Er komt een moment waarop het tempo van het leven… net iets te druk begint te voelen.
En dan ontdek je plekken zoals Galera in Zuid-Spanje.
Rustig. Open landschap. Een huis waar de dagen wat langer lijken en het leven iets eenvoudiger voelt.
Een vriend van mij verkoopt hier momenteel een mooie woning… en het is precies zo’n plek waar je je leven anders zou kunnen voorstellen.
Benieuwd? 👉 https://page.fo/casa-en-galera
#WonenInSpanje #RustigLeven #Andalusië #Droomhuis #VerhuizenNaarSpanje
Unexpected Oasis: 5–6 Bedroom Townhouse for Sale in Galera, Granada

Galera, Granada: Spacious 5-6 bed townhouse. Modern comfort, unique cave rooms & countryside views. Move-in ready with B&B potential. Your ideal Spanish home!

Ensucasa

🚨 N2 verhuurregistratie: VANDAAG DEADLINE in heel Spanje – BEHALVE Andalusië en Balearen 🇪🇸

Dit is geen administratieve formaliteit — dit bepaalt of je mag blijven verhuren.

Twijfel je of jouw registratie correct is verwerkt?
Ons team staat vandaag klaar om direct te schakelen.

#SmartWoningbeheer #N2Registratie #NRA #VerhuurSpanje #Andalusië #Balearen

🌿 Spaanse olijfolie: vloeibaar goud uit het hart van de Middellandse Zee

De combinatie van
☀️ warm klimaat
🌱 kalkrijke bodems
🌬️ berglucht
zorgt voor olijven met een uitgesproken smaakprofiel: fruitig, licht peperig en rijk aan natuurlijke polyfenolen.

#SpaanseOlijfolie #ExtraVierge #Olijfolie #Andalusië #MediterraneKeuken #GezondEten #Olijfbomen #FoodStory #DuurzameLandbouw #SmartWoningbeheer

☀️ Andalusië – frisse smaken & Mediterrane klassiekers 🌊

In het zonnige Andalusië draait alles om lichte, smaakvolle gerechten 🥒🍅
Hier is gazpacho het absolute icoon: een koude tomatensoep met komkommer, paprika en olijfolie — perfect voor warme dagen ❄️🥣

Daarnaast is pescaíto frito enorm populair 🐟✨
Kleine visjes, goudbruin gefrituurd en geserveerd met citroen 🍋

#Andalusië #Gazpacho #PescaítoFrito #MediterraneKeuken #SpanjeFood #FoodLovers #SpanishCuisine #SmartWoningbeheer

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

En met deze woorden schiep Herodotos een puzzel die nog altijd niet is opgelost: wat was Tartessos?

Tinhandel

De Griekse tekst is, voor zover ik overzie, vrij simpel: het is een opsomming van reisbestemmingen, waarvan Tartessos het verst is. En het is dus niet Iberië. Als Herodotos met die laatste naam verwees naar de oostkust van Spanje, kan Tartessos in Andalusië of Portugal liggen, maar als hij met “Iberië” doelde op het hele schiereiland, moeten we Tartessos óf in Marokko óf aan de Atlantische kust zoeken. Er is geen enkele zekerheid dat het gaat om de regio bij de Guadalquivir, maar dat is wel waar Tartessos altijd op de landkaart wordt ingetekend.

Flesje uit Cádiz (Archeologisch museum, Cádiz)

Een jongere Griekse geschiedschrijver, Eforos van Kyme, weet te noemen dat over een rivier tin naar Tartessos wordt gebracht, en ook goud en koper uit het land der Kelten. Dit laatste woord betekent bij Eforos niets anders dan westerling. Wat aan Eforos’ informatie ten grondslag ligt, is onbekend. Aristoteles, die het misschien niet goed heeft begrepen, gebruikt “Tartessos” als de naam van een rivier die ontspringt bij Pyrene. Die plaatsnaam gaat terug op Herodotos en verwijst naar de bron van de Donau. Kortom: ongeloofwaardig.

In de tweede eeuw na Chr. weet Pausanias dat de rivier de Tartessos feitelijk de Guadalquivir is. We zien vaker dat de Grieken en Romeinen legendarische plaatsnamen identificeerden met concrete plekken: de mythische naam “Kaukasos” ging dus verwijzen naar het gebergte achter Georgië en Armenië, een door Homeros genoemde stam van rechtvaardige mensen werd geïdentificeerd met een stam in Centraal-Azië. En zo lag Tartessos dus in Andalusië.

Misschien is Tartessos een verzinsel van Fokeeërs die hun handelsgeheimen niet wilden verklappen en dus het verhaal verzonnen dat Herodotos doorgaf. Daarna voegden Eforos en Aristoteles er het hunne aan toe. Er is een duidelijke interpretatierichting waarin, naarmate de tijd verstrijkt, de informatie weliswaar specifieker wordt, maar heel goed onbetrouwbaarder.

Een miniatuur-tinbaar, maar dan van goud, uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Archeologie

Zo’n honderd jaar geleden kwam de Duitse archeoloog Adolf Schulten met het idee dat de naam “Tartessos” verwees naar de IJzertijdcultuur in het zuiden van Spanje. Dat is niet heel anders dan de archeologische La Tène-cultuur aanduiden met de Griekse naam “Keltisch”: een woord waarvan de betekenis in de Oudheid niet vaststond.

Sindsdien noemen oudheidkundigen de IJzertijdcultuur van zuidelijk Spanje dus Tartessisch. Het beestje moet nou eenmaal een naam hebben. Voorwerpen uit deze archeologisch cultuur zijn gevonden in heel Andalusië, maar het kerngebied komt overeen met de benedenloop van de Guadalquivir. Een daar bestaande, eerdere Bronstijdcultuur maakte in de negende eeuw v.Chr. contact met de Feniciërs, die steden stichtten aan de kust, en reageerde daarop: zo ontstond de Tartessische cultuur. Een voorbeeld van de wijze waarop twee culturen samenkwamen is de Schat van El Carambolo (een buitenwijk van Sevilla): lokaal goud, bewerkt met Fenicische technieken.

Andere kenmerken van de Tartessische cultuur waren de vrij grote, welhaast stedelijke nederzettingen (“proto-urbaan”), metaalmijnbouw in de Sierra Morena en een eigen schrift (dat we niet kunnen interpreteren). Wellicht mogen we reliëfs als dat uit Ategua, waarover ik al eerder blogde, ook opvatten als kenmerkend voor deze IJzertijdcultuur. Of de bewoners zelf wisten dat ze in het Grieks Tartessiërs heetten en een koning hadden die 120 jaar oud was, staat vanzelfsprekend te zien.

Krijgersstèle uit Ategua (Archeologisch museum, Córdoba)

Het einde

Eind zesde eeuw v.Chr. kwam deze Tartessische cultuur ten einde. We weten niet goed hoe, maar het is ruwweg tegelijk met de ondergang van de steden in het Fenicische moederland en de opkomst van Karthago. Het kan zijn dat oude handelsnetwerken in verval raakten – ook Fokaia viel in Perzische handen – en dat het economisch zwaartepunt verschoof van het zuidwesten van Andalusië naar het zuidoosten, waar Cartagena opbloeide, en naar het noordwesten, waar Turuñuelo een belangrijk centrum werd.

Helemaal afgelopen was het niet. In de Romeinse tijd leefde de naam “Tartessos” voort in een iets andere vorm, “Turdetania”. En het is verleidelijk om te speculeren – speculeren! – dat het door Herodotos genoemde land aan het westelijke uiteinde van de wereld, ongeacht of dat correspondeert met de archeologische cultuur, hetzelfde is als het Tarsis waarheen de joodse profeet Jona wil vluchten, of het Atlantis waar ene Plato iets over te vertellen had.

#AdolfSchulten #Andalusië #Arganthonios #Aristoteles #Atlantis #Cartagena #EforosVanKyme #ElCarambolo #Fokaia #Guadalquivir #HerodotosVanHalikarnassos #IJzertijd #interpretatierichting #Jona #Pausanias #Plato #Tartessos #tin #Turdetaniërs #Turuñuelo

Imperator

De imperator-inscriptie uit het Louvre

Voor de bovenstaande bronzen plaat, gevonden bij Cádiz in Andalusië, ben ik eens speciaal naar het Louvre gegaan. Vooruit, ik was al in Parijs en zou er vroeg of laat toch wel zijn beland, maar toch. De inscriptie is interessanter dan ze op het eerste gezicht lijkt; als u de Latijnse tekst precies wil lezen, kan het hier.

De strekking is dat de Romeinse veldheer Lucius Aemilius Paullus, die later de Macedoniërs zou onderwerpen, de burgers van een dorp ontsloeg van de diensten die ze moesten verrichten als slaven voor hun burgers in Hasta, het huidige Mesas de Asta. Een en ander gebeurde ergens tussen 191 en 189 v.Chr.

So far, so good. Het gaat om Aemilius’ titel, die valt te lezen op de eerste regel: Inpeirator. Dat is een oude spelling van “imperator”, een titel die Romeinse commandanten van hun soldaten kregen na een overwinning. Een beetje raar: alsof de soldaten een aanvoerder zouden moeten erkennen. Je roept je generaal toch niet uit tot generaal?

De eerste keer dat we van de titel horen, is als Iberische stamhoofden Publius Cornelius Scipio (de man die later Hannibal zou verslaan) tot koning willen uitroepen. Zoals een Romeinse republikein betaamde, weigerde hij dat, maar omdat het nogal grof was een eerbewijs te weigeren, stelde hij voor dat ze hem “imperator” zouden noemen.

Het aardige is nu dat de Griekse historicus Diodoros van Sicilië, die de carrière beschrijft van de Karthaagse generaal Hasdrubal, vertelt dat deze door de Iberische leiders was aangeduid als strategos autokrator. Dat is een Griekse titel die zoiets wil zeggen als “buitengewoon bevelhebber”, en die wel wordt gebruikt om het Latijnse imperator weer te geven.

Het is aannemelijk dat de Iberiërs het gebruik hadden succesvolle aanvoerders een eretitel te verlenen die duidelijk maakte dat hij een uitzonderlijk gezag had. Die kon in het Grieks worden weergegeven als strategos autokrator en in het Latijn als rex, koning, tot Scipio voorstelde er imperator van te maken. We weten niet welke titel de Iberiërs gebruikten, al kan het heel goed rix zijn geweest, een woord dat de acclamatie van Scipio begrijpelijk maakt.

In elk geval: het lijkt erop dat het Romeinse soldatengebruik hun aanvoerder nog eens extra te erkennen als commandant, uit Iberië stamt. Dat verklaart ook waarom Aemilius Paullus zich niet met zijn Romeinse titel, praetor, identificeert, maar een titel gebruikt die de plaatselijke bevolking herkende en gezag aan zijn beslissing gaf.

[Dit was de achtenvijftigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#Andalusië #Cádiz #HasdrubalDeSchone #imperator #inscriptie #LuciusAemiliusPaullus #ScipioAfricanus #Spanje

De Vandalen in Andalusië

Munt van Vespasianus, voorzien van het getal 83; het gaat om oude munt die in Vandaals Andalusië is omgerekend naar een laatantieke muntstelsel (Bode-Museum, Berlijn)

Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.

Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.

Waarom Andalusië?

Een interessantere vraag is waarom de Vandalen (en de Alanen en de Sueben die eveneens dwars door Gallië trokken) überhaupt zo ver reisden. Het gangbare antwoord, gegeven door de tijdgenoot Olympiodoros,noot Olympiodoros, Fragment 15.2. is dat ze op zoek waren naar land, wat in elk geval betekent dat ze niet de allesvernielende woestelingen waren uit het negentiende-eeuwse beeld van “grote volksverhuizingen” die een einde maakten aan de antieke beschaving.

Arce biedt een preciezere verklaring, die wat voorkennis veronderstelt. In 407 kwam in Britannia een Romeinse generaal genaamd Constantinus in opstand. Hij stak over naar het Continent en oefende reëel gezag uit in Gallië, dat op dat moment in chaos verkeerde doordat de Alanen, Sueben en Vandalen in 406 over de Rijn waren gekomen. Constantinus’ rechterhand was een zekere Gerontius, die namens zijn keizer oprukte naar Iberië en vervolgens in opstand kwam. Een zoon van Constantinus rukte nu tegen Gerontius op, die daarop de Alanen, Sueben en Vandalen in dienst nam en naar Iberië liet komen.noot Zosimos, Nieuwe geschiedenis 6.5.2.

In 411 maakte Constantius, een generaal in dienst van de officiële keizer Honorius, een einde aan de opstanden van Constantinus en Gerontius. Maar in de tussentijd waren dus drie groepen naar Iberië gekomen, die daar land toegewezen hadden gekregen. De kleinste groep, de Alanen, kreeg de provincies Lusitanië en Carthaginensis; de grootste groep, de Sueben, ontvingen de kleine provincie Galicië, die ze deelde met de zogeheten Asdingse Vandalen; en tot slot kregen de Silingische Vandalen de regio Baetica ofwel Andalusië. De belangrijkste Iberische provincie, Tarraconensis, en de strategisch belangrijke Balearen kregen geen nieuwe bewoners.

Visigoten versus Vandalen

Keizer Honorius was het ondertussen oneens met deze verdeling en maakte in 417 gebruik van een ander leger om in Iberië op orde op zaken te stellen. Dat was het leger dat we gewoonlijk “de Visigoten” noemen. Vanuit Gallië oprukkend naar Andalusië zouden ze de Silingische Vandalen zo’n beetje hebben uitgeroeid. Een tweede leger pakte de Asdingse Vandalen aan, die Galicië verlieten en zich vestigden bij de overlevende Silingen. Een derde expeditie vond plaats in 422 maar dit keer wisten de Vandalen de keizerlijke troepen te weerstaan.

Sterker nog, ze gingen zelf in het offensief: ze plunderden de Balearen en even later ook de havenstad Carthago Nova (Cartagena). De grote vragen zijn nu waar ze de schepen vandaan haalden, wie hen had leren varen en welke havenstad ze bezaten. Ik weet het antwoord niet. Wat weer wel bekend is, is dat de Vandalen vervolgens ook Mauretania Tingitana plunderden: het gebied aan de andere kant van de Straat van Gibraltar. De eerste stap naar de Maghreb was gezet.

Straat van Gibraltar

Naar de Maghreb

In mei 429 was het zo ver. Onder leiding van koning Geiserik laadden de Vandalen, een groot aantal Alanen en ook nog wat Visigoten hun spullen in schepen en staken over naar Afrika. Met familie en al. Het zal niet in één keer zijn gebeurd, maar ook als men enkele keren heen en weer voer, moeten bij deze operatie honderden schepen betrokken zijn geweest.

En opnieuw is er de vraag: waarom? Andalusië is net zo vruchtbaar als de Maghreb. Misschien is de verklaring wel dat de Maghreb beter te verdedigen viel. In Iberië waren de Vandalen kwetsbaar gebleken voor Romeinse en Visigotische aanvallen. Zouden ze eenmaal in Afrika zijn, dan waren ze minder bereikbaar. Een andere verklaring is dat ze, opnieuw, vertrokken op verzoek van een Romeinse generaal, Bonifatius. Deze war lord zou zo een reservoir van manschappen hebben.

We weten het weer eens niet. Het blijft oudheidkunde.

#Alanen #Andalusië #Balearen #BonifatiusWarLord_ #ConstantinusIII #ConstantiusIII #Geiserik #Gerontius #GroteVolksverhuizingen #Honorius #JavierArce #MauretaniaTingitana #Olympiodoros #StraatVanGibraltar #Sueben #Vandalen #Visigoten #Zosimos

Irak kort (14): Ibn Firnas

Ibn Fernas, Bagdad

Het reisbureau in Bagdad waar we onze tickets naar Istanbul en Amsterdam omboekten, was vernoemd naar Abbas ibn Firnas. Het standbeeld van de Arabische geleerde, die leefde in de negende eeuw, ziet u hierboven. Het staat langs de weg naar het vliegveld. Ibn Fernas moet een van de grootste uitvinders van zijn tijd zijn geweest. Niet alleen vond hij een methode om kleurloos glas te maken, hij sleep ook vergrootglazen en bedacht een manier om bergkristal te bewerken. Hij bouwde een waterklok en hield zich bezig met astronomie.

De eerste vliegenier

Hij is echter beroemd geworden als de eerste mens die het luchtruim zou hebben gekozen. De Arabische auteur Ahmad al-Maqqari schrijft:

In Firnas bekleedde zich met veren, maakte een vleugelpaar aan zijn lichaam vast en wierp zich vanaf een verhoging in de lucht. Volgens verscheidene betrouwbare bronnen, die ooggetuigen zijn geweest, vloog hij zelfs een aanzienlijke afstand, alsof hij een vogel was. Toen hij echter landde bij zijn vertrekpunt, bezeerde hij zijn rug, omdat hij onvoldoende had begrepen dat vogels op hun staart neerkomen en was vergeten zich daarmee uit te rusten.

Welke betrouwbare ooggetuigen Al-Maqqari citeert, is niet bekend, maar er is een gedichtje van Ibn Firnas’ tijdgenoot Mu’min ibn Said die de gebeurtenis eveneens vermeldt. Wat er concreet is gebeurd, is niet bekend. Met vogelvleugels klapwieken is fysiek niet mogelijk. Dat Ibn Firnas een soort zweefvliegtuig heeft gebouwd, is speculatie en valt uit de bronnen niet op te maken. Er is echter wel iets voorgevallen: de gebeurtenis is voldoende gedocumenteerd. Eén van de twee bronnen is immers contemporain en op de uiteindelijke valpartij is het criterium van de gêne is van toepassing.

Een pan-Arabische held

Mij gaat het om iets anders. We kunnen flauwe grappen maken dat het nogal omineus is een reisbureau te vernoemen naar iemand die neerstortte en dat het raar is een beeld van een brokkenpiloot te plaatsen bij een vliegveld. (Hoewel het niet vreemder is dan reisbureaus die Odysseus of Xenofon heten.) Maar er is ook een serieuzere observatie mogelijk: ’s mans populariteit in Bagdad. Ibn Firnas woonde namelijk in het Emiraat van Córdoba. Hij was geen Irakees. Het standbeeld is in feite een uiting van panarabisme: de hele Arabische natie is één en elke Arabier mag elders geleverde grootse prestaties beschouwen als die van zijn volksgenoten.

Het standbeeld had evengoed ook buiten de Arabische wereld kunnen staan. Zoals nieuwsgierigheid een eigenschap is van alle mensen, zo is kennis werelderfgoed. Ze is niet het eigendom van Andalusië, niet van Irak, niet van de Arabische wereld, niet van West-Europa. Kennis is van iedereen.

#AhmadAlMaqqari #Andalusië #Bagdad #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #IbnFirnas #Irak #panarabisme #waterklok