Tartessos was a wealthy kingdom in southern Spain known for its gold, silver, and trade. Around the 6th century BC, it mysteriously disappeared, leaving behind treasures, ruins, and one of Europe's greatest unsolved mysteries.
#History #Tartessos #LostCivilization #AncientHistory #Archaeology #Mystery
Read more:https://www.ancient-origins.net/ancient-places-europe/tartessos-europes-lost-el-dorado-golden-kingdom-ancient-spain-00102840

🌊 La Atlántida es probablemente el continente perdido más famoso de la historia.

💁🏻 Post completo en IG:
https://www.instagram.com/p/DY1J62PKIhw

#Atlántida #HistoriaAntigua #Tartessos #Arqueología #TemploDelPasado

Een Griekse huurling in Málaga?

Griekse helm (Archeologisch museum, Málaga)

Voor M.K.-L.

Van mijn bezoek aan het archeologisch museum van de Andalusische havenstad Málaga herinner ik me vooral dat de aan de Arabische eeuwen gewijde afdeling meer uitleg bood dan gebruikelijk. Dat is niet onlogisch, want Málaga is langer Arabisch geweest dan Spaans. Maar ook de museumafdelingen die waren gewijd aan de tijd vóór de Arabische verovering mochten er wezen, en ik pik er bovenstaande helm uit.

Het voorwerp dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en is gevonden in een grafkamer net ten noorden van de muur van wat destijds een Fenicische stad was. Het toenmalige Málaga was een belangrijke schakel in de handel tussen enerzijds de Mediterrane regio’s en anderzijds de Tartessiërs in het achterland. Ze was ook een productiecentrum: de oude naam mlk’  betekent zoiets als “zoutstad” en verwijst naar de zoutpannen en/of de productie van de zoute vissaus garum. De graven lagen zoals altijd buiten de stad en de bouw van grafkamers was destijds niet ongebruikelijk. Ze waren gemaakt van netjes uitgehouwen stenen en hadden een houten dak. Een bovengrondse stèle gaf de plek van het graf aan.

En zo’n kamer lag tjokvol grafgiften: deze helm, wat sieraden, een ijzeren speerpunt, de handvaten van een boekrol en een scarabee met de naam van de Egyptische koning Necho I. Het hoofd rustte op een zilveren schaal. Een wierookbrander met wat kooltjes bewijst niet alleen dat men de overledene bijzette met aangename geuren, maar duidt ook op handel met het verre Jemen, ongetwijfeld via Fenicische tussenhandelaren.

De overledene was niet gecremeerd maar begraven, wat fysisch antropologisch onderzoek mogelijk maakte. De botten suggereren dat de overledene een man was die ruim veertig oud is geworden en ongeveer 1,75 meter lang was. Een koolstofdatering suggereerde dat het graf stamde uit de zesde eeuw v.Chr. Dat past bij de scarabee, die immers dateerbaar is aan de koningsnaam.

Tot zover is het eigenlijk niet zo bijzonder: een soldaat in een Fenicische kolonie, met wierook en een scarabee uit het zuidoosten van de Middellandse Zee. Het bijzondere is de helm: die is zo Grieks als een glas ouzo.

Het kan zijn dat we te maken hebben met een huurling; de Feniciërs en Karthagers namen liever professionele soldaten in dienst dan dat ze vertrouwden op dienstplichtigen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat we van doen hebben met een van de Fenicische of Tartessische bewoners van Málaga die in de haven een Griekse helm had gekocht. Het graf illustreert in elk geval hoe de delen van de Mediterranée al verbonden waren voordat de Romeinen haar onder één gezag verenigden.

[Dit was het 527e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Ik organiseer volgend jaar een reis naar Spanje die eindigt in Málaga.]

#Andalusië #garum #helm #huurlingen #Málaga #NechoI #Tartessos

De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Uiteraard was er ook visserij. Er is geen kustplaats waar geen visgraten, vishaken en loden gewichtjes (voor aan een visnet) zijn opgegraven. Garum, een hartige vissaus, was een bekend exportproduct, en dat geldt in mindere mate ook voor purper. De vervaardiging van deze twee producten zullen de Iberiërs wel hebben geleerd van de Feniciërs.

Bronzen votiefgift (Prehistorisch museum, Valencia)

Net als de Tartessiërs in Andalusië wonnen en bewerkten de Iberiërs metaal. Al in de Bronstijd produceerden ze koper en ijzer. Terwijl mensen elders in het Middellandse Zee-gebied terracottabeeldjes achterlieten in de heiligdommen, zijn ze in Iberië niet zelden van metaal.

Handel

Textiel, garum en graan laten als handelsproducten weinig sporen achter, en erts werd elders verwerkt in andere voorwerpen, dus ook dat is archeologisch slecht zichtbaar. Over de Iberische exporten hebben we daardoor weinig informatie. Over de importen weten we meer. Het Griekse aardewerk documenteert ingevoerde wijn en olijfolie. Geurstoffen arriveerden in zogeheten alabastra, kleine vaasjes die waren beschilderd met een patroon dat aan albast deed denken. Het lijkt er sterk op dat de Balearen een belangrijke doorvoerhaven vormden.

Onbegijpelijke inscriptie (Prehistorisch museum, Valencia)

De voornaamste afnemers waren – hoe kon het anders – de leden van de elite, die het breed konden laten hangen. Tegelijk konden kooplieden, die de handel beheersten, rijker worden en toetreden tot de elite. In alle gevallen was een administratie van de producten verondersteld en dus gingen de Iberiërs schrijven met een alfabet dat deels op het Fenicische en deels op het Griekse schrift was gebaseerd.

De schrijfcultuur bleef echter, net als bij de Kelten, nogal oppervlakkig, zodat er nooit één Iberisch alfabet kwam. Zoals gezegd kunnen we de teksten lezen, maar begrijpen we die niet. We weten zelfs niet of het wel één taal is.

[Iberiërs zijn zó interessant dat dit blogje wordt vervolgd. En ik organiseer volgend jaar een reis naar de regio, lees maar hier.]

#akkerbouw #alfabet #Balearen #garum #IberischeTalen #Murcia #peasants #purper #Tartessos #Valencia #veeteelt #visserij

De Iberiërs (1)

Iberisch aardewerk (Museum voor onderwaterarcheologie, Alicante)

Ik heb op deze blog al redelijk vaak geschreven over de Iberiërs. Dat is een wat onhandige term, want ze slaat van oorsprong op de bewoners van het zuidoosten van Spanje, en kreeg later een tweede betekenis: alle bewoners van het Iberische Schiereiland, dus met inbegrip van de Tartessiërs in Andalusië, de Lusitaniërs langs de Oceaankust en alle andere groepen. Ik wil nu de eerste definitie volgen: de antieke bewoners van de huidige regio’s Valencia en Murcia.

Een eigen archeologische cultuur is aan te wijzen vanaf het midden van de zesde eeuw v.Chr. Die lijkt voort te komen uit de eerdere IJzertijdculturen, maar verschilt daarvan doordat er inmiddels handelscontacten waren met Fenicische en Griekse kooplieden. De eersten zaten ook wat verder naar het zuidwesten en hadden tevens contact met Tartessos, terwijl de laatsten wat noordelijker zaten en daar contact hadden met de diverse Keltische volken.

Vroege, oriëntaliserende kunst (Archeologisch museum, Madrid)

Archaïsch en klassiek Iberisch

Archeologen onderscheiden drie fasen in de Iberische cultuur. In de archaïsche tijd, zeg maar tussen 550 en 425 v.Chr., werden de genoemde contacten gelegd. De Iberiërs pasten elementen uit de cultuur van de nieuwkomers in hun eigen levenswijze in: stenen sculptuur (vaak met oosterse voorbeelden – we zouden het een oriëntaliserende stijl kunnen noemen), een paar technieken om metaal te bewerken, de draaischijf voor het pottenbakken, steeds stedelijker huizen in steeds stedelijker nederzettingen (zoals Elche), en ook diverse soorten schrift. We kunnen elke tekst lezen, maar we begrijpen de taal niet. We weten niet eens of het Iberisch een Indo-Europese taal is.

De tweede, klassieke fase duurt ongeveer twee eeuwen, waarin de Feniciërs steeds meer plaatsmaken voor de Karthagers, wat overigens niet ontzettend anders is. Ik vermoed dat naast de Grieken ook Etruskische kooplieden aankwamen – het zou iets verklaren over de despotes hippon waarover ik al eens blogde. De sculptuur wordt wat natuurgetrouwer en het aardewerk, dat tot dan toe versierd was met lijnen en gestempelde geometrische vormen, wordt verrijkt met geschilderde afbeeldingen van dieren en planten. Ik blogde al eens over een kruik met een afbeelding van een zeeslag. We zien ook meer en meer luxe importstukken uit alle delen van de mediterrane wereld.

“Klassiek” aardewerk (Alcudia)

Romeins Iberisch

In het jaar 218 v.Chr. nam de Karthaagse generaal Hannibal de Iberische havenstad Arse in, die de Romeinen kenden als Saguntum: het begin van de Tweede Punische Oorlog. In enkele jaren tijd namen de Romeinen eerst alle Griekse en daarna alle Karthaagse posities over. Nu begon de derde fase van de Iberische cultuur, die we hellenistisch zouden kunnen noemen. Dit was een tijd van enorme artistieke variatie. Het aardewerk was ronduit prachtig en er kwamen allerlei nieuwe vormen, zoals de kalathos, die wat lijkt op een ondersteboven geplaatste hoge hoed.

Kalathos (Prehistorisch museum, Valencia)

Hoewel sommige Iberische steden al munten sloegen, gebaseerd op de Karthaagse standaard, werden ze pas in deze fase echt populair, en bovendien aangepast aan de Romeinse denarius. Zoals altijd bleef ruilhandel vanzelfsprekend; munten dienden alleen voor speciale transacties, zoals de betaling van soldaten die streden in de Romeinse oorlogen tegen de bewoners van het binnenland, of voor de afdracht van de belasting die de nieuwe heersers quasi-onvermijdelijk aan de Iberiërs oplegden.

[Iberiërs zijn zó interessant dat dit blogje wordt vervolgd. En ik organiseer volgend jaar een reis naar de regio, lees maar hier.]

#denarius #despotesHippon #Elche #Hannibal #IberischeTalen #Murcia #OriëntaliserendeStijl #Saguntum #Tartessos #Valencia

 𝑳𝒂 𝑨𝒕𝒍𝒂́𝒏𝒕𝒊𝒅𝒂: 𝒆𝒏𝒕𝒓𝒆 𝒇𝒊𝒍𝒐𝒔𝒐𝒇𝒊́𝒂, 𝒎𝒊𝒕𝒐 𝒚 𝒂𝒓𝒒𝒖𝒆𝒐𝒍𝒐𝒈𝒊́𝒂  

La historia de la Atlantis es uno de los relatos más famosos y debatidos de la antigüedad.
Durante siglos ha sido presentada como una civilización perdida extremadamente avanzada, destruida en una sola noche por un cataclismo.
Sin embargo, cuando se revisan las fuentes históricas con calma, la historia resulta bastante más matizada.

Todo lo que sabemos sobre la Atlántida procede de un solo autor: el filósofo griego Platón.
La menciona en dos de sus diálogos, Timeo y Critias, escritos en el siglo IV a.C.
En esos textos describe una poderosa isla situada más allá de las Columnas de Hércules, es decir, en el océano Atlántico.
Según el relato, era una sociedad rica, organizada y técnicamente avanzada que terminó cayendo por su ambición y orgullo.

Platón cuenta que la capital estaba formada por anillos concéntricos de tierra y agua conectados por canales, puentes y puertos.
También menciona templos monumentales, sistemas hidráulicos complejos y un metal brillante llamado oricalco, que sería el segundo más valioso después del oro.
Para los griegos de su época, esa descripción ya representaba una ingeniería extraordinaria.

En la narración, la Atlántida fue originalmente un reino próspero gobernado por descendientes del dios Poseidón.
Con el paso del tiempo, según Platón, los gobernantes se volvieron arrogantes y comenzaron a conquistar otros territorios.
Ese orgullo —lo que los griegos llamaban hubris— provocó el castigo divino.
Finalmente, en “un solo día y una noche”, terremotos y maremotos hicieron que la isla desapareciera bajo el mar.

Ahora bien, desde el punto de vista histórico hay un detalle importante: no existe ninguna fuente anterior o independiente que confirme la existencia de la Atlántida.
Ni egipcios, ni fenicios, ni otros autores griegos mencionan una civilización así.
Por ese motivo, la mayoría de historiadores considera que Platón utilizó la historia como una alegoría política y moral, una forma de advertir sobre los peligros del poder, la corrupción y la arrogancia de los imperios.

Eso no significa que el relato surgiera de la nada.
Muchos investigadores creen que Platón pudo inspirarse en hechos reales.
Uno de los candidatos más citados es la enorme erupción volcánica que destruyó parte de la isla de Santorini alrededor del 1600 a.C.
Aquella explosión arrasó la civilización minoica y provocó tsunamis que devastaron el mar Egeo.
Para los pueblos antiguos, una catástrofe así pudo convertirse con el tiempo en una historia sobre una civilización que desapareció de golpe.

Otra teoría apunta a la antigua civilización de Tartessos, situada en el sur de la península ibérica, cerca de la actual zona de Doñana.
Los griegos describían Tartessos como un lugar extremadamente rico en metales, especialmente plata y oro.
Además, estudios geológicos han confirmado que la costa atlántica andaluza sufrió grandes tsunamis en la antigüedad, lo que podría haber destruido asentamientos costeros importantes.

También existen teorías más especulativas que sitúan la Atlántida en lugares como la Estructura de Richat en el Sáhara, en el Caribe o incluso bajo el hielo de la Antártida.
Sin embargo, hasta ahora ninguna de estas hipótesis ha encontrado pruebas arqueológicas concluyentes.
A veces se citan hallazgos como lingotes de oricalco hallados cerca de Gela o el Mecanismo de Anticitera, pero ninguno demuestra la existencia de esa civilización.

En resumen, el consenso académico actual es bastante claro: la Atlántida de Platón probablemente no fue una ciudad real, sino una historia filosófica construida para transmitir una advertencia sobre el poder y la decadencia de las civilizaciones.
Aun así, el relato pudo inspirarse en catástrofes reales y en culturas antiguas que desaparecieron o cambiaron con el tiempo.

Quizá por eso el mito sigue fascinando hoy.
No solo habla de una ciudad perdida, sino de algo mucho más universal: la idea de que incluso las sociedades más poderosas pueden caer si olvidan la prudencia, la justicia y el equilibrio.

▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣

#historia #atlantida #platon #misteriosdelahistoria #arqueologia #civilizacionesantiguas #tartessos #mitosyleyendas