De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Uiteraard was er ook visserij. Er is geen kustplaats waar geen visgraten, vishaken en loden gewichtjes (voor aan een visnet) zijn opgegraven. Garum, een hartige vissaus, was een bekend exportproduct, en dat geldt in mindere mate ook voor purper. De vervaardiging van deze twee producten zullen de Iberiërs wel hebben geleerd van de Feniciërs.

Bronzen votiefgift (Prehistorisch museum, Valencia)

Net als de Tartessiërs in Andalusië wonnen en bewerkten de Iberiërs metaal. Al in de Bronstijd produceerden ze koper en ijzer. Terwijl mensen elders in het Middellandse Zee-gebied terracottabeeldjes achterlieten in de heiligdommen, zijn ze in Iberië niet zelden van metaal.

Handel

Textiel, garum en graan laten als handelsproducten weinig sporen achter, en erts werd elders verwerkt in andere voorwerpen, dus ook dat is archeologisch slecht zichtbaar. Over de Iberische exporten hebben we daardoor weinig informatie. Over de importen weten we meer. Het Griekse aardewerk documenteert ingevoerde wijn en olijfolie. Geurstoffen arriveerden in zogeheten alabastra, kleine vaasjes die waren beschilderd met een patroon dat aan albast deed denken. Het lijkt er sterk op dat de Balearen een belangrijke doorvoerhaven vormden.

Onbegijpelijke inscriptie (Prehistorisch museum, Valencia)

De voornaamste afnemers waren – hoe kon het anders – de leden van de elite, die het breed konden laten hangen. Tegelijk konden kooplieden, die de handel beheersten, rijker worden en toetreden tot de elite. In alle gevallen was een administratie van de producten verondersteld en dus gingen de Iberiërs schrijven met een alfabet dat deels op het Fenicische en deels op het Griekse schrift was gebaseerd.

De schrijfcultuur bleef echter, net als bij de Kelten, nogal oppervlakkig, zodat er nooit één Iberisch alfabet kwam. Zoals gezegd kunnen we de teksten lezen, maar begrijpen we die niet. We weten zelfs niet of het wel één taal is.

[Iberiërs zijn zó interessant dat dit blogje wordt vervolgd. En ik organiseer volgend jaar een reis naar de regio, lees maar hier.]

#akkerbouw #alfabet #Balearen #garum #IberischeTalen #Murcia #peasants #purper #Tartessos #Valencia #veeteelt #visserij

De Iberiërs (1)

Iberisch aardewerk (Museum voor onderwaterarcheologie, Alicante)

Ik heb op deze blog al redelijk vaak geschreven over de Iberiërs. Dat is een wat onhandige term, want ze slaat van oorsprong op de bewoners van het zuidoosten van Spanje, en kreeg later een tweede betekenis: alle bewoners van het Iberische Schiereiland, dus met inbegrip van de Tartessiërs in Andalusië, de Lusitaniërs langs de Oceaankust en alle andere groepen. Ik wil nu de eerste definitie volgen: de antieke bewoners van de huidige regio’s Valencia en Murcia.

Een eigen archeologische cultuur is aan te wijzen vanaf het midden van de zesde eeuw v.Chr. Die lijkt voort te komen uit de eerdere IJzertijdculturen, maar verschilt daarvan doordat er inmiddels handelscontacten waren met Fenicische en Griekse kooplieden. De eersten zaten ook wat verder naar het zuidwesten en hadden tevens contact met Tartessos, terwijl de laatsten wat noordelijker zaten en daar contact hadden met de diverse Keltische volken.

Vroege, oriëntaliserende kunst (Archeologisch museum, Madrid)

Archaïsch en klassiek Iberisch

Archeologen onderscheiden drie fasen in de Iberische cultuur. In de archaïsche tijd, zeg maar tussen 550 en 425 v.Chr., werden de genoemde contacten gelegd. De Iberiërs pasten elementen uit de cultuur van de nieuwkomers in hun eigen levenswijze in: stenen sculptuur (vaak met oosterse voorbeelden – we zouden het een oriëntaliserende stijl kunnen noemen), een paar technieken om metaal te bewerken, de draaischijf voor het pottenbakken, steeds stedelijker huizen in steeds stedelijker nederzettingen (zoals Elche), en ook diverse soorten schrift. We kunnen elke tekst lezen, maar we begrijpen de taal niet. We weten niet eens of het Iberisch een Indo-Europese taal is.

De tweede, klassieke fase duurt ongeveer twee eeuwen, waarin de Feniciërs steeds meer plaatsmaken voor de Karthagers, wat overigens niet ontzettend anders is. Ik vermoed dat naast de Grieken ook Etruskische kooplieden aankwamen – het zou iets verklaren over de despotes hippon waarover ik al eens blogde. De sculptuur wordt wat natuurgetrouwer en het aardewerk, dat tot dan toe versierd was met lijnen en gestempelde geometrische vormen, wordt verrijkt met geschilderde afbeeldingen van dieren en planten. Ik blogde al eens over een kruik met een afbeelding van een zeeslag. We zien ook meer en meer luxe importstukken uit alle delen van de mediterrane wereld.

“Klassiek” aardewerk (Alcudia)

Romeins Iberisch

In het jaar 218 v.Chr. nam de Karthaagse generaal Hannibal de Iberische havenstad Arse in, die de Romeinen kenden als Saguntum: het begin van de Tweede Punische Oorlog. In enkele jaren tijd namen de Romeinen eerst alle Griekse en daarna alle Karthaagse posities over. Nu begon de derde fase van de Iberische cultuur, die we hellenistisch zouden kunnen noemen. Dit was een tijd van enorme artistieke variatie. Het aardewerk was ronduit prachtig en er kwamen allerlei nieuwe vormen, zoals de kalathos, die wat lijkt op een ondersteboven geplaatste hoge hoed.

Kalthos (Prehistorisch museum, Valencia)

Hoewel sommige Iberische steden al munten sloegen, gebaseerd op de Karthaagse standaard, werden ze pas in deze fase echt populair, en bovendien aangepast aan de Romeinse denarius. Zoals altijd bleef ruilhandel vanzelfsprekend; munten dienden alleen voor speciale transacties, zoals de betaling van soldaten die streden in de Romeinse oorlogen tegen de bewoners van het binnenland, of voor de afdracht van de belasting die de nieuwe heersers quasi-onvermijdelijk aan de Iberiërs oplegden.

[Iberiërs zijn zó interessant dat dit blogje wordt vervolgd. En ik organiseer volgend jaar een reis naar de regio, lees maar hier.]

#denarius #despotesHippon #Elche #Hannibal #IberischeTalen #Murcia #OriëntaliserendeStijl #Saguntum #Tartessos #Valencia

 𝑳𝒂 𝑨𝒕𝒍𝒂́𝒏𝒕𝒊𝒅𝒂: 𝒆𝒏𝒕𝒓𝒆 𝒇𝒊𝒍𝒐𝒔𝒐𝒇𝒊́𝒂, 𝒎𝒊𝒕𝒐 𝒚 𝒂𝒓𝒒𝒖𝒆𝒐𝒍𝒐𝒈𝒊́𝒂  

La historia de la Atlantis es uno de los relatos más famosos y debatidos de la antigüedad.
Durante siglos ha sido presentada como una civilización perdida extremadamente avanzada, destruida en una sola noche por un cataclismo.
Sin embargo, cuando se revisan las fuentes históricas con calma, la historia resulta bastante más matizada.

Todo lo que sabemos sobre la Atlántida procede de un solo autor: el filósofo griego Platón.
La menciona en dos de sus diálogos, Timeo y Critias, escritos en el siglo IV a.C.
En esos textos describe una poderosa isla situada más allá de las Columnas de Hércules, es decir, en el océano Atlántico.
Según el relato, era una sociedad rica, organizada y técnicamente avanzada que terminó cayendo por su ambición y orgullo.

Platón cuenta que la capital estaba formada por anillos concéntricos de tierra y agua conectados por canales, puentes y puertos.
También menciona templos monumentales, sistemas hidráulicos complejos y un metal brillante llamado oricalco, que sería el segundo más valioso después del oro.
Para los griegos de su época, esa descripción ya representaba una ingeniería extraordinaria.

En la narración, la Atlántida fue originalmente un reino próspero gobernado por descendientes del dios Poseidón.
Con el paso del tiempo, según Platón, los gobernantes se volvieron arrogantes y comenzaron a conquistar otros territorios.
Ese orgullo —lo que los griegos llamaban hubris— provocó el castigo divino.
Finalmente, en “un solo día y una noche”, terremotos y maremotos hicieron que la isla desapareciera bajo el mar.

Ahora bien, desde el punto de vista histórico hay un detalle importante: no existe ninguna fuente anterior o independiente que confirme la existencia de la Atlántida.
Ni egipcios, ni fenicios, ni otros autores griegos mencionan una civilización así.
Por ese motivo, la mayoría de historiadores considera que Platón utilizó la historia como una alegoría política y moral, una forma de advertir sobre los peligros del poder, la corrupción y la arrogancia de los imperios.

Eso no significa que el relato surgiera de la nada.
Muchos investigadores creen que Platón pudo inspirarse en hechos reales.
Uno de los candidatos más citados es la enorme erupción volcánica que destruyó parte de la isla de Santorini alrededor del 1600 a.C.
Aquella explosión arrasó la civilización minoica y provocó tsunamis que devastaron el mar Egeo.
Para los pueblos antiguos, una catástrofe así pudo convertirse con el tiempo en una historia sobre una civilización que desapareció de golpe.

Otra teoría apunta a la antigua civilización de Tartessos, situada en el sur de la península ibérica, cerca de la actual zona de Doñana.
Los griegos describían Tartessos como un lugar extremadamente rico en metales, especialmente plata y oro.
Además, estudios geológicos han confirmado que la costa atlántica andaluza sufrió grandes tsunamis en la antigüedad, lo que podría haber destruido asentamientos costeros importantes.

También existen teorías más especulativas que sitúan la Atlántida en lugares como la Estructura de Richat en el Sáhara, en el Caribe o incluso bajo el hielo de la Antártida.
Sin embargo, hasta ahora ninguna de estas hipótesis ha encontrado pruebas arqueológicas concluyentes.
A veces se citan hallazgos como lingotes de oricalco hallados cerca de Gela o el Mecanismo de Anticitera, pero ninguno demuestra la existencia de esa civilización.

En resumen, el consenso académico actual es bastante claro: la Atlántida de Platón probablemente no fue una ciudad real, sino una historia filosófica construida para transmitir una advertencia sobre el poder y la decadencia de las civilizaciones.
Aun así, el relato pudo inspirarse en catástrofes reales y en culturas antiguas que desaparecieron o cambiaron con el tiempo.

Quizá por eso el mito sigue fascinando hoy.
No solo habla de una ciudad perdida, sino de algo mucho más universal: la idea de que incluso las sociedades más poderosas pueden caer si olvidan la prudencia, la justicia y el equilibrio.

▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣

#historia #atlantida #platon #misteriosdelahistoria #arqueologia #civilizacionesantiguas #tartessos #mitosyleyendas

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Dat gezegd zijnde: dit keer was de vondst werkelijk belangrijk. In de hoop meer te ontdekken over de precieze vindplaats, hebben onderzoekers uit Alicante een tijdje geleden het ontdekkingsverhaal nog eens gecontroleerd. Over de vindplaats ontdekte men weinig van belang, maar over de vondst ontdekte men wel iets: het bleek dat de echte ontdekker een arbeider was die Antonio Maciá heette. Die is uit het verhaal weggeschreven terwijl de landeigenaar, die wél Manuel Campello heette, is veranderd in een kind. Alles om het format te handhaven. Het geval staat natuurlijk niet op zichzelf: ik blogde al eens over de vergeten Egyptische fotografen en over de gezusters Agnes en Margaret Smith.

Maar wat is het?

Maar wat of wie is de Dame van Elche? Het beeld dateert uit de vierde eeuw v.Chr. en archeologen rekenen het tot de Iberische cultuur, wat de naam is die ze gebruiken voor het oosten van Spanje vanaf pakweg 500 v.Chr. (en dus niet voor het hele Iberische Schiereiland). Die mensen spraken een eigen taal, hadden een eigen schrift en een eigen materiële cultuur, die duidelijk Karthaagse en Griekse invloeden had ondergaan. De beeldhouwer die verantwoordelijk is voor de Dame van Elche, heeft weleens een Grieks beeld gezien in het even verderop gelegen Alicante (het antieke Leukè Akra ofwel Lucentum).

De Dame van Elche baarde meteen opzien en er waren claims dat het een vervalsing moest zijn. De weinige voorbeelden van Iberische sculptuur leken nauwelijks op de nieuw ontdekte buste. Inmiddels kennen we meer van zulke vrouwenbeelden, afkomstig uit gecontroleerde opgravingen, zodat de argumenten die destijds golden, geen opgeld meer doen. Die andere beelden staan met de Dame van Elche samen opgesteld in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid, en je ziet meteen welk beeld het meesterwerk is. Recent zijn in Turuñuelo (richting Portugese grens) soortgelijke beelden gevonden, die iets ouder zijn en de indruk wekken dat de portretkunst op het Iberische Schiereiland een autonome ontwikkeling is, begonnen in het gebied van Tartessos.

Nogmaals de Dame van Elche

Het beeld is nu niet meer beschilderd, we moeten het doen met de sculptuur zelf. Het meest opvallende zijn de sieraden: drie halskettingen met amuletten, een met juwelen versierde diadeem en twee ronde, trommelachtige schijven op de slapen. Ook de andere beelden hebben zulke “trommels”. Volgens mij zijn ze daarmee uniek. Ik kan me althans niet herinneren ooit soortgelijke sieraden te hebben gezien.

De eerste interpretatie was dat het beeld een Moorse koningin voorstelde, maar het was al snel duidelijk dat het ouder was. De Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie redeneerden de archeologen vervolgens dat dit wel een godin zou zijn, meer precies de Karthaagse Tanit. Inmiddels is onderzoek gedaan naar de binnenkant van het beeld, waarin nog altijd sporen waren te vinden van menselijke as, zodat we nu weten dat het feitelijk een urn is. Het doet in de verte denken aan de Etruskische, mensvormige urnen die “canopen” worden genoemd.

Nationaal symbool

Zoals gezegd: het beeld maakt en maakte indruk. Menigeen wilde het kopen. Iemand als Pablo Picasso, gefascineerd door niet-klassieke kunstvormen, zag het als een pure, authentieke uiting van een Iberisch volk dat nog niet aan Rome was onderworpen. Uiteindelijk is de Dame van Elche voor een schamel bedrag verkocht aan het Louvre. Dat was tegen het zere been van menig Spanjaard, want waarom moest dit elegante portret nou naar Parijs?

Bankbiljet met de Dame van Elche

Dictator Francisco Franco maakte daarom nogal een punt van de teruggave en kort na de Tweede Wereldoorlog keerde het voorwerp inderdaad terug naar Spanje, waar Franco het presenteerde als nationaal symbool. Het stond bijvoorbeeld op de bankbiljetten. Ging het bij Picasso nog om pure Iberische kunst, in sommige rechtse kringen was de Dame van Elche een uiting van een genetisch puur volk.

Voor zover ik iets weet van Spanje – en dat is niet veel – heeft de Dame van Elche inmiddels niet meer zo’n nare bijbetekenis. Het is echter, zo zag ik een tijdje geleden, nog onverminderd bewonderenswaardig mooi.

[Dit was het 519e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Alicante #DameVanElche #Elche #FranciscoFranco #Lucentum #nudging #PabloPicasso #Tartessos #Turuñuelo