Het beeld van Zeus in Olympia

Het beeld van Zeus in Olympia (Bode-Museum, Berlijn)

We zijn geneigd om bij de zeven wereldwonderen te denken aan grote constructies: de piramiden in Egypte (het enige wereldwonder dat we nog kunnen zien), het mausoleum in Halikarnassos (tegenwoordig weinig meer dan een kuil in de grond), de (verzonnen) hangende tuinen van Babylon, de vuurtoren van Alexandrië (gereduceerd tot kasteel). Het oudste lijstje met wonderbaarlijke bijzonderheden, opgesteld door Antipatros van Sidon,noot Palatijnse Anthologie (9.58). bevat echter ook een standbeeld: de Zeus van Olympia. Ook van dit wereldwonder is niets over, al weten we in welke tempel het wereldwonder heeft gestaan. In de tempel van Zeus dus.

Het enorme beeld van de Griekse oppergod is gemaakt door de Atheense beeldhouwer Feidias. Die had, dankzij twee beelden van Athena op de Akropolis in Athene, al een grote reputatie toen hij en zijn collega’s Kolotes en Panainos zich in 437 v.Chr. in Olympia vestigden om het beeld te maken van de god ter wiens ere de Olympische Spelen werden gevierd. Hun werkplaats is geïdentificeerd en opgegraven.

Hoe zag het beeld eruit?

Het twaalf meter hoge beeld is afgebeeld op talloze munten en gemmen, en is ook bekend omdat het in detail is beschreven door de Griekse auteur Pausanias.noot Pausanias, Gids voor Griekenland 5.11.  Zo weten we dat de god werd afgebeeld, zittend op zijn troon. Dit type kennen we ook uit de Levant, waar de oppergod El al in de Bronstijd zo werd afgebeeld. Bij wijze van voorbeeld noem ik dit exemplaar uit de Syrische havenstad Ugarit.

Feidias’ van goud en ivoor gemaakte beeld droeg in de ene hand een beeld van Nikè, de overwinningsgodin, en in de andere hand hield het een scepter. De armleuningen van de troon bestonden uit sfinxen: opnieuw een motief dat we kennen uit de Levantijnse Bronstijdkunst, zoals de Megiddo-ivoortjes. Verder waren er allerlei figuren in het grote beeld verwerkt, zoals leeuwen, Herakles en de Amazones, Theseus en de Amazones, meer Nikès, de Niobides en andere figuren uit de wereld van de Griekse mythen en sagen. Op de sokkel was de geboorte van Zeus’ dochter Afrodite afgebeeld.

Zeus (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

Zeus wordt Christus

Goud wordt dof en ivoor verweert. Het beeld werd dus van tijd tot tijd opgeknapt en gerepareerd. Dankzij al die goede zorgen stond dit symbool van de aloude Griekse religie er dus driekwart millennium later nog altijd, in volle glorie. Na 324 na Chr. gelastte de Romeinse keizer Constantijn de Grote echter de ontmanteling van het beeld, dat op transport ging naar zijn nieuwe residentie, die later Constantinopel genoemd zou worden.

De verdere geschiedenis van de Zeus van Feidias is helaas onbekend, maar we kunnen speculeren. Van 362 tot 363 regeerde keizer Julianus de Afvallige, die vooral bekend is omdat hij, nadat zijn voorgangers blijk hadden gegeven van hun persoonlijke sympathie voor het christendom, het heidendom wilde herstellen. Julianus sneuvelde voordat hij veel had bereikt, maar bij de christelijke gezagsdragers zat de schrik er goed in en ze stelden zich steeds scherper op tegen uitingen van het heidendom. In Rome eisten ze de verwijdering van het beeld van Victoria uit het Senaatsgebouw; ook kwam er een einde aan de subsidiëring van de heidense eredienst. Het lijkt me goed mogelijk dat het wereldberoemde beeld van de Griekse oppergod, dat te heidens was om te worden beschouwd als alleen maar een kunstvoorwerp, op soortgelijke wijze werd verwijderd – te meer omdat het goud viel te gebruiken voor het slaan van munten en de vervaardiging van andere kunstvoorwerpen.

Christus in de Santa Pudenziana in Rome

Vergeten was het beeld allerminst. Toen in Rome de kerk van Santa Pudenziana rond 420 een mooi apsismozaïek moest krijgen, werd de nieuwe oppergod afgebeeld zoals de oude oppergod, waardoor Christus eruitziet als ware hij Feidias’ Zeus in Olympia.

#Christus #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #El #Feidias #JulianusDeAfvallige #Nikè #Olympia #Pausanias #Rome #SantaPudenziana #Zeus #zevenWereldwonderen

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

En met deze woorden schiep Herodotos een puzzel die nog altijd niet is opgelost: wat was Tartessos?

Tinhandel

De Griekse tekst is, voor zover ik overzie, vrij simpel: het is een opsomming van reisbestemmingen, waarvan Tartessos het verst is. En het is dus niet Iberië. Als Herodotos met die laatste naam verwees naar de oostkust van Spanje, kan Tartessos in Andalusië of Portugal liggen, maar als hij met “Iberië” doelde op het hele schiereiland, moeten we Tartessos óf in Marokko óf aan de Atlantische kust zoeken. Er is geen enkele zekerheid dat het gaat om de regio bij de Guadalquivir, maar dat is wel waar Tartessos altijd op de landkaart wordt ingetekend.

Flesje uit Cádiz (Archeologisch museum, Cádiz)

Een jongere Griekse geschiedschrijver, Eforos van Kyme, weet te noemen dat over een rivier tin naar Tartessos wordt gebracht, en ook goud en koper uit het land der Kelten. Dit laatste woord betekent bij Eforos niets anders dan westerling. Wat aan Eforos’ informatie ten grondslag ligt, is onbekend. Aristoteles, die het misschien niet goed heeft begrepen, gebruikt “Tartessos” als de naam van een rivier die ontspringt bij Pyrene. Die plaatsnaam gaat terug op Herodotos en verwijst naar de bron van de Donau. Kortom: ongeloofwaardig.

In de tweede eeuw na Chr. weet Pausanias dat de rivier de Tartessos feitelijk de Guadalquivir is. We zien vaker dat de Grieken en Romeinen legendarische plaatsnamen identificeerden met concrete plekken: de mythische naam “Kaukasos” ging dus verwijzen naar het gebergte achter Georgië en Armenië, een door Homeros genoemde stam van rechtvaardige mensen werd geïdentificeerd met een stam in Centraal-Azië. En zo lag Tartessos dus in Andalusië.

Misschien is Tartessos een verzinsel van Fokeeërs die hun handelsgeheimen niet wilden verklappen en dus het verhaal verzonnen dat Herodotos doorgaf. Daarna voegden Eforos en Aristoteles er het hunne aan toe. Er is een duidelijke interpretatierichting waarin, naarmate de tijd verstrijkt, de informatie weliswaar specifieker wordt, maar heel goed onbetrouwbaarder.

Een miniatuur-tinbaar, maar dan van goud, uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Archeologie

Zo’n honderd jaar geleden kwam de Duitse archeoloog Adolf Schulten met het idee dat de naam “Tartessos” verwees naar de IJzertijdcultuur in het zuiden van Spanje. Dat is niet heel anders dan de archeologische La Tène-cultuur aanduiden met de Griekse naam “Keltisch”: een woord waarvan de betekenis in de Oudheid niet vaststond.

Sindsdien noemen oudheidkundigen de IJzertijdcultuur van zuidelijk Spanje dus Tartessisch. Het beestje moet nou eenmaal een naam hebben. Voorwerpen uit deze archeologisch cultuur zijn gevonden in heel Andalusië, maar het kerngebied komt overeen met de benedenloop van de Guadalquivir. Een daar bestaande, eerdere Bronstijdcultuur maakte in de negende eeuw v.Chr. contact met de Feniciërs, die steden stichtten aan de kust, en reageerde daarop: zo ontstond de Tartessische cultuur. Een voorbeeld van de wijze waarop twee culturen samenkwamen is de Schat van El Carambolo (een buitenwijk van Sevilla): lokaal goud, bewerkt met Fenicische technieken.

Andere kenmerken van de Tartessische cultuur waren de vrij grote, welhaast stedelijke nederzettingen (“proto-urbaan”), metaalmijnbouw in de Sierra Morena en een eigen schrift (dat we niet kunnen interpreteren). Wellicht mogen we reliëfs als dat uit Ategua, waarover ik al eerder blogde, ook opvatten als kenmerkend voor deze IJzertijdcultuur. Of de bewoners zelf wisten dat ze in het Grieks Tartessiërs heetten en een koning hadden die 120 jaar oud was, staat vanzelfsprekend te zien.

Krijgersstèle uit Ategua (Archeologisch museum, Córdoba)

Het einde

Eind zesde eeuw v.Chr. kwam deze Tartessische cultuur ten einde. We weten niet goed hoe, maar het is ruwweg tegelijk met de ondergang van de steden in het Fenicische moederland en de opkomst van Karthago. Het kan zijn dat oude handelsnetwerken in verval raakten – ook Fokaia viel in Perzische handen – en dat het economisch zwaartepunt verschoof van het zuidwesten van Andalusië naar het zuidoosten, waar Cartagena opbloeide, en naar het noordwesten, waar Turuñuelo een belangrijk centrum werd.

Helemaal afgelopen was het niet. In de Romeinse tijd leefde de naam “Tartessos” voort in een iets andere vorm, “Turdetania”. En het is verleidelijk om te speculeren – speculeren! – dat het door Herodotos genoemde land aan het westelijke uiteinde van de wereld, ongeacht of dat correspondeert met de archeologische cultuur, hetzelfde is als het Tarsis waarheen de joodse profeet Jona wil vluchten, of het Atlantis waar ene Plato iets over te vertellen had.

#AdolfSchulten #Andalusië #Arganthonios #Aristoteles #Atlantis #Cartagena #EforosVanKyme #ElCarambolo #Fokaia #Guadalquivir #HerodotosVanHalikarnassos #IJzertijd #interpretatierichting #Jona #Pausanias #Plato #Tartessos #tin #Turdetaniërs #Turuñuelo

Om er een cliché tegenaan te gooien: de Griekse auteur #Pausanias biedt archeologen, classici en mentaliteitshistorici een schat aan informatie.

https://mainzerbeobachter.com/2025/07/10/pausanias/

Pausanias

Reconstructie van Feidias’ Athena Parthenos (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Als we het hebben over een wereld waarover we onvoldoende informatie hebben, de Oudheid dus, luidt één van de meest overbodige en meest stuitende clichés – en een cliché dat ik helaas zelf ook wel heb gebruikt – dat over deze of gene auteur weinig bekend is, zodat we alle informatie over diens leven moeten afleiden uit diens werk. De Griek Pausanias is ook zo’n schrijver. Misschien kwam hij uit Magnesia-bij-de-Sipylos (in het westen van Turkije), misschien kwam hij daar niet vandaan. Hij was misschien al in de vijftig toen hij begon te schrijven aan het werk dat bekendstaat als Gids voor Griekenland, misschien ook niet. Wellicht was hij tevens arts, wellicht ook niet. Vermoedelijk heette hij Pausanias, maar zelfs dat is niet helemaal zeker.

Erg belangrijk is de auteur vanzelfsprekend niet. Het gaat om wat ’ie te vertellen heeft, en dat is gelukkig heel interessant. Vooral omdat hij ons informeert over een wereld waarover we veel te weinig informatie hebben.

De auteur van de Gids voor Griekenland, die ik toch maar Pausanias zal noemen, beschrijft de monumenten en culten van de Romeinse provincie Achaea in pakweg het derde kwart van de tweede eeuw na Chr. Het was de tijd waarover Gustave Flaubert ooit heeft opgemerkt dat de oude goden zich hadden teruggetrokken en dat de nieuwe, christelijke god er nog niet was. Het was ook – om er nog eens een weerzinwekkend cliché tegenaan te gooien – Romes “gouden eeuw”. De oude tempels stonden er nog, tjokvol kunstwerken, en Pausanias heeft ze gezien en beschreven voor liefhebbers. Zeg maar voor antieke filhellenen.

Nostalgie

De nostalgische liefde voor het voor-Romeinse verleden deelde Pausanias met de concertredenaars van zijn tijd, met de rabbijnen, met de Gallische kunstenaars die oude Keltische vormen herintroduceerden en met de Atheners die zo handig waren om afgelegen tempels te verplaatsen naar toegankelijker plekken. Alles voor het toerisme, zal men hebben gedacht. Er was een markt voor Pausanias’ Gids voor Griekenland, en zijn werk was dan ook niet de enige of eerste reisgids. Hij kon gebruik maken van soortgelijke boeken en had de beschikking over een bibliotheek vol andersoortige literatuur. Zijn gids is daarom niet alleen waardevol voor moderne archeologen, maar ook voor classici, want Pausanias citeert uit de verloren boeken van allerlei verder vergeten auteurs.

Maar vooral: hij heeft gezien wat hij beschrijft. Als moderne lezer verbeeld je je regelmatig dat je de stem hoort van een priester of tempelmedewerker die Pausanias uitlegt geeft over een heiligdom, over een mythe of over een ritueel. Want die zaken hebben zijn belangstelling nog wel het meest: de oude culten. En Pausanias heeft altijd de belangstelling gehad van mensen met diezelfde belangstelling, zoals de religieus-antropoloog (en fantast) James Frazer.

Volksreligie

Geleerden maakten destijds – ik baseer me hier op de Romeinse auteur Marcus Terentius Varro – onderscheid tussen

  • de staatscultus;
  • de religieuze opvattingen van de filosofen;
  • het geloof van de gewone mensen, veelal werkzaam op het platteland.

De staatscultus was voor elke geletterde Griek of Romein iets dat er fatsoenshalve bij hoorde, maar deze bezat weinig diepgang. Je nam eraan deel omdat het zo moest, maar niet uit overtuiging. De filosofische constructen waren voor menigeen te abstract om te inspireren. Het geloof van het platteland echter: dat was oeroud, dat was echt, en dat appelleerde aan de tweede-eeuwse belangstelling voor het verleden. (Dat de volkscultuur niet per se oeroud of echt is en dat er allerlei invented traditions bestaan, is een modern inzicht.)

Kortom

Samenvattend: Pausanias is een auteur die weliswaar zelf nauwelijks bekend is, maar die archeologen, classici en mentaliteitshistorici (om voor het laatst een cliché te gebruiken) een schat aan informatie heeft te bieden. Een mooie website vindt u hier.

Het plaatje hierboven is een moderne reconstructie van het standbeeld van Athena Parthenos, gemaakt door de vijfde-eeuwse beeldhouwer Feidias. We kennen diverse antieke kopieën, maar zouden vermoedelijk nooit hebben geweten dat die geïnspireerd waren door Feidias’ kunstwerk als we niet ook Pausanias’ beschrijving van dit standbeeld hadden gehad.

[Dit was het 499e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Achaea #Athene #Feidias #GustaveFlaubert #JamesFrazer #MagnesiaBijDeSipylos #MarcusTerentiusVarro #Pausanias

Klassieke literatuur (7c): wetenschap

Wat Germania Capta met wetenschap heeft te maken, leest u hieronder (Rheinisches Landesmuseum, Bonn).

[Het is alweer een tijdje geleden dat ik de vraag kreeg voorgelegd welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het eerste stukje over de Griekse en Romeinse wetenschappelijke literatuur behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, Plinius de Oudere, en vervolgens behandelde ik in een tweede stukje de geneeskundige teksten, Vitruvius’ Bouwkunde en nog wat ander spul. Vandaag nog wat meer teksten, zoals Frontinus’ boekje over de waterleidingen van de stad Rome. De auteur, die ook een collectie krijgslisten heeft gepubliceerd, was aan het begin van de tweede eeuw na Chr. verantwoordelijk voor de watervoorziening van een stad met honderdduizenden inwoners en legt uit wat daarbij zoal komt kijken. Van De aquaducten van Rome is een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink maar om u de waarheid te zeggen: laat dit niet de tekst zijn waarmee u uw kennismaking met de antieke letteren begint.

Aardiger is het geschriftje over de menselijke karakters van Theofrastos, waarin deze leerling van Aristoteles allerlei mensentypen beschrijft die je in het vierde-eeuwse Athene kon tegenkomen op de markt, in het theater, in de volksvergadering of in huis. We ontmoeten een huichelaar, een hielenlikker, een zwamneus, een boerenpummel, een uitslover, een betweter en nog twee dozijn anderen. Ze zijn vaak heel herkenbaar, maar we hebben geen idee waar deze tekst toe diende. Was het een voorstudie voor een boek over de menselijke psychologie? Was het bedoeld als handreiking aan komediedichters? Een handboek waarmee redenaars hun doelgroep konden identificeren? Hoe dat ook zij, de Karakterschetsen zijn een aardige tekst en het werkje is vertaald door Hein van Dolen.

Een genre waar ik me tijdens mijn studie mee heb moeten bezighouden – en om u de waarheid te bekennen: met groeiende tegenzin – is de agronomie. Het gaat om auteurs die u uitleggen hoe u een boerderij moet beheren. Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, is het wonderlijke materie maar het gaat om zaken die voor de oude Grieken en Romeinen niet slechts van levensbelang waren (wat ze welbeschouwd ook voor ons zijn) maar ook urgent. Een misoogst was een catastrofe. Auteurs als Cato, Varro en Columella meenden dat dat niet onvermijdelijk was en boden de informatie die de overlevingskansen vergrootte. Ze inspireerden de agronomen van de nieuwe tijd – daar is Johan Picardt weer – maar ik voor mij kan er weinig aan vinden. En ik begrijp werkelijk niet waarom een Cato, in een opsomming van de zaken die noodzakelijk zijn voor een goed-lopende boerderij, ook de servetten vermeldt. Wie het wil proberen: Vincent Hunink vertaalde Cato onder de titel Goed boeren.

Nee, dan Pausanias! Een leuke man die eindeloze wandelingen moet hebben gemaakt over de Peloponnesos en door Centraal-Griekenland, dus zeg maar Morea en Sterea. Hij schreef een soort reisgids en we mogen blij zijn dat hij dat deed in de tweede eeuw na Chr., toen de grote Romeinse bouwperiode voorbij was maar voordat het verval intrad. Overal noteerde hij de verhalen, de oude tradities en de rituelen, wat zijn Gids voor Griekenland niet alleen maakt tot een schatkamer vol informatie over het culturele leven in de keizertijd én een nuttig hulpmiddel voor archeologen die willen weten wat ze hebben opgegraven, maar ook tot een van de afwisselendste teksten uit de oude wereld. Er is een Nederlandse vertaling van Jelle Abbenes waarover u hier meer kunt vinden.

Pausanias lijkt nog het meest op Strabon, de Griekse geograaf die ten tijde van keizer Augustus de hele wereld beschreef. Opnieuw: een afwisselende collectie informatie. Strabon gebruikt allerlei oude bronnen, waardoor het opnieuw waardevol materiaal is. Niettemin is het ook wat droog. Een internet-vertaling vindt u hier.

Er zijn ook handboeken. Zo vertelt Artemidoros van Daldis hoe je een droom moet uitleggen – de Nederlandse vertaling van het Droomboek is van Simone Mooij en ook deze auteur biedt, alweer, een schat aan informatie over het dagelijkse leven in de Romeinse Rijk. Eén goede raad: als u droomt dat een waarzegger u iets vertelt, moet u de voorspelling niet geloven, tenzij het gaat om het advies van een betrouwbare waarzegger, zoals een droomduider.

Het handboek voor de geschiedschrijver is van Lucianus: Hoe word ik een goed historicus? is vertaald door Gé de Vries. Het is minder een echt handboek dan satire op slechte geschiedschrijving, maar veel van wat hij zegt is nog steeds zinvol. Geschiedenis is een wetenschap. Je hoeft echt je financier niet naar de mond te praten, want niet jij bent verantwoordelijk voor wat mensen vroeger hebben gedaan. Rankes beroemde definitie van geschiedenis, dat de historicus het verleden niet hoeft te beoordelen en het verleden evenmin nuttig toepasbaar hoeft te maken, maar slechts hoeft te vertellen wat er eigenlijk is gebeurd, is gebaseerd op Lucianus.

Aardig is ook Tacitus’ traktaat over de Germanen, waarover ik al eerder blogde. Het lijkt op het eerste gezicht een etnografie maar het is meer dan een beschrijving van de zeden en gewoonten. Keizer Domitianus had namelijk beweerd dat hij de Germanen had verslagen – zie de munt hierboven – en Tacitus beschreef doodleuk de onafhankelijke bewoners van het land aan gene zijde van de Donau. Het is dus een in feite geen wetenschap maar een politiek geschriftje. Maar ook: de Germanen zijn, in al hun wildheid, minder decadent dan de Romeinen.

Tacitus houdt de lezers dus een spiegel voor en is in feite een moralist. Die dimensie is eigenlijk voortdurend bij alle antieke wetenschappelijke literatuur aanwezig: in de Karakterschetsen van Theofrastos, in het streven naar betere landbouw van de agronomen, maar ook bij de stoïcijn Plinius de Oudere en in de artes-teksten die ik in mijn eerste en tweede stukje behandelde. Antieke wetenschap gaat vaak over wat het betekent om een goed mens zijn. Het is wetenschap, zeker, maar anders dan de onze.

#agronomie #ArtemidorosVanDaldis #CatoDeOudere #Frontinus #klassiekeLiteratuur #LucianusVanSamosata #LuciusJuniusModeratusColumella #MarcusTerentiusVarro #menstypen #Pausanias #PubliusCorneliusTacitus #StrabonVanAmaseia #Theofrastos

¡Maldita metamorfosis” Las cariátides 🏛️🙆🏻‍♀️🧍🏻‍♀️ https://buff.ly/3LWOyBL Te propongo un paseo por la presencia de las #Cariatides en la arquitectura griega y cómo llegaron a desarrollar esa función arquitectónica. #Erecteon #Pausanias #Vitruvio #TeresaGarciaMintimilla
¡Maldita metamorfosis! Las cariátides

Una excusa para unir literatura y música

¡Maldita metamorfosis” Las cariátides 🏛️🙆🏻‍♀️🧍🏻‍♀️ https://buff.ly/3LWOyBL Te propongo un paseo por la presencia de las #Cariatides en la arquitectura griega y cómo llegaron a desarrollar esa función arquitectónica. #Erecteon #Pausanias #Vitruvio #TeresaGarciaMintimilla
¡Maldita metamorfosis! Las cariátides

Una excusa para unir literatura y música

¡Maldita metamorfosis” Las cariátides 🏛️🙆🏻‍♀️🧍🏻‍♀️ https://buff.ly/3LWOyBL Te propongo un paseo por la presencia de las #Cariatides en la arquitectura griega y cómo llegaron a desarrollar esa función arquitectónica. #Erecteon #Pausanias #Vitruvio #TeresaGarciaMintimilla
¡Maldita metamorfosis! Las cariátides

Una excusa para unir literatura y música

¡Maldita metamorfosis” Las cariátides 🏛️🙆🏻‍♀️🧍🏻‍♀️ https://buff.ly/3LWOyBL Te propongo un paseo por la presencia de las #Cariatides en la arquitectura griega y cómo llegaron a desarrollar esa función arquitectónica. #Erecteon #Pausanias #Vitruvio #TeresaGarciaMintimilla
¡Maldita metamorfosis! Las cariátides

Una excusa para unir literatura y música

mit Krupp-Nicki in die Schule gehen und auf die Brüste von Jennifer Rush stehen: https://www.loick.de/blog/?p=2153 /via #pausanias #punk
Punk – …wie wir hier sagen!

...wie wir hier sagen!