Garum, de Romeinse vissaus

Garum-kuipen (Lixus)

Het moet verschrikkelijk hebben gestonken, de productie van garum. Het heette in de Late Oudheid ook wel liquamen en was een soort vissaus, die het meest lijkt op de Vietnamese vissaus die u koopt bij de toko. De Romeinen waren er dol op.

Het vermoeden bestaat dat het product is ontstaan aan de Perzische Golf, waar de Babyloniërs al in de achttiende eeuw v.Chr. siqqu produceerden. Ook de Feniciërs kenden het spul, en zij gaven het recept door aan de Karthagers en Griekenland. Het werd populair in Andalusië, waar Cartagena een reputatie had hoog te houden voor kwaliteitsproducten. Daarvandaan kwam deze saus naar Italië, waar koks garum in allerlei gerechten verwerkten. Artsen schreven het overigens voor bij zweren, hondenbeten, diarree en buikgriep.

Garum-amfoor uit Neuss

Ook al is het oudste bewijs uit het Nabije Oosten, het meeste bewijs komt uit het westen van het Middellandse Zee-gebied. De enorme kuipen waarin het bruine goedje werd geproduceerd zijn teruggevonden in bijvoorbeeld het Marokkaanse Lixus (hierboven), in het Portugese Cerro da Vila, in het Spaanse Cádiz en Sevilla en in het Algerijnse Tipasa. Niet dat er geheel geen bewijs is uit de Levantijnse Zee: de archeologen die garum-kuipen opgroeven in Ashkelon, vergeleken de vissaus met tomatenketchup, wat ik nog altijd niet begrijp.

De productiekuipen waren meestal zo’n drie meter lang, ruim anderhalve meter breed en ruim twee meter diep, en daarin liet men dan wekenlang de vis rotten. Tien kubieke meter stinkende smurrie dus, na drie maanden goed voor 3000 amforen hartige saus en een flinke hoeveelheid bezinksel. Dat heette allec of hallex.

Garum-kuip in Cádiz

We hebben verschillende antieke teksten over garum, waarin we lezen dat de makers één deel pekel (water dat volledig met zout is verzadigd) toevoegden aan zeven keer zo veel vis, waarbij sprot en sardine de voorkeur hadden. En natuurlijk ook de ansjovis, waaraan het goedje zijn naam dankt: γάρος is het Griekse woord voor ansjovis. Dat zijn allemaal vrij kleine vissen, met dunne graten, die snel vergaan. Evengoed werden ze nog vermalen. Ook makreel, paling en de in de Mediterrane wateren overvloedig aanwezige tonijn waren bruikbaar, maar het fermenteren nam bij die ingrediënten meer tijd in beslag. Er waren varianten met kruiden (rozemarijn, koriander, oregano), met olijfolie en met wijn.

Visresten uit Sevilla

In onder andere Sevilla zijn garum-kuipen gevonden die buiten gebruik raakten zonder geheel te zijn geleegd. Op de bodem lagen nog de graten, die zich leenden voor onderzoek in een laboratorium. Omdat visgraten zich laten determineren, konden archeologen vaststellen dat de in de vorige alinea genoemde, uit geschreven bronnen bekende vissoorten inderdaad werden gebruikt. Het onderzoek in Sevilla is niet uniek. Vorig jaar werd het echter opnieuw bevestigd, maar dit keer waren de resultaten niet gebaseerd op het determineren van de graten, maar op onderzoek van het DNA. Dat is wel heel knap, want het betekent dat DNA is gewonnen uit dierlijke resten die eerst waren vermalen en vervolgens enkele eeuwen hadden gelegen in een zuur milieu.

Ik heb vaker geschreven dat de post-Romeinse staten van de Visigoten (het Rijk van Toledo), de Ostrogoten, de Vandalen en de Merovingische Franken geen nieuwvormingen waren, maar voortzettingen van het late Romeinse Rijk. En dat is ook in culinaire zin het geval, want garum staat nog vermeld in een oorkonde van de zevende-eeuwse Merovingische koning Chlotharius III.

#Andalusië #ansjovis #ChlothariusIII #DNAOnderzoek #garum #LevantijnseZee #makreel #paling #sardine #sprot #tonijn
Er komt een moment waarop het tempo van het leven… net iets te druk begint te voelen.
En dan ontdek je plekken zoals Galera in Zuid-Spanje.
Rustig. Open landschap. Een huis waar de dagen wat langer lijken en het leven iets eenvoudiger voelt.
Een vriend van mij verkoopt hier momenteel een mooie woning… en het is precies zo’n plek waar je je leven anders zou kunnen voorstellen.
Benieuwd? 👉 https://page.fo/casa-en-galera
#WonenInSpanje #RustigLeven #Andalusië #Droomhuis #VerhuizenNaarSpanje
Er komt een moment waarop het tempo van het leven… net iets te druk begint te voelen.
En dan ontdek je plekken zoals Galera in Zuid-Spanje.
Rustig. Open landschap. Een huis waar de dagen wat langer lijken en het leven iets eenvoudiger voelt.
Een vriend van mij verkoopt hier momenteel een mooie woning… en het is precies zo’n plek waar je je leven anders zou kunnen voorstellen.
Benieuwd? 👉 https://page.fo/casa-en-galera
#WonenInSpanje #RustigLeven #Andalusië #Droomhuis #VerhuizenNaarSpanje
Unexpected Oasis: 5–6 Bedroom Townhouse for Sale in Galera, Granada

Galera, Granada: Spacious 5-6 bed townhouse. Modern comfort, unique cave rooms & countryside views. Move-in ready with B&B potential. Your ideal Spanish home!

Ensucasa

🚨 N2 verhuurregistratie: VANDAAG DEADLINE in heel Spanje – BEHALVE Andalusië en Balearen 🇪🇸

Dit is geen administratieve formaliteit — dit bepaalt of je mag blijven verhuren.

Twijfel je of jouw registratie correct is verwerkt?
Ons team staat vandaag klaar om direct te schakelen.

#SmartWoningbeheer #N2Registratie #NRA #VerhuurSpanje #Andalusië #Balearen

🌿 Spaanse olijfolie: vloeibaar goud uit het hart van de Middellandse Zee

De combinatie van
☀️ warm klimaat
🌱 kalkrijke bodems
🌬️ berglucht
zorgt voor olijven met een uitgesproken smaakprofiel: fruitig, licht peperig en rijk aan natuurlijke polyfenolen.

#SpaanseOlijfolie #ExtraVierge #Olijfolie #Andalusië #MediterraneKeuken #GezondEten #Olijfbomen #FoodStory #DuurzameLandbouw #SmartWoningbeheer

☀️ Andalusië – frisse smaken & Mediterrane klassiekers 🌊

In het zonnige Andalusië draait alles om lichte, smaakvolle gerechten 🥒🍅
Hier is gazpacho het absolute icoon: een koude tomatensoep met komkommer, paprika en olijfolie — perfect voor warme dagen ❄️🥣

Daarnaast is pescaíto frito enorm populair 🐟✨
Kleine visjes, goudbruin gefrituurd en geserveerd met citroen 🍋

#Andalusië #Gazpacho #PescaítoFrito #MediterraneKeuken #SpanjeFood #FoodLovers #SpanishCuisine #SmartWoningbeheer

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

En met deze woorden schiep Herodotos een puzzel die nog altijd niet is opgelost: wat was Tartessos?

Tinhandel

De Griekse tekst is, voor zover ik overzie, vrij simpel: het is een opsomming van reisbestemmingen, waarvan Tartessos het verst is. En het is dus niet Iberië. Als Herodotos met die laatste naam verwees naar de oostkust van Spanje, kan Tartessos in Andalusië of Portugal liggen, maar als hij met “Iberië” doelde op het hele schiereiland, moeten we Tartessos óf in Marokko óf aan de Atlantische kust zoeken. Er is geen enkele zekerheid dat het gaat om de regio bij de Guadalquivir, maar dat is wel waar Tartessos altijd op de landkaart wordt ingetekend.

Flesje uit Cádiz (Archeologisch museum, Cádiz)

Een jongere Griekse geschiedschrijver, Eforos van Kyme, weet te noemen dat over een rivier tin naar Tartessos wordt gebracht, en ook goud en koper uit het land der Kelten. Dit laatste woord betekent bij Eforos niets anders dan westerling. Wat aan Eforos’ informatie ten grondslag ligt, is onbekend. Aristoteles, die het misschien niet goed heeft begrepen, gebruikt “Tartessos” als de naam van een rivier die ontspringt bij Pyrene. Die plaatsnaam gaat terug op Herodotos en verwijst naar de bron van de Donau. Kortom: ongeloofwaardig.

In de tweede eeuw na Chr. weet Pausanias dat de rivier de Tartessos feitelijk de Guadalquivir is. We zien vaker dat de Grieken en Romeinen legendarische plaatsnamen identificeerden met concrete plekken: de mythische naam “Kaukasos” ging dus verwijzen naar het gebergte achter Georgië en Armenië, een door Homeros genoemde stam van rechtvaardige mensen werd geïdentificeerd met een stam in Centraal-Azië. En zo lag Tartessos dus in Andalusië.

Misschien is Tartessos een verzinsel van Fokeeërs die hun handelsgeheimen niet wilden verklappen en dus het verhaal verzonnen dat Herodotos doorgaf. Daarna voegden Eforos en Aristoteles er het hunne aan toe. Er is een duidelijke interpretatierichting waarin, naarmate de tijd verstrijkt, de informatie weliswaar specifieker wordt, maar heel goed onbetrouwbaarder.

Een miniatuur-tinbaar, maar dan van goud, uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Archeologie

Zo’n honderd jaar geleden kwam de Duitse archeoloog Adolf Schulten met het idee dat de naam “Tartessos” verwees naar de IJzertijdcultuur in het zuiden van Spanje. Dat is niet heel anders dan de archeologische La Tène-cultuur aanduiden met de Griekse naam “Keltisch”: een woord waarvan de betekenis in de Oudheid niet vaststond.

Sindsdien noemen oudheidkundigen de IJzertijdcultuur van zuidelijk Spanje dus Tartessisch. Het beestje moet nou eenmaal een naam hebben. Voorwerpen uit deze archeologisch cultuur zijn gevonden in heel Andalusië, maar het kerngebied komt overeen met de benedenloop van de Guadalquivir. Een daar bestaande, eerdere Bronstijdcultuur maakte in de negende eeuw v.Chr. contact met de Feniciërs, die steden stichtten aan de kust, en reageerde daarop: zo ontstond de Tartessische cultuur. Een voorbeeld van de wijze waarop twee culturen samenkwamen is de Schat van El Carambolo (een buitenwijk van Sevilla): lokaal goud, bewerkt met Fenicische technieken.

Andere kenmerken van de Tartessische cultuur waren de vrij grote, welhaast stedelijke nederzettingen (“proto-urbaan”), metaalmijnbouw in de Sierra Morena en een eigen schrift (dat we niet kunnen interpreteren). Wellicht mogen we reliëfs als dat uit Ategua, waarover ik al eerder blogde, ook opvatten als kenmerkend voor deze IJzertijdcultuur. Of de bewoners zelf wisten dat ze in het Grieks Tartessiërs heetten en een koning hadden die 120 jaar oud was, staat vanzelfsprekend te zien.

Krijgersstèle uit Ategua (Archeologisch museum, Córdoba)

Het einde

Eind zesde eeuw v.Chr. kwam deze Tartessische cultuur ten einde. We weten niet goed hoe, maar het is ruwweg tegelijk met de ondergang van de steden in het Fenicische moederland en de opkomst van Karthago. Het kan zijn dat oude handelsnetwerken in verval raakten – ook Fokaia viel in Perzische handen – en dat het economisch zwaartepunt verschoof van het zuidwesten van Andalusië naar het zuidoosten, waar Cartagena opbloeide, en naar het noordwesten, waar Turuñuelo een belangrijk centrum werd.

Helemaal afgelopen was het niet. In de Romeinse tijd leefde de naam “Tartessos” voort in een iets andere vorm, “Turdetania”. En het is verleidelijk om te speculeren – speculeren! – dat het door Herodotos genoemde land aan het westelijke uiteinde van de wereld, ongeacht of dat correspondeert met de archeologische cultuur, hetzelfde is als het Tarsis waarheen de joodse profeet Jona wil vluchten, of het Atlantis waar ene Plato iets over te vertellen had.

#AdolfSchulten #Andalusië #Arganthonios #Aristoteles #Atlantis #Cartagena #EforosVanKyme #ElCarambolo #Fokaia #Guadalquivir #HerodotosVanHalikarnassos #IJzertijd #interpretatierichting #Jona #Pausanias #Plato #Tartessos #tin #Turdetaniërs #Turuñuelo

Imperator

De imperator-inscriptie uit het Louvre

Voor de bovenstaande bronzen plaat, gevonden bij Cádiz in Andalusië, ben ik eens speciaal naar het Louvre gegaan. Vooruit, ik was al in Parijs en zou er vroeg of laat toch wel zijn beland, maar toch. De inscriptie is interessanter dan ze op het eerste gezicht lijkt; als u de Latijnse tekst precies wil lezen, kan het hier.

De strekking is dat de Romeinse veldheer Lucius Aemilius Paullus, die later de Macedoniërs zou onderwerpen, de burgers van een dorp ontsloeg van de diensten die ze moesten verrichten als slaven voor hun burgers in Hasta, het huidige Mesas de Asta. Een en ander gebeurde ergens tussen 191 en 189 v.Chr.

So far, so good. Het gaat om Aemilius’ titel, die valt te lezen op de eerste regel: Inpeirator. Dat is een oude spelling van “imperator”, een titel die Romeinse commandanten van hun soldaten kregen na een overwinning. Een beetje raar: alsof de soldaten een aanvoerder zouden moeten erkennen. Je roept je generaal toch niet uit tot generaal?

De eerste keer dat we van de titel horen, is als Iberische stamhoofden Publius Cornelius Scipio (de man die later Hannibal zou verslaan) tot koning willen uitroepen. Zoals een Romeinse republikein betaamde, weigerde hij dat, maar omdat het nogal grof was een eerbewijs te weigeren, stelde hij voor dat ze hem “imperator” zouden noemen.

Het aardige is nu dat de Griekse historicus Diodoros van Sicilië, die de carrière beschrijft van de Karthaagse generaal Hasdrubal, vertelt dat deze door de Iberische leiders was aangeduid als strategos autokrator. Dat is een Griekse titel die zoiets wil zeggen als “buitengewoon bevelhebber”, en die wel wordt gebruikt om het Latijnse imperator weer te geven.

Het is aannemelijk dat de Iberiërs het gebruik hadden succesvolle aanvoerders een eretitel te verlenen die duidelijk maakte dat hij een uitzonderlijk gezag had. Die kon in het Grieks worden weergegeven als strategos autokrator en in het Latijn als rex, koning, tot Scipio voorstelde er imperator van te maken. We weten niet welke titel de Iberiërs gebruikten, al kan het heel goed rix zijn geweest, een woord dat de acclamatie van Scipio begrijpelijk maakt.

In elk geval: het lijkt erop dat het Romeinse soldatengebruik hun aanvoerder nog eens extra te erkennen als commandant, uit Iberië stamt. Dat verklaart ook waarom Aemilius Paullus zich niet met zijn Romeinse titel, praetor, identificeert, maar een titel gebruikt die de plaatselijke bevolking herkende en gezag aan zijn beslissing gaf.

[Dit was de achtenvijftigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#Andalusië #Cádiz #HasdrubalDeSchone #imperator #inscriptie #LuciusAemiliusPaullus #ScipioAfricanus #Spanje