel overschoten.

Tweede opmerking: ik ken Johan Hendriks helemaal niet, dus ik schrijf over zijn boek omdat ik het de moeite waard vind, en niet (zoals iemand insinueerde) omdat ik een vriend een zetje in de rug wil geven. Maar hij is vanmiddag tussen 12:45 en 13:00 uur even te beluisteren op Radio 1 in een programma dat De Nieuws BV heet.

#AinGhazal #akkerbouw #Çatalhöyük #brood #handel #jacht #JohanHendriks #Kybele #moedergodin #Neolithicum #tell #Turkije #visserij #werelderfgoed

Çatalhöyük excavations uncover “House of the Dead” with evidence of ritual practices

Archaeologists at Çatalhöyük, one of the most important sites in central Türkiye, have unearthed new evidence of ritual activity that sheds light on early town life and spiritual practices. The site, located on the edge of the Konya Plain near the modern city of Konya, was occupied from 7100 to 5950 BCE...

More information: https://archaeologymag.com/2025/08/house-of-the-dead-catalhoyuk/

Follow @archaeology

#archaeology #archaeologynews #çatalhöyük